Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOBR:2026:2603 
 
Datum uitspraak:24-04-2026
Datum gepubliceerd:04-05-2026
Instantie:Rechtbank Oost-Brabant
Zaaknummers:25/1132 25/1133 en 25/3298
Rechtsgebied:Bestuursprocesrecht
Indicatie:Tegemoetkoming faunaschade ganzen.
Trefwoorden:gewassen
koeien
perceel
subsidies
taxatie
 
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 25/1132, SHE 25/1133 en SHE 25/3298 OW NATUUR

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 april 2026 in de zaken tussen

[eiser], uit [woonplaats],
eiser,
(gemachtigde: [naam]),

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant,
het college,
(gemachtigden: mr. M.P. van Asch en [naam]).


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een aantal besluiten tot tegemoetkoming in faunaschade, zijnde schade die aan de percelen grasland van eiser is toegebracht door foeragerende ganzen. Eiser is het niet eens met de wijze van totstandkoming van de taxaties, de vastgestelde schade en de hoogte van de vastgestelde tegemoetkoming. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvragen.


1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de taxaties niet aan zijn besluit ten grondslag had mogen leggen. Eiser krijgt dus in zoverre gelijk en de beroepen zijn dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.





Procesverloop

2. Eiser heeft bij BIJ12, de uitvoeringsinstantie van het college in geval van vaststellen van faunaschade, een drietal aanvragen ingediend voor een tegemoetkoming in de schade die grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen hebben aangericht aan zijn percelen grasland.


2.1.
Het college heeft bij drie afzonderlijke primaire besluiten (reg.nrs TKA-132734, respectievelijk TKA-130536 en TKA-131448) tegemoetkomingen in faunaschade verleend.



2.2.
Met de twee bestreden besluiten van 6 december 2024 (TKA-131448, respectievelijk TKA-130536 en TKA-132734) op het bezwaar van eiser is het college bij de vastgestelde bedragen aan faunaschade gebleven.


2.3.
Eiser heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten van 6 december 2024. Als kenmerk is vermeld TKA-131448, TKA-132734 en TKA-130536.



2.4.
Bij brief van 7 mei 2025 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep doorgezonden naar deze rechtbank. De rechtbank heeft naar aanleiding van het beroepschrift - nu sprake is van 2 bestreden besluiten - een tweetal beroepen aangelegd.
Het beroep inzake TKA-131448 is geregistreerd onder SHE 25/1133. Het beroep betreffende TKA-132734 en TKA-130536 is geregistreerd onder zaaknummer SHE 25/1132.



2.5.
Het college heeft een verweerschrift ingediend in het beroep van eiser tegen de afzonderlijke beslissingen op bezwaar van 6 december 2024 (met kenmerk TKA-131448, TKA-132734 en TKA-130536).



2.6.
Eiser heeft daarnaast een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in de schade die grauwe ganzen en kolganzen hebben aangericht op zijn percelen grasland. Het college heeft met het primaire besluit van 23 mei 2025 (TKA-139035) aangegeven dat de taxateur de totale schade heeft vastgesteld op € 17.305,80. Besloten is aan eiser een tegemoetkoming te verlenen ter hoogte van € 15.787,40. Aan eiser is een gedeeltelijke tegemoetkoming toegekend omdat de schade gedeeltelijk is veroorzaakt door een landelijk vrijgestelde diersoort (Canadese gans).



2.7.
Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.



2.8.
Met het bestreden besluit van 15 oktober 2025 (TKA-139035) op het bezwaar van eiser heeft het college het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en aan eiser een aanvullende tegemoetkoming ter hoogte van € 554,64 toegekend.



2.9.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer SHE 25/3298.



2.10.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.



2.11.
De rechtbank heeft de beroepen op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, vergezeld van zijn echtgenote en de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college.





Beoordeling door de rechtbank


Feiten en omstandigheden



Ten aanzien van de beroepen met zaaknummers SHE 25/1132 en SHE 25/1133


3. Bij besluit van 22 juni 2023 (TKA-120398) heeft BIJ12 namens het college aan eiser, naar aanleiding van de aanvraag om een tegemoetkoming faunaschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming, een bedrag aan (winter-)schade vastgesteld op
€ 25.889,64.
- Bij besluit van 13 juni 2023 (TKA-120962) heeft BIJ12 namens het college aan eiser, naar aanleiding van zijn aanvraag om een tegemoetkoming faunaschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming, een bedrag aan schade vastgesteld op € 18.371,56.
- Op 20 februari 2024 heeft eiser bij de afdeling faunaschade van BIJ12 een aanvraag om tegemoetkoming in faunaschade ingediend van door hem op 9 februari 2024 geconstateerde schade. Deze aanvraag ziet op drie percelen (totaal circa 23 ha) met grasland. De aanvraag is geregistreerd onder TKA-130536.
- Op 2 maart 2024 heeft eiser een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de op 1 maart 2024 door hem geconstateerde schade die grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen hebben aangericht. De aanvraag ziet op 3 percelen (totaal bijna 26 ha) met grasland. De aanvraag is door BIJ12 geregistreerd onder TKA-131448.
- Op 20 maart 2024 heeft eiser een aanvraag om tegemoetkoming in faunaschade
ingediend. De schade ziet op twee percelen (totaal 19,140 ha) met grasland. De schade door grauwe gans, kolgans en brandgans is door hem geconstateerd op 14 maart 2024. Het schadegebied ligt in ganzenfourageergebied. Reg.nr. TKA-132734.
- Een taxateur van Overheul Agro heeft op 17 april 2024 de schadepercelen bezocht en de schade bij eindtaxatie getaxeerd op € 6.585,58.
- Bij e-mail van 17 april 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de aftaxatie van de taxateurs op 17 april 2024.
- Op 23 april 2024 heeft eiser zienswijzen ingediend met betrekking tot de taxatie van de aanvragen TKA-130536, 131448 en 132734 en verzocht om een hertaxatie.
- BIJ12 heeft dit verzoek tot hertaxatie bij e-mail van 2 mei 2024 afgewezen. Hierin is aangegeven dat de taxateurs samen met eiser de percelen hebben bezocht. De heer M. Gosens, taxateur van Overheul Agro B.V., heeft 5x een bezoek gebracht aan de percelen om waarnemingen te doen met betrekking tot aantallen ganzen en soorten. Hij heeft geconstateerd dat het op dat gebied rustig was. Verder is verklaard dat de weersomstandigheden een zeer grote (negatieve) rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de grasgroei.
- [naam] heeft op verzoek van eiser op 8 mei 2024 een “Taxatierapport faunaschade” (hertaxatie) uitgevoerd waarbij de schade is bepaald op € 27.538,79.
- Op 2 juli 2024 heeft een eindtaxatie in TKA-130536 plaatsgevonden. Hierbij is de schade door de beide taxateurs vastgesteld op € 1.743,61. Het gaat om de percelen [naam] grasklaver (schadeoppervlak 4,66 ha) en [naam] (schadeoppervlak 6,53 ha).
- Op 2 juli 2024 heeft een eindtaxatie in TKA-132734 door beide taxateurs plaatsgevonden. Hierbij is de schade bepaald op € 1.679,65. Het betreft de percelen [naam], blijvend gras (schadeoppervlak 7,52 ha) en [naam], gras blijvend (schadeoppervlak 2,13 ha).
- Bij primair besluit van 10 juli 2024 (TKA-132734) heeft een taxateur de totale schade vastgesteld op € 1.679,65. Dit bedrag is door BIJ12 namens het college ook als tegemoetkoming verleend.
- Bij primair besluit van 10 juli 2024 (TKA-132734) heeft BIJ12 namens het college aan eiser een subsidie verstrekt van € 482,66.
- Bij primair besluit van 10 juli 2024 (TKA-130536) heeft een taxateur de totale schade vastgesteld op € 1.743,61. Gelet op het eigen risico ad € 250,- is door BIJ12 namens het college een tegemoetkoming van € 1.493,61 verleend.
- Bij primair besluit van 10 juli 2024 (TKA-130536) heeft BIJ12 namens het college aan eiser een subsidie verstrekt van € 233,04.
- Bij brief van 19 augustus 2024 is door eiser tegen de besluiten van 10 juli 2024 met kenmerk TKA-132734 en TKA-130536 bezwaar gemaakt.
- Op 14 oktober 2024 heeft een eindtaxatie in de zaak TKA-131448 door beide taxateurs plaatsgevonden. Het gaat om de percelen [naam], blijvend grasland (schadeoppervlak 10,85 ha), [naam], grasland (schadeoppervlak 4,56 ha) en [naam], blijvend grasland (schadeoppervlak 10,53 ha). De schade is getaxeerd op € 6.585,58.
- Bij primair besluit van 19 oktober 2024 (TKA-131448) heeft een taxateur de totale faunaschade vastgesteld op € 6.585,58. Dit bedrag is door BIJ12 namens het college ook aan tegemoetkoming verleend.
- Bij primair besluit van 19 oktober 2024 (TKA-131448) heeft BIJ12 namens het college op grond van de “Beleidsregel nadeelcompensatie Noord-Brabant” een subsidie verstrekt van
€ 1.296,89 (€ 50,- per getaxeerde schadehectare). Het gaat hier om een compensatie boven op de tegemoetkoming in de getaxeerde schade op grond van de Wet natuurbescherming.
- Bij brief van 27 november 2024 heeft eiser tegen het besluit van 19 oktober 2024 (TKA-131448) -waarbij de schade is vastgesteld op € 6.585,58- bezwaar gemaakt. Verzocht is om het bedrag van de hertaxatie door Hack Rentmeesters uit te keren.
- Met het besluit op bezwaar van 6 december 2024 (TKA-131448) heeft het college de bezwaren ongegrond verklaard.
- Met het besluit op bezwaar van 6 december 2024 (TKA-132734 en TKA-130536) heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.


Ten aanzien van het beroep met zaaknummer SHE 25/3298



3.1.
Op 28 oktober 2024 heeft eiser schade aan zijn percelen grasland geconstateerd.
- Op 2 november 2024 heeft eiser -gelet op door hem op 28 oktober 2024 geconstateerde schade aan tien percelen grasland (77,064 ha)- bij BIJ12 een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de schade die grauwe ganzen en kolganzen hebben aangericht aan zijn percelen grasland.
- Op 13 november 2024 is door BIJ12 een taxatieopdracht verstrekt.
- Op 9 december 2024 heeft een e-mailwisseling tussen BIJ12 en eiser plaatsgevonden over taxatie door een andere taxateur.
- Taxateur M. Gosens van Overheul Agro B.V. heeft in opdracht van BIJ12 op
8 februari 2025, 28 februari 2025, 24 maart 2025 en 2 mei 2025 de schadepercelen bezocht en de schade getaxeerd op € 17.305,80.
- Op 16 mei 2025 heeft de eindtaxatie plaatsgevonden. Het totaal getaxeerde schadebedrag is € 17.305,80. Blijkens het taxatierapport is de schade veroorzaakt door grauwe ganzen, kolganzen en Canadese ganzen.
- Met het primaire besluit van 23 mei 2025 (TKA-139035) heeft het college aan eiser een gedeeltelijke tegemoetkoming in faunaschade toegekend van € 15.787,40.
- Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 2 juli 2025 bezwaar gemaakt.
- Met het bestreden besluit van 15 oktober 2025 heeft het college aan eiser een aanvullende tegemoetkoming toegekend van € 554,64.
-De taxateur heeft de schade vastgesteld op € 17.305,80. Er is geen tegemoetkoming verleend voor de schade aangericht door Canadese ganzen op het perceel “[naam]”. Het gaat om een bedrag van € 103,67. Er is een eigen risico ingehouden van 5% met een minimum van € 250,- per bedrijf per meldingsjaar. In eisers geval is het eigen risico vastgesteld op € 860,09. Omdat eiser reeds € 15.787,40 heeft ontvangen, resteert een door eiser te ontvangen bedrag van € 554,64.




Beoordeling van de beroepsgronden



Beroepsgronden ten aanzien van de Taxatierichtlijn



3.2.
Bij een aantal beroepsgronden heeft eiser steeds verwezen naar de Protocollen en richtlijnen taxaties faunaschade (hierna: de Taxatierichtlijn) en gesteld dat die niet is nageleefd door BIJ12, althans door de door BIJ12 ingeschakelde taxateur(s). Het gaat dan om de navolgende beroepsgronden:
-Er is niet binnen de voorgeschreven termijn getaxeerd;
-De taxateurs zijn slechts één keer in het land geweest voor metingen terwijl er voor voorjaargras meerdere bezoeken nodig zijn om een goed beeld te krijgen van de schade;
-De taxateurs hadden al een perceel getaxeerd voordat ze zich hadden gemeld;
-Het bezoek duurde slechts anderhalf uur, dat is te kort om voldoende metingen uit te voeren;
-De taxatie bevestiging is op 17 april 2024 in het portaal bij BIJ12 gezet en dat is niet binnen 48 uur na de taxatie in het veld;
-De taxatie is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat slechts één meetmoment heeft plaatsgevonden en niet binnen 7 dagen na de taxatieopdracht het eerste bezoek heeft plaatsgevonden.



3.3.
Het college stelt onder meer dat de Taxatierichtlijn geen juridische status heeft.



3.4.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de Taxatierichtlijn geen beleidsregel of beleid is van het college. De Taxatierichtlijn is een document dat is opgesteld door BIJ12. BIJ12 is de uitvoeringsinstantie van het college als het aankomt op (onder meer) het vaststellen en afwikkelen van faunaschade. BIJ12 heeft daartoe een mandaat van het college. BIJ12 kan echter geen beleidsregels vaststellen (namens het college). De Taxatierichtlijn is niet meer en niet minder dan een document waarmee BIJ12 richtlijnen geeft aan de door haar ingeschakelde taxateurs bij het uitvoeren van de taxaties.



3.5.
Voorheen, tot 1 januari 2024, gold de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant, welke beleidsregel zijn grondslag vond in de destijds geldende Wet natuurbeheer. In die Beleidsregel stond in artikel 4.2. een verwijzing naar de Taxatierichtlijn. In uitspraken van de rechtbank over besluiten over faunaschade is daarom geoordeeld dat uit de beleidsregels volgt dat de taxateur taxaties uitvoert met inachtneming van de Taxatierichtlijn. Op 1 januari is de Omgevingswet in werking getreden, alsmede de Beleidsregel Nadeelcompensatie Noord-Brabant. In de nu geldende beleidsregel is geen koppeling gemaakt met de Taxatierichtlijn. Ten aanzien van de onderhavige faunaschade zijn in artikel 4.5. bepalingen over de uitvoering van taxaties opgenomen. Om die reden is, anders dan in de situatie van vóór 1 januari 2024, geen sprake van het opnemen van de Taxatierichtlijn in het beleid van het college.



3.6.
Omdat dus geen sprake is van beleid, maar van een richtlijn die BIJ12 hanteert voor de door haar ingeschakelde taxateurs, kan eiser zich niet rechtstreeks beroepen op deze richtlijn. Dat een papieren oude versie van de Taxatierichtlijn, althans een vergelijkbaar document, in het verleden aan eiser is verstrekt, maakt de conclusie niet anders.



3.7.
Dat de taxaties, volgens eiser, niet conform de aanbevelingen van de Taxatierichtlijn zijn uitgevoerd, betekent dus niet dat de bestreden besluiten om die reden gebrekkig zijn. Er is immers geen sprake van het niet handelen conform beleid.

Deze beroepsgronden slagen dus niet.


Verzoek hertaxatie ten onrechte afgewezen



3.8.
Eiser stelt dat hij, nog voordat de taxateurs op 17 april 2024 waren vertrokken, telefonisch contact had opgenomen met BIJ12 en Overheul Agro om kenbaar te maken dat niet op een correcte wijze is getaxeerd. Vervolgens is direct een e-mailverzoek tot hertaxatie van de drie destijds lopende aanvragen gedaan. In een brief van 23 april 2024 heeft eiser zienswijzen ingediend tegen de taxaties TKA-132734, TKA-130536 en TKA-131448. Daarin is wederom verzocht om hertaxatie. Hier is echter wederom niets mee gedaan, zodat niet is voldaan aan het recht op hertaxatie.



3.9.
Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat het verzoek om hertaxatie is afgewezen, omdat de taxateur had aangegeven dat het qua aantallen ganzen rustig was en dat de weersomstandigheden een zeer grote (negatieve) rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de grasgroei. Dit in combinatie met het feit dat een tweede taxateur was ingeschakeld gaf geen reden om opdracht te geven tot hertaxatie.
Het college stelt in het verweerschrift dat eiser in zijn e-mail van 17 april 2024 aan BIJ12 heeft verzocht om een hertaxatie. BIJ12 heeft in haar e-mail van 2 mei 2024 gemotiveerd uiteengezet, nadat het taxatiebureau om een reactie is gevraagd, dat geen reden wordt gezien voor het laten uitvoeren van een hertaxatie. Van een recht op hertaxatie is geen sprake.
Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op de taxatierapporten kenbaar te maken. Eiser heeft hierop aangegeven dat de drie taxaties onjuist zouden zijn verricht en heeft om een hertaxatie verzocht. BIJ12 heeft dit verzoek afgewezen waarop eiser zelf een taxatie door Hack Rentmeesters heeft laten uitvoeren.



3.10.
Met het college is de rechtbank van oordeel dat het enkele feit dat eiser het niet eens is met de taxatie, nog niet meebrengt dat het college een hertaxatie had moeten laten uitvoeren. In artikel 4.5, derde lid, van de Beleidsregel staat vermeld dat zienswijzen tegen de taxatie naar voren kunnen worden gebracht. Denkbaar is dat de inhoud van een zienswijze in bepaalde gevallen aanleiding geeft tot een hertaxatie, maar het is niet zo dat het college per definitie een hertaxatie moet laten plaatsvinden wanneer daarom wordt verzocht.

Dit betoog slaagt niet.


Taxaties voorgaande jaren waren hoger



3.11.
Eiser stelt in 2023 als winterschade een bedrag van € 25.889,64 (TKA-120398) en € 18.371,56 (TKA-120962) uitgekeerd te hebben gekregen. Daarnaast is er in 2021 en 2022 ook een vele malen hoger bedrag ontvangen dan in 2024. Bij de aanvraag van 20 maart 2024 (TKA-132734) heeft eiser expliciet aangegeven dat de aantallen ganzen jaarlijks toenemen. Aannemelijk is dat deze ook meer schade veroorzaken. De schade in 2024 is groter dan in 2023. In 2023 is echter een veel hoger bedrag ontvangen. Dit verschil is door BIJ12 niet toegelicht. Eiser stelt dat de schade die hij in 2024 heeft ontvangen te laag is en niet de werkelijk geleden schade compenseert.



3.12.
Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat het feit dat het aantal ganzen toeneemt niet automatisch met zich meebrengt dat ook eisers schade toeneemt. Overigens is opgevallen dat de tegemoetkoming voor voorjaarsgras voor 2019 ongeveer overeenkomt met het huidige schadebedrag.
Het college heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de beide taxateurs, die in opdracht van het college hebben getaxeerd, onafhankelijke deskundigen zijn met jarenlange ervaring in het taxeren van gewasschades. In eisers verwijzing naar de hogere taxaties en hogere tegemoetkoming in eerdere jaren ziet het college geen reden voor de conclusie dat de waarnemingen en metingen van de taxateurs in de onderhavige zaken (2024) onjuist of onbetrouwbaar zouden zijn. Omstandigheden kunnen per jaar verschillen: weersomstandigheden, perceelsomstandigheden (afwatering, bemesting, onkruid, zoden-dichtheid), grasgroei/hergroei, ganzendruk en dergelijke maken dat een taxatie in het ene jaar nog niet representatief is voor een ander jaar.



3.13.
De rechtbank overweegt dat uit het feit dat in andere jaren hogere tegemoetkomingen zijn vastgesteld, nog niet blijkt dat de taxaties onjuist zijn. In de taxaties hoeft ook niet te worden toegelicht wat het verschil met de schade in andere jaren is. In de taxaties moet de schade van het lopende jaar op de juiste manier worden vastgesteld en gemotiveerd.

Deze beroepsgrond slaagt niet.


Salmonella bij koeien en perceel met gewas luzerne niet getaxeerd



3.14.
Naast de schade aan de gewassen heeft eiser ook steeds meer last van salmonella bij koeien. Dit is volgens eiser hoogstwaarschijnlijk te wijten aan het toenemende aantal ganzen op de graspercelen.
Daarnaast heeft eiser ook schade gemeld op een perceel met het gewas Luzerne. Hier is echter niet naar gekeken door de taxateurs. Dit perceel had wel moeten worden bezocht voor taxatie. In het besluit staat dat het perceel i.o. niet is getaxeerd. Dit is onjuist.



3.15.
Het college heeft in het verweerschrift gesteld dat eiser bij de aanvraag (TKA-130563) heeft aangegeven dat deze ziet op schade aan drie graspercelen. Bij het selecteren van de schadepercelen heeft eiser (kennelijk per abuis) een perceel met het gewas luzerne opgevoerd (harmoniepolder luzerne, RVO-nummer RVO 27378529CFD0000003287366). De taxateur heeft aan eiser aangegeven dat hij het perceel met luzerne niet kan taxeren. Luzerne betreft een akkerbouwgewas. In taxaties wordt de schade aan één soort gewas vastgesteld. Deze worden door een ander taxatiebureau uitgevoerd. Zodoende is door de taxateur aan eiser aangegeven dat hij voor het perceel met luzerne een nieuwe (separate) aanvraag moest doen. Het college stelt in het verweerschrift dat er tot op heden geen salmonella bacteriestam in de koeienmelk is aangetroffen die van ganzenpoep afkomstig kan zijn. Een causaal verband tussen de aanwezigheid van ganzen en de aanwezigheid van salmonella bij koeien is wetenschappelijk nooit aangetoond. Voor zover dit al het geval mocht zijn, dan komt deze schade, gelet op artikel 4.1 van de beleidsregels, niet voor vergoeding in aanmerking.



3.16.
Eiser heeft tijdens de zitting erkend dat de aanvragen zien op percelen grasland en niet op ander akkerbouwgewas of salmonella bij koeien. De rechtbank volgt het college dan ook in zijn standpunt dat in de besluiten terecht niet is ingegaan op de vermeende schade aan het perceel lucerne en op de vermeende salmonella bij de koeien van eiser.

Dit betoog slaagt niet.


De taxaties zijn onzorgvuldig



3.17.
Omdat eiser het niet eens is met de uitkomst van de taxaties heeft hij voor wat betreft een aantal percelen waar het om draait in de beroepen met zaaknummers SHE 25/1132 en SHE 25/1133 een tegenrapport laten opmaken. Tijdens de zitting heeft de rechtbank aan eiser gevraagd op welke onderdelen van de taxaties het tegenrapport beoogt aan te tonen dat deze onderdelen van de taxaties onjuist zijn. Eiser heeft daarop aangegeven dat hij het tegenrapport heeft laten opmaken omdat hij iets moest doen. Omdat in de taxaties een motivering ontbreekt voor de wijze waarop de taxateur tot de metingen en het resultaat is gekomen, is het lastig om hier iets tegen in te brengen, zo heeft eiser aangegeven. Verder stelt eiser in het kader van de taxatie in het beroep met zaaknummer SHE 25/3298 dat een onjuiste referentielocatie is toegepast en dat het schadebedrag in strijd is met het motiveringsbeginsel.Het taxatierapport geeft onvoldoende inzicht in de onderbouwing van de schade en een uitgebreidere motivering is vereist. Dit bevestigt dat het college ook in eisers geval niet mag volstaan met een verwijzing naar het oordeel van de taxateur. Het moet uitleggen waarom het taxatierapport betrouwbaar is. Er is geen manier om te controleren waar op het perceel en hoe vaak de taxateur is geweest. Daarnaast is er geen onderbouwing met foto’s.



3.18.
Het college stelt zich op het standpunt dat de taxatierapporten op een zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat zij voldoende inzicht geven in de totstandkoming van het schadebedrag. Er zijn geen concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van het door de taxateur vastgestelde schadebedrag. De taxateur heeft, mede gelet op de Taxatierichtlijn, voldoende bezoeken gebracht aan de percelen en voldoende metingen verricht. Uit de taxatierapporten blijkt niet dat de percelen volledig beschadigd zijn. Er zijn dus delen van percelen waarop geen schade is geconstateerd. Dit kan prima als referentiepunt dienen. Uit de taxatierapporten blijkt dat de taxateur op het perceel zelf de referentiehoogte heeft kunnen bepalen. Gezien de gemeten grashoogtes en de schadeoppervlakten is er geen sprake geweest van volledig kaalgevreten percelen. Volgens het college biedt het tegenrapport, dat ziet op een aantal percelen, onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de taxatierapporten onjuist zijn.
Tijdens de zitting heeft het college aangegeven dat het in algemene zin de werkwijze van de taxateur kent, maar dat het college niet wist hoe deze specifieke taxaties in de praktijk zijn verlopen. Hoeveel metingen zijn gedaan op de percelen en waar ze zijn gedaan is niet duidelijk. Het college vertrouwt erop dat het juiste aantal metingen is verricht. Er zijn volgens het college geen signalen dat er te weinig metingen zijn verricht. Er kunnen een aantal oorzaken zijn van verminderde grasgroei. Het kan slechte grond zijn. De grond kan slecht bemest zijn. Het gaat in de taxatie om vraatschade en niet om het achterblijven van gras door ligging van een perceel, water et cetera. Niet alle schade is dus vraatschade. De agrariër kan ook zijn afwatering niet op orde hebben. Er wordt door de taxateur de mogelijkheid gegeven om mee te gaan met het meten. Als men het er niet mee eens is, kan men samen met de taxateur nog eens gaan meten, aldus het college.



3.19.
De rechtbank overweegt als volgt. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een bestuursorgaan mag afgaan op het advies van een deskundige, maar zich er wel van moet vergewissen dat het advies op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Die vergewisplicht volgt voor andere dan wettelijke adviseurs uit artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb). De taxatierapporten zijn naar het oordeel van de rechtbank summier. In de taxatierapporten zijn per perceel de schadeoppervlakte (ha), de referentiehoogte in centimeter, de gemeten grashoogte in centimeter, het verlies in centimeter en het verlies in kilogram droge stof weergegeven. Hoe tot de vastgestelde waardes gekomen is, is verder niet gemotiveerd. In de bezoekrapporten is evenmin een motivering te vinden. Die zijn even summier.



3.20.
In de primaire besluiten van het college is zonder nadere motivering verwezen naar de taxatierapporten.



3.21.
Eiser heeft zienswijzen en later bezwaren tegen de taxaties naar voren gebracht over met name de schadeoorzaken, de schadeoppervlakte, de referentiehoogte en de gemeten grashoogte. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen en bezwaren heeft het college de taxateur(s) om een reactie gevraagd. In de beslissingen op bezwaar is vervolgens met inachtneming van die reacties besloten om de bezwaren ongegrond te verklaren.



3.22.
Bij een heroverweging in bezwaar als bedoeld in artikel 7:11 van de Awb geldt als uitgangspunt dat het bestuursorgaan rekening houdt met alle relevante feiten en omstandigheden zoals die zich op dat moment voordoen. Het college beschikte ten tijde van het nemen van de bestreden besluiten over de taxatierapporten en de reacties van de taxateurs op de zienswijzen en bezwaren van eiser.



3.23.
Mede gelet op de aangevoerde bezwaren heeft het college op grond van de summiere inhoud van de taxatiedocumenten en de reacties naderhand ten aanzien van deze taxatierapporten onvoldoende aan zijn vergewisplicht voldaan. Onvoldoende duidelijk is immers hoeveel metingen zijn gedaan en waar op de percelen dat is geweest. Dat is niet te herleiden uit de taxatierapporten en ook uit de reacties blijkt niet dat de taxateurs de meetpunten en resultaten hebben genoteerd en gedeeld met het college. Het college heeft dit ook niet duidelijk kunnen maken ter zitting. Aangezien niet duidelijk is waar is gemeten, is het niet mogelijk voor het college zich te vergewissen van de juistheid van de conclusies van de taxaties. Juist omdat het standpunt van eiser is dat de percelen compleet zijn kaalgevroten is van belang te weten waar is gemeten, zodat de resultaten voor het college (en eiser) herleidbaar zijn. Daarbij geldt dat andere schadeoorzaken (met name water op de percelen) worden genoemd door de taxateurs, maar hoe dat is geconstateerd en op welke delen van de percelen is niet duidelijk. Ook is het standpunt van de taxateurs over de oorzaak van de aanwezigheid van het water op de betreffende plekken op de percelen niet bekend. Volgens eiser komt de aanwezigheid van het water door de ganzen. Omdat een deugdelijke motivering van deze schadeoorzaak ontbreekt, had het college niet kunnen inschatten of, zoals eisers stellen, sprake is van schade die had moeten worden getaxeerd. Verder blijkt volgens het college uit de taxatierapporten dat de referentiehoogte op hetzelfde perceel kon worden gemeten. In het rapport staat echter alleen een referentiehoogte vermeld. Waarom de referentiehoogte op hetzelfde perceel kon worden gemeten is echter niet (deugdelijk) gemotiveerd in de taxatie, noch achteraf in een reactie van de taxateurs. De deskundigen hebben immers niet gemotiveerd dat er onaangetast gras op de percelen aanwezig was en waaruit dat bleek. Gelet op het voorgaande heeft het college zijn vergewisplicht verzaakt en kon het de toekenning van de tegemoetkoming niet op die taxatierapporten baseren.


In de zaak met zaaknummer SHE 25/3298




3.24.
Ook ten aanzien van dit taxatierapport heeft het college niet voldaan aan zijn vergewisplicht. Ook in dit taxatierapport en de daaropvolgende reacties valt op dat de locatie van de meetpunten en de meetresultaten per meetpunt niet inzichtelijk worden gemaakt. Volgens het college blijkt voorts uit de taxatierapporten dat de referentiehoogte op hetzelfde perceel kon worden gemeten. Waarom de referentiehoogte op hetzelfde perceel kon worden gemeten is echter niet gemotiveerd in de taxatie, noch achteraf in een reactie van de taxateurs. De deskundigen hebben immers niet gemotiveerd dat er onaangetast gras op de percelen aanwezig was en waaruit dat bleek. Weliswaar is aangegeven dat in het bezoekrapport is gesteld dat de Canadese gans destijds is waargenomen, maar hoe de deskundigen komen tot een vaststelling dat de Canadese gans verantwoordelijk is voor 5% van de schade is niet gemotiveerd. Gelet op het voorgaande heeft het college ook in dit beroep zijn vergewisplicht verzaakt en kon het de toekenning van de tegemoetkoming niet op dit rapport baseren.

In zoverre slagen de beroepen.



3.25.
De rechtbank ziet overigens geen aanleiding om op basis van het tegenrapport dat eiser heeft ingediend in de zaken met zaaknummers SHE 25/1132 en SHE 25/1133 de tegemoetkoming vast te stellen (voor de percelen waarop dat rapport betrekking heeft), want voor dat rapport geldt dat niet duidelijk is welke uitgangspunten zijn gebruikt en of dat de juiste uitgangspunten zijn voor het vaststellen van de schade. Het college zal opnieuw moeten besluiten.





Conclusie en gevolgen

4. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten.


4.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor acht weken.



4.2.
Omdat de beroepen gegrond zijn moet het college het griffierecht voor de drie beroepszaken aan eiser vergoeden ter hoogte van € 582,- (3 x € 194,-) en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 3.736,- (4 punten x tarief € 934,-) omdat de gemachtigde van eiser een (nagenoeg) gelijkluidend beroepschrift heeft ingediend in de samenhangende zaken met zaaknummers SHE 25/1132 en SHE 25/1133 (1 punt) en een (andersluidend) beroepschrift in de zaak met zaaknummer SHE 25/3298 (1 punt) en aan de zitting heeft deelgenomen waar de drie zaken gelijktijdig zijn behandeld (2 punten). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.




Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 6 december 2024 en het bestreden besluit van 15 oktober 2025;
- draagt het college op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 582,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 3.736,- aan proceskosten aan eiser.


Deze uitspraak is gedaan door mr. K.A. Maarschalkerweerd, voorzitter, en mr. J. Heijerman en mr. C.N. van der Sluis, leden, in aanwezigheid van mr. J.F.M. Emons, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026.













griffier


voorzitter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.













Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, van 5 december 2023 tot vaststelling van een beleidsregel over nadeelcompensatie en tegemoetkoming in schade in verband met de invoering van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet (Beleidsregel nadeelcompensatie Noord-Brabant)
Link naar deze uitspraak