|
|
|
| ECLI:NL:RBNNE:2026:3431 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 13-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Nederland | | Zaaknummers | : | 11967726 BU VERZ 25-2368 | | Rechtsgebied | : | Bestuursstrafrecht | | Indicatie | : | Wahv. Als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de reminrichting/onderdelen niet deugdelijk is/zijn. De toelichting uit het APK-handboek van de RDW waar betrokkene naar verwijst maakt geen onderdeel uit van de Regeling Voertuigen en vormt dus geen wetgeving. Deze toelichting heeft betrekking op de keuring door de RDW en niet op het vaststellen van de overtreding door de verbalisant. Beroep ongegrond. | | Trefwoorden | : | landbouw | | | | Uitspraak | RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271901964
zaaknummer: 11967726 BU VERZ 25-2368
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de reminrichting/onderdelen niet deugdelijk is/zijn’, verricht op 8 februari 2025, om 14:16 uur, op de Roderwolderdijk in Groningen, met een meerassige aanhangwagen, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, zijn gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert namens betrokkene, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat het niet is toegestaan om een remslang onder deze condities af te keuren. Op de foto in het dossier is duidelijk te zien dat het om droogtescheuren gaat en dit is geen beschadiging. In het APK-handboek van de RDW voor landbouwvoertuigen staat beschreven hoe hiermee moet worden omgegaan. Op de zitting heeft de gemachtigde aangevoerd dat de verbalisant geen remtest heeft gedaan, waardoor niet kan worden geoordeeld dat de reminrichting niet deugdelijk is. Daarnaast is aangevoerd dat de verbalisant dominant, kleinerend en intimiderend was.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt vast dat betrokkene verwijst naar een toelichting uit het APK-handboek van de RDW. Dit handboek bevat grotendeels bepalingen uit de Regeling Voertuigen. De passage waar betrokkene naar verwijst, betreft artikel 5.8.31, zevende lid, van die regeling. De genoemde toelichting maakt echter geen onderdeel uit van de Regeling Voertuigen en vormt dus geen wetgeving. Deze toelichting heeft betrekking op de keuring door de RDW en niet op het vaststellen van de overtreding door de verbalisant.
5.1.
De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het dossier. In het zaakoverzicht verwijst de verbalisant naar artikel 5.8.31 van de Regeling Voertuigen. Volgens artikel 5.8.31, eerste lid onder c, moeten landbouw- of bosbouwtrekkers zijn voorzien van een goed werkende reminrichting waarvan de onderdelen niet beschadigd, gescheurd of gebroken zijn. De verbalisant verklaart dat de buitenste rubberlaag van de remslang op meerdere plaatsen breuken vertoonde. Ook op de foto zijn diverse scheurtjes zichtbaar. De kantonrechter is van oordeel dat hiermee voldoende vaststaat dat de reminrichting beschadigingen vertoonde. Het verweer dat er geen remtest is uitgevoerd treft ook geen doel, omdat een visuele waarneming volgens de Regeling Voertuigen voldoende is om de gedraging te kunnen vaststellen.
5.2.
De kantonrechter overweegt over de bejegening van de verbalisant dat de manier waarop betrokkene door de verbalisant is behandeld niet onder deze procedure valt. In deze procedure wordt alleen beoordeeld of de gedraging heeft plaatsgevonden en of hiervoor terecht een boete is opgelegd. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat het de verbalisant te allen tijde vrijstaat om een onderzoek te verrichten aan een voertuig. De verbalisant heeft vervolgens de discretionaire bevoegdheid om in concrete gevallen naar aanleiding van een gebleken gedraging een boete op te leggen of daarvan af te zien. De kantonrechter overweegt dat het betrokkene vrijstaat om een klacht in te dienen bij de betreffende politie-eenheid.
5.3.
Alles overwegende kan op basis van de beschikbare gegevens voldoende worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In het door gemachtigde namens betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. De boete is terecht opgelegd. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Vergelijk hof Arnhem-Leeuwarden, 12 januari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:283.
Artikel 9 van de Wahv. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|