Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:1685 
 
Datum uitspraak:31-03-2026
Datum gepubliceerd:03-04-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:ak_25_2451
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:WIA, geen recht op WIA-uitkering; nieuw besluit na gegrond besluit; rechtbank volgt nadere motivering van de va b&b; beroep ongegrond.
Trefwoorden:uitkering
varkens
 
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/2451

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,
gemachtigde: mr. K. Aslan,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),
gemachtigde: mr. C. Lubberts.




Procesverloop


1.1
Bij besluit van 7 december 2023 heeft het UWV eiser meegedeeld dat hij met ingang van 27 februari 2023 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV heeft eisers mate van arbeidsongeschiktheid daarbij vastgesteld op 11,29%.



1.2
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij dit besluit gebleven. Wel heeft het UWV eisers mate van arbeidsongeschiktheid alsnog vastgesteld op 27,89%. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer ZWO 24/4210. De rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 10 juni 2025 gegrond verklaard, het besluit van 29 oktober 2024 vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit op eisers bezwaar te nemen.



1.3
Met het bestreden besluit van 5 augustus 2025 heeft het UWV eisers bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.



1.4
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.5
De rechtbank heeft het beroep op 19 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, vergezeld door zijn dochter [naam 1], de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.




Totstandkoming van het bestreden besluit


2.1
Eiser is vanaf 18 juni 2001 werkzaam geweest als darmbewerker varkens en runderen voor gemiddeld 40,10 uur per week in dienst van [bedrijf]. Op 19 augustus 2009 heeft hij zich ziek gemeld met longklachten. Eiser kon zijn werk niet langer verrichten als gevolg van zijn longklachten. Er is een oplossing gezocht, waardoor eiser is gaan werken in iets gewijzigde werkzaamheden als fabrieksarbeider voor gemiddeld 40 uur per week op een andere locatie. Omdat er bij het einde van de wachttijd geen sprake was van loonverlies, is eiser geen WIA-uitkering toegekend.



2.2
Eiser heeft het werk als fabrieksarbeider voor 40 uur per week verricht tot 31 december 2020. Per 1 februari 2021 is hij werkloos geworden na bedrijfssluiting en heeft hij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ontvangen. Op 1 maart 2021 heeft eiser zich ziek gemeld met fysieke en mentale klachten. Hij heeft een uitkering op grond van de Ziektewet ontvangen. Eiser heeft het UWV verzocht hem een WIA-uitkering toe te kennen. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.




De uitspraak van de rechtbank van 10 juni 2025

3. In de uitspraak van 10 juni 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat het besluit van
29 oktober 2024 niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het besluit van 29 oktober 2024 vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. De rechtbank heeft als volgt overwogen:
"4.2 De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsartsen onvoldoende hebben gemotiveerd dat eiser niet is aangewezen op een urenbeperking. De verzekeringsarts heeft enkel geconcludeerd dat hij hiertoe geen aanleiding ziet, omdat niet word voldaan aan de criteria die worden gesteld in de verzekeringsgeneeskundige richtlijn ‘Duurbelastbaarheid in arbeid’. Ook de verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet geen aanleiding voor het aannemen van een urenbeperking, zonder dit nader te motiveren. Vastgesteld moet worden dat eiser lijdt aan meerdere aandoeningen, die mogelijk leiden tot minder energie. Gelet hierop, had van de verzekeringsarts (bezwaar en beroep) een uitgebreidere motivering mogen worden verwacht waarom eiser niet is aangewezen op een urenbeperking. Ook is niet gemotiveerd wat het vervallen van het uur slapen overdag, als eiser voltijd arbeid moet verrichten, betekent voor eisers vermoeidheidsklachten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep zal nader moeten motiveren waarom eiser, gelet op de diverse aandoeningen en de combinatie daarvan, niet is aangewezen op een urenbeperking. De rechtbank acht het aangewezen datde verzekeringsarts bezwaar en beroep daarbij tevens nader ingaat op eisers angstklachten, de verstoring van eisers dag/nachtritme en slaapproblemen op de datum in geding en of in verband daarmee beperkingen moeten worden aangenomen in de rubriek persoonlijk en sociaal functioneren. De stelling dat de bevindingen van GGZ geen ander licht zouden kunnen werpen op de zaak, wordt door de rechtbank verworpen, aangezien de verwijzing door de huisarts naar de GGZ in 2023 - en dus dichter op de datum in geding - heeft plaatsgevonden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ook niet toegelicht waarom, in weerwil van de diagnose die eiser uit de behandelend sector heeft gekregen en ook in de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 22 januari 2025 wordt onderkend, in de verzekeringsgeneeskundige beoordeling bij het vaststellen van de beperkingen is uitgegaan van een aanpassingsstoornis en niet van een angststoornis."
De rechtbank heeft geconcludeerd dat de verder aangevoerde medische gronden, ten aanzien van het gebruik van Ozempic en een verminderde herstelkans bij diabetes, niet slagen.




Standpunten van partijen


4.1
Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiser per 27 februari 2023 geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat zijn mate van arbeidsongeschiktheid lager is dan 35%. Daarbij heeft het UWV zich op het standpunt gesteld dat eiser met zijn beperkingen nog steeds werk kan verrichten. Voor een nadere motivering naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank heeft het UWV verwezen naar het rapport van 30 juli 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.



4.2
Eiser stelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen rekening heeft gehouden met de combinatie van eisers aandoeningen en de gevolgen daarvan voor de belastbaarheid van eiser, terwijl de rechtbank in haar uitspraak van 10 juni 2025 uitdrukkelijk heeft geoordeeld dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep nader zal moeten motiveren waarom eiser gelet op de combinatie van de diverse aandoeningen niet is aangewezen op een urenbeperking. Nu de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee geen rekening heeft gehouden, is niet (volledig) voldaan aan de opdracht van de rechtbank. Eiser is van mening dat in zijn geval aanleiding is voor het aannemen van een urenbeperking. Hij heeft hierbij gewezen op de standaard 'Duurbelastbaarheid in arbeid'.
De rechtbank heeft in haar uitspraak overwogen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet heeft gemotiveerd wat het vervallen van het uur slapen overdag als eiser voltijd arbeid moet verrichten betekent voor zijn vermoeidheidsklachten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is daar ook in het rapport van 30 juli 2025 niet op ingegaan.
Verder stelt eiser dat GZ-psycholoog Bulduk-Demir in haar informatie van 30 januari 2023 wel duidelijk aangeeft dat er sprake lijkt te zijn van een gegeneraliseerde angststoornis. Kennelijk heeft zij tijdens haar intake voldoende aanwijzingen gezien op basis waarvan zij heeft geconcludeerd dat eiser lijkt te kampen met een gegeneraliseerde angststoornis. Eiser heeft gewezen op de medische informatie van Dimence van 11 september 2024, waarin de diagnose depressie is gesteld. Het is mogelijk dat eisers slaapklachten en tevens vermoeidheid een gevolg zijn van de depressie. Opvallend is dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het vaststellen van de psychische beperkingen ook niet uitgaat van de diagnose depressie. Het is onduidelijk waarom de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet uitgaat van de door Dimence gestelde diagnose depressie, terwijl hij ter motivering van zijn standpunt dat er geen sprake is van een gegeneraliseerde angststoornis wel verwijst naar de bevindingen van Dimence. Dit getuigt in ieder geval niet van consistentie.



4.3
Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Daarbij heeft het UWV vermeld dat de datum in geding 27 februari 2023 is. Anders dan in het bestreden besluit is vermeld is eisers mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 29,84%. Hierbij heeft het UWV gewezen op het rapport van 6 februari 2025 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.




Beoordeling door de rechtbank

5. Het geschil beperkt zich tot de vraag of het UWV met het rapport van 30 juli 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep het besluit tot weigering van een WIA-uitkering per 27 februari 2023 nu wel deugdelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt hiertoe als volgt.


5.1
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 30 juli 2025 geconcludeerd dat er geen aanleiding is het standpunt te wijzigen. Wat betreft de vraag waarom eiser niet aangewezen is op een urenbeperking, nu eiser lijdt aan meerdere aandoeningen, die mogelijk leiden tot minder energie heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep overwogen dat eiser bekend is met de volgende aandoeningen die mogelijk kunnen leiden tot minder energie: een supraglottisch chondrosarcoom, astma, diabetes mellitus (DM) en psychische klachten. Voor het supraglottisch chondrosarcoom is eiser met goed resultaat operatief behandeld. Sinds de laatste operatieve behandeling in september 2021 zijn de controles goed. Eiser is niet behandeld met radiotherapie en/of chemotherapie. Deze medische feiten zijn geen verklaring voor minder energie. Ten aanzien van de astma heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gewezen op de brief van de longarts van 25 maart 2022, waarin is geconcludeerd: 'Stabiele longfunctie. Laag FeNO; Patiënt is gestopt met roken'. Eiser is terugverwezen naar de huisarts (geen revisie). Met de NO-meting wordt de mate van ontsteking in de luchtwegen gemeten en het zegt ook iets over het al of niet bestaan van astma en de ernst ervan. Een laag FeNO, zoals bij eiser, is gunstig. In de brief van 25 maart 2022 staan longfunctiemetingen van 4 maart 2022 waaruit volgt dat er sprake is van een licht verminderde longfunctie. Dit is niet verklarend voor minder energie. De DM wordt via de diabetes verpleegkundige in de huisartsenpraktijk geregeld met orale medicatie (eiser is niet gezien door een internist). Eenmaal per drie maanden wordt bloedonderzoek gedaan. De bloedsuikers zijn naar ik begrijp te hoog (> 10). De DM kan klachten van vermoeidheid geven. Voor de psychische klachten is eind 2022 vanuit het ZW-traject door de verzekeringsarts een medische interventie ingezet bij een GZ-psycholoog vanwege angstklachten die verband houden met de zorg dat de ziekte (supraglottisch chondrosarcoom) terugkomt. Na de intake op 30 januari 2023 door een GZ-psycholoog luidt de diagnostische hypothese: cliënt lijkt te kampen met een gegeneraliseerde angststoornis. Uit het verslag van de GZ-psycholoog dat toeziet op de interventie van februari 2023 tot mei 2023 (10 sessies) volgt geen diagnose en geen bevestiging van de hypothese. Wel volgt uit het verslag dat de behandeling gericht is op het verminderen van angst en dat eiser nieuwe vaardigheden geleerd heeft om zich beter staande te kunnen houden in het leven van alle dag. Gelet hierop imponeren de psychische klachten als mild van aard en behandeling heeft verbetering gegeven.
Bovenstaande medische feiten kunnen een licht verminderde energie verklaren. Gelet op de beperkingen die zijn aangenomen in de FML van 22 januari 2025, geldig vanaf 26 februari 2023 is er medisch geen reden om (ook) een urenbeperking aan te nemen. Mede nu eiser beperkt is voor werk 's nachts (item 6.1.2) en aangegeven is dat eiser aangewezen is op onregelmatige werktijden (item 6.4.1). Wat betreft het verzoek om een toelichting te geven waarom, in weerwil van de diagnose die eiser uit de behandelend sector heeft gekregen, in de verzekeringsgeneeskundige beoordeling bij het vaststellen van de beperkingen is uitgegaan van een aanpassingsstoornis en niet van een angststoornis is het volgende aan de orde: 1) De diagnostische hypothese gegeneraliseerde angststoornis van 30 januari 2023 is niet bevestigd. Het is dan ook navolgbaar dat de primaire verzekeringsarts, en eerder de verzekeringsarts in het ZW-traject uitgegaan zijn van een aanpassingsstoornis (met angstklachten). 2) Eiser is op 28 december 2023, circa 10 maanden na datum in geding, door de huisarts verwezen naar Dimence (GGZ). Eiser is op 20 februari 2024 gezien voor een intake bij de Dimence en gestart met behandeling. 3) Van mei 2023 tot en met december 2023 is er geen sprake geweest van behandeling voor psychische klachten. 4) De diagnose gegeneraliseerde angststoornis is niet gesteld bij Dimence. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat er op en rond datum in geding geen sprake was van een angststoornis. Ten onrechte is dit wel als zodanig vermeld in de rapportage in beroep van
22 januari 2025. Waarom eiser overdag een uur zou moeten slapen kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep medisch niet verklaren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet geen aanleiding het standpunt te wijzigen.


5.2
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV met het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 30 juli 2025 alsnog voldoende gemotiveerd dat er geen aanleiding is een urenbeperking aan te nemen. De verzekeringsarts heeft inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd dat de aandoeningen en de combinatie van die aandoeningen geen aanleiding geven een urenbeperking aan te nemen. Daarbij heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep per aandoening vermeld wat de energetische gevolgen zijn van de aandoening. De rechtbank begrijpt het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep aldus dat de aandoeningen te samen een licht verminderde energie kunnen verklaren. Gelet op de beperkingen die zijn aangenomen in de FML, is er medisch geen reden om (ook) een urenbeperking aan te nemen. Gelet op die motivering, vindt de rechtbank het ook navolgbaar dat een uur slapen per dag medisch niet te verklaren is.



5.3
Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in hetzelfde rapport begrijpelijk toegelicht waarom de diagnose gegeneraliseerde angststoornis niet overgenomen dient te worden. Het betrof een diagnostische hypothese. Eisers behandeling was toen nog in een vroeg stadium. De behandeling is gestopt. In haar eindverslag heeft de behandelaar deze diagnose niet bevestigd. Verzekeringsarts [naam 2] heeft de diagnose wel overgenomen in haar rapport van 13 september 2023, maar heeft deze niet opnieuw vermeld in haar rapport van 28 november 2023. In laatstgenoemd rapport wordt opnieuw de diagnose overige aanpassingsstoornissen genoemd. Dit is de diagnose die ook eerder werd genoemd. Bij het ontbreken van medische informatie, waaruit iets anders blijkt ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan deze diagnose. De rechtbank acht het aannemelijk dat de vermelding van de diagnose gegeneraliseerde angststoornis in het rapport van 22 januari 2025 een kennelijke misslag is, zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vermeld.
De diagnose depressieve stoornis is pas veel later – ruim na de datum in geding - vastgesteld na een nieuwe verwijzing in december 2023 naar Dimence.



5.4
Gelet op de nadere motivering, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om te concluderen dat met de aangenomen beperkingen onvoldoende recht wordt gedaan aan de gezondheidssituatie van eiser op de datum in geding.




Conclusie en gevolgen

6. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft het UWV terecht geweigerd aan eiser met ingang van 27 februari 2023 een WIA-uitkering toe te kennen.

7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

8. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiser het griffierecht niet terug. Ook krijgt hij geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op














griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



ECLI:NL:RBOVE:2025:3704
Link naar deze uitspraak