Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNNE:2026:3044 
 
Datum uitspraak:22-07-2026
Datum gepubliceerd:05-08-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Nederland
Zaaknummers:LEE 25/2886 LEE 26/2175 LEE 26/2177 LEE 26/2178 en LEE 26/21
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:De rechtbank oordeelt dat eiseres - die een natuurijsbaan exploiteert - belastingplichtige is voor de OZB. Voor het perceel waar het om gaat is echter de vrijstelling voor cultuurgrond van toepassing. De aanslagen OZB worden verminderd tot nihil.
Trefwoorden:akkerbouw
ozb
perceel
woz waarde
woz-waarde
 
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 25/2886, LEE 26/2175, LEE 26/2177, LEE 26/2178 en LEE 26/2179


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 22 juli 2026 in de zaken tussen




[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam 1] ),

en



de heffingsambtenaar van de gemeente Het Hogeland, de heffingsambtenaar
(gemachtigden: [naam 2] en [naam 3] ).



Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 14 juli 2025.


1.1.
De heffingsambtenaar heeft middels een verzamelaanslag aan eiseres de volgende aanslagen in de onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2025 opgelegd:


OZB eigenaren voor [adres] , IJsbaan, in [plaats] .


OZB gebruiker voor [adres] , IJsbaan, in [plaats] .


OZB gebruiker voor [adres] in [plaats] .





1.2.
Op de verzamelaanslag zijn ook twee WOZ-beschikkingen voor het jaar 2025 opgenomen met de volgende omschrijving en WOZ-waarde:



[adres] , IJsbaan, in [plaats] , voor € 66.000.



[adres] in [plaats] voor € 16.000.





1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



1.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld. Het beroep ziet op alle drie de OZB-aanslagen en de twee WOZ-beschikkingen. De rechtbank heeft daartoe de volgende zaaknummers toegekend:








Zaaknummer


Aanslag/beschikking




LEE 25/2886


OZB eigenaren voor [adres] , IJsbaan




LEE 26/2177


OZB gebruiker voor [adres] , IJsbaan




LEE 26/2178


OZB gebruiker voor [adres] (kantoorunit)




LEE 26/2175



[adres] , IJsbaan, in [plaats]




LEE 26/2179



[adres] in [plaats] (kantoorunit)








1.5.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.



1.6.
De rechtbank heeft de beroepen op 22 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres bijgestaan door [naam 4] , en de gemachtigden van de heffingsambtenaar.





Feiten


2.1.
Eiseres is een stichting met als doel de exploitatie van een ijsbaan en al hetgeen in de ruimste zin daartoe behoort.



2.2.
Eiseres is sinds 1965 erfpachtster van een perceel grond. In de pachtovereenkomst is opgenomen dat de agrariër die het perceel aan eiseres in erfpacht heeft gegeven, het perceel als weiland en bouwland mag gebruiken, voor zover hierdoor het gebruik als ijsbaan niet wordt geschaad.



2.3.
Het feitelijk gebruik van het perceel door eiseres bestaat erin dat eiseres in de eerste helft van december het perceel onder water laat lopen, en uiterlijk eind februari van het opvolgende jaar het water weer laat weglopen. Indien de omstandigheden dat toestaan wordt het perceel in de tussenliggende periode gebruikt als ijsbaan. Als halverwege februari al duidelijk is dat er geen langdurige vorst meer verwacht wordt, laat eiseres het perceel eerder leeglopen.



2.4.
Vanaf maart gebruikt de agrariër het perceel voor akkerbouw. In beginsel zorgt de agrariër ervoor dat het perceel vanaf 1 december weer gebruikt kan worden door eiseres. Als door omstandigheden niet voor 1 december geoogst kan worden, wacht eiseres met het laten vollopen van het perceel tot geoogst is.





Vooraf

3. Eiseres heeft in haar beroepschrift gronden aangevoerd tegen alle op de verzamelaanslag genomen beschikkingen. In haar bezwaarschrift heeft eiseres echter enkel aangegeven bezwaar te maken tegen de aanslagen OZB opgelegd voor de ijsbaan, met als grond dat zij geen eigenaar is, en dat het perceel enkel voor drie maanden per jaar gehuurd wordt. Er is geen bezwaar gemaakt tegen de aanslag OZB voor de kantoorunit of tegen de WOZ-beschikkingen voor de ijsbaan en de kantoorunit. De heffingsambtenaar heeft ook enkel uitspraak op bezwaar gedaan ten aanzien van de aanslagen OZB die zijn opgelegd voor de ijsbaan.

4. Een voorwaarde om beroep in te mogen stellen is dat voorafgaand bezwaar is gemaakt. Omdat eiseres enkel bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslagen OZB opgelegd voor de ijsbaan is het beroep, voor zover gericht tegen de aanslag OZB voor de kantoorunit en de WOZ-beschikkingen, niet-ontvankelijk. Het gaat om zaaknummers LEE 26/2178, LEE 26/2175 en LEE 26/2179.

5. Voor de aanslagen OZB voor de ijsbaan geeft de rechtbank hierna een inhoudelijk oordeel.




Beoordeling door de rechtbank

6. De rechtbank beoordeelt de of de aanslagen OZB voor de ijsbaan terecht aan eiseres zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

7. De rechtbank oordeelt dat eiseres terecht is aangeslagen voor zowel het gebruikers- als eigenarendeel van de OZB, maar dat de heffingsambtenaar ten onrechte niet de cultuurgrondvrijstelling heeft toegepast. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

8. Gelet op de tussen partijen vaststaande feiten – zijnde dat eiseres het perceel op 1 januari 2025 onder water had gezet om bij de juiste (weers)omstandigheden het perceel te kunnen exploiteren als schaatsbaan – is eiseres naar het oordeel van de rechtbank terecht als gebruiker aangemerkt. Voor de vraag wie gebruiker is, wordt namelijk gekeken naar de situatie op 1 januari van het betreffende belastingjaar. Eiseres is, gelet op de pachtovereenkomst, voor de OZB ook terecht als eigenaar aangemerkt.

9. Voor het bepalen van de toepassing van de cultuurgrondvrijstelling is beslissend of, beoordeeld naar de omstandigheden aan het begin van het kalenderjaar het perceel het karakter heeft van bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond. Daarbij moet tegelijk gekeken worden naar hoe het perceel structureel, dus op de langere termijn, gebruikt wordt.

10. In dit geval ziet de rechtbank dat het perceel structureel gebruikt wordt voor de bedrijfsmatige exploitatie van cultuurgrond. Uit het feitelijk gebruik van het perceel (zie 2.3. en 2.4.) volgt dat eiseres niet meer dan drie maanden per jaar feitelijk gebruik maakt van het perceel. De rest van de tijd wordt het perceel bedrijfsmatig geëxploiteerd voor akkerbouw. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat eiseres zich flexibel opstelt ten aanzien van het gebruik door de agrariër (zie 2.4). Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank, ook bezien naar de omstandigheden aan het begin van het kalenderjaar, sprake van bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond. Dat het perceel in de wintermaanden gebruikt wordt als ijsbaan maakt niet dat het daardoor geen bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond meer is.




Conclusie en gevolgen

11. De rechtbank verklaart de beroepen met de zaaknummers LEE 26/2178, LEE 26/2175 en LEE 26/2179 niet-ontvankelijk.

12. De rechtbank verklaart de beroepen met zaaknummer LEE 25/2886 en LEE 26/2177 gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslagen OZB gebruiker en eigenaar voor de ijsbaan naar € nihil.

13. Omdat de beroepen met zaaknummers LEE 25/2886 en LEE 26/2177 gegrond zijn moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten voor de beroepsprocedure. Zoals ter zitting besproken bedraagt de kostenvergoeding € 113,94 voor verletkosten en € 18,84 voor reiskosten (totaal € 132,78).

14. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.





Beslissing

De rechtbank:


verklaart de beroepen met zaaknummers LEE 26/2178, LEE 26/2175 en LEE 26/2179 niet-ontvankelijk;


verklaart de beroepen met zaaknummers LEE 25/2886 en LEE 26/2177 gegrond;


vernietigt de uitspraak op bezwaar;


vermindert de aanslagen OZB eigenaren- en gebruikersdeel voor de ijsbaan naar € nihil;


bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 385 aan eiseres moet vergoeden;


veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 132,78 aan proceskosten aan eiseres.




Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Praamstra, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland, griffier.














griffier


rechter







Uitgesproken op 22 juli 2026.




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.



Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.


Hoge Raad 13 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3645.


Vergelijk Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AD6058.
Link naar deze uitspraak