Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:12668 
 
Datum uitspraak:18-05-2026
Datum gepubliceerd:21-05-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:NL25.34289
Rechtsgebied:Vreemdelingenrecht
Indicatie:Asielaanvraag – geloofwaardigheid van het relaas – problemen met Al-Shabaab – onderzoek naar adequate opvang – beroep ongegrond.
Trefwoorden:vee
 
Uitspraak
uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.34289

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen




[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.M. Bell),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: L.M.F. Verhaegh).




Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.




Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2006 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 28 september 2022 een asielaanvraag ingediend.

2. Aan de asielaanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is via zijn moeder door Al-Shabaab benaderd om zich bij hen aan te sluiten. Nadat zijn moeder geweigerd had om eiser te laten rekruteren door Al-Shabaab is zij door leden van Al-Shabaab vermoord. Hierna heeft Al-Shabaab telefonisch gedreigd eiser ook te vermoorden als hij zich niet aansluit. Eiser is vervolgens gevlucht.
3. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Dat zijn moeder is vermoord door Al-Shabaab en dat eiser zelf problemen heeft met Al-Shabaab en door hen ook zou worden vermoord, heeft verweerder niet geloofwaardig geacht. Dit leidt er volgens verweerder toe dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade.


4. Eiser voert het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte de problemen van eiser met Al-Shabaab niet geloofwaardig geacht. Verweerder heeft de geloofwaardigheidsbeoordeling onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd en de afzonderlijke onderdelen van het relaas onvoldoende in samenhang beoordeeld. Verweerder heeft bovendien ten onrechte een normatief verwachtingspatroon toegepast ten aanzien van het handelen van Al-Shabaab en de ouders van eiser. Ook heeft verweerder miskend dat eiser minderjarig was ten tijde van de gebeurtenissen en dat het handelen van zijn ouders niet aan hem kan worden toegerekend. Daarnaast blijkt onvoldoende uit het bestreden besluit op welke wijze rekening is gehouden met het referentiekader van eiser. Voorts oefent Al-Shabaab, anders dan verweerder stelt, wel degelijk invloed uit in [woonplaats] , de voormalige woonplaats van eiser. Eiser verwijst daarbij naar het rapport van EUAA van mei 20251 en het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over Somalië van maart 2025. Verweerder heeft voorts nagelaten de algemene veiligheidssituatie in Somalië te beoordelen in samenhang met het relaas van eiser. Daarbij komt dat eiser geen sociaal netwerk heeft in Somalië en dat hij ook daarom geen menswaardig bestaan kan opbouwen bij terugkeer. Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het onderzoek naar adequate opvang niet kon worden afgerond tijdens de minderjarigheid van eiser. In dit kader wijst eiser op het arrest T.Q.2 en jurisprudentie van de Afdeling.3 Het is onduidelijk welke handelingen verweerder concreet heeft verricht, welke instanties of personen daarbij in beeld waren, welke acties nog open stonden en waarom deze niet voor de meerderjarigheid van eiser konden worden verricht. Tot slot ontbeert volgens eiser het terugkeerbesluit een zelfstandige draagkrachtige motivering.
De rechtbank oordeelt als volgt.


Geloofwaardigheid van het relaas


5. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder onvoldoende kenbaar rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Verweerder heeft in het voornemen het referentiekader van eiser expliciet opgenomen. In het bestreden besluit heeft verweerder toegelicht dat eiser bij binnenkomst geregistreerd is als alleenstaande minderjarige vreemdeling, waardoor de werkwijze van de IND hierop is aangepast. Ook is overwogen dat bij de weging rekening is gehouden met eisers referentiekader. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser tijdens het gehoor de ruimte gekregen om zijn verhaal in zijn eigen woorden te doen. Eiser heeft in beroep niet concreet heeft gemaakt op welke wijze hij, gelet op zijn referentiekader, minder heeft kunnen verklaren. Verweerder heeft terecht overwogen dat geenszins is gebleken dat eiser de vragen tijdens het gehoor niet heeft begrepen en indien dit wel het geval was, dat hierop niet is gereageerd of dat hij zich niet heeft kunnen uiten als dit anders is.
6. Verweerder heeft aan eiser kunnen tegenwerpen dat niet valt in te zien dat Al-Shabaab de moeder van eiseres heeft vermoord, maar eiser nog de kans heeft gegeven om zich later bij hen aan te sluiten. Verweerder heeft hierover kunnen overwegen dat deze handelswijze niet logisch is, nu gesteld is dat Al-Shabaab ongehoorzaamheid wilde





1. De rapportage ‘Country of Origin Information rapport: Somalia – Country Focus’ van het European Union Agency for Asylum.
2 Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ECLI:EU:C:2021:9.
3 Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2026:119 en ECLI:NL:RVS:2022:1530.


afstraffen en dat hiermee ook de ernst van de dreiging wordt ondermijnd. Ook heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat niet valt in te zien hoe hij meerdere controleposten kon passeren terwijl Al-Shabaab naar eiser op zoek zou zijn. De verklaring die eiser hiervoor heeft gegeven, namelijk dat hij verstopt zat tussen vee, heeft verweerder niet hoeven volgen, nu uit algemene landeninformatie volgt dat de controleposten bekend staan om hun strikte en intensieve controles. De stelling van eiser dat dit niet betekent dat iedere persoon in iedere situatie altijd moet worden ontdekt, heeft verweerder onvoldoende kunnen achten. Daarbij heeft verweerder terecht van belang geacht dat uit eisers verklaringen volgt dat hij langs meerdere controleposten is gekomen, zowel van Al-Shabaab als de overheid, en dat hij steeds zonder problemen heeft kunnen passeren. Gelet op de algemene informatie over deze controleposten heeft verweerder dit niet waarschijnlijk kunnen achten. Ten aanzien van de ouders van eiser heeft verweerder kunnen overwegen dat niet valt in te zien dat eisers moeder de oproepen van Al-Shabaab steeds weigerde, gelet op het risico dat zij hierbij liep en dat ook niet valt in te zien dat de ouders van eiser vervolgens geen concrete acties hebben genomen voor eisers veiligheid. Anders dan eiser meent, heeft verweerder hiermee de geloofwaardigheidsbeoordeling niet gebaseerd op aannames en een normatief verwachtingspatroon. Verweerder heeft terecht meer uitleg en onderbouwing gevraagd van eiser over de door hem gestelde gang van zaken, nu het aan hem is om zijn relaas aannemelijk te maken.
7. Verweerder heeft verder terecht bij de beoordeling betrokken dat [woonplaats] volgens informatie uit het algemeen ambtsbericht over Somalië niet gecontroleerd wordt door Al-Shabaab. Verweerder heeft ook terecht overwogen dat de kaart in het rapport van EUAA geen ander beeld laat zien. Dit strookt dan ook niet met de verklaringen van eiser dat Al-Shabaab voor een groot gedeelte aan de macht was in zijn woonplaats en dat daar altijd de regels van Al-Shabaab golden. De enkele stelling van eiser in beroep dat in bepaalde gebieden sprake is van indirecte invloed van Al-Shabaab maakt dit niet anders.
8. Dat eiser stelt dat hij in de kern steeds hetzelfde heeft verklaard, namelijk dat hij door Al-Shabaab werd gezocht en ernstig gevaar liep bij weigering, heeft verweerder onvoldoende kunnen vinden om het relaas van eiser geloofwaardig te achten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit de verklaringen van eiser voldoende in samenhang bezien en niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiser problemen heeft met Al-Shabaab.
Veiligheidssituatie

9. Verweerder heeft daarnaast terecht geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer wegens de algemene veiligheidssituatie. Zoals onder 7 is overwogen, staat [woonplaats] niet onder controle van Al-Shabaab. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de indirecte invloed van Al-Shabaab in de gebieden die niet door hen gecontroleerd worden dermate hoog is dat eiser door zijn enkele aanwezigheid aldaar een reëel en voorzienbaar risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Dat uit het rapport van EUAA uit mei 2025 blijkt dat een route via [woonplaats] een belangrijk doelwit is van aanvallen door Al-Shabaab, leidt niet tot een andere conclusie. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van een dergelijke aanval.



Gebrek aan sociaal netwerk


10. Verweerder heeft eiser terecht niet gevolgd in zijn betoog dat hij bij terugkeer geen sociaal netwerk heeft en daarom geen bestaan kan opbouwen in Somalië. Daarbij heeft verweerder terecht overwogen dat eiser niet onderbouwd heeft dat hij geen sociaal netwerk heeft in Somalië. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard dat zijn vader, broers en zus nog in [woonplaats] wonen. Bovendien is niet gebleken van kwetsbaarheid of andere bijzondere afhankelijkheid bij eiser waardoor hij zonder sociaal netwerk zich niet zal kunnen handhaven en een risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM.4
Adequate opvang

11. Verweerder heeft verder voldoende gemotiveerd waarom het onderzoek naar adequate opvang niet kon worden afgerond voordat eiser meerderjarig werd. Ten tijde van het indienen van de asielaanvraag was eiser zestien jaar oud. Eiser is op [geboortedag] 2024 meerderjarig geworden. Verweerder heeft erop gewezen dat een aanmeldgehoor heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2022 en een nader gehoor op 21 november 2023. Tijdens deze gehoren heeft verweerder aan eiser vragen gesteld over zijn situatie, zijn familie en of hij nog contact had met zijn familie in Somalië. Uit deze gehoren bleek dat eiser geen contact meer heeft met familieleden. Verweerder heeft toegelicht dat niet met zekerheid geconcludeerd kon worden dat adequate opvang aanwezig was voor eiser en dat daarom aanvullend onderzoek moest worden gedaan. Dit was volgens verweerder pas mogelijk nadat het besluit op de asielaanvraag was genomen, omdat eerder geen contact kon worden opgenomen met de Somalische autoriteiten. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat niet is gebleken dat eiser actie heeft ondernomen om het contact met zijn familie in Somalië te herstellen. Uit de stukken die eiser in beroep heeft overgelegd, volgt juist dat eiser ervoor heeft gekozen om – vanwege risico’s voor zijn gezinsleden – geen onderzoek via het Rode Kruis op te starten om zijn familieleden te vinden. Nu eiser zelf geen pogingen heeft gedaan om het contact met zijn familieleden te herstellen en hij tijdens de gehoren slechts summiere gegevens heeft verstrekt, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verder onderzoek pas mogelijk was nadat op de asielaanvraag is beslist en dat het onderzoek
naar adequate opvang dan ook niet afgerond kon worden gedurende de minderjarigheid van eiser.

Terugkeerbesluit


12. Eiser wordt tot slot niet gevolgd in zijn stelling dat het terugkeerbesluit niet in stand kan blijven. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht de asielaanvraag van eiser afgewezen. Verweerder was dan ook gehouden om op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Vw5 aan eiser een terugkeerbesluit uit te vaardigen.


Conclusie


13. Het beroep is ongegrond.

4 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
5 Vreemdelingenwet 2000.


14. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan op 18 mei 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.


De uitspraak is bekendgemaakt op:




Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Link naar deze uitspraak