Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:290 
 
Datum uitspraak:18-06-2026
Datum gepubliceerd:25-06-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:26/321
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Mondelinge uitspraak. Voorlopige voorziening. Last onder bestuursdwang kon worden opgelegd. Overtreding Bhd vanwege te kleine ligboxen en te lage voerhekken. Koeien hebben daardoor verwondingen aan hakken en rug. Verzoek wordt afgewezen.
Trefwoorden:bestuursdwang
koeien
landbouw
melkveehouderij
Wetreferenties:Wet dieren
Besluit houders van dieren
 
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 26/321


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2026




Voorzieningenrechter: mr. D. Brugman

Griffier: mr. C.A. Blankenstein



Partijen


De maatschap [naam 1] en [naam 2] te [vestigingsplaats] ), waarvoor aanwezig zijn [naam 1] , mr. P.G. Grijpstra, [naam 3] en [naam 4]

en


de staatssecretaris (voorheen de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, vertegenwoordigd door mr. A.M.H. van de Wal, mr. E.M. Scheffer, drs. [naam 5] en drs. [naam 6]




Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.



Overwegingen

1. Met deze uitspraak geeft de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.

2 De maatschap heeft een melkveehouderij. De staatssecretaris heeft naar aanleiding van een inspectie op 1 december 2025 met het besluit van 10 maart 2026 een last onder bestuursdwang opgelegd vanwege overtredingen van het Besluit houders van dieren (Bhd). Volgens de staatssecretaris zijn de ligboxen van de (grootste) koeien te klein en de voerhekken te laag. De maatschap heeft bezwaar gemaakt en hangende haar bezwaar de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat de maatschap een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorziening. Anders dan de staatssecretaris betoogt, dreigt het besluit de maatschap niet enkel in haar financiële belangen te treffen. In het besluit staat immers dat de staatssecretaris koeien kan meevoeren indien bij een hercontrole zou blijken dat nog steeds sprake is van overtredingen. De gevolgen daarvan zijn in potentie onomkeerbaar en in ieder geval behoorlijk ingrijpend.

4 Het besluit is gebaseerd op een rapport van bevindingen van 25 januari 2026 en een veterinaire verklaring van 19 januari 2026. Uit dat rapport en die verklaring blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter duidelijk dat er sprake is van overtredingen van het Bhd. In deze stukken staat beschreven dat sommige koeien niet in de ligboxen passen. Hun achterkant hangt over de rand of de koeien liggen schuin in de boxen. Sommige koeien hebben verwondingen aan hun hakken en schaafplekken op hun rug. Dat is ook goed te zien op de bijgevoegde foto’s. Volgens de toezichthoudend dierenartsen is de oorzaak van de verwondingen de te krappe ligboxen en te lage voerhekken. De voorzieningenrechter kan die conclusie goed volgen.

5 De maatschap heeft vier rapporten ingebracht van eigen deskundigen en een aantal foto’s en filmpjes van de situatie in de stal in april en mei 2026. Die stukken geven de voorzieningenrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouders. De stukken van de maatschap gaan namelijk allemaal over de situatie van na de inspectie in december 2025 en weerleggen dus niet de bevindingen van de toezichthouders. De voorzieningenrechter ziet in die stukken ook geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie van de toezichthoudend dierenartsen dat de verwondingen van de koeien te maken hebben met de (te kleine) huisvesting.

6 Mocht de situatie in de stal in de tussentijd inderdaad zijn verbeterd, dan valt dat alleen maar toe te juichen. Dat betekent alleen niet dat het besluit van 10 maart 2026 om een last onder bestuursdwang op te leggen vanwege de in december 2025 geconstateerde overtredingen niet klopt. De toezichthouders zullen bij de hercontrole moeten beoordelen of met de gestelde verbeteringen aan de last is voldaan en er dus geen sprake meer is van overtredingen, zoals waargenomen bij (onder meer) de controle op 1 december 2025. Namens de staatssecretaris is op de zitting toegelicht dat de hercontrole niet van te voren zal worden aangekondigd. Wel is men bereid te bezien of het mogelijk is dat de eigen dierenartsen van de maatschap bij die hercontrole aanwezig kunnen zijn.

7 De conclusie is dat de voorzieningenrechter verwacht dat de last onder bestuursdwang in bezwaar en eventueel daarna in beroep stand zal houden. Ook verder is niet gebleken van zwaarwegende belangen bij de maatschap die het treffen van een voorziening toch nodig maken. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.






w.g. D. Brugman w.g. C.A. Blankenstein
Link naar deze uitspraak