Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:GHARL:2025:8177 
 
Datum uitspraak:18-12-2025
Datum gepubliceerd:07-01-2026
Instantie:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zaaknummers:Wahv 200.344.429/01
Rechtsgebied:Bestuursstrafrecht
Indicatie:Landbouwvoertuig zonder kentekenplaat. Feitcode N010d is hier niet van toepassing, omdat deze ziet op gevallen waarin de kentekenplaat wel aanwezig, maar niet goed leesbaar is. Feitcode N010c is wel van toepassing. Bij deze feitcode is in de bijlage bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv, zoals luidend ten tijde van de gedraging, echter geen tarief vermeld voor de categorie landbouw- of bosbouwtrekkers. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.
Trefwoorden:landbouw
trekker
 
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden








Zaaknummer


: Wahv 200.344.429/01




CJIB-nummer


: 252499329




Uitspraak d.d.


: 5 december 2025








Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 7 juni 2024, betreffende



[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.


De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.




Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.




De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “N010d - als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het kenteken niet goed leesbaar is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 september 2022 om 6.46 uur op de Lekstraat in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar een verkeerde feitcode heeft toegepast. Uit het Handboek regeling voertuigen dat gebruikt wordt op de politieacademie volgt dat feitcode N010d wordt gebruikt ingeval de kentekenplaat niet leesbaar is of wordt afgeschermd door een voertuigdeel. Dit is in onderhavige zaak niet aan de orde, nu uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat er in het geheel geen kentekenplaat aanwezig was. Verder stelt de gemachtigde dat de gegevens in het zaakoverzicht te summier zijn om überhaupt de gedraging vast te stellen. Daarbij merkt de gemachtigde op dat de betrokkene nadat de cautie was verleend heeft aangegeven dat hij geen verklaring wilde afleggen. Hetgeen de betrokkene volgens de ambtenaar zou hebben gezegd inzake de demonstratie, dient dan ook niet gebruikt te worden bij de vaststelling van de gedraging.


3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Feitgegevens:
Soort voertuig: land- of bosbouwtrekker (…)
Gedragingsgegevens:
Ik, verbalisant, zag voornoemde trekker geen kentekenplaat op het voertuig had zitten. De bestuurder vertelde dat hij hem thuis had gelaten ivm de demonstratie (…)
Merk van voertuig: John DeereType van voertuig: 6400 (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: geen verklaring.”

4. Op grond van de gegevens in het zaakoverzicht kan worden vastgesteld dat het door de betrokkene bestuurde voertuig, een John Deere 6400, niet was voorzien van een kentekenplaat. Voor die vaststelling is niet nodig hetgeen de betrokkene tegenover de ambtenaar heeft gezegd over de demonstratie. Deze grond treft geen doel.

5. De door de ambtenaar toegepaste feitcode N010d betreft een overtreding van artikel 5.8.1, vierde lid, van de destijds geldende Regeling voertuigen (Rv). Hierin is bepaald dat de kentekenplaat niet mag zijn afgeschermd en het kenteken goed leesbaar moet zijn.

6. Het hof is van oordeel dat artikel 5.8.1, vierde lid, van de Rv hier niet van toepassing is, nu dit artikellid, gelet op de bewoordingen ervan, met name ziet op gevallen waarin een kenteken, hoewel op de juiste wijze aan het voertuig bevestigd, niet goed leesbaar is (vgl. het arrest van het hof van 5 april 2016 ECLI:NL:GHARL:2016:2687).

7. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat in de onderhavige situatie een sanctie had moeten worden opgelegd voor de gedraging met feitcode N010c “het voertuig is niet voorzien van de juiste kentekenplaat, dan wel niet deugdelijk aan de voor- en/of achterzijde bevestigd” en heeft voorgesteld om de feitcode en de omschrijving van de gedraging te wijzigen.

8. De feitcode N010c betreft een overtreding van artikel 5.8.1, tweede lid, van de destijds geldende Rv in samenhang met artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, van deze regeling, dat inhoudt dat de landbouw- of bosbouwtrekker aan de achterzijde moet zijn voorzien van de juiste kentekenplaat. Het gaat hier om een gedraging in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wahv.
9. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de verklaring van de ambtenaar worden vastgesteld dat artikel 5.8.1, tweede lid, van de Rv is overtreden. Het hof stelt echter vast dat in de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv, zoals deze ten tijde van de gedraging luidde, voor de categorie landbouw- of bosbouwtrekkers, waartoe het door de betrokkene bestuurde voertuig behoort, niet, zoals artikel 2, derde lid, van de Wahv voorschrijft, een aan de Staat te betalen geldsom is bepaald. Dit brengt mee dat slechts een sanctie zou kunnen worden opgelegd waarbij het bedrag van de sanctie op nihil wordt bepaald. Om deze reden zal het hof de advocaat-generaal niet volgen in zijn voorstel om over te gaan tot wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging. Het hof zal de inleidende beschikking vernietigen.






10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 647,- en voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt en gelet op het arrest van het hof van 3 november 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:6853) wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25.

11. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 947,06 (= (1 x € 647,- x 0,5) + (1 x € 907,- x 0,5) + (1,5 x € 907,- x 0,5 x 0,25)).




De beslissing
Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld
CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 947,06.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Link naar deze uitspraak