|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:20581 | | | | | Datum uitspraak | : | 21-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 23-07-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | NL25.57751 | | Rechtsgebied | : | Vreemdelingenrecht | | Indicatie | : | De poging tot uithuwelijking is niet geloofwaardig en de vrees op herbesnijdenis is niet aannemelijk gemaakt, maar de minister heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. Het beroep is gegrond. | | Trefwoorden | : | landbouwgrond | | | | Uitspraak | RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57751
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. J.M. Sanchez Rhemrev).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres bij een terugkeer naar [plaats 1] geen reëel risico op ernstige schade loopt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. C.H. van den Berg als toenmalige gemachtigde van eiseres, A. Ahmed als tolk en de gemachtigde van de minister.
2.3.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst en de minister in de gelegenheid gesteld een schriftelijke reactie in te dienen, waarbij wordt ingegaan op een eventuele terugreis van eiseres naar [plaats 1] , wie er aan de macht is in het gebied waar eiseres door zou moeten reizen om [plaats 1] te bereiken en hoe dit past binnen het beleid.
2.4.
De minister heeft met de brief van 10 maart 2026 een schriftelijke reactie ingediend. De rechtbank heeft eiseres daarna in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van de minister. Eiseres heeft gebruik gemaakt van deze gelegenheid en op 23 maart 2026 een reactie ingediend.
2.5.
Na ontvangst van de reactie van eiseres heeft de rechtbank partijen laten weten een nadere zitting niet nodig te vinden en partijen gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een nadere zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Na het sluiten van het onderzoek heeft mr. C.H. van den Berg de rechtbank bericht dat onderhavige zaak wordt overgenomen door de huidige gemachtigde van eiseres.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres stelt dat zij van Somalische nationaliteit is en dat zij is geboren op [geboortedatum] 2008. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat haar stiefvader haar hand aan een lid van Al-Shabaab, [naam] , heeft gegeven. Eiseres en haar moeder zijn door haar stiefvader mishandeld omdat zij het daar niet mee eens waren. Ongeveer anderhalve maand later kwam [naam] terug. Hij heeft eiseres toen aangerand en met de dood bedreigd. Toen de moeder van eiseres dit met haar man besprak, is zij opnieuw door hem mishandeld. Zij heeft eiseres toen naar de melkvrouw gestuurd. Vanuit daar is eiseres naar [plaats 2] gereisd en is zij vervolgens uit Somalië is gevlucht. Eiseres stelt verder bij een terugkeer naar Somalië te vrezen voor herbesnijdenis.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Poging tot uithuwelijking met een Al-Shabaab lid.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. De poging tot uithuwelijking aan een lid van Al-Shabaab vindt de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen daarover niet onderbouwd met objectieve documenten. Daarnaast vormen de verklaringen van eiseres, volgens de minister, geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft tijdens het nader gehoor namelijk een andere reden gegeven voor haar asielaanvraag dan zij in het aanmeldgehoor heeft benoemd. Ook heeft eiseres oppervlakkig verklaard over de poging tot uithuwelijking en is eiseres niet in staat om het tijdsverloop vanaf de gestelde uithuwelijking inzichtelijk te maken. Uit deze verklaringen blijkt niet dat eiseres een gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiseres valt ook niet onder één van de risicoprofielen van het landenbeleid, zij kan namelijk niet worden aangemerkt als alleenstaande vrouw. Verder concludeert de minister dat eiseres geen reëel risico op ernstige schade loopt. De vrees voor de gedwongen uithuwelijking wordt niet geloofd en ook in de vrees voor herbesnijdenis wordt eiseres niet gevolgd. Volgens het landgebonden beleid voor Somalië bestaat voor iedere terugkeerder een reëel risico op ernstige schade in gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert. Dit risico wordt ook aangenomen als de vreemdeling over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab de macht heeft of het gebied controleert. Daarnaast wordt voor de regio [regio] aangenomen dat er sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld en eiseres moet dan met persoonlijke omstandigheden aannemelijk maken dat zij een verhoogd risico loopt ten opzichte van andere burgers in [regio] om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Volgens de minister is eiseres daar niet in geslaagd. Eiseres komt uit [plaats 1] , dat in 'mixed, unclear, local control' gebied ligt, en hoeft niet door gebieden te reizen die onder controle staan van Al-Shabaab om in [plaats 1] te komen. De minister concludeert daarom dat eiseres ook gelet op de algemene situatie in Somalië niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning.
Standpunten van eiseres
5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij stelt zich, kort samengevat, op het standpunt dat de minister de poging tot uithuwelijking met een lid van Al-Shabaab ten onrechte niet geloofwaardig heeft gevonden. Daarnaast stelt zij dat de minister ten onrechte geen aparte beoordeling gemaakt over de band van eiseres met haar stiefvader. Haar stiefvader heeft er belang bij om eiseres uit te huwelijken omdat zij anders schaamte kan toebrengen aan de familie. Eiseres heeft ook verklaard dat zij werd mishandeld door haar stiefvader. Als de minister dit geloofwaardig acht, dan is het ook aannemelijk dat zij bij terugkeer in een situatie komt waarbij haar keuzevrijheid voor een huwelijkspartner en toekomst wordt beperkt en zij wordt blootgesteld aan ernstig geweld. Eiseres voert ook aan dat zij te vrezen heeft voor herbesnijdenis en legt daar aan ten grondslag dat zij uit Somalië is vertrokken en dat bij terugkeer haar kan worden toegedicht dat zij gemeenschap heeft gehad of is misbruikt. Hierbij wijst zij op het rapport Country Guidance Somalia van de EUAA. Verder stelt eiseres zich op het standpunt dat de minister een onjuiste beoordeling heeft gemaakt van de veiligheidssituatie en onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij zonder risico op ernstige schade kan terugkeren.
Het oordeel van de rechtbank
De uithuwelijking
6. Voor zover eiseres heeft bedoeld dat de minister de band met haar stiefvader als apart asielmotief had moeten beoordelen, wijst de rechtbank op het beroepschrift waarin wordt benoemd dat de mishandelingen van de stiefvader, die los staan van de uithuwelijking, geen reden waren voor haar vertrek uit Somalië. De minister heeft hierin dan ook geen reden hoeven zien om dit aan te merken als zelfstandig asielmotief. Daarnaast overweegt de rechtbank dat ook als de band tussen eiseres en haar stiefvader niet goed is en hij haar mishandelde, dit op zichzelf niet aannemelijk maakt dat zij daarom uitgehuwelijkt zou worden. Ook heeft de minister – zoals hierna zal worden uitgelegd – de poging tot uithuwelijking ongeloofwaardig kunnen vinden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in de verklaringen van eiseres ter zake ook geen aanleiding hoeven zien om de band met de stiefvader als apart asielmotief aan te merken.
6.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister – zoals hiervoor al is overwogen – kunnen concluderen dat de poging tot uithuwelijking niet geloofwaardig is. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat eiseres tijdens het aanmeldgehoor een ander asielmotief heeft opgegeven dan in het nader gehoor. Eiseres heeft desgevraagd tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat zij Somalië heeft verlaten vanwege haar stiefvader. Hij behandelde haar niet goed en zij moest voor hem werken op de landbouwgrond. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft eiseres echter ook verklaard dat de mishandelingen van de stiefvader geen reden waren voor haar vertrek. De minister heeft het dan ook bevreemdend mogen vinden dat eiseres dit opgeeft als asielmotief, terwijl zij niks zegt over het motief dat zij tijdens het nader gehoor heeft aangevoerd. Dat, zoals eiseres stelt, het aanmeldgehoor niet bedoeld is om uitgebreid te verklaren over de asielmotieven, maakt niet dat de minister de verklaringen die tijdens dat gehoor zijn gedaan niet mag betrekken in de beoordeling. De minister dient namelijk een integrale beoordeling te maken van de verklaringen van eiseres. Ook volgt uit het aanmeldgehoor en uit de correcties en aanvullingen daarop niet dat eiseres bij haar verklaringen ter zake zou zijn afgekapt. Daarnaast heeft de minister niet ten onrechte betrokken dat eiseres niet eerder dan de zienswijze naar voren heeft gebracht dat een datum voor het huwelijk niet is besproken. Eiseres heeft verklaard dat zij niet weet of er afspraken zijn gemaakt, dat is iets anders dan weten dat er geen afspraken zijn gemaakt. Verder heeft eiseres tijdens het nader gehoor wisselend verklaard over het tijdsverloop en wanneer zij naar de melkvrouw is gebracht. De rechtbank wijst op de verklaringen van eiseres hierover in het nader gehoor, waarin eiseres eerst heeft verklaard dat zij twee dagen nadat [naam] haar zou hebben aangerand naar de melkvrouw is gebracht en later heeft verklaard dat zij zich heeft vergist en dat haar moeder twee dagen nadat zij beter werd met de stiefvader heeft gesproken en toen pas naar de melkvrouw is gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in de verklaringen van eiseres ter zake kunnen concluderen dat zij het tijdsverloop vanaf de gedwongen uithuwelijking niet inzichtelijk heeft kunnen maken. In samenhang met het overige bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister de poging tot uithuwelijking niet geloofwaardig heeft kunnen vinden.
De herbesnijdenis
7. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer te vrezen heeft voor herbesnijdenis. Uit het door eiseres aangehaalde Country Guidance rapport blijkt dat herbesnijdenis voorkomt in Somalië en dat dit vooral veel voorkomt bij of na de bevalling van een kind. De enkele mogelijkheid van een toekomstig huwelijk is onvoldoende om een reëel persoonlijk risico voor eiseres nu aannemelijk te achten. Uit het rapport volgt verder niet dat vrouwen die terugkeren naar Somalië vanuit het westen meer kans hebben op herbesnijdenis. Dat eiseres kan worden toegedicht dat zij gemeenschap heeft gehad of is misbruikt, is een niet onderbouwde aanname. Voor zover eiseres in dit kader wijst op de band met haar stiefvader en het risico vanwege de door haar gestelde poging tot uithuwelijking, leidt dit niet tot een ander oordeel. De minister heeft de poging tot uithuwelijking, zoals hiervoor overwogen, immers terecht niet geloofwaardig gevonden. De beroepsgrond slaagt niet.
Terugkeer naar [plaats 1]
8. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres afkomstig is uit [plaats 1] en dat dit ongeveer 13 kilometer ten westen van [plaats 3] ligt. De minister heeft erop gewezen dat [plaats 1] in 'mixed, unclear, local control' gebied ligt en dat eiseres niet door gebieden hoeft te reizen die onder controle van Al-Shabaab staan om in [plaats 1] te komen.
8.1.
De rechtbank heeft eerder in een uitspraak van 30 januari 2026 geoordeeld dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat een vreemdeling bij terugkeer naar [plaats 3] in [regio] geen reëel risico loopt op ernstige schade. Naar het oordeel van de rechtbank viel uit de aangehaalde bronnen niet af te leiden wie de controle heeft over [regio] . Dat alleen van een reëel risico op ernstige schade sprake is als de vreemdeling naar een gebied moet of door een gebied moet reizen dat onder volledige macht of controle van Al-Shabaab staat, heeft de rechtbank zonder nadere motivering niet gevolgd. Daarbij heeft de rechtbank van belang geacht dat uit de aangehaalde bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in [regio] sinds het begin van 2025 in belangrijke mate in beweging is.
8.2.
Met de brief van 10 maart 2026 heeft de minister geen actuele informatie aangedragen over de veiligheidssituatie in [regio] . De brief van 10 maart 2026 geeft de rechtbank dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel dan in de uitspraak van 30 januari 2026. De minister heeft namelijk enkel zijn standpunt herhaald dat [plaats 1] in 'mixed, unclear, local control' gebied ligt, het niet zonder meer kan worden aangenomen dat Al-Shabaab aan de macht is in dat gebied en dat het mogelijk is om vanuit [plaats 2] over de weg naar [plaats 3] en vervolgens naar [plaats 1] te reizen, zonder daarbij door rood gebied (waar Al-Shabaab de macht heeft) te moeten reizen. De rechtbank oordeelt dat de minister hiermee niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar [plaats 1] geen reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft de aanvraag dan ook ten onrechte afgewezen als ongegrond.
Conclusie en gevolgen
9. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
9.1.
De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen en daarbij rekening moeten houden met deze uitspraak.
10. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de
door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het
indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per
punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 19 november 2025;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vreemdelingenwet 2000
Zie pagina 23 van het nader gehoor.
Zie pagina 26 van het nader gehoor.
Zie ECLI:NL:RBDHA:2026:5063. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|