Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:214 
 
Datum uitspraak:26-05-2026
Datum gepubliceerd:26-05-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:25/625 en 25/971
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:De minister heeft de subsidieaanvragen van appellante voor glas- en gevelisolatie afgewezen omdat niet is voldaan aan de eis dat het isolatiemateriaal is aangebracht door een bouwbedrijf dat is ingeschreven in het handelsregister. Ook heeft de minister de subsidieaanvraag van appellante voor dakisolatie afgewezen omdat b-keuze isolatiemateriaal is aangebracht dat niet beschikt over de benodigde prestatieverklaring. Anders dan appellante betoogt is van strijd met het evenredigheidsbeginsel geen sprake. Beroepen ongegrond.
Trefwoorden:lnv-subsidies
subsidies
Wetreferenties:Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
 
Uitspraak
uitspraak


COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 25/625 en 25/971

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaken tussen

[naam] , te [woonplaats]
(gemachtigde: mr. R.S. Bosch)

en

de minister van Klimaat en Groene Groei
(gemachtigde: mr. M. Zweers)




Procesverloop in beroep


25/625



[naam] heeft tegen het besluit van 17 juli 2025 (bestreden besluit I) beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.


25/971



[naam] heeft tegen het besluit van 29 oktober 2025 (bestreden besluit II) beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.


Beide zaken


De zitting was op 16 april 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam] , bijgestaan door haar gemachtigde en namens de minister zijn gemachtigde.



Inleiding


1.1

[naam] heeft voor haar woning op 27 november 2024 een subsidieaanvraag ingediend
voor glas- en dakisolatie en op 3 augustus 2025 een subsidieaanvraag voor gevelisolatie.



1.2
De minister heeft met het besluit van 18 februari 2025 de subsidieaanvraag voor glas- en dakisolatie afgewezen. De aanvraag voor glasisolatie is afgewezen omdat niet is voldaan aan de eis dat het isolatiemateriaal is aangebracht door een bouwbedrijf dat is ingeschreven in het handelsregister. De aanvraag voor dakisolatie is afgewezen omdat [naam] een b-keuze isolatiemateriaal heeft laten aanbrengen dat niet beschikt over de benodigde prestatieverklaring. De minister heeft met het bestreden besluit I het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd.



1.3
De minister heeft met het besluit van 19 september 2025 de subsidieaanvraag van [naam] voor gevelisolatie afgewezen omdat niet is voldaan aan de eis dat het isolatiemateriaal is aangebracht door een bouwbedrijf dat is ingeschreven in het handelsregister. De minister heeft met het bestreden besluit II het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd.



1.4

[naam] erkent dat het isolatiemateriaal voor de glas- en gevelisolatie niet is aangebracht door een bouwbedrijf dat is ingeschreven in het handelsregister. Zij erkent ook dat er b-keuze-dakisolatiemateriaal is aangebracht dat niet is voorzien van een prestatieverklaring. Volgens [naam] is de afwijzing van de subsidieaanvragen in strijd met het in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opgenomen evenredigheidsbeginsel en moeten de subsidies daarom toch verstrekt worden.




Beoordeling van het beroep

2 Aan de orde is de vraag of de minister de subsidieaanvragen van [naam] voor glas-, dak- en gevelisolatie terecht heeft afgewezen. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend en licht dit hieronder toe.


3.1
Artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: Regeling), zoals dit artikel gold ten tijde van de aanvragen en voor zover relevant, bepaalde dat voor de verstrekking van subsidie voor isolatiemaatregelen het isolatiemateriaal wordt aangebracht door een bouwbedrijf dat in het handelsregister is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie (zie artikel 4.5.1 van de Regeling) en dat het isolatiemateriaal is voorzien van een prestatieverklaring. Niet in geschil is dat de door [naam] getroffen isolatiemaatregelen hier niet aan voldoen. Artikel 22, eerste lid, aanhef en onder a, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies bepaalt dat de minister afwijzend beslist op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. Omdat deze bepaling dwingend is geformuleerd en geen hardheidsclausule bevat was de minister gehouden de subsidieaanvragen van [naam] af te wijzen. Aangezien het om een gebonden bevoegdheid gaat heeft de minister geen ruimte voor het maken van een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat het in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb opgenomen evenredigheidsbeginsel niet van toepassing is.



3.2
Bij een gebonden bevoegdheid gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift kan getoetst worden aan het ongeschreven evenredigheidsbeginsel. Beoordeeld moet worden of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de uitoefening van de gebonden bevoegdheid in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Hierbij gaat het om de evenwichtigheid. Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbenden onredelijk bezwarend is (zie de uitspraak van de grote kamer van het College van 26 maart 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:190, onder 8.2)).



3.3
Het College is met de minister van oordeel dat in geval van [naam] geen sprake is van bijzondere omstandigheden die de uitoefening van de gebonden bevoegdheid zozeer onevenwichtig maken dat het tot een onevenredige uitkomst zou leiden. [naam] betoogt dat de glas- en gevelisolatie is aangebracht door een vakman met 35 jaar ervaring, die zijn bedrijf ten tijde van de werkzaamheden pas tien maanden uit het handelsregister had uitgeschreven. De strikte en formalistische uitleg van de Regeling zijn volgens [naam] , gelet op de deskundigheid van de uitvoerder en de kwaliteit van de maatregel, in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De minister heeft naar voren gebracht dat het vereiste dat de glas- en gevelisolatie wordt aangebracht door een bouwbedrijf dat is ingeschreven in het handelsregister, is gesteld met het oog op de uitvoerbaarheid van de Regeling. Het College acht het begrijpelijk dat de regelgever in verband met de uitvoerbaarheid van de Regeling heeft bepaald dat de genoemde isolatiemaatregelen moeten worden aangebracht door een bouwbedrijf dat in het handelsregister is ingeschreven. Dat [naam] ervoor heeft gekozen deze maatregelen te laten aanbrengen door een vakman die zijn bouwbedrijf tien maanden eerder uit het handelsregister heeft uitgeschreven, maakt de afwijzing van de subsidieaanvraag niet onredelijk bezwarend. Dat de toepassing van b-keuze materiaal volgens [naam] niet van invloed is op de kwaliteit van de dakisolatie omdat de Rd-waarde ervan boven de door de Regeling vereiste minimumwaarde ligt maakt deze afwijzing niet onredelijk bezwarend omdat, zoals de minister eveneens heeft opgemerkt, de kwaliteit niet kan worden vastgesteld als de door de Regeling vereiste prestatieverklaring ontbreekt. Verder maakt het feit dat [naam] geen subsidie heeft gekregen en daardoor financieel nadeel lijdt de bestreden besluiten I en II ook niet onevenwichtig. Dat [naam] aan de hand van de informatie op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ervan uitging dat zij de aangevraagde subsidies zou krijgen, komt voor haar rekening. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is dan ook geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.


Slotsom




4.1
Het College zal de beroepen ongegrond verklaren.



4.2
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.




Beslissing

Het College verklaart de beroepen ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van mr. H. Caglayankaya, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.







w.g. M.J. Jacobs w.g. H. Caglayankaya
Link naar deze uitspraak