|
|
|
| ECLI:NL:RVS:2026:1529 | | | | | Datum uitspraak | : | 18-03-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 18-03-2026 | | Instantie | : | Raad van State | | Zaaknummers | : | 202307831/1/R2 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "Voordijk (ong.), Vlijmen" gewijzigd vastgesteld. [partij] wil op het onbebouwde perceel aan de [locatie 1], kadastraal bekend als gemeente Vlijmen, sectie N, nummer 6707 en (gedeeltelijk) 6708, één vrijstaande woning realiseren. Het perceel is momenteel in gebruik als voortuin bij de woning aan de [locatie 1]. In het bestemmingsplan "Vlijmen en Vliedberg herziening 2013" heeft het perceel de bestemming "Agrarisch". [partij] heeft aan de raad gevraagd om dit bestemmingsplan te herzien. Het Vlijmens Lint is een vereniging die zich inzet voor het behoud van de karakteristieke Langstraat met veel monumentale gebouwen en monumentaal groen en het behoud van de daar gelegen dijken. De Voordijk behoort tot het oudste dijkenstelsel van Nederland. Het Vlijmens Lint is het niet eens met het plan, omdat volgens haar de bouw van de woning op het perceel het typerende karakter van de Voordijk schaadt. Het plan gaat volgens Het Vlijmens Lint voorbij aan de cultuurhistorische waarden van de omgeving. | | Trefwoorden | : | agrarisch | | | bestemmingsplan | | | buitengebied | | | omgevingsvergunning | | | perceel | | | rijksmonument | | | | Uitspraak | 202307831/1/R2.
Datum uitspraak: 18 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Vereniging Het Vlijmens Lint, gevestigd in Vlijmen, gemeente Heusden,
appellante,
en
de raad van de gemeente Heusden,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Voordijk (ong.), Vlijmen" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft Het Vlijmens Lint beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
Het Vlijmens Lint heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 januari 2026, waar Het Vlijmens Lint, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. A. Posset, advocaat in Den Bosch, en de raad, vertegenwoordigd door M.J.W. Snoeren, zijn verschenen. Verder is op zitting [partij] als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 13 april 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Wettelijk kader
2. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Toetsingskader
3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Inleiding
4. [partij] wil op het onbebouwde perceel aan de [locatie 1], kadastraal bekend als gemeente Vlijmen, sectie N, nummer 6707 en (gedeeltelijk) 6708, één vrijstaande woning realiseren. Het perceel is momenteel in gebruik als voortuin bij de woning aan de [locatie 1]. In het bestemmingsplan "Vlijmen en Vliedberg herziening 2013" heeft het perceel de bestemming "Agrarisch". [partij] heeft aan de raad gevraagd om dit bestemmingsplan te herzien.
Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de raad het bestemmingsplan vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van een vrijstaande woning op het perceel mogelijk, waarvoor een bouwvlak op het perceel is opgenomen. Verder krijgt het perceel voor een deel de bestemming "Wonen" en voor een deel de bestemming "Tuin" met functieaanduiding "specifieke vorm van tuin - parkeervoorzieningen".
Het Vlijmens Lint is een vereniging die zich inzet voor het behoud van de karakteristieke Langstraat met veel monumentale gebouwen en monumentaal groen en het behoud van de daar gelegen dijken. De Voordijk behoort tot het oudste dijkenstelsel van Nederland. Het Vlijmens Lint is het niet eens met het plan, omdat volgens haar de bouw van de woning op het perceel het typerende karakter van de Voordijk schaadt. Het plan gaat volgens Het Vlijmens Lint voorbij aan de cultuurhistorische waarden van de omgeving.
Beroepsgronden
Ingetrokken beroepsgrond
5. Op de zitting heeft Het Vlijmens Lint haar beroepsgrond over de strijdigheid van het plan met de Cultuurhistorische Waardenkaart uit de Beleidsregel omgevingsrecht van de provincie Noord-Brabant ingetrokken.
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en inpassingsplan
6. Het Vlijmens Lint betoogt dat het plan in strijd is met provinciaal beleid op het gebied van cultuurhistorie. Daartoe voert Het Vlijmens Lint aan dat, zoals zij op de zitting heeft verduidelijkt, uit de vermelding op de Cultuurhistorische Waardenkaart behorend bij de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) volgt dat de woning aan de [locatie 1] en de Voordijk zelf cultuurhistorisch van belang zijn. Door de realisering van de woning op het perceel worden de cultuurhistorische waarden aangetast en gaat de openheid van het perceel verloren, zo betoogt Het Vlijmens Lint.
Daarnaast voert Het Vlijmens Lint aan dat de regels over de groenblauwe mantel niet zijn betrokken bij de vaststelling van het plan, terwijl de planlocatie aan de Voordijk grenst. Die weg ligt volgens de IOV naast het gebied van de groenblauwe mantel, waardoor de regels vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening hadden moeten worden afgewogen.
Als laatste voert Het Vlijmens Lint aan dat in het provinciale inpassingsplan "Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost" op diverse plekken is terug te vinden dat langs de Voordijk hoofdzakelijk historische bebouwing is gelegen en dat dit een recreatieve functie heeft voor fietsers en wandelaars.
6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan niet in strijd is met provinciaal beleid. De woning aan de [locatie 1] en de Voordijk zelf zijn op de Cultuurhistorische Waardenkaart uit de IOV, zoals geldend op het moment van de vaststelling van het plan, volgens de raad niet aangewezen als ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’, zodat de bepalingen daarover niet van toepassing zijn. Dat geldt volgens de raad ook voor de regels over de groenblauwe mantel, waarvan de planlocatie geen deel uitmaakt. Verder is volgens de raad in het inpassingsplan "Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost" het aspect ‘cultuurhistorie’ meegenomen en daarbij is uitgegaan van dezelfde uitgangspunten als die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan.
6.2. De Afdeling stelt aan de hand van de provinciale viewer van de IOV (geconsolideerde versie augustus 2023) vast dat volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart uit de IOV, die van toepassing was op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan, het plangebied, de [locatie 1] en de Voordijk zelf niet zijn aangewezen als ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’. Deze kaart is door de raad op de zitting getoond. De raad heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de regels uit de IOV ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken niet van toepassing zijn op het plan.
Verder stelt de Afdeling vast dat de planlocatie zelf, naar niet in geschil is, geen onderdeel uitmaakt van de groenblauwe mantel zoals is opgenomen in de IOV. De IOV bevat geen bepalingen die uit oogpunt van bescherming van de groenblauwe mantel eisen stellen aan ontwikkelingen in nabij de groenblauwe mantel gelegen gebieden (externe werking). Ook is niet gebleken dat de raad anderszins onvoldoende rekening heeft gehouden met de ligging van het plangebied in de nabijheid van de groenblauwe mantel.
6.3. De Afdeling stelt vast dat het provinciale inpassingsplan "Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost" niet van toepassing is op het plangebied. Verder kon de raad zich op het standpunt stellen dat de cultuurhistorische en recreatieve waarden met betrekking tot de Voordijk door het plan niet worden aangetast, waarbij de raad heeft aangesloten bij dezelfde uitgangspunten over de Voordijk als het inpassingsplan.
Het betoog slaagt niet.
Cultuurhistorische waarden uit gemeentelijk beleid
7. Het Vlijmens Lint betoogt dat het plan is vastgesteld in strijd met de cultuurhistorische waarden die volgen uit het gemeentelijke beleid en betrekking hebben op de Voordijk, de verschillende woningen aan de Voordijk en het plangebied. Daartoe voert zij aan dat de woning aan de [locatie 1] volgens de Omgevingsvisie Heusden is gelegen aan de cultuurhistorisch waardevolle Oude Dijkring en in de nabijheid van de karakteristieke dorpslinten. De raad heeft deze waarden in samenhang met de Welstandsnota Heusden 2019 met de vaststelling van het plan niet heeft erkend en beschermd. Volgens de Welstandsnota moeten nieuwe ontwikkelingen in de historische dorpsgebieden en bebouwingslinten zich kunnen voegen in het straatbeeld en moet de historische context met respect worden behandeld. De nieuwe woning op het perceel vult volgens Het Vlijmens Lint de openheid ter plaatse volledig op, zodat alle zicht op de omliggende bebouwing wordt ontnomen en de cultuurhistorische waarden niet worden gerespecteerd.
Verder voert Het Vlijmens Lint aan dat de Voordijk een zeer hoge cultuurhistorische waardering krijgt in de Cultuurhistorische waarden- en beleidskaart Heusden en dat vrijwel alle bebouwing aan de Voordijk is aangemerkt als ‘overige historische bebouwing’. Het plangebied moet daarom beschermd worden, maar de raad heeft deze waarden- en beleidskaart volgens Het Vlijmens Lint onvoldoende gemotiveerd betrokken bij de vaststelling van het plan.
Ook de Ontwikkelingsvisie Buitengebied gemeente Heusden is volgens Het Vlijmens Lint onterecht niet betrokken bij de vaststelling van het plan. In de Ontwikkelingsvisie is opgenomen dat bij voorkeur sprake is van afname van de oppervlakte gebouwen, terwijl het plan de bouw van een extra woning toestaat. Verder ligt de planlocatie volgens Het Vlijmens Lint binnen het deelgebied ‘dekzandrug’, waardoor de bestaande strokenverkaveling, lintstructuren en voortuinen aan het lint behouden moeten blijven.
Het Vlijmens Lint voert tot slot aan dat de Voordijk volgens de Erfgoednota gemeente Heusden deel uitmaakt van de Middeleeuwse dijk en ‘cultuurhistorische schat’ wordt genoemd. Volgens Het Vlijmens Lint moet de dijk samen met het naoorlogs erfgoed beschermd worden. De woning aan de [locatie 1] is volgens Het Vlijmens Lint een wederopbouwboerderij, waarvoor de raad aandacht had moeten hebben bij de vaststelling van het plan.
7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat binnen het plangebied zelf geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn en dat het plan past binnen de Omgevingsvisie Heusden, omdat het plan in samenhang met de Welstandsnota is beoordeeld. Volgens de raad ligt het plangebied binnen bebouwingstype ‘H1b: Historische dorpsgebieden en bebouwingslinten, middelhoge waarde’, wat volgens de raad betekent dat het plangebied welstandsvrij is.
Verder stelt de raad zich op het standpunt dat de Voordijk en de woning aan de [locatie 1] in de Cultuurhistorische waarden- en beleidskaart Heusden weliswaar een hoge waardering hebben, maar dat het plangebied daar zelf geen onderdeel van is. Toch is volgens de raad aansluiting gezocht bij de omliggende gronden en objecten buiten het plangebied door de stedenbouwkundige aspecten van de woning op het perceel hierop af te stemmen en de zichtlijn naar de woning aan de [locatie 1] te borgen.
De raad stelt zich verder op het standpunt dat de Ontwikkelingsvisie niet van toepassing is op het plangebied, omdat het plangebied buiten het werkingsgebied van de Ontwikkelingsvisie is gelegen.
Wat betreft de aandacht voor het naoorlogs erfgoed stelt de raad dat het plan, in lijn met de Erfgoednota gemeente Heusden, voorziet in een zichtlijn naar de woning aan de [locatie 1] en een zichtlijn tussen de nieuwe woning en de woning aan de [locatie 2]. Op deze manier blijft er volgens de raad voldoende zicht op de naoorlogse woning aan de [locatie 1].
7.2. Voor zover Het Vlijmens Lint op de zitting nog heeft aangevoerd dat de waardering van de planlocatie aan de Voordijk in de verschillende gemeentelijke beleidsvisies anders zou moeten zijn, oordeelt de Afdeling dat zij zich in deze procedure niet kan uitlaten over de door Het Vlijmens Lint gewenste inhoud van zulke beleidsstukken. In deze procedure ligt namelijk alleen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan ter beoordeling voor.
7.3. In de door de raad op 28 maart 2023 vastgestelde Omgevingsvisie is opgenomen dat ontwikkelingen nabij of aansluitend aan karakteristieke dorpslinten worden uitgewerkt in samenhang met het welstandsbeleid van de gemeente. De Welstandsnota Heusden 2019, ook opgesteld door de raad, is een uitwerking van het welstandsbeleid van de gemeente Heusden. De Afdeling stelt vast dat het plangebied volgens de Welstandsnota onder bebouwingstype H1b valt en dat dit bebouwingstype geheel welstandsvrij is, tenzij een gebouw of element behoort tot een gemeentelijk of rijksmonument. Tussen partijen is niet in geschil dat elementen in het plangebied of de woning aan de [locatie 1] niet behoren tot een gemeentelijk of rijksmonument. Gelet hierop kan de raad worden gevolgd in het standpunt dat het plan niet in strijd met de Omgevingsvisie en de Welstandsnota is vastgesteld.
7.4. De Afdeling stelt vast dat in de door de raad in 2012 vastgestelde Cultuurhistorische waarden- en beleidskaart Heusden de Voordijk zelf een hoge waarde heeft en dat de woning aan de [locatie 1] is aangemerkt als ‘overige historische bouwkunst’. De gronden van het plangebied waarop de woning is voorzien, maken geen onderdeel uit van de Cultuurhistorische waarden- en beleidskaart. Maar de raad heeft bij de inrichting van het plangebied rekening gehouden met de historische waarde van de omliggende gronden en objecten buiten het plangebied. Zo is de afstand van de woning op het perceel tot aan de woningen aan de [locatie 3], [locatie 1] en [locatie 2] vergelijkbaar met de afstand tussen andere woningen in de omgeving en is voor de goot- en bouwhoogte van de nieuwe woning aangesloten bij de maximale toegestane goot- en bouwhoogte in de omgeving. Ook de zichtlijn vanaf de Voordijk naar de woning aan de [locatie 1] heeft de raad bij de vaststelling van het plan behouden door een tuinbestemming toe te kennen aan de linkerzijde van het perceel. De Afdeling is gelet hierop van oordeel dat de raad voldoende gemotiveerd heeft onderbouwd, dat de Cultuurhistorische waarden- en beleidskaart Heusden is betrokken bij de besluitvorming van het plan en dat de woning op het perceel de cultuurhistorische waarden in de omgeving niet onaanvaardbaar aantast.
7.5. De Ontwikkelingsvisie Buitengebied gemeente Heusden, die op 20 juli 2010 is vastgesteld door de raad, deelt het gemeentelijk grondgebied op in verschillende deelgebieden. De visie is erop gericht de ontwikkelingen binnen het deelgebied te laten bijdragen aan het versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten. De Afdeling stelt vast dat de planlocatie op de verbeelding bij de deelgebieden buiten het gebied valt waarop de Ontwikkelingsvisie betrekking heeft. De raad heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de Ontwikkelingsvisie niet van toepassing is en niet betrokken hoefde te worden bij de besluitvorming van het plan.
7.6. In de Erfgoednota gemeente Heusden, door de raad in 2011 vastgesteld, is opgenomen dat er aandacht moet zijn voor naoorlogs erfgoed. In de Erfgoednota is niet opgenomen op welke wijze bij de vaststelling van een bestemmingsplan aandacht moet zijn voor naoorlogse gebouwen. Het plangebied zelf heeft geen betrekking op naoorlogs erfgoed. De raad heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat rekening is gehouden met de wederopbouwboerderij aan de [locatie 1] door in het plan een zichtlijn te behouden naar de boerderij en een zichtlijn te behouden tussen de nieuwe woning en de woning aan de [locatie 2]. De Afdeling is van oordeel dat de raad voldoende heeft gemotiveerd dat het plan rekening houdt met het naoorlogs erfgoed.
De betogen slagen niet.
Landschappelijke inpassing en alternatieve invulling
8. Het Vlijmens Lint betoogt dat een woning op het perceel nabij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en de Voordijk niet landschappelijk kan worden ingepast. Het Vlijmens Lint voert daartoe aan, op basis van een uitgevoerde studie door tuin- en landschapsarchitect Van der Vliet uit 2024, dat de woning midden op het perceel de zichtlijn op de woning aan de [locatie 1] blokkeert, de woning te kort op het dijklichaam is gesitueerd, de bouwmassa van de woning niet past bij de bestaande omliggende woningen en er geen parkeereisen zijn gesteld voor de woning, waardoor het landelijke karakter onnodig wordt aangetast. Volgens Het Vlijmens Lint moet het plan daarom zo worden aangepast dat de bouwmassa van de woning wordt verkleind en de woning in de linkerhoek achterop het perceel wordt gesitueerd.
8.1. Zoals de raad terecht heeft gesteld, blijft de zichtlijn vanaf de Voordijk langs het pad naar de woning aan de [locatie 1] behouden. De linkerzijde van het perceel heeft namelijk een tuinbestemming. Verder komt de maximale toegestane goot- en bouwhoogte van de nieuwe woning overeen met de goot- en bouwhoogte van de omliggende woningen, waardoor de bouwmassa’s van de woningen aan de Voordijk vergelijkbaar zijn met de bouwmassa van de nieuwe woning. De woning aan de [locatie 2] heeft weliswaar een lagere bouwhoogte, maar de woning is hoger op het talud van de Voordijk gelegen en staat dichter bij de openbare weg. De nieuwe woning op het perceel komt volgens het plan onderaan de dijk te liggen, waardoor de woning niet vlak langs de Voordijk is gesitueerd. Anders dan door Het Vlijmens Lint is gesteld, zijn in de planregels parkeereisen opgenomen voor de woning. Zo bevat artikel 4.2.5. de voorwaardelijke verplichting dat een omgevingsvergunning voor het bouwen alleen wordt verleend, als is aangetoond dat voorzien wordt in de parkeerbehoefte overeenkomstig het bepaalde in de nota Parkeernormen. Verder zijn de gronden naast en achter het bouwvlak aangewezen voor parkeervoorzieningen.
Gelet op het voorgaande kon de raad zich op het standpunt stellen dat de woning op het perceel landschappelijk kan worden ingepast.
Het betoog slaagt niet.
8.2. De Afdeling overweegt verder dat de raad bij de keuze van een bestemming een afweging moet maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.
De raad heeft toegelicht dat de zichtlijn naar de woning aan de [locatie 1] niet zonder meer gegarandeerd kan worden als de nieuwe woning linksachter op het perceel wordt gesitueerd, aangezien in het daarmee gecreëerde achtererfgebied volgens het Besluit omgevingsrecht vergunningvrij bijgebouwen opgericht kunnen worden. Met de nu gekozen situering van de woning, meer centraal op het perceel, is er aan de linkerzijde geen achtererfgebied waar vergunningvrij kan worden gebouwd. In combinatie met de aan die zijde toegekende tuinbestemming blijft de zichtlijn daar behouden. Verder heeft de raad gesteld dat de woning al beneden aan het talud van de dijk wordt gesitueerd, waardoor een lager vloerpeil niet mogelijk is. De bouwmassa sluit volgens de raad aan bij de omliggende woningen net als de afstand tussen de woningen aan de Voordijk.
Daarmee heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling het door Het Vlijmens Lint voorgestelde alternatief afgewogen bij de vaststelling van het plan en toereikend gemotiveerd waarom niet voor dat alternatief is gekozen.
Het betoog slaagt niet.
Belang van het groen ter plaatse
9. Het Vlijmens Lint betoogt dat het belang van het monumentale groen ter plaatse ten onrechte niet is meegenomen bij de voorbereiding van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.
9.1. De Afdeling stelt vast dat de Cultuurhistorische waarden- en beleidskaart Heusden geen monumentaal groen heeft aangewezen binnen het plangebied. Het bestaande groen aan de Voordijk nabij het plangebied is daarom geen monumentaal groen dat bescherming behoeft. Wel heeft de raad naar aanleiding van de zienswijze van Het Vlijmens Lint het deel van het plangebied dat naast de Voordijk is gelegen, de bestemming "Tuin" gegeven, zodat voorkomen wordt dat het groen aan de Voordijk wordt bebouwd. De raad heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat de belangen van Het Vlijmens Lint met betrekking tot het groen voldoende zijn meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond.
11. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.
w.g. Gundelach
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boermans
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026
429-1186
BIJLAGE
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023)
Hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten
Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden
Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied:
a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart;
b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel
Lid 1
Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel:
a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;
b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;
c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Lid 2
De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|