Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:385 
 
Datum uitspraak:25-08-2026
Datum gepubliceerd:25-08-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:26/252
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Art. 8:54/8:75a Awb: In deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen af.
Trefwoorden:landbouw
Wetreferenties:Wet dieren
 
Uitspraak
uitspraak













COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 26/252


uitspraak zonder zitting van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2026 in de zaak tussen





[naam] , te [woonplaats]
(gemachtigde: mr. R.H.J.G. Borger)

en



de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur




Samenvatting

In deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek van [naam] om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen af.




Beoordeling

1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat hij over voldoende informatie beschikt om te beslissen op het verzoek. Artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.

2 Indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de kosten worden veroordeeld, zo bepaalt artikel 8:75a van de Awb. De vaststelling van de hoogte van de proceskosten vindt plaats aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Hierin is vermeld voor welke proceshandelingen kosten worden vergoed met een systeem van vaste bedragen, gebaseerd op punten en wegingsfactoren.

3 De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening met de brief van 8 mei 2026 is ingetrokken met daarbij het verzoek de staatssecretaris in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht te veroordelen. Hierover overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4 Volgens artikel 1, aanhef en onder a, van het Bpb kan een veroordeling in de kosten als bedoeld in de artikelen 8:75 en 7:15 van de Awb uitsluitend betrekking hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening door [naam] zelf is ingediend en dat ook nadien geen sprake is geweest van door een professionele gemachtigde verrichte proceshandelingen die volgens het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen. Ook overigens zijn er geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten in de zin van artikel 1 van het Bpb. Voor een kostenveroordeling bestaat al om deze reden geen aanleiding.

5 Voor vergoeding van griffierecht bestaat ook geen aanleiding, omdat het griffierecht voorafgaand aan de intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening nog niet was betaald en betaling nadien ook niet meer heeft plaatsgevonden.



Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [naam] om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. C.T. Aalbers, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.




w.g. C.T. Aalbers w.g. E.A. van der Meel
Link naar deze uitspraak