|
|
|
| ECLI:NL:CBB:2026:322 | | | | | Datum uitspraak | : | 14-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 14-07-2026 | | Instantie | : | College van Beroep voor het bedrijfsleven | | Zaaknummers | : | 25/938 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Art. 8:55 Awb: Verzet is gegrond. | | Trefwoorden | : | landbouw | | | | Uitspraak | uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/938
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2026 op het verzet van
[naam] B.V., te [vestigingsplaats] (de onderneming)
(gemachtigde: J.W.F. Schijvens)
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 5 november 2025.
Met de uitspraak van 31 maart 2026 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 31 maart 2026 van het College heeft de onderneming verzet gedaan.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift van de onderneming niet de gronden van beroep bevat en deze ook niet alsnog binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend.
2 De onderneming stelt de brief van 2 maart 2026, waarbij het retour gekomen aangetekende poststuk van 6 februari 2026 nogmaals per gewone post is verzonden, pas op
9 maart 2026 te hebben ontvangen. De oorspronkelijke termijn was toen al verlopen. De onderneming is er vanuit gegaan dat met de brief van 2 maart 2026 een nieuwe termijn van vier weken voor het verzuimherstel is gaan lopen. In deze brief is niet aangegeven dat daarmee geen nieuwe termijn is gaan lopen. Op 26 maart 2026 heeft de onderneming de gronden ingediend.
3 In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard vervalt de uitspraak van 31 maart 2026 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van E.A, van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
w.g. M. Schoneveld w.g. E.A. van der Meel | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|