Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:GHARL:2026:1939 
 
Datum uitspraak:31-03-2026
Datum gepubliceerd:08-04-2026
Instantie:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zaaknummers:200.347.226
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Chaletpark, service-overeenkomst. Prijswijzigingsbeding in serviceovereenkomst is oneerlijk en onredelijk bezwarend en dus vernietigbaar. In rekening gebrachte aanvullende servicekosten zijn onverschuldigd betaald. Artt. 3 lid 1 van Richtlijn 93/13/ EEG, en 6:233 sub a BW, blauwe lijst en zwarte lijst.
Trefwoorden:boomopstanden
burgerlijk wetboek
koopovereenkomst
omzetbelasting
perceel
wettelijke rente
 
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.347.226
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 557600)



arrest van 31 maart 2026


in de zaak van


CHALET PARC DE VECHTOEVER B.V.,
die is gevestigd te Nederhorst den Berg,
hierna: de Vechtoever,
advocaat: mr. S.J. van Susante

en

1. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] ,
die wonen te [woonplaats1] ;
2. [geïntimeerde3] ,
die woont te [woonplaats2] ;
3. [geïntimeerde4] en [geïntimeerde5] ,
die wonen te [woonplaats3] ;
4. [geïntimeerde6] en [geïntimeerde7] ,
die wonen te [woonplaats4] ;
5. [geïntimeerde8] ,
die woont te [woonplaats5] ;
6. [geïntimeerde9] en [geïntimeerde10] ,
die wonen te [woonplaats6] ;
7. [geïntimeerde11] ,
die woont te [woonplaats7] ;
8. [geïntimeerde12] ,
die woont te [woonplaats8] ;
9. [geïntimeerde13] en [geïntimeerde14] ,
die wonen te [woonplaats9] ;
10. [geïntimeerde15] en [geïntimeerde16] ,
die wonen te [woonplaats10] ;
11. [geïntimeerde17] ,
die woont te [woonplaats11] ;
12. [geïntimeerde18] ,
die woont te [woonplaats12] ;
13. [geïntimeerde19] en [geïntimeerde20] ,
die wonen te [woonplaats13] ;
14. [geïntimeerde21] en [geïntimeerde22] ,
die wonen te [woonplaats14] ;
15. [geïntimeerde23] ,
die woont te [woonplaats15] ;
16. [geïntimeerde24] en [geïntimeerde25] ,
die wonen te [woonplaats16] ;
17. [geïntimeerde26] en [geïntimeerde27] ,
die wonen te [woonplaats17] ;
18. [geïntimeerde28] en [geïntimeerde29] ,
die wonen te [woonplaats18] ;
19. [geïntimeerde30] ,
die woont te [woonplaats19] ;
20. [geïntimeerde31] en [geïntimeerde32] ,
die wonen te [woonplaats20] (Oostenrijk);
21. [geïntimeerde33] ,
die woont te [woonplaats21] ;
22. [geïntimeerde34] ,
die woont te [woonplaats22] ;
23. [geïntimeerde35] en [geïntimeerde36] ,
die wonen te [woonplaats23] ;
24. [geïntimeerde37] ,
die woont te [woonplaats24] ;
25. [geïntimeerde38] en [geïntimeerde39] ,
die wonen te [woonplaats25] ;
26. [geïntimeerde40] ,
die woont te [woonplaats26] ;
27. [geïntimeerde41] ,
die woont te [woonplaats27] ;
28. [geïntimeerde42] ,
die woont te [woonplaats28] ;
29. [geïntimeerde43] en [geïntimeerde44] ,
die wonen te [woonplaats29] ;
30. [geïntimeerde45] en [geïntimeerde46] ,
die wonen te [woonplaats30] ;
31. [geïntimeerde47] ,
die woont te [woonplaats31] ;
32. [geïntimeerde48] en [geïntimeerde49] ,
die wonen te [woonplaats32] ;
33. [geïntimeerde50] ,
die woont te [woonplaats33] ;
34. [geïntimeerde51] ,
die woont te [woonplaats34] :
35. [geïntimeerde52] en [geïntimeerde53] ,
die wonen te [woonplaats35] :
36. [geïntimeerde54] en [geïntimeerde55] ,
die wonen te [woonplaats36] ;
37. [geïntimeerde56] ,
die woont te [woonplaats37] ;
38. [geïntimeerde57] en [geïntimeerde58] ,
die wonen te [woonplaats38] ;
39. [geïntimeerde59] en [geïntimeerde60] ,
die wonen te [woonplaats39] ;
40. [geïntimeerde61] ,
die woont te [woonplaats40] ;
41. [geïntimeerde62] en [geïntimeerde63] ,
die wonen te [woonplaats41] ;
42. [geïntimeerde64] en [geïntimeerde65] ,
die wonen te [woonplaats42] ;
43. [geïntimeerde66] ,
die woont te [woonplaats43] ;
44. [geïntimeerde67] ,
die woont te [woonplaats44] ;
45. [geïntimeerde68] ,
die woont te [woonplaats45] ;
46. [geïntimeerde69] ,
die woont te [woonplaats46] ;
47. [geïntimeerde70] ,
die woont te [woonplaats47] ;
48. [geïntimeerde71] ,
die woont te [woonplaats48] ;
49. [geïntimeerde72] ,
die woont te [woonplaats49] en
50. [geïntimeerde73] ,
die woont te [woonplaats50] ;
hierna gezamenlijk: [geïntimeerden] c.s. (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. M.P.H. van Wezel





1Het verloop van de procedure in hoger beroep


1.1.
De Vechtoever heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, (hierna: de rechtbank) op 22 mei 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:


de dagvaarding in hoger beroep


de memorie van grieven


de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep en eiswijziging


de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep


een brief van De Vechtoever van 16 december 2025 met productie 15


het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 13 januari 2026 is gehouden.








2De kern van de zaak


2.1.
De Vechtoever heeft in de periode van 2021 tot en met 2023, in aanvulling op het
vaste bedrag aan servicekosten, kosten aan [geïntimeerden] c.s. in rekening gebracht. [geïntimeerden] c.s.
betwist dat deze kosten aan hem in rekening kunnen worden gebracht op basis van de
serviceovereenkomst en vorderde bij de rechtbank de door hem betaalde bedragen terug.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de serviceovereenkomst alleen grondslag biedt voor de kosten die De Vechtoever in rekening heeft gebracht voor vernieuwing van het zwembad en dat voor de overige ter discussie staande kostenposten geen rechtsgrond bestaat. De beslissing van de rechtbank was dan ook dat De Vechtoever de vergoedingen voor die posten moet terugbetalen.



2.2.
De bedoeling van het hoger beroep van De Vechtoever is dat de toegewezen vorderingen alsnog geheel worden afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [geïntimeerden] c.s. is dat het afgewezen deel van de vordering alsnog wordt toegewezen en dat de overige beslissingen van de rechtbank (met een paar aanpassingen) overeind blijven.



2.3.
Het hof zal beslissen dat de vorderingen van [geïntimeerden] c.s. , zoals die bij de rechtbank waren ingediend, alsnog (vrijwel) geheel worden toegewezen, met inbegrip van de gevraagde wijzigingen in hoger beroep. Dat betekent dat De Vechtoever in hoger beroep geen gelijk krijgt. Het hof laat het vonnis van de rechtbank dus deels in stand en beslist voor een deel anders.






3De toelichting op de beslissing van het hof


Internationale aspecten



3.1.
Deze zaak heeft een internationaal aspect, omdat [geïntimeerde31] en [geïntimeerde32] in Oostenrijk wonen. Op grond van artikel 4 van de EU-Verordening nr. 1215/2012 (Brussel I-bis) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht, omdat De Vechtoever - de oorspronkelijk gedaagde - gevestigd is in Nederland.



3.2.
De rechtbank heeft geen expliciete overweging gewijd aan de vraag welk recht van toepassing is, maar heeft in de beoordeling van het geschil tussen partijen het Nederlands recht toegepast. Omdat hiertegen geen grief is gericht, zal ook het hof het geschil naar Nederlands recht beoordelen.


Wat is er gebeurd?




3.3.
In hoger beroep staat de feitelijke achtergrond, waarvan de rechtbank is uitgegaan, op zichzelf niet ter discussie. Voor het overzicht zet het hof dit hieronder nog een keer op een rij.



3.4.

[geïntimeerden] c.s. is eigenaar van één of meer kavels op De Vechtoever, een chaletpark aan de rivier de Vecht in Nederhorst den Berg met ongeveer 220 kavels, waarop ongeveer 160 chalets staan. De Vechtoever heeft daarvan zelf 31 chalets in eigendom voor verhuur. Voor werkzaamheden die op het park moeten worden uitgevoerd geldt een serviceovereenkomst (verder: de service-overeenkomst), die tussen De Vechtoever en de individuele kaveleigenaar is gesloten. De service-overeenkomsten tussen De Vechtoever en de kaveleigenaren zijn identiek. In 2021 bedroegen de servicekosten € 2.065,85 per jaar per kavel.



3.5.
In de considerans en in artikel 1 onder c en d en in artikel 3 lid 4 en lid 7 van de service-overeenkomst is bepaald:

“in aanmerking nemende:
1. (…);
2. dat in verband met de hierna onder artikel 1 vermelde werkzaamheden van De Vechtoever , waaronder begrepen de instandhouding van de thans aanwezige centrale voorzieningen, algemene terreinen met infrastructuur en dergelijke, de ondergetekende(n) sub 1, in hoedanigheid van eigenaar, servicekosten verschuldigd is /zijn aan De
Vechtoever;
Artikel 1- Werkzaamheden De Vechtoever
De Vechtoever zal zorgdragen voor casu quo uitvoering geven aan, de navolgende zaken, zoals een goed beheerder betaamt:
(…)
c. de instandhouding van de aanwezige centrale voorzieningen op De Vechtoever;
d. de instandhouding en het onderhoud van de algemene terreingedeelten, wegen, paden, speelterreinen enzovoorts en de zich daarin /daarop bevindende infrastructurele voorzieningen, te weten:
1. het grasmaaien van gronden behorende bij de algemene terreinen van Chalet Parc De Vechtoever;
2. het snoeien van boomopstanden en struiken, welke staan in groenstroken toebehorend aan Chalet Parc De Vechtoever;
3. het verrichten van onderhoud aan de (semi)verharde wegen en paden, welke toegankelijk zijn voor auto's, fietsers en voetgangers en alleen betreffende klinker- en asfaltwegen, één en ander ter beoordeling van De Vechtoever;
4. het zonodig vervangen en repareren van de terreinverlichting;
5. het onderhoud van de infrastructuur welke eigendom blijft van De Vechtoever , zoals leidingen, kabels en riolering (energiemeters uitgezonderd), een en ander ter beoordeling van De Vechtoever;
(…)
Artikel 3 - Servicekosten
1. De vergoeding, die de eigenaar aan de Vechtoever verschuldigd is voor de tenuitvoerlegging van voormelde werkzaamheden bedraagt per jaar: ingaande 2017 € 1.880,84 (…), inclusief omzetbelasting, (…) per perceel, per de door de eigenaar in eigendom gehouden grond.
(…)
4. Eenmaal in de vijf jaar, voor het eerst op 1 januari 2022 zal op verlangen van de Vechtoever dan wel op verlangen van de eigenaar de laatstgeldende vaste vergoedingen kunnen worden herzien op basis van de alsdan geldende omstandigheden. Indien één van de bedoelde partijen een zodanige herziening verlangt, zal die partij de wederpartij daarvan vóór 1 oktober voorafgaande aan de betreffende herzieningsdatum, in kennis moeten stellen. Partijen verplichten zich over en weer om alsdan naar redelijkheid omtrent een eventuele
herziening te onderhandelen en om elkaar over en weer alle daarmee verband houdende gegevens te verstrekken.
(…)
7. De hiervoor vermelde vergoeding met betrekking tot de servicekosten, zal met inachtneming van voormelde indexering, tevens verhoogd kunnen worden indien De Vechtoever overgaat tot vernieuwing en /of vervanging en / of uitbreiding van de huidige op De Vechtoever aanwezige centrale voorzieningen.”

In artikel 4 van de service-overeenkomst is, samengevat, opgenomen dat de eigenaar van een kavel op De Vechtoever verplicht is bij overdracht daarvan de rechten en verplichtingen uit de service-overeenkomst onder kettingbeding aan rechtsopvolgers op te leggen.



3.6.
In de akte van levering van de percelen van [geïntimeerden] c.s. is daarnaast, op pagina 18, een kwalitatieve verplichting opgenomen:

"C. Kwalitatieve verplichtingen
1. De eigenaar moet gedogen, dat voor openbare doeleinden en/of doeleinden voor het Chalet Parc De Vechtoever palen, kabels, brandgangen, oeverbeschoeiing, draden en pijpleidingen, op, in of aan het verkochte en de daarop aanwezige casu quo op te richten recreatieverblijven met toebehoren, worden aangebracht en onderhouden / vervangen en, indien deze voorzieningen inmiddels zijn aangebracht, kunnen worden onderhouden / vervangen, op de plaatsen waar en de wijze waarop de verkoper dit nodig acht. De eigenaar is verplicht om al hetgeen krachtens deze voorwaarde is aangebracht in ongewijzigde toestand te laten bestaan.
(…)”

Onder bijzondere bepalingen is op pagina 26 van de akte van levering onder punt 4 opgenomen:

“ het feit dat in de koopprijs een bedrag van € 1.000,00 is begrepen als koopprijs voor de aan de Vereniging van Eigenaren Chalet Parc De Vechtoever in eigendom over te dragen centrale en gemeenschappelijke voorzieningen, zoals receptie, horecavoorzieningen,
speelvelden met eventueel aanwezige speeltoestellen, infrastructurele voorzieningen, groenstroken en dergelijke, echter met uitzondering van de woning met voorliggende tuin en het aangrenzende weiland. (…)”



3.7.
In de jaarnota’s van 2021 tot en met 2023 zijn drie posten opgenomen waarop de discussie tussen partijen ziet. Het gaat om de volgende posten (hierna: de posten):
Jaarnota 2021 € 160,23 voor vernieuwing van het zwembad
Jaarnota 2022 € 33,92 voor vervanging van het rioolpompgemaal
Jaarnota 2023 € 84,56 voor eenmalige toeslag in verband met vervanging en
€ 500,00 voor vervanging van beschoeiing en steigers.
======
Totaal: € 778,71
In de toelichting op de jaarnota 2023 van De Vechtoever is opgenomen dat het bedrag van € 84,56 ziet op kosten voor het plaatsen van een camerasysteem, het realiseren van parkeervakken, vervanging van het hekwerk bij het afvalstation en het toegankelijk maken van de groencontainer (hierna: toeslag voor onderdelen).



3.8.
Bij brief van 27 februari 2023 aan De Vechtoever heeft [geïntimeerden] c.s. de vernietiging ingeroepen van artikel 3 lid 4 en lid 7 van de service-overeenkomst. De individuele eigenaren hebben vervolgens onder protest een deel van of alle posten voldaan.



3.9.
De Vechtoever heeft bureau [naam1] gevraagd een objectieve benchmark en een
branchekundig oordeel te geven over de servicekosten. In het rapport van [naam1] staat als conclusie vermeld:
“Het huidige tarief voor de servicekosten dekt bijna de werkelijk kosten van het dagelijkse toezicht en beheer op het park, maar is onvoldoende om de investeringen die samenhangen met de vervanging of uitbreiding van gebouwen, infrastructuur (onder- en bovengronds) en centrale voorzieningen te betalen.
Aanbeveling is om voor de herziening van het tarief na 5 jaar te inventariseren welke vervangingen de komende 5 jaar noodzakelijk zijn en die in overleg met de chaleteigenaren in het tarief voor de volgende 5 jaar mee te nemen.
Het berekende tarief dat De Vechtoever zou moeten hanteren ligt bij de benchmark ver onder het gemiddelde en bevindt zich in de onderste regionen van de servicekosten van parken in Nederland. Dat laat zien dat het tarief nog voldoende ruimte biedt voor verhoging om zo ook vervangingsinvesteringen mee te nemen in de tariefstelling.”


Standpunten van partijen in hoger beroep




3.10.

[geïntimeerden] c.s. voert het volgende aan. De betaalde bedragen voor de posten zijn onverschuldigd betaald en moeten door De Vechtoever volledig worden terugbetaald. Het consumentenrecht is van toepassing. Het beding in artikel 3.7 van de service-overeenkomst is rechtsgeldig vernietigd bij brief van 27 februari 2023, omdat het onredelijk bezwarend is. Het beding is een prijswijzigingsbeding en valt onder 1.j en 1.l van de zogenoemde blauwe lijst, wat een aanwijzing is dat het een oneerlijk beding betreft. De Vechtoever heeft daarnaast niet voldaan aan de precontractuele informatieplicht, het beding is niet transparant en er is geen reële opzegmogelijkheid van de service-overeenkomst. Hoe dan ook vallen de posten niet onder ‘centrale voorziening’ in de zin van artikel 3.7 van de service-overeenkomst. Deze posten kunnen dus ook om die reden niet op basis van die bepaling in rekening worden gebracht. Evenmin kan dat op basis van artikel 3.4 van de service-overeenkomst, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van die bepaling. Er is namelijk telkens niet vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar gemeld dat er een wens is om de servicekosten te herzien. Ook is er niet onderhandeld over een herziening en zijn geen daarmee verband houdende gegevens verstrekt. Een herziening van de servicekosten op de voet van artikel 3.4 van de service-overeenkomst is alleen mogelijk als partijen daarover overeenstemming bereiken.



3.11.
De Vechtoever verweert zich als volgt. De betaalde bedragen hoeven niet te worden terugbetaald, want die zijn niet onverschuldigd voldaan. De rechtsgrond voor de betalingen is namelijk artikel 3.7 van de service-overeenkomst. Dat betreft een kernbeding van de overeenkomst, geen algemene voorwaarde. Het ziet namelijk op de prijs van de dienstverlening en raakt daarmee de kern van de prestaties. Het consumentenrecht is niet van toepassing. Als artikel 3.7 van de service-overeenkomst wel een algemene voorwaarde is, dan betreft het geen oneerlijk of onredelijk bezwarend beding. De service-overeenkomst is voorafgaand aan het ondertekenen van de koopovereenkomst verstrekt en apart door koper ondertekend. Het is een beknopt document waardoor eenvoudig van de inhoud kan worden kennisgenomen. De eigenaren laten zich daarnaast makkelijk verenigen en De Vechtoever hanteert geen winstoogmerk. Er kan dan ook een gelijkenis worden getrokken met een situatie waarin een VvE actief is. In de praktijk wordt er daarnaast door de Vechtoever steeds om dialoog verzocht. Dat brengt mee dat er evenwicht is in de relatie en misbruik niet mogelijk is. Artikel 6:2 Burgerlijk Wetboek (BW) is een extra waarborg tegen misbruik van artikel 3.7 van de service-overeenkomst. Het artikel is helder. Het opzeggen van de service-overeenkomst is ondenkbaar gezien de aard van de overeenkomst. De posten betreffen centrale voorzieningen in de zin van dat artikel, omdat daaronder ook infrastructurele voorzieningen worden begrepen. Artikel 3.4 van de service-overeenkomst vereist geen overeenstemming voor een herziening van de servicekosten, alleen dat er wordt onderhandeld en dat er informatie wordt uitgewisseld.


Toetsingskader




3.12.
Artikel 6:233 sub a BW bepaalt dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is als het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijdse kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Dit artikel moet worden uitgelegd in het licht van de bepalingen van Richtlijn 93/13.



3.13.
Op grond van artikel 3 lid 1 van Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd als het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Voor de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, en alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, in aanmerking genomen, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft (artikel 4 van Richtlijn 93/13).



3.14.
Artikel 3.7 van de service-overeenkomst betreft een prijswijzingsbeding. [geïntimeerden] c.s. doet ten aanzien hiervan een beroep op art. 6:233, aanhef en onder a BW en op Richtlijn 93/13. Volgens De Vechtoever dient niet aan deze regels te worden getoetst, omdat artikel 3.7 van de service-overeenkomst een kernbeding is (en dus geen algemene voorwaarde in de zin van voornoemd wetsartikel en genoemde richtlijn) en omdat het maar de vraag is of alle chaleteigenaren die als partij in deze zaak zijn betrokken ook als consument hebben te gelden.


Is art. 3.7 een kernbeding of algemene voorwaarde?




3.15.
De vraag of artikel 3.7 van de service-overeenkomst een algemene voorwaarde of kernbeding betreft is van belang, omdat een kernbeding in beginsel niet onderworpen is aan de hiervoor geschetste toetsing, mits het beding duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd (artikel 6:231 aanhef en onder a BW). Het begrip ‘kernbeding’ moet zo beperkt mogelijk worden opgevat. Het is niet bepalend of het beding een voor de gebruiker belangrijk punt regelt, maar of - objectief bezien - de overeenkomst zonder het beding niet tot stand zou kunnen komen omdat de verbintenissen van partijen dan onvoldoende bepaalbaar zouden zijn. De rechtbank heeft (in rechtsoverweging 4.4 van het bestreden vonnis) op goede gronden overwogen dat artikel 3.7 van de service-overeenkomst geen kernbeding is, omdat ook zonder het bestaan van deze bepalingen de overeenkomst kan bestaan. De essentie van de overeenkomst is namelijk opgenomen in artikel 3.1 en 3.3. van de service-overeenkomst, waarin de prijs voor de dienstverlening en de indexering daarvan is opgenomen. Dat betekent dat artikel 3.7 van de service-overeenkomst onderworpen is aan de oneerlijkheidstoets, als deze overeenkomst is te beschouwen als een consumentenovereenkomst.


Zijn de (in deze procedure betrokken) chaleteigenaren als consument aan te merken?




3.16.
Een consument is volgens artikel 2 onder b van Richtlijn 93/13 iedere natuurlijke persoon die bij de onder de richtlijn vallende overeenkomsten handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs-of beroepsactiviteiten vallen. Volgens [geïntimeerden] c.s. is dat bij de chaleteigenaren die in deze zaak als partij zijn betrokken steeds het geval en is elke service-overeenkomst aangegaan met de betreffende chaleteigenaar als consument. De Vechtoever weerspreekt dit slechts door als vraag op te werpen of ieder van hen als consument te beschouwen is. Voor zover het enkele opwerpen van deze vraag al als betwisting is te beschouwen is deze onvoldoende gemotiveerd gebleven. De Vechtoever verwijst in dit verband slechts naar de akte van levering aan Petrolog International B.V. van het chalet waarvoor [geïntimeerde2] (bestuurder van genoemde vennootschap) en haar partner [geïntimeerde1] gezamenlijk de service-overeenkomst met De Vechtoever zijn aangegaan (productie 5 bij inleidende dagvaarding). Dat wil op zichzelf echter niet zeggen dat [geïntimeerde2] en [geïntimeerde1] anders dan als recreanten en consumenten van het chalet gebruik maken en met het oog daarop de service-overeenkomst hebben gesloten. De conclusie is dat het hof ervan uitgaat dat [geïntimeerden] c.s. de service-overeenkomsten als consument is aangegaan. Dit betekent dat beoordeeld moet worden of artikel 3.7 van de service-overeenkomst een onredelijk bezwarend of oneerlijk beding betreft. Voor zover het hoger beroep van de Vechtoever zich tegen het verrichten van die toetsing richt, slaagt het dus niet.


Is art. 3.7 een oneerlijk en daarmee een onredelijk bezwarend beding?




3.17.
Bij deze beoordeling geldt het volgende. Een beding waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, wordt als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (art. 3 lid 1 Richtlijn 93/13). Voor de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding in een overeenkomst moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst in aanmerking worden genomen, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft (art. 4 lid 1 Richtlijn 93/13).



3.18.
Bij Richtlijn 93/13 is een bijlage opgenomen, de zogenoemde blauwe lijst. Het betreft een indicatieve, niet uitputtende lijst van bedingen die in de verhouding tussen dienstverlener en consument als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Onder 1 en j staan bedingen die tot doel of tot gevolg hebben de dienstverrichter te machtigen zonder geldige, in de overeenkomst vermelde reden eenzijdig de voorwaarden van de overeenkomst te wijzigen. Dat staat niet in de weg aan bedingen waarbij de dienstverrichter zich het recht voorbehoudt de voorwaarden van een overeenkomst voor onbepaalde tijd eenzijdig te wijzigen, mits hij verplicht is de consument daarvan redelijke tijd vooraf in kennis te stellen en het de laatste vrijstaat de overeenkomst te ontbinden (zie onder 2 en b). Onder 1 en l staan bedingen die tot doel of tot gevolg hebben de dienstverrichter het recht te verlenen zijn prijs te verhogen, zonder dat de consument het overeenkomstige recht heeft om de overeenkomst op te zeggen, indien de eindprijs te hoog is ten opzichte van de bij het sluiten van de overeenkomst bedongen prijs. De omstandigheid dat een beding voorkomt op de blauwe lijst leidt niet automatisch en op zichzelf tot de conclusie dat het beding een oneerlijk karakter heeft. Wel is dat een wezenlijk aspect waarop de rechter zijn beoordeling van het oneerlijke karakter van dat beding kan baseren.
Uit het bepaalde in artikel 6:236 (de zogenoemde zwarte lijst) aanhef en onder i, BW volgt dat bij een overeenkomst tussen een gebruiker van algemene voorwaarden en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding dat de gebruiker de bevoegdheid geeft de door hem bedongen prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden. [geïntimeerden] c.s. doet een beroep op deze bepalingen. Toegepast op het onderhavige geval overweegt het hof als volgt.



3.19.
In artikel 3.7 van de service-overeenkomst is bepaald dat de vergoeding met betrekking tot de servicekosten kan worden verhoogd (naast de indexering) als De Vechtoever overgaat tot vernieuwing en/of vervanging en/of uitbreiding van de huidige op De Vechtoever aanwezige centrale voorzieningen. Dit betreft een eenzijdige wijzigingsbevoegdheid van De Vechtoever. Er staan weliswaar in de overeenkomst zelf redenen vermeld die een dergelijke wijziging mogelijk maken, maar die zijn zodanig open geformuleerd, dat deze geen bepaalbare afbakening van die eenzijdige wijzigingsbevoegdheid vormen. Niet in geschil is dat er geen (reële) opzeggingsmogelijkheid bestaat voor [geïntimeerden] c.s. ten aanzien van de service-overeenkomst. De wijzigingsbevoegdheid zoals die in artikel 3.7 is geformuleerd levert voor [geïntimeerden] c.s. een grote mate van onvoorspelbaarheid op, waarbij niet ondenkbaar is dat de eindprijs ten opzichte van de bij de overeenkomst bedongen prijs te hoog wordt. Hiermee is voor het onderhavige geval sprake van een aantal wezenlijke aspecten die duiden op het oneerlijke karakter van artikel 3.7 van de service-overeenkomst.



3.20.
Op grond van artikel 5 Richtlijn 93/13 en artikel 6:238 lid 2 BW moeten schriftelijke bedingen in overeenkomsten met consumenten steeds duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Bij wijzigingsbedingen staat tegenover het rechtmatige belang van de wederpartij van de consument om zich in te dekken tegen een wijziging in de omstandigheden, het even rechtmatige belang van de consument om te weten, en dus te kunnen voorzien, wat de gevolgen van een dergelijke wijziging voor hem in de toekomst zullen zijn. Gelet op voorgaande overwegingen is van die nodige voorzienbaarheid voor [geïntimeerden] c.s. in dit geval onvoldoende sprake.



3.21.
Een andere omstandigheid die meeweegt bij de beoordeling is dat partijen weliswaar veel gemeenschappelijke belangen hebben als het gaat om het peil en de staat van de centrale voorzieningen, maar dat De Vechtoever als eigenaar en uitbater van 31 chalets mogelijk ook andere belangen heeft dan individuele eigenaren van chalets, zoals [geïntimeerden] c.s. Dat kan een rol spelen wanneer het gaat om, bijvoorbeeld, wenselijk of nodig geachte uitbreiding van de centrale voorzieningen. Met artikel 3.7 heeft de Vechtoever zichzelf de bevoegdheid toegekend om centrale voorzieningen uit te breiden en deze kosten aan de chaleteigenaren door te berekenen.



3.22.
Wat De Vechtoever aanvoert over de gang van zaken in de praktijk, waarbij De Vechtoever steeds de redelijke dialoog opzoekt met alle chaleteigenaren over de nodige extra investeringen aan de centrale voorzieningen en daarbij de belangen van allen (zowel afzonderlijk als gezamenlijk) zoveel mogelijk probeert te dienen, doet hieraan niet af. Dat geldt ook voor de wettelijke verplichting van De Vechtoever als contractspartij om zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid te gedragen (art. 6:2 BW). Ook de bevindingen van [naam1] maken niet dat aan de genoemde oneerlijke aspecten van het beding voorbij kan worden gegaan. Het gaat immers om de disbalans die is gelegen in de aard van het beding en niet over de uitvoering die in de dagelijkse werkelijkheid aan dat beding wordt gegeven (waarop partijen over en weer overigens ook een andere kijk hebben) of over een vergelijking met andere chaletparken. Met de formulering van de eenzijdige wijzigingsbevoegdheid van artikel 3.7 van de service-overeenkomst is, in het licht van al het voorgaande, de verhouding tussen partijen uit balans. Artikel 3.7 van de service-overeenkomst is, anders gezegd, oneerlijk omdat er, in strijd met de goede trouw, sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument, in dit geval [geïntimeerden] c.s.



3.23.
Dit alles betekent dat het hoger beroep van [geïntimeerden] c.s. , dat ziet op het oordeel van de kantonrechter, dat artikel 3.7 van de service-overeenkomst geen oneerlijk beding betreft, slaagt. Dit beding is op de voet van het bepaalde in artikel 6:233, aanhef en onder a BW vernietigbaar, omdat het - zoals uit voorgaande overwegingen volgt - gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen. De gevraagde verklaring voor recht, dat [geïntimeerden] c.s. het prijswijzigingsbeding uit artikel 3.7 van de serviceovereenkomst, rechtsgeldig heeft vernietigd, zal alsnog worden gegeven. Daaruit volgt ook dat voor de post ‘vernieuwing zwembad’ artikel 3.7 geen rechtsgrond biedt


Onverschuldigde betaling




3.24.
Zoals volgt uit bovenstaande slaagt het beroep op vernietigbaarheid. Verhogingen van de servicekosten op basis van artikel 3.7 van de service-overeenkomst is dus niet mogelijk, noch voor het verleden noch voor de toekomst. Verder zijn de in rekening gebrachte verhogingen die [geïntimeerden] c.s. heeft betaald op basis van het oneerlijke beding onverschuldigd betaald in de zin van art. 6:203 BW, zodat [geïntimeerden] c.s. in beginsel een vordering heeft tot terugbetaling daarvan. De voorliggende vraag is vervolgens of in artikel 3.4 van de service-overeenkomst een grond voor de verrichte betalingen is gelegen.


Gelding en betekenis van art. 3.4




3.25.
Onder verwijzing naar hetgeen hierboven onder 3.13 is overwogen ten aanzien van artikel 3.7 van de service-overeenkomst oordeelt het hof dat artikel 3.4 van de service-overeenkomst evenmin een kernbeding betreft, omdat ook zonder het bestaan van deze bepalingen de overeenkomst kan bestaan. De essentie van de overeenkomst is namelijk opgenomen in artikel 3.1 en 3.3. van de service-overeenkomst, waarin de prijs voor de dienstverlening en de indexering daarvan is opgenomen. Dat betekent dat ook artikel 3.4 van de service-overeenkomst onderworpen is aan de oneerlijkheidstoets, nu (zoals onder 3.14 is geoordeeld) het een consumentenovereenkomst betreft. Ook in zoverre slaagt het hoger beroep van De Vechtoever dus niet.



3.26.
Ten aanzien van artikel 3.4 is het hof echter (net als de kantonrechter) van oordeel dat het geen oneerlijk of onredelijk bezwarend beding betreft. Uit deze bepaling volgt slechts dat om de vijf jaar de mogelijkheid bestaat voor zowel de Vechtoever als voor de chaleteigenaren om vóór 1 oktober van het laatste jaar van die vijfjaarlijkse periode aan de wederpartij kenbaar te maken dat herziening van de laatst geldende vergoedingen wordt verlangd op basis van de dan geldende omstandigheden. Partijen zijn vervolgens slechts verplicht tot onderhandelen naar redelijkheid en tot verstrekking aan elkaar van relevante gegevens. Hieruit volgt dat bij uitblijven van overeenstemming geen bevoegdheid bestaat voor De Vechtoever (noch voor de chaleteigenaren) om eenzijdig de gewenste herziening door te voeren voor de volgende vijfjaarlijkse periode. Dat betekent dat er geen sprake is van een prijswijzigingsbeding als vermeld op de blauwe lijst, omdat artikel 3.4 geen eenzijdige bevoegdheid geeft aan de Vechtoever om de vergoedingen te herzien. Van een aanzienlijke verstoring van de rechten en plichten ten nadele van de consument of een disbalans in de verhouding tussen partijen als gevolg van dit beding is dan ook geen sprake. Het beding behoeft dus niet buiten toepassing te worden gelaten, is niet vernietigbaar en heeft dan ook gelding tussen partijen.



3.27.
Voor zover De Vechtoever betoogt dat de (extra) posten waarop dit geschil ziet aan [geïntimeerden] c.s. in rekening zijn gebracht op de voet van artikel 3.4 van de service-overeenkomst (en dus niet onverschuldigd betaald) volgt het hof dit niet, gelet op vorenstaande overwegingen. Vast staat dat voor het eerst per 1 januari 2022 een herziening van de servicekosten mogelijk was op de voet van artikel 3.4. Ook staat vast dat aan de voorwaarden van die bepaling niet is voldaan, omdat De Vechtoever in een brief van 9 september 2021 juist heeft medegedeeld aan [geïntimeerden] c.s. dat de servicekosten per 2022 niet worden aangepast. De eerstvolgende herziening op basis van artikel 3.4 van de service-overeenkomst is daarom pas per 1 januari 2027 mogelijk, zoals de kantonrechter terecht heeft geoordeeld.



3.28.
De kantonrechter heeft voor recht verklaard, overeenkomstig de vordering van [geïntimeerden] c.s. , dat De Vechtoever pas voor het eerst per 1 januari 2027 op
grond van artikel 3.4 van de service-overeenkomst herziening van de servicekosten kan
verlangen en daarbij verplicht is hierover met eisers te onderhandelen en eisers alle daarmee
verband houdende gegevens dient te verstrekken. [geïntimeerden] c.s. heeft de vordering op dit onderdeel in hoger beroep gewijzigd (aangevuld) en vraagt voor recht te verklaren dat De Vechtoever pas voor het eerst per 1 januari 2027 op grond van artikel 3.4 van de service-overeenkomst herziening van de servicekosten kan verlangen maar uitsluitend wanneer daarover tussen De Vechtoever en de chaleteigenaren overeenstemming is bereikt [cursivering van de aanvulling door het hof], en daarbij verplicht is om hierover met eisers te onderhandelen en eisers alle daarmee verband houdende gegevens te verstrekken. Gelet op vorenstaande overwegingen kan deze gewijzigde vordering worden toegewezen.


Terugbetaling




3.29.
Uit al het voorgaande volgt dat betalingen door [geïntimeerden] c.s. die zien op de door De Vechtoever in rekening gebrachte posten voor:


de vernieuwing van het zwembad,


de vervanging van het rioolpompgemaal,


de toeslag voor onderdelen en


de vervanging van beschoeiing en steigers


onverschuldigd door [geïntimeerden] c.s. zijn betaald en door De Vechtoever dienen te worden terugbetaald, nu artikel 3.4 van de service-overeenkomst evenmin als artikel 3.7 van de service-overeenkomst een grond voor de verrichte betalingen biedt.



3.30.
De kantonrechter heeft (onder 4.13) in het bestreden vonnis op een rij gezet wat de individuele chaleteigenaren aan De Vechtoever hebben betaald uit hoofde van de posten waar het in deze zaak over gaat. Over de juistheid van de bedragen die in dat overzicht staan bestaat in hoger beroep geen discussie. De kantonrechter heeft, voor zover deze was betaald, de post vernieuwing zwembad hierop telkens in mindering gebracht en De Vechtoever veroordeeld tot terugbetaling van de resterende bedragen. Uit het voorgaande volgt echter dat ook het bedrag van € 160,23 voor vernieuwing van het zwembad, voor zover voldaan, onverschuldigd is betaald en dus alsnog moet worden terugbetaald. Dat betekent dat de toegekende bedragen met dat bedrag (voor zover betaald) dienen te worden verhoogd en dat het bestreden vonnis in zoverre wordt vernietigd.



3.31.
De individuele chaleteigenaren hebben verschillende posten/bedragen aan De Vechtoever voldaan, dus aan hen dienen verschillende bedragen te worden terugbetaald. De Vechtoever heeft onweersproken gesteld dat de bedragen waartoe De Vechtoever was veroordeeld door de kantonrechter al aan de chaleteigenaren zijn terugbetaald, ter voldoening aan het bestreden vonnis. [geïntimeerden] c.s. vordert in hoger beroep per chaleteigenaar het totaalbedrag dat verschuldigd is wanneer wel rekening wordt gehouden met een terugbetalingsverplichting voor het bedrag van € 160,23 (voor zover voldaan) voor vernieuwing van het zwembad. Deze totaalbedragen, zoals in het petitum vermeld, zijn op zichzelf onweersproken en zullen worden toegewezen als gevorderd.
Daarbij geldt dat De Vechtoever over het meerdere (boven hetgeen zij al heeft terugbetaald) waarop de veroordeling in hoger beroep ziet steeds alsnog de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW dient te betalen vanaf 26 mei 2023 tot de dag van volledige betaling.
3.32.. Voor een aantal chaleteigenaren mag het - zo begrijpt het hof - blijven bij het bedrag dat door de kantonrechter aan hen is toegekend. [geïntimeerden] c.s. erkent dat “geïntimeerden nummers 7, 19, 34, 35, 36, 43, 47 niet meer deelnemen aan de procedure, vooral door verkoop van hun chalet”. In het petitum zoals dat in hoger beroep door [geïntimeerden] c.s. is geformuleerd staat onder de vordering onder d. vermeld bij de “eisers” met genoemde nummers: “n.v.t.”. Het hof begrijpt hieruit dat deze chaleteigenaren, voor wie het hoger beroep overigens niet is ingetrokken, genoegen nemen met de aan hen door de kantonrechter toegekende bedragen uit hoofde van terugbetaling van de onverschuldigd betaalde posten, die inmiddels door De Vechtoever aan hen zijn voldaan. In die zin zal dan ook worden beslist. Voor de volledigheid en duidelijkheid worden de beslissingen ten aanzien van de terugbetaling aan deze chaleteigenaren hierna onder 5.3 meegenomen op dezelfde voet als ten aanzien van de overige chaleteigenaren.


Centrale/infrastructurele voorzieningen




3.33.
De kantonrechter heeft, zoals door [geïntimeerden] c.s. was verzocht, voor recht verklaard dat kostenposten voor de instandhouding van centrale en infrastructurele voorzieningen op of in het terrein van De Vechtoever zelf (waaronder begrepen kosten voor vervanging van beschoeiing en steigers) moeten worden begrepen onder de servicekosten. Met toepassing van artikel 3.7 heeft de kantonrechter vervolgens geoordeeld dat aan [geïntimeerden] c.s. slechts de post vernieuwing zwembad in rekening kon worden gebracht. Met een aantal bezwaren (grieven) komt De Vechtoever hier tegen op. Zo is een grief (2) gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat onder het begrip "centrale voorzieningen” in artikel 3.7 van de serviceovereenkomst uitsluitend moet worden begrepen "faciliteiten op het park zoals bijvoorbeeld een tennisbaan, zwembad en speeltuin". Een andere grief (3) is gericht tegen het oordeel dat bij het maken van het onderscheid tussen centrale voorzieningen enerzijds en algemene terreinen met infrastructuur anderzijds de service-overeenkomst leidend is en daarin een duidelijk onderscheid is gemaakt tussen de centrale voorzieningen en algemene terreinen met infrastructuur. Tenslotte is een grief (4) gericht tegen het oordeel dat de post vervanging van beschoeiing en steigers ziet op kosten voor de instandhouding van infrastructurele voorzieningen.



3.34.
Het hof constateert dat kennelijk niet (meer) in geschil is dat de posten waar het in deze procedure over gaat onder de servicekosten vallen. De vraag waar het om gaat is of De Vechtoever, toen zij meende dat de laatst geldende vaste vergoedingen niet toereikend waren om te voorzien in deze door haar noodzakelijk geachte kosten, deze bijdragen mocht verhogen door het in rekening brengen van extra posten op de voet van artikel 3.7 of artikel 3.4 van de service-overeenkomst. Hierboven is ten aanzien van de betalingen voor de extra posten (onder meer voor vervanging van beschoeiing en steigers) geoordeeld dat deze onverschuldigd zijn betaald, omdat artikel 3.7 noch artikel 3.4 van de service-overeenkomst daarvoor een grondslag biedt. De Vechtoever voert aan dat zij voor een exploitatieprobleem komt te staan omdat zij bij deze uitleg van de service-overeenkomst niet in staat zal zijn de nodige investeringen te doen in ieders belang - wat [geïntimeerden] c.s. weerspreekt. Wat daar ook van zij, dit kan niet afdoen aan de eerdere overwegingen over de toepasselijkheid van artikel 3.7 en de betekenis van artikel 3.4 van de service-overeenkomst. Voor zover De Vechtoever met deze grieven dus ook beoogt op te komen tegen genoemde verklaring voor recht en tegen de beslissing van de kantonrechter over de terug te betalen bedrag dat ziet op de vernieuwing van het zwembad slaagt deze dan ook niet. Aan een bespreking van het onderscheid tussen een centrale of structurele voorziening komt het hof, gelet op dit alles, niet toe.






4De conclusie


4.1.
Het hoger beroep van De Vechtoever slaagt niet. Omdat De Vechtoever in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof De Vechtoever tot betaling van de proceskosten in het door haar ingestelde hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.



4.2.
Het hoger beroep van [geïntimeerden] c.s. slaagt wel. Omdat De Vechtoever in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof De Vechtoever tot betaling van de proceskosten in het door [geïntimeerden] c.s. ingestelde hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.



4.3.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).






5De beslissing

Het hof:


5.1.
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 22 mei 2024, behalve de beslissingen onder 5.2 en 5.3 die hierbij worden vernietigd en beslist in plaats daarvan en in aanvulling daarop als volgt:



5.2.
verklaart voor recht:


5.2.1.
dat [geïntimeerden] c.s het prijswijzigingsbeding uit artikel 3.7 van de serviceovereenkomst
rechtsgeldig hebben vernietigd en



5.2.2.
dat De Vechtoever pas voor het eerst per 1 januari 2027 op grond van artikel 3.4 van de service-overeenkomst herziening van de servicekosten kan verlangen maar uitsluitend wanneer daarover tussen De Vechtoever en de chaleteigenaren overeenstemming is bereikt en daarbij verplicht is om hierover met eisers te onderhandelen en eisers alle daarmee verband houdende gegevens te verstrekken;




5.3.
veroordeelt De Vechtoever tot betaling van de navolgende bedragen aan:
1. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] € 118,48
2 [geïntimeerde3] € 228,71
3 [geïntimeerde4] en [geïntimeerde5] € 778,71
4 [geïntimeerde6] en [geïntimeerde7] € 778,71
5 [geïntimeerde8] € 778,71
6 [geïntimeerde9] en [geïntimeerde10] € 778,71
7 [geïntimeerde11] € 368,48
8 [geïntimeerde12] € 778,71
9 [geïntimeerde13] en

[geïntimeerde14] € 778,71
10 [geïntimeerde15] en

[geïntimeerde16] € 584,56
11 [geïntimeerde17] € 778,71
12 [geïntimeerde18] € 778,71
13 [geïntimeerde19] en

[geïntimeerde20] € 778,71
14 [geïntimeerde21] en [geïntimeerde22] € 660,23
15 [geïntimeerde23] € 778,71
16 [geïntimeerde24] en [geïntimeerde25] € 778,71
17 [geïntimeerde26] en

[geïntimeerde27] € 500
18 [geïntimeerde28] en [geïntimeerde29] € 778,71
19 [geïntimeerde30] € 618,48
20 [geïntimeerde31] en [geïntimeerde32] € 778,71
21 [geïntimeerde33] € 778,71
22 [geïntimeerde34] € 778,71
23 [geïntimeerde35] en [geïntimeerde36] € 778,71
24 [geïntimeerde37] € 618,48
25 [geïntimeerde38] en [geïntimeerde39] € 778,71
26 [geïntimeerde40] € 228,71
27 [geïntimeerde41] € 778,71
28 [geïntimeerde42] € 778,71
29 [geïntimeerde43] en

[geïntimeerde44] € 778,71
30 [geïntimeerde45] en [geïntimeerde46] € 584,56
31 [geïntimeerde47] € 778,71
32 [geïntimeerde48] en [geïntimeerde49] € 778,71
33 [geïntimeerde50] € 778,71
34 [geïntimeerde51] € 500
35 [geïntimeerde52] en [geïntimeerde53] € 618,48
36 [geïntimeerde54] en

[geïntimeerde55] € 68,48
37 [geïntimeerde56] € 778,71
38 [geïntimeerde57] en [geïntimeerde58] € 778,71
39 [geïntimeerde59] en [geïntimeerde60] € 500
40 [geïntimeerde61] € 778,71
41 [geïntimeerde62] en [geïntimeerde63] € 618,48
42 [geïntimeerde64] en [geïntimeerde65] € 1.557,42
43 [geïntimeerde66] € 618,48
44 [geïntimeerde67] € 778,71
45 [geïntimeerde68] € 618,48
46 [geïntimeerde69] € 778,71
47 [geïntimeerde70] € 33,92
48 [geïntimeerde71] € 778,71
49 [geïntimeerde72] € 778,71
50 [geïntimeerde73] € 228,71;

welke bedragen worden verminderd met hetgeen door De Vechtoever reeds is betaald naar aanleiding van het vonnis in eerste aanleg en vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het (nog niet betaalde) bedrag vanaf 26 mei 2023 tot de dag van volledige betaling;



5.4.
veroordeelt De Vechtoever tot betaling van de volgende proceskosten van

[geïntimeerden] c.s. :

5.4.1.
in het hoger beroep van De Vechtoever (principaal appel):
€ 798 aan griffierecht
€ 3.340 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] c.s. . (2 procespunten x tarief III á € 1.670 per punt);


5.4.2.
in het hoger beroep van [geïntimeerden] c.s. (incidenteel appel)
€ 1.290 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] c.s. (2 procespunten x tarief II á € 1.290 per punt x 0,5);




5.5.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;



5.6.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad en



5.7.
wijst af wat verder is gevorderd.


Dit arrest is gewezen door mrs. K. Mans, B.J. Engberts en M.P.C.J. van Bavel, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.









MvT II, Parl. Gesch. Boek 6 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1521, zie ook HR februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1563, r.o. 3.4.2


HR van 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853
Link naar deze uitspraak