Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:3265 
 
Datum uitspraak:01-04-2026
Datum gepubliceerd:03-04-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:C/13/761276 / HA ZA 24-13 C/13/761276 / HA ZA 24-13
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Vorderingen terugbetaling schadevergoeding afgewezen. Rechtsopvolgers niet gebonden aan arrest in eerdere procedure. Geen onverschuldigde betaling (muv proceskosten). Geen onrechtmatige daad.
Trefwoorden:san
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/761276 / HA ZA 24-1372


Vonnis van 1 april 2026


in de zaak van




1 [eiser 1] ,
te [plaats] ,2. [eiser 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser 1] . (ieder afzonderlijk: [eiser 1] en [eiser 2] ),
advocaat: mr. T. Geerlof,

tegen




1LONGNORTH LIMITED,
te Dublin (Ierland),2. BACARDI INTERNATIONAL LIMITED,
te Hamilton (Bermuda),3. JACK DANIEL'S PROPERTIES INC.,
te San Rafael (VS),4. BROWN-FORMAN CORPORATION,
te Louisville (VS),5. [gedaagde 5],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Longnorth c.s. (ieder afzonderlijk: Longnorth, Bacardi, Jack Daniel’s, Brown-Forman en [gedaagde 5] ),
advocaat: mr. F.A. van de Wakker.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 26 en 27 augustus 2024,
- de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 42 van [eiser 1] .,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 1 oktober 2025,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 februari 2026 en de daarin genoemde processtukken.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.

[eiser 1] is een onderneming die voorheen handelde in onder andere (alcoholische) dranken. [eiser 2] was een groothandel in onder andere dranken en is ontbonden in oktober 2021.



2.2.
Brown-Forman is een producent van sterke drank. Jack Daniel's is houdster van het gelijknamige merkrecht en een dochteronderneming van Brown-Forman. De onderneming Pitts Bay Trading Ltd. (hierna: Pitts Bay) was vanaf 1996 tot aan haar ontbinding op 28 december 2007 distributeur van Jack Daniel's whisky voor onder andere de Nederlandse markt.



2.3.
Bacardi is een producent van sterke drank. Longnorth is een dochteronderneming van Brown-Forman. Op 27 december 2007 hebben Longnorth en Bacardi alle activa van Pitts Bay via een cessie (hierna: cessie I) overgenomen.



2.4.

[gedaagde 5] is advocaat. Hij is in eerdere procedures opgetreden als advocaat van Longnorth, Bacardi, Jack Daniel's, Brown-Forman (de andere gedaagden) en van Pitts Bay.



2.5.
Enerzijds [eiser 1] . en anderzijds Jack Daniel's, Brown-Forman en (de rechtsverkrijgers van) Pitts Bay zijn verwikkeld in een geschil dat al meer dan 25 jaar duurt. In de jaren 90 heeft onder andere [eiser 1] . inbreuk gemaakt op de merkrechten van Jack Daniel's en Brown-Forman door zonder toestemming Jack Daniel's-producten te verkopen in de Europese Economische Ruimte (hierna: de merkinbreuk). Jack Daniel's, Brown-Forman en Pitts Bay hebben daardoor schade geleden.



2.6.
Op 11 januari 2017 heeft de rechtbank Den Haag in een tussenvonnis (hierna: het tussenvonnis) geoordeeld dat [eiser 1] . vanwege de merkinbreuk aansprakelijk is voor de schade van Jack Daniel's, Brown-Forman en Pitts Bay. Op 20 februari 2019 heeft de rechtbank Den Haag in een eindvonnis (hierna: het eindvonnis) [eiser 1] . veroordeeld om een schadevergoeding en de proceskosten van in totaal ruim € 1,3 miljoen te betalen aan deze partijen, zonder te bepalen welk deel van het bedrag voor welke partij is bedoeld.



2.7.
Pitts Bay was gevestigd in Bermuda en is een aantal jaar nadat de procedure in eerste aanleg was gestart (mei 2002) ontbonden. Tijdens een mondelinge behandeling in februari 2016 heeft [gedaagde 5] bij pleidooi medegedeeld:

“Een andere ontwikkeling is dat Pitts Bay op 28 december 2007 is ontbonden. De vraag wat het gevolg is van de ontbinding voor het bestaan van Pitts Bay als rechtspersoon, moet worden beoordeeld naar het recht van de staat Bermuda. Deze vraag is voor de onderhavige procedure echter niet van belang.

Een ontbonden rechtspersoon heeft procesbevoegdheid. Dit kan ook het geval zijn als hij niet meer bestaat.”




2.8.
In maart 2019 is op verzoek van Jack Daniel's, Brown-Forman en Pitts Bay door de deurwaarder conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van [eiser 1] ., het eindvonnis aan [eiser 1] . betekend en gedreigd met verdere executiemaatregelen. [eiser 1] . is hierbij bevolen om het gehele schadebedrag te voldoen, zonder dat gespecificeerd was welke partij aanspraak maakte op welk deel. Op 20 maart 2019 heeft [eiser 1] . het schadebedrag overgemaakt naar de deurwaarder, die het op zijn beurt heeft overgemaakt naar de derdengeldrekening van [gedaagde 5] .



2.9.

[eiser 1] . is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraken van de rechtbank. [eiser 1] . heeft in hoger beroep gevorderd dat het tussenvonnis en het eindvonnis (hierna samen: de vonnissen) worden vernietigd, en dat het aan [eiser 1] . betaalde bedrag moet worden terugbetaald. [eiser 1] . heeft zich in die procedure ertegen verzet dat Longnorth en Bacardi – als rechtsopvolgers van Pitts Bay – als procespartij in de plaats van Pitts Bay zouden treden.



2.10.
Op 26 juli 2022 heeft het Gerechtshof Den Haag (hierna: het hof) een tussenarrest (hierna: het tussenarrest) gewezen. Het hof heeft geoordeeld dat Pitts Bay niets meer te vorderen had van [eiser 1] ., omdat zij met cessie I haar vordering (hierna: de Pitts Bay-vordering) had overgedragen aan Longnorth en Bacardi. Ook heeft het hof geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat Pitts Bay optrad als lasthebber van een vorderingsgerechtigde. Op die gronden heeft het hof de vonnissen voor zover die zagen op [eiser 1] . en Pitts Bay vernietigd, en Pitts Bay veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen [eiser 1] . aan haar heeft betaald plus rente en de proceskosten in eerste en tweede aanleg. Ook heeft het hof geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte een schadevergoeding heeft toegewezen zonder onderscheid te maken tussen de verschillende partijen, omdat een partij alleen de door haar zelf geleden schade kan vorderen. Het hof heeft de andere procespartijen in die zaak de kans gegeven om hun standpunt over de hoogte van de schadevergoeding van Jack Daniel's en Brown-Forman toe te lichten, voordat over hun deel van de schadevergoeding een definitief oordeel zou volgen.

De relevante rechtsoverwegingen van het tussenarrest zijn:

“(…)

6.1.2.
Vast staat dat Pitts Bay op 28 december 2007 (dus na de inleidende dagvaarding) is ontbonden. Voorts zijn partijen het er, naar het oordeel van het hof terecht, over eens dat vragen betreffende de gevolgen van beëindiging van het bestaan van Pitts Bay moeten worden beantwoord naar het recht van Bermuda, in welk land zij volgens de akte van oprichting haar zetel heeft en naar welk recht zij is opgericht (het incorporatierecht). Aldus is bepaald in artikel 10:119 BW. Ook is tussen partijen, naar het oordeel van het hof terecht, niet in geschil dat de ontbinding van Pitts Bay in 2007 naar het recht van Bermuda meebrengt dat Pitts Bay sedertdien niet meer bestaat, geen rechtshandelingen meer kan verrichten en ook geen procesbevoegdheid meer heeft.
(…)


6.1.5.
Overigens rijst de vraag of de omstandigheid dat Pitts Bay is opgehouden te bestaan meebrengt dat [eiser 1] . in zoverre in haar hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat hoger beroep tegen de rechtsopvolger zou moeten worden ingesteld wanneer een aanvankelijke procespartij ten tijde van het dagvaarden in hoger beroep niet meer bestaat. (…) is het hof van oordeel dat, als deze vraag als een procesrechtelijke vraag naar Nederlands recht beantwoord moet worden, voor niet-ontvankelijk verklaring geen plaats is gelet op het arrest van de Hoge Raad van 15 juli 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1081). Daarin is bepaald dat de omstandigheid dat een rechtspersoon is ontbonden en is opgehouden te bestaan, er niet aan in de weg staat in een geval als het onderhavige, waarin de procedure is aangevangen voor het tijdstip van ontbinding en ophouden te bestaan, dat de procedure door of tegen de rechtspersoon kan worden voortgezet, mede in volgende instanties. (…)


6.1.12
Het bovenstaande brengt mee dat Pitts Bay niets meer te vorderen heeft en dat ook niet kan worden aangenomen dat zij optreedt als lasthebber van een vorderingsgerechtigde. (…)


6.4.1.
Op grond van het bovenstaande komt het hof tot de volgende beslissingen:
(…)
- De vorderingen van Pitts Bay in de zaken tussen Pitts Bay enerzijds en [eiser 1] . anderzijds zullen in dit arrest worden afgewezen, met veroordeling van Pitts Bay in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep. (…)De vordering tot terugbetaling van hetgeen op grond van het vernietigde vonnis ten gunste van Pitts Bay is betaald zal het hof als sequeel van de vernietiging toewijzen. Op grond van hetgeen hierna in rechtsoverweging 6.5.12 zal worden overwogen over de verdeling van de door [eiser 1] . veroorzaakte schade over Pitts Bay en Brown-Forman zal blijken dat van de door de rechtbank ten laste van [eiser 1] . toegewezen en door [eiser 1] . op grond van het vonnis betaalde bedragen aan schadevergoeding het grootste deel van de toegewezen schadevergoeding betrekking had op door Pitts Bay geleden schade. Pitts Bay dient hetgeen ten gunste van haar is betaald, met de daarover betaalde rente terug te betalen. (…)”




2.11.
Op 29 juli 2022 heeft de advocaat van [eiser 1] . [gedaagde 5] per brief verzocht om binnen drie dagen te bevestigen dat zijn cliënten aan de (terug)betalingsverplichtingen uit het tussenarrest zullen voldoen.



2.12.
Op 19 augustus 2022 hebben Longnorth, Bacardi, Jack Daniel's en Brown-Forman een overeenkomst tot cessie (hierna: cessie II) gesloten. Hierin staat, samengevat, dat Longnorth en Bacardi de Pitts Bay-vordering op [eiser 1] . overdragen aan Jack Daniel's en Brown-Forman, om te voorkomen dat [eiser 1] . deze vordering kan terugvragen.



2.13.
Op 19 december 2023 heeft het hof een eindarrest (hierna: het eindarrest) gewezen in de zaak van [eiser 1] . tegen Jack Daniel’s en Brown-Forman. Het hof heeft daarin geoordeeld over de hoogte van de schadevergoeding van [eiser 1] . aan Jack Daniel's en Brown-Forman als gevolg van de merkinbreuk. Ook heeft het hof geoordeeld dat cessie II niet rechtsgeldig is, omdat [eiser 1] . vóór cessie II bevrijdend had betaald aan Longnorth en Bacardi, en zij dus ten tijde van cessie II geen vordering hadden om over te dragen.

Verder heeft het hof zich uitgelaten over de Pitts Bay-vordering.
De relevante rechtsoverwegingen daarvan zijn:

“(…)


3.1
Het hof verwijst naar zijn Arrest [het tussenarrest, de rb], dat een tussenarrest is in deze zaak en tevens een eindarrest is in de zaak tussen (…) [eiser 1] . en Pitts Bay.
(…)


3.26
Het hof is van oordeel dat [eiser 1] . op 20 maart 2019 de Pitts Bay vordering bevrijdend heeft betaald. Daartoe is het volgende redengevend. [eiser 1] is in het betekeningsexploit van de deurwaarder ook namens Pitts Bay bevolen aan het Eindvonnis
te voldoen. De Pitts Bay-vordering was toen inmiddels overgedragen aan Longnorth en Bacardi middels een geldige assignment in equity naar het recht van Bermuda, waarvoor
geen mededeling aan de schuldenaar vereist is. Blijkens de considerans van de cessieakte
II stemden Longnorth en Bacardi in met de voortzetting van de procedure op dezelfde wijze als daarvoor en met de incasso van de vordering. Dit impliceert dat zij ook instemden met de betaling aan (de advocaat van) Jack Daniel's c.s. [Jack Daniel’s en Brown-Forman, de rb], althans deze betaling later hebben bekrachtigd. Indien dit niet het geval zou zijn geweest, heeft [eiser 1] . zich er naar het oordeel van het hof terecht op beroepen (aldus begrijpt het hof de stellingen van [eiser 1] .) dat zij op redelijke gronden heeft aangenomen dat de ontvanger van de betaling als schuldeiser tot de prestatie gerechtigd was of dat uit andere hoofde aan hem moest worden betaald als bedoeld in artikel 6:34, lid 1 jo. artikel 6:145 BW, althans dat zij gerechtvaardigd heeft vertrouwd dat (de advocaat van) Jack Daniel's c.s. bevoegd was de betaling van de Pitts Bay-vordering te ontvangen als bedoeld in artikel 3:61, lid 2 BW. [eiser 1] . heeft immers gerechtvaardigd mogen vertrouwen dat (de advocaat van) Jack Daniel's c.s. bevoegd was de betaling te ontvangen door toedoen van Longnorth en Bacardi, althans op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van Longnorth en Bacardi komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Longnorth en Bacardi hebben immers niet zorggedragen voor kennisgeving van de overdracht van de vordering en ook goedgevonden dat de procedure werd voortgezet en geïncasseerd op de naam van de cedent. [eiser 1] . wist ten tijde van de betaling niet dat de vordering was overgedragen.



3.27
De omstandigheid dat [eiser 1] . bevrijdend heeft betaald brengt mee dat de overdracht van deze vordering door Longnorth en Bacardi aan Jack Daniel's c.s. geen rechtsgevolg heeft; er viel immers op 19 augustus 2022 niets meer over te dragen. Het beroep van Jack Daniel's c.s. op cessie II en de daarop gebaseerde verrekening faalt dan ook.



3.28 (…)
De omstandigheid dat [eiser 1] . bevrijdend heeft betaald aan (de rechtsopvolgers van) Pitts Bay brengt mee dat zij het betaalde in beginsel slechts kan terugvorderen van (de rechtsopvolgers van) Pitts Bay. De bevoegde vertegenwoordiger die een onverschuldigde betaling ontving valt er immers tussen uit (artikel 3:66 BW), zodat die vordering uit onverschuldigde betaling moet worden gericht tegen de achterman. Of Jack Daniel's c.s. het ontvangen bedrag heeft doorbetaald aan de rechtsopvolgers van Pitts Bay of dit heeft verrekend is in dit verband niet relevant. Daar [eiser 1] . wellicht de PB terugbetalingsvordering nog in een aparte procedure tegen Jack Daniel's zou willen instellen, geeft het hof hier geen definitief oordeel. (…)”






3Het geschil


3.1.

[eiser 1] . vordert, samengevat, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Longnorth c.s. hoofdelijk veroordeelt om te betalen aan:
I. [eiser 1] : $ 224.800,26 plus rente,
II. [eiser 2] : $ 791.636,27 plus rente,
III. [eiser 1] .: € 10.664,78 en € 27.187,93 plus rente en de proceskosten.



3.2.

[eiser 1] . baseert haar vorderingen op de volgende stellingen. In het tussenarrest heeft het hof de vonnissen vernietigd en geoordeeld dat Pitts Bay moet terugbetalen wat [eiser 1] . op grond van het eindvonnis aan haar heeft betaald. Aan dat oordeel zijn Longnorth en Bacardi gebonden, omdat Longnorth en Bacardi als materiële procespartij waren betrokken bij de procedure bij het hof. Ook zijn zij als rechtsopvolgers van Pitts Bay aan het tussenarrest gebonden door het gezag van gewijsde op grond van artikel 236 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv). Voor zover het gezag van gewijsde niet werkt tegenover Longnorth en Bacardi, geldt dat zij door derden- of precedentwerking alsnog aan het tussenarrest zijn gebonden. Daarnaast heeft [eiser 1] . de Pitts Bay-vordering onverschuldigd betaald (artikel 6:203 BW), omdat de rechtsgrond voor die betaling is komen te vervallen na vernietiging van de vonnissen. De partij die de Pitts Bay-vordering heeft ontvangen, moet deze terugbetalen. [eiser 1] . gaat ervan uit dat dit Longnorth en Bacardi zijn, maar kan niet uitsluiten dat het geld is terechtgekomen bij Jack Daniel’s en/of Brown-Forman, omdat de vordering destijds werd geïncasseerd namens Jack Daniel’s, Brown-Forman en (de rechtsopvolgers van) Pitts Bay gezamenlijk. Verder heeft Longnorth c.s. onrechtmatig tegenover [eiser 1] . gehandeld. [gedaagde 5] heeft in eerste aanleg de rechtbank onjuist geïnformeerd over de gevolgen van de ontbinding van Pitts Bay, jarenlang opgetreden voor een spookpartij (Pitts Bay) en geprobeerd (terug)betaling van de Pitts Bay-vordering te voorkomen. Longnorth, Bacardi, Jack Daniel's en Brown-Forman hebben [eiser 1] . op onrechtmatige wijze gedwongen het eindvonnis na te komen en hebben niet ingegrepen toen [gedaagde 5] de rechtbank onjuist had ingelicht over de ontbinding van Pitts Bay. Ook Longnorth en Bacardi hebben met cessie II op onrechtmatige wijze geprobeerd terugbetaling van de Pitts Bay-vordering te voorkomen. Een deel van de vorderingen in deze procedure ziet op de proceskosten in eerste en tweede aanleg waartoe Pitts Bay in het tussenarrest is veroordeeld. De grondslag van die vorderingen is ten aanzien van Longnorth en Bacardi onverschuldigde betaling, ten aanzien van Jack Daniel’s, Brown-Forman en [gedaagde 5] onrechtmatige daad.



3.3.
Longnorth c.s. voert gemotiveerd verweer.





4De beoordeling


rechtsmacht en toepasselijk recht



4.1.
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht en deze rechtbank is bevoegd kennis te nemen van het geschil. Voor Longnorth (gevestigd in Ierland) geldt dit op grond van artikel 26 lid 1 Brussel I bis-Verordening, omdat zij is verschenen zonder aan te voeren dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft en er geen sprake is van een ander gerecht dat op grond van artikel 24 Brussel I bis-Verordening bij uitsluiting bevoegd is. Voor de andere gedaagden (gevestigd in Bermuda of de Verenigde Staten) kan rechtsmacht worden aangenomen op grond van artikel 7 Rv.



4.2.
Het Nederlandse recht is van toepassing, gelet op de impliciete keuze van de procespartijen voor Nederlands recht.



[gedaagde 5] : niet onrechtmatig gehandeld




4.3.

[eiser 1] . stelt dat [gedaagde 5] aansprakelijk is voor schade die [eiser 1] . heeft geleden, omdat hij zijn zorgplicht heeft geschonden. Dat komt volgens [eiser 1] . door het volgende. [gedaagde 5] heeft in de procedure in eerste aanleg ten onrechte gemeld dat de gevolgen van de ontbinding van Pitts Bay als rechtspersoon niet relevant zijn voor die procedure (zie onder 2.7). Dat klopt niet, want naar het recht van Bermuda bestond Pitts Bay niet meer vanaf het moment van ontbinding, en dus had Pitts Bay geen vordering kunnen instellen tegen [eiser 1] . [gedaagde 5] wist of behoorde te weten dat zijn mededeling niet juist was. Hij had geen (deugdelijk) onderzoek gedaan en heeft geen expertise in het recht van Bermuda. Als [gedaagde 5] de rechtbank juist had ingelicht, dan zou de rechtbank de vorderingen van Pitts Bay niet hebben toegewezen. Daarnaast heeft [gedaagde 5] een ongerechtvaardigde inbreuk gemaakt op de belangen van [eiser 1] . door jarenlang op te treden voor Pitts Bay, die een spookpartij bleek te zijn. Ook heeft [gedaagde 5] namens het toen al niet bestaande Pitts Bay de Pitts Bay-vordering geïncasseerd en met cessie II geprobeerd te voorkomen dat de Pitts Bay-vordering zou worden terugbetaald aan [eiser 1] .



4.4.
Longnorth c.s. doet primair een beroep op verjaring. Daarnaast betwist hij dat [gedaagde 5] onrechtmatig tegenover [eiser 1] . heeft gehandeld.



4.5.
De drempel voor het aannemen van aansprakelijkheid van een advocaat tegenover derden ligt hoog, omdat uitgangspunt is dat een advocaat het belang van zijn cliënt behartigt en zich partijdig opstelt. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een advocaat gehouden zijn bij zijn dienstverlening aan de cliënt rekening te houden met hem bekende of redelijkerwijs kenbare belangen van derden die in voor hen nadelige zin zouden kunnen worden geraakt door het (voorgenomen) handelen of nalaten waarop zijn dienstverlening betrekking heeft.



4.6.
De vorderingen tegen [gedaagde 5] worden afgewezen. [gedaagde 5] heeft als advocaat de belangen van zijn cliënten behartigd en daarbij geen feitelijk onjuiste mededelingen gedaan. [gedaagde 5] heeft in de vorige procedure het standpunt ingenomen dat de status van Pitts Bay als (ontbonden) vennootschap naar het recht van Bermuda niet relevant was, omdat ten overstaan van de Nederlandse rechter de procesbevoegdheid van een niet-bestaande buitenlandse vennootschap moet worden beoordeeld naar Nederlands procesrecht. Hij heeft bepleit dat Pitts Bay als niet meer bestaande vennootschap kon doorprocederen. Dat stond hem vrij. Ook is op een andere manier niet gebleken van onrechtmatig handelen van [gedaagde 5] . [gedaagde 5] heeft naar aanleiding van het tussenarrest en het eindarrest namens zijn cliënten een bepaalde strategie gevolgd, wat hij gelet op zijn rol als advocaat mocht doen. Partijen zijn het immers met elkaar oneens hoe de uitspraken van het hof moeten worden uitgelegd.



4.7.
Aangezien de vordering tegen [gedaagde 5] op inhoudelijke grond al niet slaagt, behoeft het beroep van Longnorth c.s. op verjaring geen behandeling.


Longnorth en Bacardi




4.8.

[eiser 1] . stelt dat Longnorth en Bacardi gehouden zijn om de Pitts Bay-vordering (terug) te betalen en voert daarvoor drie gronden aan. Volgens [eiser 1] . zijn Longnorth en Bacardi gebonden aan het tussenarrest en daarin heeft het hof geoordeeld dat Pitts Bay de Pitts Bay-vordering moet terugbetalen. Longnorth en Bacardi moeten aan die beslissing voldoen, omdat zij als materiële procespartij waren verbonden aan de procedure bij het hof. Ook zijn zij als rechtsopvolgers van Pitts Bay gebonden aan het oordeel van het hof op grond van het gezag van gewijsde (artikel 236 Rv). Voor zover het gezag van gewijsde niet werkt tegenover Longnorth en Bacardi, geldt dat door derden- of precedentwerking Longnorth en Bacardi alsnog aan het tussenarrest zijn gebonden. Daarnaast heeft [eiser 1] . de Pitts Bay-vordering onverschuldigd betaald aan (waarschijnlijk) Longnorth en Bacardi, omdat de rechtsgrond voor die betaling is komen te vervallen na vernietiging van de vonnissen. De derde grond die [eiser 1] . aanvoert is onrechtmatige daad. [eiser 1] . stelt dat Longnorth en Bacardi op onrechtmatige wijze [eiser 1] . hebben gedwongen het eindvonnis na te komen en niet hebben ingegrepen toen [gedaagde 5] de rechtbank onjuist had ingelicht over de ontbinding van Pitts Bay. Ook hebben zij met cessie II op onrechtmatige wijze geprobeerd (terug)betaling van de Pitts Bay-vordering te voorkomen. De onrechtmatige handelingen uit naam van Pitts Bay zijn toe te rekenen aan Longnorth en Bacardi als haar rechtsopvolgers. Longnorth c.s. voert gemotiveerd verweer.



4.9.
De rechtbank wijst de vorderingen tegen Longnorth en Bacardi grotendeels af, omdat zij als rechtsopvolgers niet zijn gebonden aan de veroordeling van Pitts Bay in het tussenarrest. Ook heeft [eiser 1] . de Pitts Bay-vordering niet onverschuldigd betaald aan Longnorth en Bacardi, en is er geen onrechtmatige daad. De rechtbank legt uit waarom, aan de hand van de verschillende gronden die [eiser 1] . aanvoert.


niet gebonden aan veroordeling Pitts Bay




4.10.
Longnorth en Bacardi waren in de procedure bij het hof geen materiële procespartij. Zij waren niet als formele procespartij betrokken. Het hof heeft in het tussenarrest onder 6.1.12 geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat Pitts Bay optrad als lasthebber van een vorderingsgerechtigde.



4.11.
Het gezag van gewijsde van artikel 236 Rv gaat over de binding van een latere rechter aan beslissingen in een eerdere, in kracht van gewijsde gegane uitspraak. Op grond van lid 2 van hetzelfde wetsartikel geldt deze regel ook in een latere zaak tegen de rechtsopvolger van de eerdere procespartij. Uit het wetsartikel volgt echter niet dat de rechtsopvolger gebonden is aan de veroordeling uit de eerdere uitspraak. Dit volgt ook niet uit het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 1983 dat [eiser 1] . in de dagvaarding aanhaalt. De executoriale kracht van de beslissing van de rechter geldt op grond van artikel 430 Rv in beginsel alleen tegen de partij die is veroordeeld. Artikel 236 Rv brengt daarom slechts mee dat de rechtbank in deze procedure tegen de rechtsopvolger van Pitts Bay is gebonden aan het oordeel van het hof in het tussenarrest dat Pitts Bay haar vorderingen in december 2007 heeft overgedragen aan Longnorth en Bacardi. Meer of anders niet. Het gezag van gewijsde van het tussenarrest maakt dus niet dat Longnorth en Bacardi de Pitts Bay-vordering moeten (terug)betalen aan [eiser 1] .



4.12.
Het beroep op derden- of precedentwerking is ook geen grond voor toewijzing van een terugbetalingsverplichting tegenover Longnorth en Bacardi.


Pitts Bay-vordering niet onverschuldigd betaald




4.13.
Het beroep van [eiser 1] . op onverschuldigde betaling veronderstelt dat [eiser 1] . heeft betaald aan Longnorth en Bacardi. Ook Longnorth c.s. voert aan dat [eiser 1] . heeft betaald aan Longnorth en Bacardi, zodat dit als vaststaand kan worden aangenomen. De stelplicht en bewijslast van de stelling dat haar betaling zonder rechtsgrond is gedaan, rusten op [eiser 1] . De enkele stelling dat het eindvonnis is vernietigd, is daarvoor onvoldoende. Het hof heeft immers niet geoordeeld dat de Pitts Bay-vordering niet bestond, maar slechts dat Pitts Bay die vordering had gecedeerd aan Longnorth en Bacardi. Bij de beoordeling of de betaling onverschuldigd is geweest, gaat het er dus om of de Pitts Bay-vordering materieel bestond. Als dat het geval was, was de betaling niet zonder rechtsgrond.



4.14.
Longnorth c.s. hebben in dit kader aangevoerd dat is komen vast te staan dat [eiser 1] . zich schuldig heeft gemaakt aan merkinbreuk en dat Pitts Bay als importeur daardoor schade heeft geleden, die [eiser 1] . moet vergoeden. Longnorth c.s. heeft ook gewezen op rechtsoverweging 3.26 van het eindarrest, waarin het hof heeft vastgesteld dat [eiser 1] . de Pitts Bay-vordering (via [gedaagde 5] ) bevrijdend heeft betaald aan Longnorth en Bacardi. Tegenover deze gemotiveerde betwisting van de onverschuldigdheid, is het aan [eiser 1] . om te stellen en onderbouwen dat op haar geen verbintenis tot schadevergoeding rustte of dat zij was gehouden tot een lagere schadevergoeding. Hierover heeft [eiser 1] . niets gesteld. Ook op deze grond heeft [eiser 1] . dus geen recht op terugbetaling van de Pitts Bay-vordering.



4.15.
Dit ligt anders voor de proceskostenvergoeding die [eiser 1] . naar aanleiding van het eindvonnis ten behoeve van Pitts Bay heeft betaald, door het hof vastgesteld op een bedrag van € 10.664,78. Met het tussenarrest is de rechtsgrond aan deze betaling komen te ontvallen. De rechtbank neemt aan dat ook dit bedrag aan Longnorth en Bacardi is betaald, zodat Longnorth en Bacardi zullen worden veroordeeld tot terugbetaling, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2022 (zie onder 2.11).



4.16.
Voor wat betreft de proceskosten van [eiser 1] . in het hoger beroep, geldt dat [eiser 1] . slechts een vordering heeft tegen Pitts Bay als procespartij. Er is geen grond om Longnorth en Bacardi te veroordelen tot vergoeding van deze kosten.


niet onrechtmatig gehandeld




4.17.
Volgens [eiser 1] . hebben Longnorth en Bacardi haar op onrechtmatige wijze gedwongen tot nakoming van het eindvonnis. Die stelling volgt de rechtbank niet. Uitgangspunt in de rechtspraak is dat een partij die door dreiging met executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis de wederpartij heeft gedwongen tot nakoming van dat vonnis voordat dit in kracht van gewijsde is gegaan, in beginsel onrechtmatig handelt en schadeplichtig is wanneer het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. In dit geval ligt dat genuanceerder, omdat de vernietiging van het eindvonnis niet was gebaseerd op het niet-bestaan van de Pitts Bay-vordering, maar slechts was gelegen in het feit dat die vordering met cessie I was overgedragen aan Longnorth en Bacardi, die de betaling ook in ontvangst hebben genomen. Afgezien daarvan, heeft [eiser 1] . ook niet duidelijk gemaakt welke schade zij als gevolg van de dreiging met executie heeft geleden. Het voldoen van een vordering aan de juiste partij kwalificeert in ieder geval niet als schade.
Voor het verwijt van [eiser 1] . dat Longnorth en Bacardi hebben toegestaan en niet hebben ingegrepen toen [gedaagde 5] in de vorige procedure onjuiste mededelingen deed, wordt verwezen naar wat hiervoor onder 4.6 is overwogen. Daar is vastgesteld dat van onjuiste mededelingen door [gedaagde 5] geen sprake was. Los daarvan waren Longnorth en Bacardi geen procespartijen in die procedure en trad [gedaagde 5] niet namens hen op. Longnorth en Bacardi zijn dus niet aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad.


Jack Daniel’s en Brown-Forman: niet onrechtmatig gehandeld en geen onverschuldigde betaling




4.18.

[eiser 1] . stelt dat Jack Daniel's en Brown-Forman haar op onrechtmatige wijze hebben gedwongen het eindvonnis na te komen, omdat het eindvonnis is vernietigd. De schade die [eiser 1] . stelt daardoor te hebben geleden bestaat uit de onterechte betaling van de Pitts Bay-vordering en de proceskosten. Ook stelt [eiser 1] . dat Jack Daniel's en Brown-Forman onrechtmatig hebben gehandeld, omdat zij niet hebben ingegrepen toen [gedaagde 5] de rechtbank onjuist had geïnformeerd over de gevolgen van de ontbinding van Pitts Bay. Daarnaast stelt [eiser 1] . dat Jack Daniel's en Brown-Forman aansprakelijk zijn op grond van onverschuldigde betaling, omdat Jack Daniel's en Brown-Forman mogelijk de betaling van de Pitts Bay-vordering hebben ontvangen.



4.19.
Jack Daniel's en Brown-Forman betwisten dat zij onrechtmatig hebben gehandeld en dat zij de betalingen hebben ontvangen.



4.20.
De rechtbank heeft onder 4.6 vastgesteld dat [gedaagde 5] de rechtbank in de vorige procedure niet onjuist heeft ingelicht, zodat de gestelde aansprakelijkheden op die grond tegen Jack Daniel's en Brown-Forman niet slaagt. Ook zijn Jack Daniel's en Brown-Forman niet aansprakelijk voor de Pitts Bay-vordering op grond van onrechtmatige daad. De rechtbank komt tot dit oordeel op dezelfde gronden als zij hierover heeft overwogen ten aanzien van Longnorth en Bacardi onder rechtsoverweging 4.17.



4.21.
Ook heeft [eiser 1] . niet onverschuldigd betaald aan Jack Daniel's en Brown-Forman. De rechtbank heeft vastgesteld dat [eiser 1] . de Pitts Bay-vordering en de proceskostenvergoeding heeft betaald aan Longnorth en Bacardi (zie onder 4.13). [eiser 1] . heeft de Pitts Bay-vordering en de proceskostenvergoeding dus niet (onverschuldigd) betaald aan Jack Daniel's en Brown-Forman.


conclusie: vorderingen [eiser 1] . grotendeels niet toewijsbaar




4.22.
De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van [eiser 1] . nagenoeg geheel worden afgewezen.


proceskosten




4.23.

[eiser 1] . is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Longnorth c.s. worden begroot op:









- griffierecht





6.617,00







- salaris advocaat





9.262,00


(2 punten × € 4.631,00)




- nakosten





189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





16.068,00



















5De beslissing

De rechtbank


5.1.
veroordeelt Longnorth en Bacardi om aan [eiser 1] . te betalen een bedrag van € 10.664,78, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 1 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling,



5.2.
wijst de vorderingen van [eiser 1] . voor het overige af,



5.3.
veroordeelt [eiser 1] . in de proceskosten van € 16.068,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser 1] . niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
verklaart de veroordeling onder 5.1 en de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. T.T. Hylkema, mr. H.C. Hoogeveen en mr. I.H.J. Konings, rechters, bijgestaan door mr. R. Hafith en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.



HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:61.


Hoge Raad 10 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4613.


Hoge Raad, 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:542.
Link naar deze uitspraak