|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2025:23988 | | | | | Datum uitspraak | : | 08-12-2025 | | Datum gepubliceerd | : | 27-03-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | 24_2376 | | Rechtsgebied | : | Belastingrecht | | Indicatie | : | Eiseres maakt niet aannemelijk dat recht bestaat op aftrek van bij haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Zij heeft niet inzichtelijk gemaakt welk deel van gefactureerde werkzaamheden ten behoeve van haar zijn gemaakt en welk deel ten behoeve van haar dga in privé. Beroep ongegrond. | | Trefwoorden | : | agrarisch | | | belastingrecht | | | naheffingsaanslag | | | omzetbelasting | | | uitkering | | | | Uitspraak | RECHTBANK DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 24/2376
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 22 december 2023 op het bezwaar van eiseres tegen de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 (de naheffingsaanslag).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft online, via Microsoft Teams, plaatsgevonden op
24 november 2025.
Namens eiseres is de heer [naam 1] verschenen, aan het begin van de zitting bijgestaan door (de voormalig gemachtigde) de heer [naam 2] . De heer [naam 2] heeft halverwege de zitting kenbaar gemaakt niet langer als gemachtigde te kunnen optreden.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 3] en mr. [naam 4]
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank op 2 december 2025 een brief van de voormalig gemachtigde van eiser ontvangen. Deze brief is door de rechtbank niet in behandeling genomen, omdat de rechtbank geen aanleiding ziet voor heropening van het onderzoek en de brief is toegestuurd door een daartoe niet gemachtigd persoon.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
Vooraf
1. Eiseres heeft voorafgaand aan de zitting verzocht om verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank. Hierbij heeft eiseres gewezen op een verwijzingsbeslissing van de rechtbank Den Haag met het zaaknummer SGR 25/988 (de verwijzingsprocedure). De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Ter zitting heeft eiseres haar verzoek tot verwijzing van de zaak herhaald. Ook dit herhaalde verzoek is door de rechtbank afgewezen. In de onderhavige procedure zijn andere procespartijen betrokken dan in de verwijzingsprocedure. Van (indirecte) betrokkenheid van medewerkers van de rechtbank Den Haag bij de procespartijen in onderhavige zaak is niet gebleken. Ook anderszins is er geen reden gebleken om de zaak te verwijzen naar een andere rechtbank.
Recht op vooraftrek
2. De heer [naam 1] (Z) is 100% aandeelhouder en bestuurder van eiseres. Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel bestaan de activiteiten van eiseres uit: “de exploitatie van een verhuur- en aannemingsbedrijf, cultuurtechniek, grondverzet, de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Ter beschikkingstellen van arbeidskrachten, uitlenen/uitzenden van personen van derden (van of via uitzendorganisaties) werkzame personen”.
3. Op 31 juli 2021 heeft eiseres een aangifte omzetbelasting ingediend over het tijdvak 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 waarin - onder meer - wordt verzocht om een teruggaaf omzetbelasting van € 5.040. De verzochte teruggaaf van € 5.040 ziet op twee facturen gericht aan eiseres en afkomstig van De Vries Tax advisors (de rechtsbijstandsverlener).
4. De eerste factuur (factuur 1) heeft een factuurdatum 21 mei 2021 en betreft een te betalen bedrag van € 7.260. Voor zover van belang is op de factuur vermeld:
Opdracht
Omschrijving
Tarief
Aantal
Totaal
Bezwaar & Beroep ׀ Motivering beroep
(rechtbank: zie hieronder)
250,00
24,00
6000,00
Subtotaal
6.000,00
BTW (…)
21%
1.260,00
Totaal
7.260,00
Totaal betaald
0,00
Totaal te betalen (EUR)
7.260,00
In de kolom “omschrijving” is opgenomen:
“Factuur inzake werkzaamheden over de periode van 1 maart 2021 tot en met 22 mei 2021, inzake:
• represailles na brandbrief, o.a. door Ministerie van Financiën en Belastingdienst
• meerdere overleggen met de heer (…) inzake IB2017
• vastlegging in mail en brief aan (…) inzake IB2017
• diverse overleggen met UHT individueel zaakbehandelaar (…) na represailles, waaronder afspraak dat UHT inzage zou krijgen in administratie [Z] en alle stukken die uit die systemen Belastingdienst verdwenen zijn, waaronder bezwaarschriften
• diverse overleggen en kennismaking samen met PM en WM met (…) van gemeente UHT
• diverse overleggen met gemeente (…) spoed inzake reëel scenario van uithuisplaatsing, hulp ondersteuning aanvragen
• diverse overleggen met [eiseres] hierover
• hernieuwd overleg met mevrouw (…) tot toewijzing door nieuwe UHT
• overleg met en toezeggingen door collega (…) tot toewijzing door nieuwe UHT
• overleg met en toezeggingen door collega (…) UHT toetsing (nooit meer iets gehoord)
• schending procedureafspraak met van (…) om zsm afspraak te maken om dossier in te zien om een oordeel te vormen
• klaarmaken van het dossier voor overdracht
• eerste overleg Advocaat te Lelystad
• tweede overleg Advocaat te Lelystad
• derde overleg Advocaat te Lelystad
• vierde overleg Advocaat te Lelystad
• beslissing van UHT tot toekenning slachtoffer [Z] over 2011 definitief mondeling akkoord catshuisregeling, € 30.000 uitkering binnen na twee weken te verwachten inclusief brief bevestiging
• overleg PB over staken werkzaamheden i.v.m. bewuste sabotage door OM en Belastingdienst, en aanvullende brandbrief hierover dat uithuisplaatsing volgt aan Belastingdienst medewerkers -> geen reactie
• overleg met de heer (…), vaco n.a.v. brandbrief over uithuisplaatsing
• e-mail en schoffering door (…) dat situatie is ontstaan door halsstarrige weigering van ons kantoor en insinuatie dat wij stukken niet doorsturen, daar waar dit enkel zal op tijdelijke onmogelijkheid ter zake van IB2017 i.v.m. de ernst van de situatie, waarvoor i.s.m. (…) hulp ingeroepen
• onderzoek rechtstreekse werking richtlijnen Klokkenluidersrichtlijn en overleg met specialist over de verschillende richtlijnen voor aanbesteding zoals benoemd in bijlage 1 van de richtlijn
• voorbereiding voor de strafzaken
• reactie van president Gerechtshof op brandbrief
• reactie van MinFin op brandbrief -> nog geen reactie
• reactie Tweede Kamer op brandbrief -> nog geen reactie (ligt mij binnenlandse zaken)
• druk vanuit Belastingdienst om UHT status te houden
• afwijkende brief van UHT
• verzoek tot opheldering (…)
• mailwisseling met (…), (…), (…) en telefonisch overleg
• artikel AD n.a.v. strafzitting rechtbank Utrecht meervoudige kamer
• overleg over aanlevering facturen en boekhouding
Het is gezien de complexiteit van de zaak en de eindeloze stroom aan acties, represailles onmogelijk om een algeheel beeld te geven van de alle werkzaamheden. Kern in deze periode is dat u erkende status krijgt door UHT als slachtoffer en die wordt onder druk van de Belastingdienst klaarblijkelijk weer ingetrokken.
Totaal gemaakte uren over deze periode bedraagt (ook gemitigeerd) 208.51h a € 250,- is € 52.128,-
Zoals met u overeengekomen zullen wij de factuur mitigeren, waarbij het surplus aan u in rekening zal worden gebracht indien en voor zover u hiervoor een vergoeding van de fiscus krijgt.
De totale bestede uren op uw verdediging tot en met 31 oktober 202 bedraagt 1.172,76 (964,25 + 208,51). De totale kosten verdediging bij doorrekening bedragen uitgaande van het uurtarief exclusief de overeengekomen opslag risico € 293.190,- en afronding.”
5. De tweede factuur (factuur 2) heeft een factuurdatum 24 juni 2021 en betreft een te betalen bedrag van € 21.780. Voor zover van belang is op de factuur vermeld:
Opdracht
Omschrijving
Tarief
Aantal
Totaal
Maatwerk/
Algemeen
advies
Het factuurbedrag zal conform afspraak met u worden verrekend met de openstaande en nog niet aan u gefactureerde uren.
Aanvullend zijn wij overeengekomen dat wij indien en voor zover nodig dit bedrag aan zullen wenden voor de basiswerkzaamheden van juni tot en met december 2021. Wel zullen wij u periodiek een factuur sturen om u op de hoogte te houden van de openstaande uren en de uren die nog niet bij u in rekening zijn gebracht.
250,00
72,00
18000,00
Subtotaal
18.000,00
BTW (…)
21%
3.780,00
Totaal
21.780,00
Totaal betaald
0,00
Totaal te betalen (EUR)
21.780,00
6. Verweerder heeft aan eiseres de naheffingsaanslag ten bedrage van € 5.040 opgelegd. Dit bedrag komt overeen met de voorbelasting zoals vermeld op factuur 1 (€ 1.260) en factuur 2 (€ 3.780).
7. In geschil is of eiseres recht heeft op aftrek van de voorbelasting van € 5.040.
8. Op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, Wet OB kan een ondernemer de aan hem door een ondernemer op een voorgeschreven factuur in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek brengen. Op de ondernemer rust de last om aannemelijk te maken dat hij terecht en tot het juiste bedrag omzetbelasting in aftrek heeft gebracht. In beginsel kan hij hierbij volstaan met het overleggen van de desbetreffende facturen. De bewijslast voor het recht op aftrek van voorbelasting rust op eiseres. Zij kan daartoe in beginsel volstaan met het overleggen van de facturen afkomstig van een andere ondernemer voor aan haar verrichtte leveringen en diensten.
9. Verweerder heeft gemotiveerd gesteld dat de facturen zien op werkzaamheden die door de rechtsbijstandverlener in het kader van het verlenen van bijstand in strafrechtelijke, civielrechtelijk en fiscale procedures ten behoeve van Z zijn verricht, dat de diensten geen betrekking hebben op activiteiten van eiseres en dat door eiseres niet inzichtelijk is gemaakt dat de facturen door haar zijn betaald. Gelet hierop is het vervolgens aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit standpunt van verweerder onjuist is en dat de in rekening gebrachte omzetbelasting voor aftrek in aanmerking komt. Daarin is eiseres niet geslaagd. Uit de omschrijving op de factuur van de door de rechtsbijstandverlener verrichte diensten volgt dat de rechtsbijstandsverlener in ieder geval ook werkzaamheden heeft verricht die rechtstreeks en enkel betrekking hebben op Z in privé. Ter zitting heeft eiseres dit ook niet ontkend. Nu door eiseres niet is aangegeven welke werkzaamheden ten behoeve van haar en welke ten behoeve van Z zijn verricht, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de omzetbelasting op de facturen (deels) als vooraftrek in aftrek kan worden gebracht. Desgevraagd heeft eiseres ter zitting ook niet kunnen toelichten wanneer de facturen zijn betaald, welke betalingsafspraken er zijn gemaakt en hoe de verrekening met nog openstaande en nog niet verrekende facturen heeft plaats gevonden. De in rekening gebrachte omzetbelasting van € 5.040 op de facturen komt dan ook niet voor aftrek van voorbelasting in aanmerking.
10. De rechtbank merkt nog op dat eiseres er in haar stukken en ter zitting uitvoerig op heeft gewezen dat Z melder is van misstanden ter zake van openbare middelen en dat Z daarmee bescherming geniet, dan wel moet genieten, op grond van de zogenoemde Klokkenluidersrichtlijn. Deze bescherming moet eiseres ook toekomen. Wat hier verder ook van zij, het al dan niet hebben van een status van klokkenluider is niet relevant voor de zuivere fiscale vraag of de omzetbelasting op de facturen voor aftrek in aanmerking komt. Het zijn van een klokkenluider creëert immers geen recht op aftrek van voorbelasting. Al hetgeen eiseres in dat kader heeft aangevoerd behoeft dan ook geen behandeling.
11. De rechtbank wijst er tot slot ook nog op dat er geen verplichting is tot het verwijzen van een zaak naar de meervoudige kamer van de rechtbank of tot het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank ziet in al hetgeen eiseres heeft aangevoerd ook geen reden om de zaak te verwijzen of om prejudiciële vragen te stellen.
12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Drok, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. van Haaster, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025.
griffier
rechter
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|