Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:328 
 
Datum uitspraak:21-07-2026
Datum gepubliceerd:21-07-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:24/1106
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:GLB 2023. Aanmelding te laat. Geen sprake van overmacht. Verder is het College van oordeel dat het als niet tijdig aanmerken van de aanmelding niet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard en dat ook geen sprake is van strijd met het evenredigheidbeginsel. De minister heeft de maatschap meerdere keren gewezen op de uiterste aanmelddatum en een herinnering gestuurd dat de aanmelding nog niet was ontvangen. Drukte in de bedrijfsvoering is een omstandigheid die voor eigen rekening en risico van de maatschap komt.
Trefwoorden:glb
landbouw
landbouwbeleid
landbouwer
Wetreferenties:Uitvoeringsregeling GLB 2023
 
Uitspraak
uitspraak


COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/1106

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen
Maatschap [naam] , te [vestigingsplaats] (maatschap)
(gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen)

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigde: mr. I.M.H.G van Lankveld en mr. S.H.B. van der Zalm)




Procesverloop in beroep

De maatschap heeft tegen het besluit van 18 november 2024 (bestreden besluit) beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 13 mei 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van de minister deelgenomen.



Waar gaat deze zaak over?


1.1
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is, voor zover hier van belang, vastgelegd in Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116, Uitvoeringsverordening 2021/2290 en Gedelegeerde Verordening 2022/1172. De nationale invulling van de GLB-verordeningen is neergelegd in de Uitvoeringsregeling GLB 2023.


1.2
In de Uitvoeringsregeling GLB 2023 zijn de regels rondom het aanvragen van GLBsteun ten opzichte van eerdere jaren veranderd. Een landbouwer moet eerst een aanmelding indienen om in aanmerking te komen voor GLB-steun voordat hij een definitieve aanvraag kan doen. Artikel 10, eerste en zevende lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 bepaalde dat de aanmelding voor het jaar 2024 in de periode van 1 maart tot en met 15 mei 2024 moest worden ingediend.



1.3
De minister heeft in verband met een technische storing in het aanvraagsysteem en het achterblijven van het aantal aanmeldingen ten opzichte van de verwachting, op 14 mei 2024 besloten de aanmeldperiode met twee dagen te verlengen tot en met 17 mei 2024.



1.4
De maatschap heeft zich op 22 mei 2024, en daarmee te laat, aangemeld voor GLB-steun.



1.5
Met het besluit van 16 augustus 2024 heeft de minister aan de maatschap meegedeeld dat zij zich voor het jaar 2024 te laat heeft aangemeld voor steun op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Met het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar daartegen ongegrond verklaard.



1.6
Het beroep richt zich tegen de weigering van de minister om de te late aanmelding te accepteren.




Beoordeling van het beroep

2 De maatschap stelt dat zij zich te laat heeft aangemeld in verband met een overmachtssituatie. Volgens haar was sprake van een niet voorziene drukte. Het extreem natte voorjaar zorgde voor meer klanten die aardappels wilden laten snijden tot patat. Daardoor is op kantoor een achterstand ontstaan. De maatschap voert verder aan dat de minister met toepassing van de hardheidsclausule haar late aanmelding had moeten accepteren. Volgens de maatschap is de weigering om dat te doen onevenredig, omdat de aanmelding maar een aantal dagen te laat was. Het was in de dagen na het verstrijken van de termijn bovendien pinksterweekend. De maatschap vindt het niet aannemelijk dat de minister al tijdens Pinksteren met de steekproefcontroles zou zijn begonnen. Verder voert de maatschap aan dat het onrechtmatig is om termijnen te laten eindigen op of rond feestdagen.


Inleiding



3.1
De Uitvoeringsregeling GLB 2023 is een ministeriële regeling die – zoals gezegd – de nationaalrechtelijke invulling geeft aan de per 1 januari 2023 in werking getreden Europese GLB-verordeningen. De keuze voor het opknippen van het aanmeldproces in twee stappen, de daarvoor geldende termijnen en het opnemen van een hardheidsclausule zijn nationaalrechtelijke keuzes.



3.2
Zoals het College eerder heeft overwogen, worden met het stellen van een uiterste datum voor het indienen van een aanmelding voor steun op grond van het GLB meerdere legitieme doelen gediend (zie de uitspraak van 14 januari 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:9, overwegingen 1.4, 3.2 en 3.5)). Niet valt in te zien waarom de aanmeldtermijn, die ook nog eens met twee dagen is verlengd, onrechtmatig is. Uitgangspunt is dus dat de maatschap zich uiterlijk op 17 mei 2024 had moeten aanmelden om voor GLB-steun over 2024 in aanmerking te komen.


Overmacht




4.1
Op grond van artikel 3 van Verordening 2021/2116 kunnen overmacht en uitzonderlijke omstandigheden worden erkend. Deze bepaling bevat voorbeelden van overmacht en uitzonderlijke gevallen. Artikel 46 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 bepaalt dat een landbouwer die een beroep wil doen op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden hiervan zo spoedig mogelijk een melding doet bij RVO.



4.2
Het College stelt vast dat de maatschap pas met het bezwaarschrift van 24 september 2024, en daarmee meer dan drie maanden na de te late aanmelding, de gestelde overmachtssituatie heeft gemeld. Daarmee heeft de maatschap niet zo spoedig mogelijk een melding gemaakt van een situatie van overmacht en voldoet zij dus niet aan de meldplicht uit artikel 46 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Daarnaast rechtvaardigt dat wat de maatschap heeft aangevoerd ook geen succesvol beroep op overmacht en uitzonderlijke omstandigheden. Dat de maatschap het erg druk had vanwege een toegenomen klantvraag door het natte voorjaar, is niet te vergelijken met de situaties die in artikel 3 van Verordening 2021/2116 worden genoemd. De beroepsgrond over overmacht slaagt niet.


Hardheidsclausule




5.1
De hardheidsclausule uit artikel 48 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 houdt in, voor zover hier van belang, dat de minister kan afwijken van de aanmeldtermijn voor zover de toepassing gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.



5.2
Het College is van oordeel dat het niet afwijken van de uiterste aanmelddatum niet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De maatschap was ermee bekend dat zij zich tot en met 17 mei 2024 kon aanmelden. De minister heeft de maatschap met brieven van 30 januari 2024 en 26 februari 2024 gewezen op de uiterste aanmelddatum en op 1 mei 2024 een herinnering gestuurd dat de aanmelding nog niet was ontvangen. De maatschap heeft tot en met 17 mei 2024 de tijd gehad om zich aan te melden. De maatschap heeft zich ook niet de dag na het verstrijken van de termijn, op 18 mei 2024, aangemeld, maar pas op 22 mei 2024, de tweede werkdag daarna. Niet valt in te zien waarom het feit dat het 19 en 20 mei 2024 Pinksteren was, maakt dat de maatschap zich niet tijdig heeft kunnen aanmelden. Dat de te late aanmelding voortkwam uit drukte in haar bedrijfsvoering is een omstandigheid die voor eigen rekening en risico van de maatschap komt. Wat de steekproefcontroles betreft, heeft de minister te kennen gegeven dat planning daarvan is gebaseerd op tijdig ontvangen aanmeldingen. Te laat ingediende aanmeldingen vallen buiten die planning, wat gevolgen heeft voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het GLB. Gelet op het voorgaande ziet het College geen grond voor het oordeel dat het financiële belang van de maatschap zwaarder moet wegen dan de legitieme doelen waarop de minister zich heeft beroepen.

Evenredigheid


6 De maatschap heeft ook aangevoerd dat het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Gelet op de onder 5.2 vermelde omstandigheden volgt het College de maatschap hierin niet.


Slotsom


7 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.





Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. R.H. Verheijen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.





w.g. M.P. Glerum w.g. R.H. Verheijen
Link naar deze uitspraak