|
|
|
| ECLI:NL:RVS:2026:2742 | | | | | Datum uitspraak | : | 13-05-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 13-05-2026 | | Instantie | : | Raad van State | | Zaaknummers | : | 202405401/1/R3 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan plattelandswoningen Westland" gewijzigd vastgesteld. Deze zaak gaat over het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan plattelandswoningen Westland". Het bestemmingsplan gaat over het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland. De raad heeft dit bestemmingsplan vastgesteld om het college de bevoegdheid te geven om een woning binnen een afstand van 10 m van de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" in het plangebied als zogenoemde plattelandswoning te kunnen aanduiden, zodat die woning als zodanig mag worden bewoond. Daarbij moet vaststaan dat aan verschillende voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. | | Trefwoorden | : | agrarisch | | | bedrijfswoning | | | bestemmingsplan | | | burgerlijk wetboek | | | fijnstof | | | geluidhinder | | | geurhinder | | | glasopstanden | | | glastuinbouw | | | glastuinbouwbedrijf | | | herstructurering | | | | Uitspraak | 202405401/1/R3.
Datum uitspraak: 13 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellant sub 1], wonend in Honselersdijk, gemeente Westland,
2. [appellant sub 2], wonend in Honselersdijk, gemeente Westland,
3. Glastuinbouw Nederland, gevestigd in Zoetermeer,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Westland,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan plattelandswoningen Westland" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2] en Glastuinbouw Nederland beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant sub 2] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 3 februari 2026, waar Glastuinbouw Nederland, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. D. Otto, aanwezig waren. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben via een videoverbinding deelgenomen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 8 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Deze zaak gaat over het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan plattelandswoningen Westland". Het bestemmingsplan gaat over het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland. De raad heeft dit bestemmingsplan vastgesteld om het college de bevoegdheid te geven om een woning binnen een afstand van 10 m van de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" in het plangebied als zogenoemde plattelandswoning te kunnen aanduiden, zodat die woning als zodanig mag worden bewoond. Daarbij moet vaststaan dat aan verschillende voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan.
2.1. In paragraaf 1.1 van de plantoelichting staat over de aanleiding van het bestemmingsplan onder andere het volgende. De gemeente Westland heeft in het Collegewerkprogramma 2022-2026 opgenomen dat de plattelandswoning zal worden ingevoerd. In het glastuinbouwgebied van Westland zijn veel bedrijfswoningen bij glastuinbouwbedrijven gerealiseerd. Door schaalvergroting, bedrijfsbeëindiging en automatisering verliezen steeds meer bedrijfswoningen hun verbondenheid met het bedrijf. Daardoor worden veel voormalige bedrijfswoningen feitelijk als burgerwoningen gebruikt. In het glastuinbouwgebied van Westland kan een bedrijfswoning als gevolg van een schaalvergroting en verkoop van glasopstanden onder voorwaarden gewijzigd worden naar een burgerwoning.
Op het moment dat een te wijzigen woning te dichtbij het (voormalige) glastuinbouwbedrijf is gelegen, kan deze beperkte afstand vanwege eventuele milieuhinder reden zijn om de bestemming van de betreffende woning niet te wijzigen naar "Wonen". Er kan geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Aan de andere kant kan het glastuinbouwbedrijf belemmerd worden in de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van een (te) dichtbij gelegen burgerwoning. Op 1 januari 2013 is de "Wet plattelandswoningen" in werking getreden, waarin onder andere is geregeld dat zogenoemde plattelandswoningen niet worden beschermd tegen de milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf.
2.2. Glastuinbouw Nederland heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, omdat zij onder meer vreest dat de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid in de weg staat aan toekomstige uitbreidingsmogelijkheden van de glastuinbouw.
2.3. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] zijn beiden eigenaar van de woning aan de [locatie] in Honselersdijk en wonen daar ook. Dit is in het plangebied van het bestemmingsplan. Zij hebben beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, omdat hun woning daarin ten onrechte niet als plattelandswoning is bestemd. Zij hebben allebei afzonderlijk een beroepschrift ingediend.
Het oordeel van de Afdeling
3. De Afdeling komt in deze uitspraak tot de conclusie dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan niet in stand kan blijven en dat dit besluit vernietigd moet worden. De Afdeling oordeelt daarom dat de beroepen van Glastuinbouw Nederland, [appellant sub 2] en [appellant sub 1] gegrond zijn.
De Afdeling licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader bestemmingsplan
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
De wijzigingsbevoegdheid
5. Op grond van de artikelen 2-4 van de regels van het bestemmingsplan herziet dit bestemmingsplan de bestemmingsplannen "Glastuinbouwgebied Westland" en "Glastuinbouwgebied Boomawatering" door de begrippen van genoemde bestemmingsplannen te herzien of aan te vullen met de volgende begrippen: "plattelandswoning", "woning" en "bedrijfswoning", en door de regels van die bestemmingsplannen aan te vullen met een nieuw artikel 3.7.5, waarin een wijzigingsbevoegdheid voor het college is opgenomen. In artikel 4 van het bestemmingsplan is opgenomen hoe dit nieuwe artikel 3.7.5 luidt.
5.1. Artikel 4 van de regels van het bestemmingsplan in samenhang gelezen met artikel 3.7, aanhef, van de regels van de bestemmingsplannen "Glastuinbouwgebied Westland" en "Glastuinbouwgebied Boomawatering" geeft burgemeester en wethouders een bevoegdheid om de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" te voorzien van een aanduiding 'plattelandswoning' waarmee die woning binnen een afstand van 10 meter van de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" als zodanig bewoond mag worden, waarbij vast dient te staan dat:
• "het een woning betreft die langs één van de (primaire of secundaire) linten in het glastuinbouwgebied is gelegen en de woning in het Werkboek Westland is aangeduid als een 'niet-noodzakelijk uit te plaatsen woning' (zgn. categorie 3 woning) of 'gewenst uit te plaatsen woning' (zgn. categorie 2 woning) als opgenomen in Bijlage 1;
• de bedrijfsvoering ter plaatse is beëindigd, waarbij alle ter plaatse bedrijfsmatig te gebruiken, bij het bedrijf bijbehorende, gronden zijn verkocht en alle bedrijfsmatig te gebruiken, bij het bedrijf bijbehorende, kassen, bedrijfsgebouwen en overige bedrijfsbouwwerken zijn verkocht of gesloopt ten behoeve van een schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw;
• per bedrijf ten minste één bedrijfswoning aanwezig blijft;
• aangetoond is door een onderzoek van een deskundige dat ter plaatse van de plattelandswoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (geen onevenredige milieuhinder), in ieder geval met betrekking tot geurhinder, geluidhinder en luchtkwaliteit (fijn stof);
• de plattelandswoning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
• na de wijziging geen grotere kavel bij de perceelseigenaar in eigendom zal zijn dan maximaal 1.000 m², waarbij leidend is een logische en efficiënte verkaveling van het glasareaal, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige;
• de vertegenwoordiger van het agrarisch bedrijf en van de plattelandswoning stemmen vooraf schriftelijk in met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid;
• voldaan wordt aan de regels voor een woning als genoemd in de bestemming "Wonen", met dien verstande dat de regels met betrekking tot de inhoud van een plattelandswoning en alle regels met betrekking tot bijgebouwen niet van toepassing zijn op de bestaande bebouwing, mits de oppervlakte van alle bestaande bijgebouwen bij de te wijzigen kavel is teruggebracht tot 100 m² of de inhoud van alle bestaande bijgebouwen is teruggebracht tot 300 m3;
• advies is ingewonnen bij de waterbeheerder en de glastuinbouwdeskundige;
• indien het vlak 'plattelandswoning' is gelegen binnen de dubbelbestemming "Leiding - ...", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist;
• indien het vlak 'plattelandswoning' is gelegen binnen 25 meter van de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduidingen "(sb-gos)" of "(sb-mr)", is schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder vereist."
Beroep van Glastuinbouw Nederland
6. Glastuinbouw Nederland betoogt in de kern dat het bestemmingsplan leidt tot een belemmering van de bedrijfsvoering en ontwikkelmogelijkheden voor glastuinbouwbedrijven en dat er ter plaatse van de plattelandswoningen geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd vanwege de korte afstand van minder dan 10 m tot het betrokken glastuinbouwbedrijf. Volgens Glastuinbouw Nederland heeft de raad hier onvoldoende onderzoek naar gedaan bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. Volgens Glastuinbouw Nederland is het instrument ‘plattelandswoning’ ook niet geschikt in een glastuinbouwgebied. Glastuinbouw Nederland verwijst daarvoor naar een rapport van Pouderoyen Tonnaer "Verkenning Functieverandering bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Pijnacker-Nootdorp" van 5 maart 2024. Ook verwijst zij naar de Memorie van Toelichting op de Wet plattelandswoningen als het gaat om de reikwijdte van die wet. De glastuinbouw is namelijk hoogdynamisch als het gaat om haar fysieke inrichting, waarbij glastuinbouwbedrijven niet alleen qua omvang groter worden maar ook de aard en verschijningsvormen wijzigen. Zij noemt in dit verband de hogere bouwhoogtes voor kassen, verschillende installaties en de belichting.
Beroep van [appellant sub 2] en [appellant sub 1]
7. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] betogen in de kern dat hun woning met bloementuin aan de [locatie] ten onrechte niet als plattelandswoning is bestemd. Onder verwijzing naar verschillende artikelen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, het Burgerlijk Wetboek en diverse rechtsbeginselen voeren zij aan dat inbreuk wordt gemaakt op hun rechten als eigenaren van de woning, omdat zij niet de bestemming krijgen die zij wensen. Volgens hen is ten onrechte besloten om hun woning en andere in de omgeving liggende woningen te slopen. Zij voeren aan dat de raad voor een andere invulling van het gebied had moeten kiezen en teveel gewicht heeft toegekend aan de belangen en adviezen van glastuinbouwbedrijven. De mensen die in het gebied wonen hebben daarnaast onvoldoende participatie gehad bij de totstandkoming van het bestemmingsplan.
Behandeling van de beroepen
8. De Afdeling constateert dat Glastuinbouw Nederland en [appellant sub 2] en [appellant sub 1] tegengestelde belangen hebben. Op de zitting is aan de orde geweest dat zij het alledrie niet eens zijn met de in artikel 4 van de planregels als eerste opgenomen voorwaarde dat een woning die langs een van de primaire of secundaire linten in het glastuinbouwgebied is gelegen en in het Werkbroek Westland is aangeduid als niet-noodzakelijk uit te plaatsen woning (zogenoemde categorie 3 woning) of gewenst uit te plaatsen woning (zogenoemde categorie 2 woning) als opgenomen in bijlage 1 de aanduiding ‘plattelandswoning’ kan krijgen. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] zijn het niet eens met die voorwaarde, omdat hun woning in bijlage 1 is aangemerkt als een zogenoemde categorie 1 woning. Dit is een noodzakelijk uit te plaatsen woning voor schaalvergroting. Dit betekent dat op grond van dit bestemmingsplan het college niet de bevoegdheid heeft om aan hun woning de aanduiding ‘plattelandswoning’ toe te kennen. Glastuinbouw Nederland is het ook niet eens met die voorwaarde, omdat hierin ook zogenoemde categorie 2 woningen zijn opgenomen. Die woningen zijn aangemerkt als gewenst uit te plaatsen woningen voor schaalvergroting. Met dit bestemmingsplan maakt de raad het echter mogelijk dat het college ook aan die woningen de aanduiding "plattelandswoning" kan toekennen zonder dat de raad de gevolgen daarvan voor de bedrijfsvoering van glastuinbouwbedrijven op kortere afstand dan 10 m en de gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van die woningen heeft bezien. Volgens haar heeft de raad die beoordeling in de voorwaarden ten onrechte ‘doorgeschoven’ naar het college bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid.
8.1. De in artikel 4 van de planregels als eerste genoemde voorwaarde en bijlage 1 van de planregels zijn bij amendement toegevoegd aan het bestemmingsplan. In bijlage 1 van de planregels is een kaart opgenomen van het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland, waarop de primaire linten en secundaire linten zijn aangegeven en de in het gebied gelegen woningen aangeduid in de categorieën 1,2 en 3. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat een meer gedetailleerde kaart is opgenomen in het Werkboek Westland en dat op basis daarvan is vast te stellen of een woning een zogenoemde categorie 1, 2 of 3 woning is. De raad heeft op de zitting toegelicht dat bij de vaststelling van het Werkboek Westland de categorie aanduiding is bezien. Daarbij is gekeken naar de ligging van de woningen in het glastuinbouwgebied, bijvoorbeeld aan wegen of midden in het glastuinbouwgebied. Niet is gekeken naar de bestemming van de woningen. De raad heeft toegelicht dat er geen inspraak heeft plaatsgevonden over het werkboek en dat dit werkboek samen met de provincie Zuid-Holland is opgesteld.
Tussen partijen is niet in geschil dat de woning van [appellant sub 2] en [appellant sub 1] is aangemerkt als een zogenoemde categorie 1 woning, ofwel een noodzakelijk uit te plaatsen woning. Het bestemmingsplan geeft voor die woning het college niet de bevoegdheid om de woning als plattelandswoning aan te duiden. Die mogelijkheid heeft het college wel als het gaat om zogenoemde woningen in de categorie 3, ofwel niet noodzakelijk uit te plaatsen woning, en woningen in de categorie 2, ofwel gewenst uit te plaatsen woning. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad niet deugdelijk gemotiveerd waarom de raad aan de ene kant het college de bevoegdheid heeft gegeven om het gebruik van woningen als plattelandswoningen toe te staan, maar dit voor bepaalde woningen heeft uitgesloten. Ook heeft de raad niet bezien waarom het voor de woningen waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet, op een afstand van minder dan 10 m van een glastuinbouwbedrijf, ruimtelijk aanvaardbaar is om die als plattelandswoning te kunnen gebruiken. De raad heeft weliswaar in dat kader in artikel 4 van de planregels voorwaarden gesteld, maar gelet op de inhoud van die voorwaarden de onderzoeksplicht doorgeschoven naar het moment waarop de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast. Het bestemmingsplan is gelet op het voorgaande in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
De betogen slagen.
Conclusie en proceskosten
9. De beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en Glastuinbouw Nederland zijn gegrond. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.
10. De Afdeling komt niet meer toe aan een bespreking en beoordeling van de overige beroepsgronden.
11. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart de beroepen gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Westland van 26 juni 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan plattelandswoningen Westland;"
III. gelast dat de raad van de gemeente Westland aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:
a. € 187,00 aan [appellant sub 1];
b. € 187,00 aan [appellant sub 2];
c. € 371,00 aan Glastuinbouw Nederland.
Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Alderlieste, griffier.
w.g. Blomberg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Alderlieste
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026
590 | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|