Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:6185 
 
Datum uitspraak:08-07-2026
Datum gepubliceerd:07-08-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:12064362 HA VERZ 26-15
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:WWZ / Arbeidsrecht. Verzoek tot vernietiging van het ontslag en loonvordering afgewezen. Er is niet gebleken dat sprake is van een arbeidsovereenkomst met deze onderneming. De vordering is bovendien onvoldoende onderbouwd.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
leghennen
minimumloon
skal
uitkering
vaststellingsovereenkomst
vee
vrijwilligers
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
GELDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: 12064362 \ HA VERZ 26-15


Beschikking van
8
juli 2026


in de zaak van



[verzoeker]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. H. Vermeulen,

tegen


BOERDERIJ DE TOLBOOM B.V.,
te Maartensdijk,
verwerende partij,
hierna te noemen: De Tolboom,
gemachtigde: mr. P.H. van der Vleuten.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 31 oktober 2025 met productie 1 tot en met 58;
- het verweerschrift van 6 januari 2025 met productie 1 tot en met 16;
- de brief van 8 januari 2026 met productie 59 en 60 van de zijde van [verzoeker] ;
- de brief van 9 januari 2026 met productie 61a tot en met 62 van de zijde van [verzoeker] ;
- de mondelinge behandeling van 13 januari 2026, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt;
- de mondelinge uitspraak van 13 januari 2026 waarbij de handelsrechter zich onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar de kantonrechter;
- de brief van 8 april 2026 met productie 63 tot en met 66 van de zijde van [verzoeker] ;
- de brief van 9 april 2026 met productie 17 tot en met 29 van de zijde van De Tolboom.



1.2.
Op 14 april 2026 heeft de mondelinge behandeling bij de kantonrechter plaatsgevonden. Hiervan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. De gemachtigden van partijen hebben spreekaantekeningen voorgedragen, welke aan de aantekeningen van de griffier zijn gehecht.

2. De feiten




2.1.

[verzoeker] exploiteert een eenmanszaak onder de handelsnamen [handelsnaam 1] , [handelsnaam 2] en [handelsnaam 3] en is (middellijk) bestuurder van [bedrijf] , TentEnEvent B.V., Mister Hapje B.V. en Stichting Wij Gaarde.



2.2.
Op Landgoed Eyckenstein, in eigendom van de heer [eigenaar 1] (hierna: [eigenaar 1] ), ligt Boerderij Eyckenstein. Boerderij Eyckenstein wordt sinds 2020 uitgebaat door de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ).



2.3.

[verzoeker] heeft samen met zijn partner mevrouw [partner] (hierna: [partner] ) vanaf het voorjaar van 2022 diners georganiseerd op het erf van Boerderij Eyckenstein. Vanaf die tijd heeft hij ook werkzaamheden voor [naam 1] verricht. [verzoeker] heeft (de eenmanszaak van) [naam 1] op 19 december 2023 en 18 januari 2024 facturen gestuurd voor de uren oktober (deel), uren november (deel), uren december en onkosten december en deel januari voor een totaalbedrag van € 10.285,00 inclusief btw.



2.4.

[verzoeker] en [partner] zijn in die periode ook in een camper op het erf van Boerderij Eyckenstein gaan wonen. Vanaf 1 februari 2023 zijn [verzoeker] en [partner] het naast de boerderij gelegen huisje aan de [adres] in [woonplaats] gaan huren en bewonen.



2.5.
In 2023 hebben de heer en mevrouw [naam 2] geïnvesteerd in Boerderij Eyckenstein omdat deze in zwaar weer verkeerde. Daarnaast hebben er gesprekken plaatsgevonden onder andere tussen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [verzoeker] om een coöperatie te vormen. [naam 1] heeft vervolgens op 1 oktober 2023 zijn werkzaamheden gestaakt en overgedragen aan [verzoeker] .



2.6.
Bij e-mailbericht 3 mei 2024 aan [naam 2] , [naam 5] en [naam 6] met [naam 3] in de cc heeft [verzoeker] onder meer het volgende bericht:


“(…) Ten behoeve van de oprichting van de boerderij De Tolboom bv, welke de exploitatie van de boerderij gerelateerde zaken op boerderij Eyckenstein zal exploiteren (Opfok jersey kalveren, afmesten Jersey kalveren, verwaarding vlees, boerderij winkel, leghennen en/of vleeshanen) zijn wij de volgende aandelenverhouding en liquiditeitsvoorziening overeengekomen:



Aumakua B.V.


- 422k (bedrag gebaseerd op: geldlening [naam 7] /moois in het verschiet en kosten juridische vertegenwoordiging)


- tbv liquiditeit 65k (1 jaar pacht, waarvan 1/2 jaar voorruit en 1/2 jaar achterstand)




[bedrijf]



- 100k (bedrag gebaseerd op: niet betaalde facturen voor gewerkte uren tbv [naam 7] /moois in het verschiet)


- tbv liquiditeit 65k (te leveren arbeid evt in overleg basis vergoeding van 1500 EUR per maand plus huur en energie woning a 900 EUR per maand)


- overig: catering activiteiten, zaalverhuur, groentetuin, materieel en/of immateriële zaken welke niet specifiek genoemd zijn worden niet ingebracht. Wij zullen open en transparant informeren over de inkomsten en andere zaken die voortvloeien uit deze activiteiten. Het voornemen is om deze activiteiten in de gemeenschappelijke B.V. te brengen zodra de liquiditeit van de B.V. dit toelaat.



Did it B.V.


- 45k (bedrag gebaseerd op: 1/2 vergoeding voldaan aan [naam 3] tbv opzet kalveropfok Braamstruik en ondersteuning proces [naam 7] /moois in het verschiet)


- tbv liquiditeit 65k (zal worden aangewend om deel dwang crediteuren te voldoen, winkelvoorraad te financieren)


- overig: afgesproken om met name de plannen rondom de kalveropfok inzichtelijk te maken ivm met belangenverstrengeling opfok Braamstruik.


- Openstaande factuur reeds geleverde kalveren zal worden overgenomen en eerder gemaakte afspraken zullen worden voortgezet (betaling bij aanwezigheid voldoende liquiditeit/bij slacht)




[maatschap]



- 33k (bedrag gebaseerd op: vee en voer)


- tbv liquiditeit 65k (te leveren arbeid, inzet kennis en kunde, advies, verhuur machines en evt andere zaken)



De liquiditeits voorzieningen moeten waarborgen dat de maanden tot de eerste uitkering van de extensiveringspremie kunnen worden overbrugt. Dit betekent dat we veel tot bijna alles ophangen aan deze premie. De premie zal binnenkomen bij [maatschap] en zij zullen zorg dragen dat het deel van de premie die verkregen is door het toevoegen van percelen van Boerderij Eyckenstein ook voor de Tolboom BV beschikbaar komt. (…)”




2.7.
Op 8 mei 2024 is De Tolboom opgericht met aandeelhouders Did It B.V. (hierna: Did It, [naam 6] – 7,5%), [bedrijf] (hierna: de Holding, [verzoeker] – 16,7%), Almakua B.V. ( [naam 2] – 70,3%) en maatschap [maatschap] (5,5%).
In de oprichtingsakte zijn tot bestuurder van De Tolboom benoemd Almakua B.V., [bedrijf] en Did It B.V.



2.8.
Op 16 april 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden. Het zorgdragen door [verzoeker] voor de dagelijkse gang van zaken verliep volgens de [naam 2] en [naam 5] niet goed. De uitkomst was dat [verzoeker] tot 1 september 2025 betrokken zou zijn en dan weg zou gaan.



2.9.
Op 16 april 2025 schrijft [verzoeker] in een mail aan [naam 6] , [naam 2] , [naam 5] , [naam 8] , [naam 3] en [naam 9] :


“ [verzoeker] zal een voorstel van werkzaamheden, verantwoordelijkheden leggen naast de vorm van samenwerking. ( ZZP of loon)



Het onderstaand is niet alleen t.b.v. van de voorgestelde bestuursvergadering of de afspraak met [naam 2] , [naam 5] en [naam 9] eind van deze ochtend. Ik wil er namelijk zowel als bestuurder als medewerker op wijzen dat er een uiterst precaire situatie is ontstaan.



Vanaf 5 juli corresponderen ik en [partner] een vergoeding te verwachten, [verzoeker] 4,5k per maand en [partner] 3,5k per maand. Dit is benoemd in de eerste opzet van de boekhouding en is meegestuurd in bijlagen van verschillende e-mails. Ondanks het herhaaldelijk benoemen van uitblijven van betaling van deze vergoedingen hebben [partner] en ik onze werkzaamheden voortgezet en vertrouwd op het juist afwikkelen hier van. Dit terwijl wij ook duidelijk kenbaar maken dat het werk veel te veel is en perspectief mist.



Begin februari hebben [naam 2] en ik een gesprek, waarbij ik voorstel een deel van de bovenstaande vergoeding, namelijk 1,5k over de maanden mei t/m dec middels een betaling te voldoen. De liquiditeit van boerderij de Tolboom is kritisch en daarom hebben wij een voorstel gedaan wat de liquiditeit van de Tolboom niet te veel zou moeten belasten. Voor het resterende bedrag (3k [verzoeker] en 2k) [partner] zou de in eerdere mail benoemde mogelijkheden tot verrekeningen hiermee open blijven. Voor de mail, zie bijlage.



Inmiddels zijn we twee maanden verder, heeft er geen betaling plaatsgevonden en zijn alle andere posten verrekend. Daarom blijven er mijn inziens twee mogelijkheden over: [verzoeker] en [partner] factureren de genoemde maandbedragen van 4,5k ( [verzoeker] ) en 3,5k ( [partner] ) voor de maanden mei t/m december of boerderij de Tolboom BV neemt [verzoeker] en [partner] met terugwerkende kracht in dienst voor de in eerdere mail met arbeidsvoorwaarden benoemde salarissen. Voor de arbeidsvoorwaarden, zie bijlage.



Ik wil als bestuurder benoemen dat zeker stilgestaan moet worden bij de mogelijke schijnzelfstandigheid en de bijbehorende aansprakelijkheidsrisico’s die boerderij de Tolboom BV hierdoor loopt. Mede daarom wil ik mijn mede-bestuurders met klem verzoeken deze week de knoop door te hakken betreffende de twee voorgestelde opties voor 2024. Wat betreft 2025 is er naar mijn inziens 1 mogelijkheid en dat is dat wij in dienst genomen worden met terugwerkende kracht.



Door mijn dubbelrol als medewerker en bestuurder heb ik mij in deze kwestie altijd afwachtend en inschikkend opgesteld. Echter blijven reacties op de voorstellen die wij hebben gedaan uit. De situatie is nu zo urgent (salarisbetaling, verantwoordelijkheden, verzekeringen) dat ik besloten heb het voortouw te nemen en dringend wil verzoeken om medewerking vanuit de andere twee bestuurders. (…)”




2.10.
In reactie daarop schrijft [naam 9] :


“In overleg met [naam 2] stuur ik je deze mail.


In de bijlage vind je het totale voorstel voor de afrekening van de afgelopen 12 maanden.


Het bedrag van € 20.939 kan - na akkoordbevinding door jou - overgemaakt worden.


Het voorstel is dit bedrag aan [bedrijf] over te maken.


Dan kan jij vervolgens zelf bepalen welke bedragen met welke verrekeningen je naar privé c.q. Wijgaarde doorbetaalt.



Als jij de facturen maakt zoals in de bijlage in het kader ‘actie [verzoeker] ’ is weergegeven en deze mailt aan [naam 2] en mij, dan kan [naam 2] daarna meteen zorg dragen voor de betaling.



Ten slotte is er nog een aantal overige punten waarvoor een voorstel gedaan wordt in de bijlage:



1. Verrekening € 9,5k Wijgaarde met de schuld aan [naam 2] (€ 20k) tot € 9,5k. Daarmee compenseren [naam 2] deze post voor jou en zij zullen dat weer doorbelasten aan De Tolboom. Maar jij ondervindt daarvan dus geen schade.


2. Aangeboden wordt om het restant van de schuld (20k -/- 9,5k = € 10,5k) aan te wenden om alle aandelen die jouw Holding houdt in De Tolboom BV over te nemen.


3. Voor de periode jan-apr 2025 wordt ook een financieel voorstel gedaan in lijn met 2024.



Voor de periode vanaf 1.5.25 tot einde samenwerking zal uiterlijk 30.4.2025 een voorstel volgen. (…)”




2.11.

[verzoeker] reageert daarop:


“Dank voor het opstellen en uitzoeken. Door het ontbreken van een voorstel voor het salaris periode jan 25 - nu en nu - afronding, kan ik alleen akkoord geven op het betaling van € 20.939 (voorschot afwikkeling/salaris 24).



In het voorstel lopen, zoals in het gesprek gemeld periodes door elkaar heen. Akkoord volgt als alles onder elkaar staat.



Graag overmaken op [rekeningnummer] ten name van [handelsnaam 1] .”




2.12.
Op 30 april 2025 is de heer [naam 5] bestuurder van De Tolboom geworden. Op diezelfde datum heeft [verzoeker] zich ziekgemeld.



2.13.
Op 10 mei 2025 schrijft [naam 9] aan [verzoeker] :


“Om positief te beginnen: [naam 2] maakt vandaag de declaratie van € 22k over op jouw privé rekening.



Verder heb ik met [naam 2] onderstaande besproken.



Werknemer of ondernemer


Er is m.i. geen sprake van een werknemer-werkgever situatie tussen jou en de Tolboom. Er wordt weliswaar arbeid verricht waar een vergoeding over is afgesproken, maar de gezagsverhouding ontbreekt. Vanaf de oprichting van de Tolboom was er een bestuur dat bestond uit 3 bestuursleden, waarvan jij er één was, naast het aandeelhouderschap dat een ieder had.


Jij heb op jouw manier naar beste eer en geweten invulling gegeven aan een vooraf niet expliciet en helder omschreven rol en verantwoordelijkheid. Impliciet was het wel duidelijk dat jij de boerderij zou runnen op dag-dagelijkse basis.


Er is geen formele arbeidsovereenkomst opgesteld, omdat jij ook niet als werknemer werd beschouwd, maar als mede-ondernemer. Bovendien heb jij naar eigen inzicht gekozen om de administratie te voeren met daarin alle activiteiten door elkaar heen; privé, zakelijk, Wijgaarde , Tolboom. Dat is een eigen keuze geweest, ook naar beste eer en geweten.


Maar inderdaad hebben veel zaken niets met elkaar te maken en loopt alles administratief door elkaar. Dat heeft de ontrafeling allemaal zo lastig gemaakt. Dit zijn jouw eigen keuzes geweest.


Je hebt gedurende een langere periode je eigen bankrekening c.q. die van je holding gebruikt voor al deze activiteiten. In alle keuzes die je daarin hebt gemaakt toon je je een inventieve ondernemer, incl. alle risico’s.


Er is tussen de bestuursleden geen enkele pariteit en dat maakt vragen rondom de bezoldiging van ieder bestuurslid afzonderlijk lastig.


Dit alles neemt niet weg dat er een redelijke en billijke vergoeding mag staan tegenover de inspanningen en tijd die je in alle activiteiten hebt gestoken. En omdat er geen arbeidsrelatie aanwezig is, maar sprake is van mede-ondernemerschap, mag voor de redelijkheid en billijkheid m.i. ook gekeken worden naar de behaalde financiële resultaten van de onderneming.



Afwikkeling 2024


Dat alles gezegd hebbende, is het goed de verschillende onderdelen uit elkaar te trekken. In de afrekening die jou is toegezonden op 16.04 jl. en waarop jij op 17.04 akkoord hebt gegeven voor

€ 20.939 (alles van 2024). Hiervoor hoefde alleen nog de facturenstroom afgewikkeld te worden.


Concreet betekent het dat:

 Jij een officiële declaratie incl. bonnetjes indient vanuit privé of je holding (aan jou de keuze) voor de € 22.834,43 die vandaag wordt overgemaakt aan je, zodat voor de

jaarrekening alles netjes verantwoord en onderbouwd is.




Jij de Verkoopfactuur 2024-0086 vanuit de Tolboom aan Wijgaarde ter grootte van

€ 58.096,47 verwerkt als inkoopfactuur in Wijgaarde .




Jij vanuit Wijgaarde een factuur maakt aan de Tolboom voor Draft_22 ter grootte van

€ 45.903,29 zodat voor de jaarrekening alles netjes verantwoord en onderbouwd is.




Het saldo van deze laatste twee bedragen ter grootte van € 12.193,18 is Wijgaarde




verschuldigd aan de Tolboom

 Jij een factuur stuurt vanuit jouw Holding of Wijgaarde (aan jou de keuze) voor de

vergoeding van € 27.841,49 voor de door de Holding (in de persoon van jouzelf en



[partner] ) verrichtte werkzaamheden en bijkomende kosten.

 Tegen dit alles wordt dan verrekend wat je al hebt opgenomen en in RC is verwerkt (€ 17.093).


Volgens mij is over al deze bedragen geen enkele discussie. Je hebt op 17.04 jl. bevestigd dat het saldo van € 20.939,77 akkoord was. Het enige dat nog door jou uitgevoerd moet worden zijn de acties die bij de bullet points genoemd zijn, zodat er een onderbouwing met bescheiden is voor de administratie.



Compensatie negatief saldo Wijgaarde tm 30.04.2024


Er is een voorstel gedaan om de € 9.591.93 negatief saldo in Wijgaarde te compenseren met de 2x

€ 10k die is overgemaakt aan jou tot het bedrag van deze € 9,5k. Het restant blijft nog openstaan als schuld aan [naam 2] .


M.i. is dit een mooi gebaar dat ik zou omarmen en accepteren.



Aandelenoverdracht


Er is aangeboden de aandelen die jij hebt over te dragen aan [naam 2] tegen kwijting van de restant schuld na verrekening van het negatief Wijgaarde saldo.


Ik snap dat dit kort door de bocht is en dat je hier niet zomaar mee akkoord wilt gaan.


Ik heb dit met [naam 2] besproken en voor nu wordt de overdracht van de aandelen en de waardering geparkeerd.



Vergoeding periode januari 2025 tm 30.04.2025, groot € 13.050


Deze vergoeding is volledig in lijn met de vergoeding over 2024 waarover overeenstemming is. Ik denk dat die bedragen dan ook redelijk en billijk zijn.


Ik begrijp dat als het onderlinge vertrouwen en respect wederzijds naar de achtergrond is verdwenen, dat vergoedingen in een ander perspectief komen te staan, ook al waren ze afgesproken. Maar er zijn vanuit het bestuur nooit signalen afgegeven, dat de vergoedingen aan jou onvoldoende waren of ten voordele van jou aangepast zouden worden.


Wel is er aangegeven dat voor de periode van 01.05.2025 nieuwe afspraken gemaakt kunnen worden, omdat je dan ook geen bestuurder meer zou zijn vanaf die datum.


M.i. is het dan ook fair om deze vergoeding van € 13.050 over de eerste 4 maanden van 2025 te accepteren, zodat deze ook betaald kan worden.


Periode 01.05.2025 (of zoveel later vanaf datje weer beter bent) tm 31.08.2025


Uit onderstaande mail begrijp ik datje de keuze hebt gemaakt om de overgangsperiode te laten eindigen eind augustus. Dat is duidelijk en lijkt me prima.



[naam 2] heeft een voorstel voorbereid, dat hij graag 1 op 1 maandag a.s. met jou bespreekt. Als jij aan [naam 2] kan bevestigen hoe laat jullie elkaar spreken, dan kan je kennis nemen van zijn voorstel.”




2.14.
Op 28 mei 2025 heeft [verzoeker] daarop gereageerd:


“Dank nogmaals voor je mail van 10 mei jl. waarin je namens de Tolboom een aantal voorstellen hebt gedaan, en goed om te zien dat de onkostendeclaratie van EUR 22.834,43 inmiddels is voldaan. Op 15 mei jl. heb ik [naam 2] gesproken. Ter aanvulling op jouw voorstellen heeft hij me op 15 mei 2025 nog een voorstel gedaan voor de periode vanaf 1 mei 2025 tot en met 31 augustus 2025.



Inmiddels heb ik alle voorstellen bekeken en juridisch advies ingewonnen bij mijn advocaat (in cc), waarna ik jullie als volgt kan berichten. Ik ga niet akkoord met de voorstellen van 10 mei jl. en het aanvullende voorstel van [naam 2] van 15 mei 2025. Hieronder zal ik uitleggen waarom niet en tot slot zal ik een tegenvoorstel doen, dat in mijn ogen passend is.



Werknemer of ondernemer


Jij bent van mening dat er geen sprake is van een werknemer-werkgever situatie tussen mij en de Tolboom. Die mening deel ik (nog steeds) niet, hetgeen bij jullie bekend is. Het onderscheidende criterium van een arbeidsovereenkomst is inderdaad het bestaan van een gezagsverhouding, dat bij een overeenkomst van opdracht ontbreekt. Die gezagsverhouding is er juist wel, en daarmee is in feite sprake van een arbeidsovereenkomst. Ik ben immers aangenomen als bedrijfsleider en dien een vast takenpakket uit te voeren binnen de kaders en strategie die door de Tolboom worden vastgesteld en heb daarin ook niet de volledige vrijheid om te bepalen hoe en wanneer de opdracht wordt uitgevoerd. Dit past ook bij de rol als bedrijfsleider binnen de huidige hiërarchie van de Tolboom. Dat ik zelf ook een aantal aandelen heb, doet daar niets aan af. Mijn positie als bedrijfsleider is structureel, fulltime en voor onbepaalde tijd. Een overeenkomst van opdracht is veeleer bedoeld voor het uitvoeren van tijdelijke, afgebakende opdrachten. Daar is hier geen sprake van, zoals ook al volgt uit het feit dat jullie deze functie ook weer structureel zullen moeten gaan invullen (als ik op enig moment uit beeld zou zijn).



Mocht dit voor een rechter komen, dan is het gelet op het voorgaande reëel dat een rechter oordeelt dat hier vanaf het begin af aan sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen mij en de Tolboom (en dus met terugwerkende kracht). Dat geldt overigens eens te meer voor [partner] , en ik wil jullie vragen om haar een redelijk voorstel te doen ter afwikkeling van haar arbeidsrelatie met de Tolboom.



Voornoemde zou vergaande risico’s voor de Tolboom met zich brengen, daar de Tolboom dan met terugwerkende kracht vanaf het moment dat sprake is van een arbeidsovereenkomst onder andere het volgende aan mij moet voldoen: gebruikelijk salaris (ook tijdens ziekte) inclusief loonsverhogingen (conform algemeen verbindend verklaarde cao Productiegerichte Dierhouderij), vakantiegeld, vakantiedagen, wettelijke verhoging en rente over het te laat betaalde salaris, vakantiegeld en vakantiedagen, pensioenafdracht (bij bedrijfstakpensioenfonds BPL Pensioen) etc. Daarnaast geldt de arbeidsrechtelijke (ontslag)bescherming, werkgeversaansprakelijkheid en zal de Tolboom in dat geval ook sociale verzekeringspremies en belasting zijn verschuldigd (ook met terugwerkende kracht).



Als de hoogte van het salaris niet is afgesproken met een werknemer, moet aangesloten worden bij hetgeen gebruikelijk is en als dat niet vastgesteld kan worden, wat billijk is. Op basis van de cao Productiegerichte Dierhouderij wordt de functie van bedrijfsleider ingeschaald in functiegroep II. In die cao staan geen lonen voor die functiegroep, maar voor werknemers met zo’n functie geldt dat de vaststelling van het loon in overleg tussen werkgever en werknemer gebeurt, waarbij geldt dat het loon in functiegroep II in ieder geval hoger moet zijn dan de daarvoor liggende functiegroepen. Per

1 januari 2024 is dat dus meer dan EUR 18,41 bruto per uur en per 1 januari 2025 is dat dus meer dan EUR 18,76 bruto per uur. Deze bedragen zijn uiteraard exclusief vakantiegeld etc.



Momenteel ben ik arbeidsongeschikt, waardoor er een opzegverbod geldt als de arbeidsrelatie wordt gekwalificeerd als werkgever-werknemer. De Tolboom kan mijn ontslag als bestuurder dan niet zomaar realiseren. Dat laatste uiteraard nog los van dat daar wel een redelijke grond voor nodig is, en bij gebrek daarvan ik onder andere een billijke vergoeding zou kunnen vorderen bij de rechter. Zo’n billijke vergoeding is niet gemaximeerd.



Er is altijd gezegd: we moeten nog afspraken maken over de arbeidsrelatie en beloning tussen mij en de Tolboom. Dat dit niet is gebeurd, betekent niet dat er nu ineens sprake is van een overeenkomst van opdracht omdat dat voor de Tolboom beter uit zou komen. Voor zover daar wel sprake van zou zijn, dient de opdrachtgever overigens ook een redelijke vergoeding te betalen voor de diensten die de opdrachtnemer heeft geleverd. In het onderzoek naar wat redelijk is, is een belangrijk aanknopingspunt gelegen in wat door beroepsgenoten in het algemeen voor de verrichte werkzaamheden als beloning in rekening wordt gebracht. Het voorstel daartoe vanuit de Tolboom is niet redelijk te noemen. De Tolboom stelt nu een bedrag voor dat nog lager is dan het wettelijk minimumloon. Dat volgt bijvoorbeeld ook uit het feit dat voor [naam 10] een vergoeding van EUR 25 netto (exclusief BTW) per uur is betaald voor werkzaamheden die zij heeft uitvoegend voor de Tolboom


(waarbij veel minder verantwoordelijkheden kwamen kijken dan ik in mijn takenpakket heb). Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?



Afwikkeling relatie Wijgaarde en de Tolboom


Allereest wil ik aangeven dat ik niet heb bevestigd dat het bedrag van EUR 20.939,77 akkoord was voor de afwikkeling van 2024. Ik heb op 17 april jl. aangegeven dat dit als voorschot beschouwd diende te worden. Niet meer en niet minder.



Daarnaast wil ik de relatie tussen de Wijgaarde en de Tolboom lostrekken van de situatie tussen mij (als werknemer) en de Tolboom. Dit zijn immers ook twee volledig losstaande zaken. Op de relatie Wijgaarde en de Tolboom kom ik separaat nog terug.



Aandelenoverdracht


Zoals inderdaad goed ingeschat kan ik niet akkoord gaan met jullie voorstel tot overdracht van mijn aandelen. Ik ben wel bereid om mijn aandelen in de Tolboom tegen vergoeding over te dragen aan de overige aandeelhouders, na objectieve en correcte waardering van de aandelen. Hier dient dus nog een separate afspraak over gemaakt te worden.



Vergoeding periode januari 2025 t/m april 2025


De Tolboom stelt voor om mij EUR 13.050 te betalen. Volgens jou is deze vergoeding redelijk en billijk en in lijn met de vergoeding over 2024 waar volgens jou overeenstemming over is. Dit is onjuist, ik heb altijd aangegeven dat ik EUR 4.500 netto per maand behoor krijgen voor de arbeid die ik verricht.



Vergoeding periode mei t/m augustus 2025



[naam 2] heeft een overeenkomst van opdracht aan mij voorgelegd, waarin vanuit de Tolboom op


hoofdlijnen het volgende is voorgesteld:




ik verricht werkzaamheden voor de Tolboom vanaf 1 mei 2025 voor de duur van vijf maanden (maar kan eerder eindigen als er een nieuwe bedrijfsleider is gevonden);




tegen een vergoeding van EUR 4.000,- per maand exclusief BTW (met zicht op een bonus aan het einde van de looptijd);




separate onkostenvergoeding;




van de EUR 4.000,- per maand worden maandelijks de volgende kosten afgetrokken:

EUR 500 (gebruik erf), EUR 1.000,- (woonlasten incl. energie- en waterverbruik).





Dit voorstel is niet acceptabel voor mij, omdat de vergoeding en inhoud niet overeenstemt met hetgeen in het verleden reeds is afgesproken en met wat redelijk is. Ik stel voor om hierover samen nader om tafel te gaan om wel tot acceptabele voorwaarden te komen. Belangrijk punt waarover ook nog afspraken moeten worden gemaakt is de woning die ik nu huur op het terrein van de Tolboom. Ik betaal huur voor de woning waarin ik woon waardoor er geen bedrag kan worden aangemerkt als loon in natura o.i.d. Hier zijn immers gewoon separate afspraken over gemaakt en bovendien is het alleszins redelijk dat de Tolboom deze kosten volledig zou vergoeden nu het vanuit mijn functie van


bedrijfsleider is vereist dat ik 24/7 aanwezig ben. Dat laatste is overigens geen punt van discussie. De energiekosten die de Tolboom nu bij mij in rekening wil brengen zien bovendien voor een groot deel op energie van de Tolboom. Ik ben zeker bereid om nadere afspraken te maken over mijn vertrek uit het huis (bijvoorbeeld dat wij daar in ieder geval kunnen blijven wonen totdat [partner] en ik iets anders hebben gevonden)..



Tegenvoorstel [verzoeker]


In een poging om er onderling samen op een goede manier uit te komen wil ik graag het volgende tegenvoorstel (op hoofdlijnen) doen:



I. Betaling van salaris/vergoeding EUR 130.500,- netto (excl. BTW) door de Tolboom aan [verzoeker] over de periode vanaf april 2023 t/m augustus 2025. De hoogte is als volgt berekend:




Uurloon EUR 25,56 netto (excl. BTW);




Uren per week 40 uur;




Uitgaande van gemiddeld 22 werkdagen per maand;




Maandloon EUR 4.500




29 (maanden) * EUR 4.500 = EUR 130.500 netto,- (excl. BTW)





Dit acht ik een redelijk voorstel, nu begin april 2023 door [naam 2] aan mij is gevraagd of ik Boerderij Eyckenstein, later de Tolboom, wilde gaan runnen. Dit heb ik aantoonbaar fulltime opgepakt. Aan mij is ook altijd voorgehouden dat ik vanaf dat moment een vergoeding zou krijgen voor de werkzaamheden die ik heb verricht, ook door de overige huidige bestuurders van de Tolboom. Als je voornoemd voorstel afzet tegen de situatie waarin de relatie tussen mij en de Tolboom als arbeidsovereenkomst wordt beschouwd, zijn de kosten voor de Tolboom veel hoger. Ik wil voorstellen dat de Tolboom het deel van het salaris dat reeds verschuldigd is alvast aan mij uitbetaald. Ik kan me voorstellen dat de Tolboom dit bedrag niet ineens kan betalen en daarom stel ik voor dat de Tolboom dit bedrag in termijnen betaalt. De periode vanaf 1 mei 2025 t/m eind augustus


2025 kan dan gewoon betaald worden aan het einde van iedere maand.



II. Bereid om mijn aandelen in de Tolboom tegen vergoeding over te dragen aan de overige


aandeelhouders, na objectieve en correcte waardering van de aandelen. Hier dient dus nog een separate afspraak over gemaakt te worden.



III. Bijdrage vergoeding juridische kosten [verzoeker] tot een bedrag van EUR 2.500 netto (excl. BTW en kantoorkosten). De juridische kosten die ik genoodzaakt ben om te maken lopen alsmaar verder op.



Ik verneem graag uiterlijk op 3 juni 2025 of de Tolboom akkoord kan gaan met mijn tegenvoorstel op hoofdlijnen. Als de Tolboom akkoord is, dan stel ik voor dat we deze afspraken vastleggen in een vaststellingsovereenkomst. Daar dienen de volgende onderwerpen dan ook onderdeel van te zijn om tot volledige overeenstemming te kunnen komen: de invulling van de werkzaamheden tot eind augustus 2025, het woonhuis, de betalingstermijnen, de beëindiging van de arbeidsrelatie en het bestuurderschap onder verlening van decharge. Op de relatie tussen de Wijgaarde en de Tolboom kom ik, zoals gezegd nog separaat terug.”




2.15.
Op 18 juni 2025 heeft [naam 2] aan de aandeelhouders een uitnodiging gestuurd voor de aandeelhoudersvergadering op 27 juni 2025, met de volgende agendapunten:


“1. Opening


2. Goedkeuring notulen vergadering van 30 april 2024


3. Vaststelling jaarrekening 2024


4. Voorstel tot ontslag van [bedrijf] vertegenwoordigd door [verzoeker] als bestuurder van de vennootschap Boerderij de Tolboom B.V.


5. Pachtcontract tussen Boerderij de Tolboom en [maatschap]


Daarnaast stel ik de volgende agendapunten voor:


6. Bevestiging ingediend ontslag door Did It B.V. als bestuurder van de vennootschap Boerderij de Tolboom B.V.


7. Concept businessplan”




2.16.
Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 27 juni 2025 was [verzoeker] niet aanwezig. In de notulen van de vergadering staat over punt 4:



4. Voorstel tot ontslag van [bedrijf] vertegenwoordigd door [verzoeker] als bestuurder van de vennootschap Boerderij de Tolboom B.V.


Het voorstel wordt aangenomen.”




2.17.
Bij brief van 27 augustus 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] De Tolboom onder meer als volgt bericht:


“(…) [verzoeker] is sinds 1 september 2022 verbonden aan Boerderij de Tolboom B.V. (hierna: "de Tolboom”) en diens rechtsvoorganger Boerderij Eyckenstein, en mevrouw [partner] sinds 1 april 2023. Zij zijn beiden gevraagd door de (rechtsvoorganger van de) Tolboom om werkzaamheden te verrichten. (…) [verzoeker] laatstelijk als statutair bestuurder en bedrijfsleider en mevrouw [partner] als allround medewerker. De (arbeids)voorwaarden waaronder deze werkzaamheden zijn verricht zijn nooit schriftelijk vastgelegd door partijen in een overeenkomst. Dat betekent echter niet dat er geen (arbeids)overeenkomst met cliënten is en dat aan hen geen salaris / vergoeding en overige emolumenten toekomt.



(…) [verzoeker] heeft tot op heden slechts een bedrag van EUR 21 .093,-netto als voorschot ontvangen voor de door hem verrichte werkzaamheden vanaf 1 september 2022.


(…)


Cliënten hebben meermaals gepoogd om afspraken met de Tolboom te maken en deze schriftelijk vast te leggen, maar partijen zijn daar niet uitgekomen. Tot op heden is er helaas geen oplossing gekomen voor cliënten die recht doet aan de ontstane situatie. Gelet daarop, en er inmiddels opvolgers voor cliënten zijn gevonden en (…) [verzoeker] door de Tolboom is uitgeschreven als bestuurder uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, worden cliënten gedwongen om de Tolboom in rechte te gaan betrekken om hun vorderingen op de Tolboom af te dwingen.



In een gerechtelijke procedure zullen zij zich primair stellen op het standpunt dat zij een dienstverband hebben met de Tolboom. Indien en voor zover een rechter van mening is dat er geen sprake is van een dienstverband (hetgeen niet aannemelijk is), dan zal minst genomen sprake zijn van een overeenkomst van opdracht tussen de Tolboom en cliënten zodat aan hen een redelijke vergoeding toekomt.



De Tolboom heeft zich eerder op het standpunt gesteld dat geen sprake zou zijn van een dienstverband tussen de Tolboom en cliënten. Zoals reeds eerder aangegeven door (…) [verzoeker] , is het onderscheidende criterium van een arbeidsovereenkomst het bestaan van een gezagsverhouding, dat bij een overeenkomst van opdracht ontbreekt. Die gezagsverhouding is er juist wel, en daarmee is in feite sprake van een arbeidsovereenkomst. Zo is (…) [verzoeker] aangenomen als bedrijfsleider en heeft hij altijd een vast takenpakket uitgevoerd binnen de kaders en strategie die door de Tolboom is vastgesteld en daarin had hij ook niet de volledige vrijheid om te bepalen hoe en wanneer de opdracht werd uitgevoerd. Dit past ook bij de rol als bedrijfsleider binnen de huidige hiërarchie van de Tolboom. Dat hij zelf ook een aantal aandelen heeft, doet daar niets aan af. Zijn positie als bedrijfsleider is structureel, fulltime en voor onbepaalde tijd. Een overeenkomst van opdracht is veeleer bedoeld voor het uitvoeren van tijdelijke, afgebakende opdrachten. Daar is hier geen sprake van, zoals ook al volgt uit het feit dat deze functie ook weer structureel wordt ingevuld door een opvolger van (…) [verzoeker] (die al in beeld is). (…)



Voornoemde zou vergaande risico’s voor de Tolboom met zich brengen, daar de Tolboom dan met terugwerkende kracht vanaf het moment dat sprake is van een arbeidsovereenkomst onder andere het volgende aan cliënten moet voldoen: gebruikelijk salaris (ook tijdens ziekte) inclusief loonsverhogingen (conform algemeen verbindend verklaarde cao Productiegerichte Dierhouderij), vakantiegeld, vakantiedagen, wettelijke verhoging en rente over het te laat betaalde salaris, vakantiegeld en vakantiedagen, pensioenafdracht (bij bedrijfstakpensioenfonds BPL Pensioen) etc. Daarnaast geldt de arbeidsrechtelijke (ontslag)bescherming, werkgeversaansprakelijkheid en zal de Tolboom in dat geval ook sociale verzekeringspremies en belasting zijn verschuldigd (ook met terugwerkende kracht). Bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomsten van cliënten op initiatief van de Tolboom, komt aan hen tevens een transitievergoeding toe.



Als de hoogte van het salaris niet is afgesproken met een werknemer, moet aangesloten worden bij hetgeen gebruikelijk is en als dat niet vastgesteld kan worden, wat billijk is. Op basis van de cao Productiegerichte Dierhouderij wordt de functie van bedrijfsleider ingeschaald in functiegroep II. In die cao staan geen lonen voor die functiegroep, maar voor werknemers met zo’n functie geldt dat de vaststelling van het loon in overleg tussen werkgever en werknemer gebeurt, waarbij geldt dat het loon in functiegroep II in ieder geval hoger moet zijn dan de daarvoor liggende functiegroepen. Per

1 januari 2024 is dat dus meer dan EUR 18,41 bruto per uur en per 1 januari 2025 is dat dus meer dan EUR 18,76 bruto per uur. Deze bedragen zijn uiteraard exclusief vakantiegeld etc.


Momenteel is (…) [verzoeker] arbeidsongeschikt, waardoor er een opzegverbod geldt nu er naar alle waarschijnlijkheid sprake is van een dienstverband tussen (…) [verzoeker] en de Tolboom. De Tolboom kan het ontslag van (…) [verzoeker] als bestuurder dan niet zomaar realiseren nu de arbeidsongeschiktheid ruim is aangevangen voordat de Tolboom (…) [verzoeker] heeft ontslagen. Daarnaast is er ook geen redelijke grond voor ontslag van (…) [verzoeker] en is (…) [verzoeker] niet in staat gesteld om zijn advies tijdens de AvA uit te brengen waar zijn ontslag op de agenda stond daar hij ziek was. Het ontslagbesluit is vernietigbaar en de Tolboom heeft hier ernstig verwijtbaar gehandeld.



Reden genoeg voor (…) [verzoeker] om de rechter te verzoeken om de Tolboom te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding. Zo’n billijke vergoeding is niet gemaximeerd en kan hoog oplopen. (...)



Alvorens over te gaan tot het entameren van een gerechtelijke procedure en ter voorkoming daarvan zijn cliënten bereid om de reeds ontstane kwestie in der minne te regelen in een laatste poging om er onderling samen uit te komen. In dat kader doe ik namens cliënten het volgende voorstel op hoofdlijnen, waarbij opgemerkt dient te worden dat de inhoud van dit voorstel geen erkenning is van enige rechtstoestand, datum indiensttreding, hoogte van het aan hen toekomende salaris enzovoorts:



(…) [verzoeker]

I. Betaling van salaris door de Tolboom aan (…) [verzoeker] over de periode vanaf 1 mei 2024 t/m 31 augustus 2025 ter hoogte van het minimumloon zoals dat nu geldt. Dit komt neer op een bedrag van EUR 39.936 bruto (16* EUR 2.496). Dit bedrag is berekend op basis van een 40-urige werkweek.
II. Betaling van vakantiegeld over de periode vanaf 1 mei 2024 t/m 31 augustus 2025 ad EUR 3.194,88 bruto (zijnde 8% van EUR 39.936).
III. Betaling van de wettelijk minimum vakantiedagen over de periode vanaf 1 mei 2024 t/m 31 augustus 2025, zijnde 26,67 dagen en gelijk aan ad EUR 3.072,38 bruto.
IV. Betaling van een transitievergoeding over de periode vanaf 1 mei 2024 t/m 31 augustus 2025 ad EUR 1.200,54 bruto.
V. Totaal onder I. t/m V. samengenomen EUR 47.403,80 bruto.
VI. (…) [verzoeker] is bereid om zijn aandelen in Boerderij de Tolboom tegen vergoeding over te dragen aan de overige aandeelhouders, na objectieve en correcte waardering van de aandelen.

(…)


Beiden

XII. Bijdrage vergoeding juridische kosten tot een bedrag van EUR 6.000 netto (exclusief BTW en kantoorkosten).
XIII. Cliënten zijn bereid om een betalingsregeling te treffen voor het geval de Tolboom voornoemde bedragen niet ineens kan voldoen. Cliënten stellen daarmee voor dat de Tolboom voornoemde bedragen in 4 gelijke maandelijkse termijnen voldoet. Dit uiteraard wel onder de voorwaarde dat bestuurders de heer [naam 5] en de heer [naam 2] persoonlijk garant staan voor betaling, mocht de Tolboom op enig moment niet meer over kunnen gaan tot betaling.


Cliënten menen daarmee een zeer net voorstel te doen, nu dit slechts het minimum betreft over niet eens de volledige periode dat cliënten werkzaamheden hebben verricht voor de (rechtsvoorganger van de) Tolboom. Dit voorstel op hoofdlijnen doe ik namens cliënten gestand tot en met vrijdag

29 augustus 2025. Als de Tolboom akkoord is, dan dienen deze afspraken nader vastgelegd en vorm te worden gegeven in een vaststellingsovereenkomst. Daar dienen de volgende onderwerpen dan ook onderdeel van te zijn om tot volledige overeenstemming te kunnen komen: afwikkeling van de werkzaamheden per eind augustus 2025, het woonhuis, de betalingstermijnen, de beëindiging van de arbeidsrelaties van cliënten en het bestuurderschap onder verlening van decharge, verlening van finale kwijting over en weer.



Indien dit voorstel niet tijdig en integraal wordt geaccepteerd, dan zal zit voorstel komen te vervallen en kan de Tolboom daar geen beroep meer op doen (noch binnen noch buiten rechte). In dat geval zullen cliënten op korte termijn een gerechtelijke procedure starten, en verzoek ik u uiterlijk op vrijdag 29 augustus 2025 uw verhinderdata voor de komende drie maanden door te geven zodat ik deze kan doorgeven aan de rechtbank. Het mag voor zich spreken dat cliënten dan niet slechts het wettelijk minimum(loon) zullen vorderen. Zij zullen dan niet alleen een hoger salaris vorderen (inclusief wettelijke rente en verhoging) met terugwerkende kracht vanaf het begin dat zij bij de rechtsvoorganger van de Tolboom in dienst zijn getreden, maar ook vakantiegeld en vakantiedagen en een hogere transitievergoeding en billijke vergoeding. In dat geval zullen cliënten de alsmaar


oplopende juridische kosten ook op de Tolboom verhalen. Ik ga ervan uit dat het zover niet hoeft te komen. (…)”




2.18.
Bij e-mailbericht van 5 september 2025 hebben [naam 11] en [naam 12] van Inforganize [verzoeker] en zijn partner onder meer als volgt bericht:


“Deze mail hadden we jullie ongeveer een week eerder bedoeld te sturen, maar door het wederrechtelijk handelen van [verzoeker] is de prioritering veranderd. Om met dat wederrechtelijk handelen te beginnen, herhaal ik nog even de tekst van de mail die we afgelopen donderdag de 28e 15.16u verstuurd hebben (citaat):




[naam 6] en [verzoeker] ,



Een aantal feiten:



• er stonden afgelopen weekend volgens I&R 50 stieren op Eyckenstein, in het bezit van Tolboom BV. De stieren zijn ook de facto en de jure eigendom van Tolboom BV. Nog steeds.


• er is het afgelopen weekend een "openbare discussie" geweest via de mail, over de voorkeur van [naam 13] en [naam 6] om de stieren naar de Zonnehoeve te brengen, om hen moverende redenen.


• daarop hebben [naam 11] en [naam 12] laten weten dat zulks ter beoordeling is van de bestuurders van Tolboom, dus dat het niet om de 'moverende redenen' gaat maar om bij wie de besluitvorming ligt. Het mag duidelijk zijn dat die bij de bestuurders ligt.


• daarop kwam [verzoeker] met nog meer 'moverende redenen' waarom de stieren naar de Zonnehoeve zouden moeten.


• waarop [naam 11] en [naam 12] bij herhaling kenbaar hebben gemaakt dat het verplaatsen van de stieren aan de bestuurders is, en aan niemand anders. Dus dat een actie die tegen dat besluit ingaat, opzettelijk wederrechtelijk handelen is.


Tevens heeft [naam 5] in een mail laten weten dat er inhoudelijk, SKAL-technisch en op het gebied van dierenwelzijn, alle voorwaarden ingevuld waren om de dieren in een weiland van Eyckenstein / Tolboom BV te zetten en er dus geen enkele reden is om ze naar de Zonnehoeve te brengen.


• Dat is door [naam 6] bevestigd met "duidelijk, dus actie"


• Wat door [naam 11] en [naam 12] is bevestigd met "Precies. Stieren in de wei"


• Wel apart dat dan uit de I&R moet blijken dat de stieren afgelopen maandag al afgevoerd zijn naar de Zonnehoeve.


• En dan wordt vanmiddag, vlak voor de "overdracht" van [verzoeker] aan de nieuwe beheerders [nieuwe beheerder 1] en [nieuwe beheerder 2] , gecommuniceerd dat de stieren naar de Zonnehoeve gebracht zijn. Hoe toevallig.



Het is ondertussen duidelijk dat [naam 6] zijn belangen op de Zonnehoeve heeft en dat [verzoeker] en [partner] daar gaan werken. 1 plus 1 is 2.



Wat ook toevallig is, is dat [naam 14] materieel opgehaald heeft.



Dus wat [naam 6] en [verzoeker] aan het doen zijn - en dat is het beoogde resultaat - is het onmogelijk maken om een bedrijf te voeren op Eyckenstein. Dat is opzet in samenspanning. Interessant.


Ik verwijs kortheidshalve naar artikel 321 Sr. Zou [verzoeker] werknemer geweest zijn, zou ook artikel 322 Sr van toepassing zijn geweest (met een zwaardere straf).



Kortheidshalve: jullie hebben een halfuur om op deze mail te reageren met de garantie dat de stieren weer op Eyckenstein worden teruggebracht, uiterlijk morgenmiddag 12 uur.



Zodalijk doen we aangifte van diefstal dan wel verduistering; de aangifte zal worden ingetrokken als en wanneer de stieren weer in het weiland staan, compleet in aantal en gezond. En dat ze op een correcte manier weer I&R geregistreerd staan.




[naam 12] en [naam 11] (Einde citaat)



De verduistering van de stieren is het slotakkoord van een ingewikkelde en lastige 'samen'werking, de "smoking gun". [naam 6] geeft in een reactie op onze vraag of jullie im- of expliciet van één of beide bestuurders toestemming hebben gehad voor het transport van de stieren: "Geen idee, ik heb destijds een voorstel gedaan en een afwijzing gezien.


Geen verdere betrokkenheid van mijn kant." Jij, [verzoeker] , hebt niet op deze vraag gereageerd.


"Wie zwijgt, stemt toe." Er was en er is geen toestemming, er was zelfs een veto; je hebt wederrechtelijk gehandeld.


In een mail daarvoor schreef [naam 6] : "Ik heb zelf dit voorstel gedaan met het oog op dierenwelzijn." De samenwerking tussen [verzoeker] en [naam 6] is nauwer dan die tussen [verzoeker] en De Tolboom BV, kunnen we gevoeglijk vaststellen.


Ondertussen weten we, door het telefoongesprek tussen [naam 2] en [eigenaar 2] (eigenaar van De Zonnehoeve) dat [eigenaar 2] [verzoeker] en [partner] een appartement aangeboden heeft - waarvan het onduidelijk is of ze geaccepteerd hebben.



Gaandeweg onze opdracht zien we dat heel veel en steeds meer zaken niet kloppen:



• uit - de poging tot het maken van - de jaarrekening blijkt dat zeer veel onderliggende stukken ontbreken. Vooral in de betalingen aan en ontvangsten van je beheer bv en stichting, alsmede je declaraties;


• [verzoeker] heeft vlees geleverd (tot en met afgelopen week), ten minste aan Ekoplaza Bilthoven, zonder het vlees in rekening te brengen aan de klant. Daar hebben we vanzelfsprekend bewijzen resp getuigenis van;


• hetzelfde geldt voor de creditfacturen aan Ekodis;


• met betrekking tot verrekeningen met door jou gehanteerde rechtspersonen zijn alleen voorschotten verrekend; voor jouw declaraties geldt hetzelfde: de bonnetjes, inkoopfacturen etc. ontbreken totaal ondanks dat ze meerdere keren door jou toegezegd zijn;


• in de verrekeningen met jouw rechtspersonen zijn kosten in Tolboom geboekt en daarop betrekking hebbende opbrengsten geboekt in jouw rechtspersonen; ook dat gaan we rechttrekken;


• er zou geen contant-geld kas zijn in de winkel en later, na doorvragen, duikt die opeens op, en wel met een prachtig rond bedrag van 2.500 euro (en 1.800 Florijnen). Het feit, dat je eerst zegt dat er geen kas is, terwijl vele klanten in volle overtuiging van het belang van kunnen betalen met contant geld, ook betálen met contant geld, is de tweede smoking gun. Het niet bijhouden van een kas- of verkoopboek, de derde. Er is geen enkel zicht noch controle op wat er verkocht is in de winkel. Dat is meer dan wanbeheer: het ontkennen van het aanwezig zijn van contant geld en dan alsnog met een "kas" aankomen, riekt niet alleen naar fraude/verduistering: het is fraude/verduistering. Forensisch


onderzoek zal niet slechts het feit in het daglicht zetten, maar ook en vooral de omvang;


• er is geen enkel zicht op en in, of de zaken die jij onder je beheer en/of beschikking hebt gehad, op een zuivere manier beheerd en/of van eigenaar veranderd zijn. Hetzelfde geldt voor de besteding van geld van de Tolboom BV;


• de verzameling "spullen" die op het erf van Eyckenstein verzameld zijn door jullie, hebben geen enkele relatie met het drijven van een boerderij, maar met privé activiteiten en -hobby's (de brandweerauto's, tribune etc.);


• twee van de vier aandeelhouders (met samen 75% belang) hebben grote moeite met de ontstane situatie. Samengevat: de winkel is dicht; het is een puinhoop op het erf en in de gebouwen (dat is ook [eigenaar 1] een doorn in het oog); er is een totaal gebrek aan samenwerking en vertrouwen tussen de aandeelhouders; er is door bewust wanbeheer aan de Tolakkerweg duur kuilgras gebroeid en daardoor verloren gegaan; de twee bestuursleden en de nieuwe beheerders hebben waargenomen en geconstateerd dat het catering-keukengedeelte met bijbehorende koelcel en apparaten zeer onhygiënisch zijn achtergelaten.


Dit is maar een heel kleine greep uit de feiten.



In overweging nemende:


1. bovenstaande feiten; inclusief strafbare/wederrechtelijke feiten;


2. de rommel die nog steeds op het erf van Eyckenstein aanwezig is, behorende aan [verzoeker] en/of [partner] ;


3. de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat [verzoeker] zelfstandig en alleen het besluit genomen heeft om de stieren te ontvoeren (van belang voor de strafeis resp. de schadevergoeding);


4. de totale onwerkbaarheid van de aanwezigheid van [verzoeker] (en [partner] ) op het erf van Eyckenstein én het gegeven dat ze door De Zonnehoeve een appartement aangeboden gekregen hebben (dus kunnen beschikken over woonruimte);



"Adviseren" we, ten stelligste, namens de bestuurders van De Tolboom BV, het volgende:


1. [verzoeker] en [partner] zeggen met onmiddellijke ingang het huurcontract met [eigenaar 1] op ( [eigenaar 1] is akkoord met die onmiddellijke opzegging) en accepteren het aanbod voor een appartement op/bij De Zonnehoeve of wat dan ook dat hun woonruimte verschaft;


2. [verzoeker] en [partner] hebben ruim een week - zegge tot en met maandag 15 september 12.00 uur, voor het opruimen/verwijderen van goederen en zaken die niet op het drijven van een boerderij betrekking hebbende én eigendom zijn van [verzoeker] en/of [partner] . Daarna organiseren de bestuurders van De Tolboom BV de verwijdering daarvan; waarvan de rekening zal komen ten laste van de personen [verzoeker] en/of [partner] resp. zijn en/of haar rechtspersonen;


3. het overdragen van de aandelen van [bedrijf] in De Tolboom BV voor 1 euro / stuk aan de bestuurders van De Tolboom BV;


4. jullie zijn permanent vaag in wat jullie - gaan - doen; dus geven wij dat bij deze aan: je geeft ondubbelzinnig aan wat je per wanneer gaat doen: het onmiddellijk opzeggen van de huur en het verlaten van het witte huisje dat jullie huren van [eigenaar 1] , alsmede het schoon opruimen van boerderij en erf van boerderij Eyckenstein binnen de gestelde termijnen;



• [verzoeker] en [partner] : we geven jullie tot maandagochtend 8 september 10 uur de gelegenheid om de punten a. tot en met d. hierboven te bevestigen.



Bij uitblijven van jullie ondubbelzinnige bevestiging zullen wij ervoor zorgen dat het geregeld wórdt.



Bij gebreke waarvan:


• we het ingezette juridische resp. financieel-forensische traject gaan doorzetten, hetgeen [verzoeker] een veroordeling/strafblad en een grote schadeclaim oplevert;


• we alle spullen van jullie die op het erf en/of de boerderij/het witte huisje aanwezig zijn, op jullie kosten laten afvoeren. (…)




2.19.
Bij e-mailbericht van 9 september 2025 hebben [naam 11] en [naam 12] van Inforganize [verzoeker] en zijn partner onder meer als volgt bericht:


“Aangezien jullie advocaat in een brief van 27 augustus jl. het standpunt namens jullie inneemt, dat er sprake zou kunnen zijn van een arbeidsovereenkomst, hetgeen ons niet alleen verbaast en verrast, maar hetgeen ten zeerste wordt betwist, delen we hierdoor namens Tolboom B. V. als volgt mede:



Er is evident sprake van wederrechtelijke wegnemen/verduisteren van 50 stierkalveren door jullie omstreeks 25 augustus jl. zonder enige toestemming van het bestuur van Tolboom B. V., strafbare feiten dus, te weten verduistering/diefstal; deze handelwijze is door [verzoeker] ook schriftelijk erkend in zijn email van 28 augustus jl.; daarvoor zijn jullie beiden aansprakelijk.



Nu jullie advocaat zich namens jullie beroept op dienstverband - zoals aangegeven betwist en feitelijk volstrekt ongegrond - leidt dat tot het volgende:


Die handelwijze is voor Tolboom B. V. reden voor onmiddellijk ontslag op staande voet per heden van jullie beiden, voor zover sprake zou zijn van enig dienstverband met (één van) jullie beiden.


Het gaat immers om verduisteren/diefstal van 50 stierkalveren, waarover wij pas dagen later


enigszins werden geïnformeerd.



Het spreekt voor zich, dat ontslag op staande voet alleen aan de orde is, voor zover er sprake zou kunnen zijn geweest van een dienstverband met jullie beiden, dat zoals aangegeven ten zeerste wordt betwist. Niettemin maar toch voor de duidelijkheid: ieder dienstverband is daarmee dan ook geëindigd per heden wegens dit ontslag op staande voet. De Tolboom B. V. behoudt zich verder alle rechten voor, met name ter zake schadevergoeding.



De correspondentie hierover met [verzoeker] tussen 28 augustus jl. tot op heden temeer heeft tot dit besluit geleid, nu daarin geen enkele rechtvaardiging valt te lezen van dit ernstig onrechtmatig handelen. Laat er geen misverstand over bestaan, dat al hetgeen al is geschreven in die correspondentie sinds 28/29 augustus jl. ten aanzien van deze verwerpelijke handelwijze, het voor De Tolboom B. V. niet anders maakt: er is sprake van een gegronde reden voor ontslag op staande voet.”




2.20.
Bij e-mailbericht van 10 september 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] en zijn partner hierop als volgt gereageerd:


“(…)Eerst wordt stellig ontkend dat er een dienstverband is tussen de Tolboom om mijn cliënten vervolgens nu op staande voet te ontslaan. Dat is volstrekt tegenstrijdig.



Er is geen sprake van verduistering of andere strafbare feiten aan de zijde van mijn cliënten. (…) [verzoeker] heeft puur gehandeld vanuit het belang van de stieren, door hen naar een omgeving te verplaatsen die wel leefbaar is. Volgens de richtlijnen dienen de stieren momenteel buiten te staan en de omgeving buiten bij de Tolboom is niet leefbaar. Dat is inmiddels ook door de Tolboom erkend. De stieren kunnen desgewenst worden overgeplaatst op kosten van de Tolboom. Dat de Tolboom momenteel geen leefbare buiten omgeving heeft kan - anders dan u meent - niet aan (…) [verzoeker] worden tegengeworpen. (…) [verzoeker] is sinds geruime tijd arbeidsongeschikt en vanuit de overige bestuurders van de Tolboom is geen enkele actie ondernomen om de dagelijkse gang van zaken binnen de Tolboom voort te zetten. Zelfs tijdens arbeidsongeschiktheid heeft (…) [verzoeker] nog gedaan wat hij kon.



Daarbij dient niet uit het oog te worden verloren dat het hier gaat om twee werknemers van de Tolboom die nauwelijks een beloning hebben ontvangen voor de werkzaamheden die zij voor de Tolboom hebben verricht uit hoofde van hun dienstbetrekking. Zij zijn financieel en mentaal uitgeknepen en vervolgens vleugellam gemaakt door hen beiden buiten de organisatie te plaatsen (zonder rechtsgeldige grond), waarbij zij steeds verder en verder onder druk worden gezet. (…)



(…) Indien en voor zover nodig behoud ik me uiteraard het recht namens mijn cliënten voor om daar op een later moment inhoudelijk op terug te komen. Het mag in ieder geval duidelijk zijn dat mijn cliënten een andere visie hebben op het geheel.



Zoals reeds aangekondigd zijn wij momenteel namens cliënten bezig met het voorbereiden van een verzoekschrift ter inleiding van een gerechtelijke procedure die op korte termijn zal worden gestart om redenen u welbekend en o.a. vervat in de brief van 27 augustus jl. (…).”






3Het verzoek en het verweer


3.1.

[verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar
bij voorraad:
a. te verklaren voor recht dat de werkrelatie tussen [verzoeker] en De Tolboom als een
arbeidsovereenkomst gekwalificeerd dient te worden;
te verklaren voor recht dat de arbeidsomvang van [verzoeker] 40 uur per maand was;
De Tolboom te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van primair € 174.960,00 bruto, dan wel subsidiair van € 119.894,25 bruto, dan wel meer subsidiair van € 116.989,92 bruto, dan wel uiterst subsidiair van € 102.993,12 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen billijke vergoeding aan [verzoeker] en te bepalen dat De Tolboom gehouden is dit bedragen te voldoen uiterlijk binnen veertien werkdagen na het wijzen van de beschikking;
De Tolboom te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding van primair € 4.860,00 bruto, dan wel subsidiair van € 3.330,40 bruto, dan wel meer subsidiair van € 3.249,72 bruto, dan wel uiterst subsidiair van € 2.860,92 bruto, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen transitievergoeding aan [verzoeker] ;
De Tolboom te veroordelen tot betaling van het achterstallige salaris gebaseerd op een loon van primair € 4.500,00 bruto per maand te vermeerderen met € 360,00 bruto vakantiegeld per maand, dan wel subsidiair € 3.083,70 bruto per maand te vermeerderen met € 246,79 bruto vakantiegeld per maand, dan wel meer subsidiair € 3.009,00 bruto per maand te vermeerderen met € 240,72 bruto vakantiegeld per maand, dan wel uiterst subsidiair € 2.649,00 bruto per maand te vermeerderen met het vakantiegeld van € 199,68 bruto per maand en uitgaande van een indiensttredingsdatum van 1 september 2002 en een einddatum van 31 augustus 2025, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
aan achterstallig salaris aan [verzoeker] ;
te verklaren voor recht dat [verzoeker] recht heeft op vakantiedagen zoals bedoeld in
artikel 7:634 BW dan wel de cao Productiegerichte Dierhouderij (2024- 2025))
over de periode vanaf 1 september 2022 tot en met 31 augustus 2025, althans het
bedrag dat conform de wettelijke maatstaven past bij de door de kantonrechter te
bepalen uitgangspunten (waaronder de begindatum en einddatum van de
arbeidsovereenkomst, alsmede de toepasselijkheid van de cao Productiegerichte
Dierhouderij);
De Tolboom te veroordelen tot het opstellen van een eindafrekening conform de
wet, met daarin uitbetaling van al de tot de einddatum opgebouwde vakantiedagen,
het salaris (inclusief vakantiegeld), onder overlegging van deugdelijke
salarisspecificatie over de periode vanaf 1 september 2022 tot en met 31 augustus
2025, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van de dag dat De Tolboom in gebreke blijft om een deugdelijke
eindafrekening/salarisspecificatie te verstrekken aan [verzoeker] over de periode
vanaf 1 september 2022 tot en met 31 augustus 2025, althans over de periode dat conform de wettelijke maatstaven past bij de door de kantonrechter te bepalen uitgangspunten (waaronder de begindatum en einddatum van de arbeidsovereenkomst);
De Tolboom te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% zoals
bedoeld in artikel 7:625 BW over de e. en f. toe te wijzen bedragen, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag aan [verzoeker] ;
i. De Tolboom te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel
6:119 BW over het in onderdelen c. tot en met h. van het petitum toe te wijzen
bedragen en te berekenen van de dag van verschuldigdheid van de bedragen zoals bedoeld in onderdelen c. tot en met h. van het petitum tot aan de dag der algehele voldoening;
De Tolboom te veroordelen tot betaling van de proceskosten in onderhavige procedure, daaronder nadrukkelijk begrepen de kosten van de advocaat van [verzoeker] en de nakosten, een en ander onder bepaling dat wettelijke rente
hierover verschuldigd is vanaf veertien dagen na de in deze te wijzen beschikking.



3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat hij vanaf 1 september 2022 werkzaam is geweest bij (de rechtsvoorganger van) De Tolboom. Volgens [verzoeker] is sprake van een arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft echter geen loon ontvangen en is bovendien zonder rechtsgeldige grondslag ontslagen. [verzoeker] verzoekt daarom, naast een aantal verklaringen voor recht, betaling van loon, een billijke vergoeding en de transitievergoeding met nevenvorderingen.



3.3.
De Tolboom voert verweer en meent dat het verzoek moet worden afgewezen. De Tolboom voert ‑ samengevat ‑ aan dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De Holding van [verzoeker] was weliswaar aandeelhouder en statutair bestuurder van De Tolboom en [verzoeker] beheerde feitelijk de onderneming, maar dit gebeurde vanuit het ondernemerschap van [verzoeker] . Er was ook geen sprake van een gezagsverhouding. De Tolboom erkent wel dat het de bedoeling was dat daar een vergoeding tegenover zou staan. Deze vergoeding is uiteindelijk ook betaald. [verzoeker] heeft daarom niets meer te vorderen van De Tolboom.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, waar nodig voor de behandeling van de zaak, nader ingegaan.





4De beoordeling van het verzoek


4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of tussen [verzoeker] en De Tolboom sprake is van een arbeidsovereenkomst.



4.2.
Volgens artikel 7:610 BW is sprake van een arbeidsovereenkomst als de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Er moet dus sprake zijn van een gezagsrelatie, persoonlijke arbeid en loon.Daarnaast heeft de Hoge Raad een niet-limitatieve opsomming van tien gezichtspunten geformuleerd die onder meer van belang kunnen zijn voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst, te weten:
a. De aard en de duur van de werkzaamheden.
b. De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald.
c. De inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie
en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht.
d. Het al dan niet bestaan van een verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren.
e. De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is
gekomen.
f. De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd (bruto
of te vermeerderen met btw).
g. De hoogte van deze beloningen.
h. De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt
(ondernemersrisico).
i. Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede
af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de
werkzaamheden verricht.
j. Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het
economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld:
1. bij het verwerven van een reputatie;
2. bij acquisitie;
3. wat betreft fiscale behandeling;
4. en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.



4.3.
Volgens [verzoeker] is sprake van een arbeidsovereenkomst omdat hij meerdere jaren werkzaam is geweest voor De Tolboom en gedurende deze periode consequent werkzaamheden heeft verricht die een structureel, integraal en duurzaam onderdeel vormden van de bedrijfsvoering van De Tolboom. De werktijden werden bepaald door De Tolboom. Gelet op de aard van de onderneming, een boerderij met levende dieren, werd feitelijk 24/7 aanwezigheid van [verzoeker] verwacht. De Tolboom bepaalde de werkzaamheden die onder het takenpakket van [verzoeker] vielen.

[verzoeker] en zijn partner zijn als pachters niet bevoegd tot onderverpachting zonder schriftelijke toestemming van de verpachter. De aard van de werkzaamheden en de exploitatie van De Tolboom brengt met zich dat [verzoeker] en zijn partner woonachtig zijn op het terrein van De Tolboom, zodat zij 24/7 aanwezig zijn op De Tolboom en waar nodig werkzaamheden kunnen verrichten, waarbij wordt uitgegaan van een verplichting tot persoonlijk gebruik van de pachter.
Er is geen sprake van een schriftelijke contractuele regeling omdat er onenigheid is blijven bestaan over de vergoeding en de aard van de arbeidsrelatie. De werkinstructies en gedachten over salaris werden eenzijdig door De Tolboom opgelegd. Daarbij was (en is) geen ruimte voor de redelijke voorstellen van [verzoeker] . Er is geen overeenstemming bereikt over de beloning en partijen hebben in dit kader voorstellen gedaan die enerzijds wijzen op een arbeidsovereenkomst en anderzijds op een overeenkomst van opdracht. Feitelijk staat enkel de minimale hoogte van de beloning vast, te weten een bedrag van € 1.500,00 per maand en € 900,00 aan huur en energiekosten voor de woning op het terrein van De Tolboom. Over de aanvullende vergoeding zouden, gelet op de liquiditeit van De Tolboom op een nader moment afspraken gemaakt worden. Dat laatste heeft ondanks aanhoudende verzoeken van [verzoeker] niet plaatsgevonden. De genoemde beloningen zitten beneden het cao-niveau en [verzoeker] heeft enkel een vergoeding van € 13.872,00 ontvangen van [naam 1] als vergoeding voor zijn werkzaamheden over de periode van september 2022 tot en met maart 2023. Een dergelijk lage beloning, waarbij het aanbod van het werk geen enkele invloed had op de beloning wijst erop dat [verzoeker] geen enkel commercieel risico liep. Dit past meer bij een arbeidsovereenkomst dan een overeenkomst van opdracht.

[verzoeker] gedroeg zich in het economisch verkeer niet als ondernemer en kon dat ook niet. De intentie was dat [verzoeker] voor onbepaalde tijd en op basis van 40+ uur in de week werkzaamheden zou verrichten voor De Tolboom, zonder daarbij voor een andere opdrachtgever werkzaam te zijn. [verzoeker] organiseerde samen met zijn partner in prové wel eens diners voor vrienden, familie en bekenden, maar dat had niets met De Tolboom of ondernemerschap te maken. [verzoeker] heeft niets aan acquisitie gedaan of gewerkt aan zijn reputatie als opdrachtnemer. [verzoeker] heeft tijdens zijn werkzaamheden voor De Tolboom geen kenmerken vertoont van een ondernemer. Volgens [verzoeker] ging ook De Tolboom er, gelet op de fiscale behandeling, van uit dat [verzoeker] werknemer was.



4.4.
De Tolboom betwist dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Zij voert hiertoe aan dat [verzoeker] de werkzaamheden verrichtte als ondernemer. Hij was via zijn Holding aandeelhouder en bestuurder en in de onderlinge verdeling had [verzoeker] via zijn Holding de dagelijkse leiding. De inbreng van zijn Holding in De Tolboom bestond uit arbeid. [verzoeker] verrichtte de werkzaamheden geheel naar eigen inzicht. Er was niemand die hem instructies gaf of ergens op aansprak. Dat het in de aandeelhoudersvergaderingen en tussen de bestuurders wel ging over hoe de onderneming gevoerd moest worden, maakt niet dat er sprake is van een gezagsverhouding. Dat is afstemming van de aandeelhouders en bestuurders van de onderneming. Daarnaast ontplooide hij ook nog activiteiten vanuit zijn andere ondernemingen en zette hij vrijwilligers in voor de werkzaamheden op de boerderij. Nog daargelaten dat geen sprake is van overgang van onderneming, en De Tolboom dus niet aansprakelijk is voor de werkzaamheden die [verzoeker] voor [naam 1] heeft verricht, heeft hij daarvoor facturen gezonden. Daarnaast heeft [verzoeker] een vergoeding gekregen middels de ontvangen aandelen. Hoewel De Tolboom meent dat [verzoeker] een vergoeding dient te krijgen, en ook al heeft verkregen voor de door hem verrichtte werkzaamheden, betreft dit een vergoeding (via zijn onderneming) en geen salaris. [verzoeker] meent ook steeds aanspraak te kunnen maken op een ander bedrag aan salaris. Bij aanvang is in het kader van de inbreng van de Holding door middel van arbeid echter gesproken over een basisvergoeding. Er zouden afhankelijk van het resultaat van De Tolboom ook nog nadere afspraken gemaakt worden over de hoogte van de vergoeding. Zover is het echter niet gekomen.



4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en De Tolboom en overweegt daartoe het volgende.


4.5.1.
In de eerste plaats is niet, althans onvoldoende, aannemelijk geworden dat sprake was van een gezagsrelatie. [verzoeker] verwijst in dit kader naar een e-mailbericht dat in het kader van de onderhandelingen over de vergoeding en de formalisering daarvan is gestuurd met een concept interim management overeenkomst waarin werkzaamheden zijn benoemd (productie 52). Nog daargelaten dat dit niet tot een overeenkomst heeft geleid en dit pas in de laatste fase van zijn werkzaamheden speelde, blijkt hieruit nog niet dat De Tolboom die werkzaamheden bepaalde, zeker niet voor de periode daarvoor. Verder verwijst [verzoeker] naar een mailwisseling waarin iets wordt gezegd over wat wel en niet in een brief aan [eigenaar 1] mag komen (productie 16) en de notulen van de aandeelhoudersvergadering van 17 oktober 2024 (productie 20) waaruit blijkt dat hij het niet zelfstandig voor het zeggen had en onder het gezag van de andere aandeelhouders en vanuit hun instructie werkzaamheden verrichte in de functie van bedrijfsleider. De kantonrechter is van oordeel dat deze stukken zien op de relatie tussen de aandeelhouders en de vraag binnen deze verhoudingen hoe om te gaan met de onderneming. De Holding van [verzoeker] was ook aandeelhouder. Dat niet voor zijn visie werd gekozen maakt nog niet dat er sprake was van een gezagsverhouding of dat hij in dienst was. Dat [naam 2] akkoord moest geven op een factuur en de aanschaf of het uitlenen van bepaalde materialen evenmin. Het was immers ook [naam 2] die de financiering daarvoor verzorgde.
De Tolboom is een samenwerkingsverband in de vorm van een B.V., waarbij iedere aandeelhouder en bestuurder een eigen taak/inbreng had. Uit het e-mailbericht van 3 mei 2024 blijkt dat de inbreng van de Holding van [verzoeker] is gebaseerd op:

- 100k (bedrag gebaseerd op: niet betaalde facturen voor gewerkte uren tbv [naam 7] /moois in het verschiet)


- tbv liquiditeit 65k (te leveren arbeid evt in overleg basis vergoeding van 1500 EUR per maand plus huur en energie woning a 900 EUR per maand)


- overig: catering activiteiten, zaalverhuur, groentetuin, materieel en/of immateriële zaken welke niet specifiek genoemd zijn worden niet ingebracht. Wij zullen open en transparant informeren over de inkomsten en andere zaken die voortvloeien uit deze activiteiten. Het voornemen is om deze activiteiten in de gemeenschappelijke B.V. te brengen zodra de liquiditeit van de B.V. dit toelaat.

De Holding van [verzoeker] bracht aldus arbeid in, terwijl de overige activiteiten van [verzoeker] naast De Tolboom bleven bestaan. Van de overige bestuurders was de onderneming van Van [naam 2] de financier en de onderneming [naam 6] leverde de stierkalveren. De Holding van [verzoeker] zou De Tolboom exploiteren, terwijl de laatste aandeelhouder (niet bestuurder) [naam 8] af en toe wat richting te geven, omdat hij wel veel ervaring in de branche had.


De kantonrechter is van oordeel dat uit de processtukken en hetgeen ter zitting is verklaard blijkt dat [verzoeker] zelfstandig opereerde. Hij bepaalde zelf zijn werkzaamheden, werktijden en de inzet van overig personeel (zoals de vrijwilligers en zijn partner). [verzoeker] heeft er bovendien voor gekozen de administratie van De Tolboom en zijn andere bedrijven alsmede zijn privé allen via de rekening van zijn Stichting Wij Gaarde te laten lopen. Hierdoor is het een ondoorgrondelijk geheel is geworden. Onduidelijk is ook welke uren hij daadwerkelijk bestede aan De Tolboom. Mede omdat hij ook nog verschillende andere bedrijven had. Kennelijk heeft [verzoeker] van de rekening waarop de opbrengen van De Tolboom binnenkwamen ook de huur en diverse privé kosten betaald. Dit alles duidt niet op een gezagsverhouding.



4.5.2.
In de tweede plaats is niet aannemelijk geworden dat [verzoeker] gehouden was persoonlijk de arbeid te verrichten. Hoewel in beginsel het uitgangspunt was dat [verzoeker] (via zijn Holding) de dagelijkse leiding op zich zou nemen, blijkt nergens uit dat hij zich daarbij niet mocht laten vervangen. Uit de processtukken en hetgeen daarover tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, blijkt ook dat [verzoeker] een deel van de taken had uitbesteed aan zijn partner en vrijwilligers. Daar komt nog bij dat zijn aanwezigheid en bemoeienis eveneens valt te verklaren vanuit het ondernemerschap van zijn Holding als bestuurder van De Tolboom en de daarbij gemaakte afspraak dat de Holding van [verzoeker] arbeid in zou brengen, alsmede de overige ondernemingen van [verzoeker] waarvan een deel van de activiteiten ook vanaf het terrein van De Tolboom plaatsvond. [verzoeker] heeft aangiftes bij de belastingdienst in het geding gebracht waaruit volgens hem blijkt dat zijn overige bedrijven de afgelopen jaren niet actief zijn geweest. Dit overtuigt echter niet, aangezien tussen partijen vast staat dat alle geldstromen (ook die van De Tolboom en [verzoeker] privé) via de rekening van zijn Stichting Wij Gaarde liepen.



4.5.3.
Ten derde is niet, althans onvoldoende, aannemelijk geworden dat sprake was van loon. [verzoeker] meent dat De Tolboom ook uitging van een arbeidsovereenkomst en verwijst naar productie 53 pagina 10, zijnde notities van [naam 9] over de administratie 2024, en een e-mail van [naam 6] van 24 januari 2025 (productie 54), waarin hij refereert aan de notities en aangeeft dat dit nog los staat van de verantwoordelijkheden als werkgever. Uit deze stukken blijkt echter juist dat De Tolboom uitgaat van een ZZP-relatie dan wel overeenkomst van opdracht (al dan niet via de Holding van [verzoeker] ), maar gewezen wordt op de risico’s indien toch sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst.
Uit het e-mailbericht van [verzoeker] van 3 mei 2024 blijkt ook juist dat het zijn Holding is die de inbreng van arbeid levert.
Daarnaast benoemt [verzoeker] in zijn correspondentie steeds vergoedingen en te sturen facturen. Ten aanzien van de periode voor de oprichting van De Tolboom heeft [verzoeker] via zijn eenmanszaak en stichting ook facturen aan [naam 1] ( [bedrijfsnaam] ) gestuurd voor zijn werkzaamheden (productie 7 en 11 verweerschrift). Dat dit in opdracht van De Tolboom is gebeurd, zoals [verzoeker] stelt, is betwist en verder niet onderbouwd zodat dit niet vast komt te staan. In de afspraken over het oprichten van De Tolboom en de inbreng van [verzoeker] lijkt in het kader van de aandelentransactie ook met het verleden af te zijn gerekend via de Holding van [verzoeker] .
Daar komt nog bij dat [verzoeker] zich niet heeft gemeld bij de belastingdienst. Iets wat gelet op zijn rol wel op zijn weg gelegen had, als degene die de dagelijkse leiding had en verantwoordelijk was voor de administratie.
Tussen partijen staat bovendien vast dat nog nadere afspraken zouden worden gemaakt over de hoogte van de aan (de Holding van) [verzoeker] te betalen vergoeding, afhankelijk van de resultaten van De Tolboom. Daaruit volgt dat [verzoeker] ook een bepaald ondernemersrisico liep, waarbij de vergoeding in de opstartfase lager zou gaan en afhankelijk van de resultaten eventueel hoger zou kunnen worden. Dit volgt ook uit productie 9 bij het verweerschrift, betreffende de jaaroverzichten met begrotingen waaronder een ondernemersvergoeding voor [verzoeker] over 2024 van 15.864,80 als resultaat van de kosten en opbrengsten van de activiteiten, die in de jaren daarna oploopt afhankelijk van de prognose van de winstgevendheid en productie 13 bij het verweerschrift (jaarrekening blz 19) waarin een bedrag van € 24.000,00 aan managementkosten wordt genoemd uitgaande van € 1.500,00 per persoon ( [verzoeker] en zijn partner) per maand.



4.5.4.
Anders dan [verzoeker] meent valt uit het gegeven ontslag op staande voet niet op te maken dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Uit de brief blijkt expliciet dat dit ontslag enkel is gegeven gelet op het standpunt van [verzoeker] dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en voor het geval dat inderdaad zo zou zijn.




4.6.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zullen de verzoeken van [verzoeker] worden afgewezen.



4.7.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog dat, voor zover er sprake is van een betalingsverplichting van De Tolboom bijvoorbeeld tegenover [bedrijf] deze vorderingen thans onvoldoende bepaald zijn. Nog daargelaten dat niet is gebleken wat de overeengekomen vergoeding is, kan aan de hand van de overgelegde stukken evenmin worden beoordeeld wat de arbeidsomvang was en of nog een resterend bedrag aan redelijke vergoeding is betaald. Immers, tussen partijen staat vast dat er betalingen en verrekeningen hebben plaatsgevonden, maar nergens is een overzicht gegeven van wat er precies verschuldigd is geworden en welke betalingen en verrekeningen daarop in mindering dienen te worden gebracht. Onduidelijk is voorts waarom De Tolboom verantwoordelijk zou zijn voor vergoedingen over de periode van voor haar oprichting. Terwijl daarvoor kennelijk ook al een vergoeding is betaald in die zin dat aan [verzoeker] aandelen ter waarde van € 100.000,00 zijn verschaft zonder dat hij daarvoor heeft hoeven te betalen (e-mailbericht 3 mei 2024). Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] zich weliswaar op het standpunt gesteld dat sprake is van overgang van onderneming. Dit is echter betwist en blijkt nergens uit. De (loon)vordering is reeds daarom zoals die thans voorligt niet toewijsbaar.


Proceskosten



4.8.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van De Tolboom worden begroot op € 1.298,00 (€ 1.154,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
wijst de verzoeken af;


5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.










Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!







918 \



Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Link naar deze uitspraak