Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:177 
 
Datum uitspraak:26-03-2026
Datum gepubliceerd:23-04-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:24/823
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:GLB 2023. Afwijzing aanvraag eco-regeling. Beroep ongegrond. Geen kennelijke fout. In dit geval was er geen reden voor twijfel bij de minister over de aanvraag. Daarbij was het niet aan de minister om zich te verdiepen in de motieven van de onderneming. Ook was hij niet verplicht de aanvraag te vergelijken met de aanmelding. Dat de onderneming minder dan een punt tekortkomt voor het eco-doel ‘biodiversiteit’ en dat zij ruimschoots voldoende punten heeft behaald voor de overige doelen, maakt niet dat de minister daarin aanleiding had moeten zien om op grond van de eco-regeling over te gaan tot betaling. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt niet.
Trefwoorden:glb
kennelijke fout
landbouw
perceel
Wetreferenties:Uitvoeringsregeling GLB 2023
 
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak












COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/823


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 26 maart 2026 in de zaak tussen




[naam 1] handelend onder de naam [naam 2], te [woonplaats] (onderneming)

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigden: mr. L. Anvelink en mr. J. van Horsen)



Procesverloop

Met het besluit van 26 mei 2024 heeft de minister op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 (Uitvoeringsregeling), voor zover hier van belang, de aanvraag voor de eco-regeling van de onderneming afgewezen.

Met het besluit van 9 augustus 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft de onderneming beroep ingesteld.

De zitting was op 26 maart 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van de minister.

Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.




Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.



Overwegingen

1. Vast staat dat de onderneming niet voldoet aan één van de voorwaarden die de eco-regeling stelt aan betaling. De onderneming heeft voor de subsidiabele hectares namelijk niet het minimaal aantal punten behaald voor de verbetering van biodiversiteit als bedoeld in artikel 25, eerste lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringsregeling.

2 De onderneming stelt abusievelijk in de aanvraag van 30 november 2023 niet te hebben opgenomen dat op perceel 55, ter grootte van 1,0101 hectare, als nateelt rietzwenkgras is gezaaid. In de aanvraag heeft de onderneming zelf het eerder aangemelde perceel 49 gesplitst in de percelen 49 en 55. Anders dan de onderneming betoogt, is dit geen kennelijke fout. Er is geen sprake van een tegenstrijdigheid die wijst op een vergissing en ook geen tegenstrijdigheid die eenvoudig kon worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag. Het vakje “Eco-regeling” vermeldt in de aanvraag bij perceel 55 “Nee”. Het is niet ondenkbaar dat er voor een aanvrager redenen kunnen zijn om bepaalde percelen niet op te geven. In dit geval was er geen reden voor twijfel bij de minister over de aanvraag. Daarbij was het niet aan de minister om zich te verdiepen in de motieven van de onderneming. Ook was hij niet verplicht de aanvraag te vergelijken met de aanmelding waarin perceel 49 was opgegeven voor de eco-regeling. De minister is dan ook terecht niet meegegaan in het verzoek van de onderneming om alsnog perceel 55 mee te nemen in de eco-regeling.

3 Dat de onderneming minder dan een punt (25,5764 – 24,6834 = 0,893) tekortkomt voor het eco-doel ‘biodiversiteit’ en dat zij ruimschoots voldoende punten heeft behaald voor de overige doelen, maakt niet dat de minister daarin aanleiding had moeten zien om op grond van de eco-regeling over te gaan tot betaling. Daarbij is van belang dat de Uitvoeringsregeling voorschrijft dat voor elk afzonderlijk doel voldoende punten moeten worden behaald om in aanmerking te komen voor de betaling van de eco-regeling. Verder heeft de Uitvoeringsregeling geen hardheidsclausule die voor het geval dat op één doel onvoldoende punten zijn behaald, de mogelijkheid biedt om van dit voorschrift af te wijken.

4 De onderneming wijst nog op de volgende mededeling in de aanvraag van 30 november 2023: “Gehaalde waarde totaal: € 10.762,36”. Daaraan stelt zij het gerechtvaardigde vertrouwen te mogen ontlenen dat haar dat bedrag voor de eco-regeling zou worden betaald. Deze stelling slaagt al niet vanwege het volgende. Diezelfde aanvraag vermeldt ook “U doet een definitieve aanvraag voor de eco-regeling. U heeft voor biodiversiteit onvoldoende punten gehaald. Ga naar Details voor meer informatie”. Ook is daarin vermeld: “Biodiversiteit Gehaald 24,6834 / Nodig 25,5764”. Hieruit had het voor de onderneming duidelijk moeten zijn dat zij onvoldoende punten heeft gehaald voor het eco-doel ‘biodiversiteit’, wat maakt dat zij geen betaling zou krijgen voor de eco-regeling. Van een fout van de minister is geen sprake.

5 Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. M.P. Glerum en mr. P. Glazener, in aanwezigheid van J.R. Willemstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.



w.g. A. Venekamp w.g. J.R. Willemstein
Link naar deze uitspraak