|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2026:10897 | | | | | Datum uitspraak | : | 26-08-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 08-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | C/10/721685 / HA ZA 26-53 C/10/721685 / HA ZA 26-53 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Erfrecht. Incident. Artikel 4:178 BW. Erfgenaam vraagt stukken aan de executeur. De executeur wordt veroordeeld om bepaalde stukken te verstrekken. Zaak naar parkeerrol in verband met mediation. | | Trefwoorden | : | erfgenamen | | | huurovereenkomst | | | huurovereenkomsten | | | inkomstenbelasting | | | paarden | | | testament | | | | Uitspraak | RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/721685 / HA ZA 26-539
Vonnis in incident van 26 augustus 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats 1],
eiser in de hoofdzaak en in het incident,
advocaat: mr. M.Y.M. Renken,
tegen
1. [gedaagde 1], in de hoedanigheid van deelgenoot en erfgenaam als ook in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [naam],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde in de hoofdzaak en in het incident,
advocaat: mr. W. van der Sande,2. [gedaagde 2], in de hoedanigheid van deelgenoot en erfgenaam in de nalatenschap van [naam],
wonende te [woonplaats 3],
gedaagde in de hoofdzaak,
advocaat: mr. N.C. Hau-Cheng,
Partijen worden hierna ‘[eiser]’, ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd, omdat zij dezelfde achternaam hebben.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 28 mei 2026, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde 1], met producties.
2De beoordeling in het incident
Wat is er gebeurd?
2.1.
Op 1 december 2024 is in Ouddorp overleden, [naam] (hierna: erflaatster), geboren op [geboortedatum] 1947. Erflaatster heeft drie kinderen achtergelaten, namelijk [eiser], [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
2.2.
Bij testament van 29 juni 2010 heeft erflaatster haar drie kinderen tot haar erfgenamen benoemd. Zij hebben de nalatenschap zuiver aanvaard. Erflaatster heeft in haar testament ook haar kinderen tot executeur benoemd, maar alleen [gedaagde 1] heeft deze benoeming aanvaard.
De vordering in de hoofdzaak
2.3.
In de hoofdzaak vordert [eiser] dat de (wijze van de) verdeling van de nalatenschap van erflaatster wordt vastgesteld, dan wel de wijze van verdeling daarvan te gelasten. Tevens wil [eiser] dat hij na het vonnis in incident zijn vordering in de hoofdzaak kan duiden en concretiseren.
De beoordeling van het incident
2.4.
Omdat het voor [eiser] op dit moment onduidelijk is wat de omvang van de nalatenschap en zijn erfdeel is en omdat [gedaagde 1] daarover onvoldoende duidelijkheid verschaft, vordert [eiser] bij incident dat [gedaagde 1] veroordeeld wordt om – in ieder geval – aan hem te verstrekken:
de aangifte en aanslag erfbelasting;
de aangiften en aanslagen inkomstenbelasting van het jaar van overlijden en het van
het jaar daarvoor;
een boedeloverzicht per de datum van overlijden en van alle mutaties van na het
overlijden tot heden, vergezeld van alle hierbij horende onderliggende verificatoire stukken, waaronder:
o bankafschriften met de banksaldi per datum overlijden;
o bankafschriften met alle mutaties tot en met heden;
o eigendomsbewijs registergoed(eren);
o afschrift van de hypothecaire geldlening(en);
o lijst met inboedelzaken;
o informatie over eventuele (gemotoriseerde) vervoermiddelen;
o informatie over de aanwezige dieren, waaronder de paarden;
o informatie over de overige roerende zaken;
o polissen: uitvaartpolis, levensverzekeringspolis, lijfrentepolis, etc.;
o uitvaartkosten met factuur en betaling;
o stukken met betrekking tot overige schulden/leningen;
o de vermeende huurovereenkomst tussen [gedaagde 1] en erflaatster.
de eindrekening en verantwoording met de daarbij horende onderliggende
verifieerbare stukken.
Tevens vordert [eiser] dat [gedaagde 1] een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat zij geen inzage dan wel afschrift verstrekt aan [eiser] van de hiervoor genoemde stukken, dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard en dat [gedaagde 1] wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde 1] informatie aan [eiser] moet verstrekken.
[gedaagde 1] is executeur in de nalatenschap van erflaatster. Dat brengt verplichtingen met zich mee, waaronder de verplichting om aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van haar taak als executeur te geven (artikel 4:148 BW). Aangezien [eiser] erfgenaam is in de nalatenschap van erflaatster heeft hij dus recht op informatie. [gedaagde 1] erkent dat inmiddels ook en heeft bij haar conclusie van antwoord in incident informatie verstrekt. Hieronder wordt ingegaan op de door [eiser] verzochte informatie en in hoeverre [gedaagde 1] nog veroordeeld moet worden om die aan [eiser] te verstrekken. Daarbij merkt de rechtbank op dat [eiser] aan zijn informatieverzoek alleen artikel 4:148 BW ten grondslag heeft gelegd, zodat niet beoordeeld wordt of aan de voorwaarden van de artikelen 194 en 195 Rv is voldaan. Dat laat echter onverlet dat ook bij artikel 4:148 BW geldt dat sprake moet zijn van voldoende bepaalde gegevens en dat [gedaagde 1] wel de beschikking moet hebben over deze gegevens of deze op eenvoudige wijze moet kunnen verkrijgen. Daarnaast moeten de gevraagde gegevens wel zien op de taak van [gedaagde 1] als executeur.
2.6.
[gedaagde 1] wordt niet veroordeeld om de aangifte en aanslag erfbelasting aan [eiser] te verstrekken, omdat [gedaagde 1] deze stukken nog niet heeft. Volgens [gedaagde 1] heeft zij namelijk nog geen aangifte erfbelasting gedaan en daarom nog geen aanslag ontvangen. Omdat er geen aanwijzingen zijn dat dit onjuist is, kan [gedaagde 1] niet veroordeeld worden om een afschrift van deze stukken aan [eiser] te verstrekken. Ditzelfde geldt voor de eindrekening en verantwoording met de daarbij horende onderliggende verifieerbare stukken. Volgens [gedaagde 1] is haar taak als executeur nog niet beëindigd, zodat zij nog geen eindrekening en verantwoording hoeft af te leggen. Omdat [gedaagde 1] niet kan worden veroordeeld om iets te verstrekken wat er (nog) niet is en er op dit moment ook onvoldoende aanwijzingen zijn dat het standpunt dat [gedaagde 1] heeft ingenomen onjuist is, wordt [gedaagde 1] niet veroordeeld om een eindrekening en verantwoording te verstrekken aan [eiser].
2.7.
De aangiften en aanslagen inkomstenbelasting van het jaar van overlijden en het van
het jaar daarvoor heeft [gedaagde 1] overgelegd bij haar conclusie van antwoord in incident. Voor zover de vordering hierop ziet wordt deze ook afgewezen, omdat [eiser] daarbij geen belang meer heeft.
2.8.
[eiser] wil daarnaast van [gedaagde 1] ontvangen een boedeloverzicht per de datum van overlijden en van alle mutaties van na het overlijden tot heden, vergezeld van alle hierbij horende onderliggende verificatoire stukken. De boedelbeschrijving heeft [gedaagde 1] inmiddels overgelegd, zodat [eiser] geen belang meer heeft bij het verkrijgen van een boedeloverzicht. Bij het gevraagde overzicht van alle mutaties na het overlijden van erflaatster tot heden heeft [eiser] nog wel belang, omdat [gedaagde 1] dit nog niet verstrekt heeft. [gedaagde 1] wordt niet gevolgd in haar stelling dat deze vordering onvoldoende afgebakend is, omdat het haar taak is als executeur om bij te houden welke mutaties er plaatsvinden in de nalatenschap van erflaatster na de overlijdensdatum. [gedaagde 1] stelt bovendien ook dat zij bereid is om de bestaande administratie en concrete mutatiegegevens te verstrekken. De rechtbank ziet daarom niet in waarom [gedaagde 1] geen overzicht kan verstrekken van de mutaties die na het overlijden van erflaatster hebben plaatsgevonden in haar vermogen. Zij zal daarom veroordeeld worden om dat te doen en ter onderbouwing daarvan de onderliggende stukken te overleggen.
2.9.
[eiser] heeft als laatste verzocht om de verificatoire stukken bij de boedelbeschrijving en de mutaties. Hieronder zal daarop per post worden ingegaan.
bankafschriften met de banksaldi per datum overlijden
[eiser] vordert bankafschriften. De rechtbank gaat ervan uit dit ziet op de bankrekeningen die [gedaagde 1] in haar boedelbeschrijving heeft opgenomen (zijnde: betaalrekening [rekeningnummer 1] en spaarrekening [rekeningnummer 2]), omdat [eiser] niet heeft geconcretiseerd om welke bankrekeningen het gaat. [gedaagde 1] heeft bij haar conclusie van antwoord in incident bankafschriften verstrekt van de bankrekening [rekeningnummer 1], maar daaruit kan niet worden opgemaakt wat het banksaldo was op die rekening per datum overlijden en evenmin wat het banksaldo per datum overlijden was van de spaarrekening [rekeningnummer 2]. De rechtbank zal [gedaagde 1] daarom veroordelen om de afschriften daarvan te verstrekken.
bankafschriften met alle mutaties tot en met heden
[gedaagde 1] moet, zoals hiervoor is overwogen, een overzicht verstrekken van de mutaties in het vermogen van erflaatster na de overlijdensdatum tot heden en de onderliggende stukken daarvan overleggen, zodat [eiser] belang heeft bij het verkrijgen van een afschrift van de bankafschriften met daarin alle mutaties op die rekeningen tot en met heden. De rechtbank begrijpt dat de begindatum vanaf wanneer [eiser] de bankafschriften wil hebben de overlijdensdatum is, want uit de dagvaarding valt niet op te maken dat door [eiser] een andere, eerdere, datum bedoeld is.
Omdat [gedaagde 1] van de betaalrekening [rekeningnummer 1] afschriften heeft overgelegd over de periode van 1 december 2024 tot en met 30 september 2025, wordt [gedaagde 1] wat die rekening betreft alleen veroordeeld om de afschriften te verstrekken over de periode vanaf 1 oktober 2025 tot en met heden. Van de spaarrekening [rekeningnummer 2] heeft [gedaagde 1] nog geen bankafschriften overgelegd, zodat zij veroordeeld wordt deze te verstrekken vanaf de overlijdensdatum tot en met heden.
eigendomsbewijs registergoed(eren) en afschrift van de hypothecaire geldlening(en)
[gedaagde 1] heeft deze informatie bij haar conclusie van antwoord in incident overgelegd, door middel van het overleggen van eigendomsinformatie uit het Kadaster en een hypotheekoverzicht van de Rabobank. [eiser] heeft daarom geen belang meer bij zijn vordering tot afgifte daarvan.
lijst met inboedelzaken, informatie over eventuele (gemotoriseerde) vervoermiddelen, informatie over de aanwezige dieren, waaronder de paarden en informatie over de overige roerende zaken
[gedaagde 1] heeft een boedelbeschrijving overgelegd. Daarop moeten de bezittingen, dus ook de inboedelzaken, de vervoersmiddelen, de aanwezige dieren en overige roerende zaken worden opgenomen. [gedaagde 1] heeft in de door haar overgelegde boedelbeschrijving informatie hierover opgenomen. Zij heeft ook toegelicht dat [eiser] de woning van erflaatster na overlijden heeft bezocht, zodat hij zelf heeft kunnen waarnemen waaruit de inboedel bestaat. De inboedel heeft volgens [gedaagde 1] geen waarde en de paarden zijn eigendom van [gedaagde 1]. Gelet op de toelichting van [gedaagde 1] en omdat [eiser] zijn vordering verder niet heeft geconcretiseerd, ziet rechtbank geen grond om [gedaagde 1] te veroordelen meer informatie over te leggen.
polissen: uitvaartpolis, levensverzekeringspolis, lijfrentepolis, etc.
[gedaagde 1] heeft toegelicht dat het behoudens de uitvaartverzekering bij ASR ervoor moet worden gehouden dat er verder geen levensverzekeringen of lijfrentepolissen waren/zijn. [gedaagde 1] heeft bij haar conclusie van antwoord in incident een afschrift van een overzicht van de polissen van ASR overgelegd. Gelet hierop en omdat de vordering van [eiser] verder onvoldoende bepaald is, is er naar het oordeel van de rechtbank geen grond om [gedaagde 1] te veroordelen meer informatie te verstrekken.
uitvaartkosten met factuur en betaling
[gedaagde 1] heeft de factuur van de uitvaart verstrekt en ook een overzicht van ASR van de uitkeringen. Er is daarom geen grond om [gedaagde 1] te veroordelen meer informatie te verstrekken.
stukken met betrekking tot overige schulden/leningen
[gedaagde 1] heeft toegelicht dat zij, afgezien van de hypotheekschuld, niet bekend is met andere schulden van erflaatster. Van de hypotheekschuld heeft zij informatie verstrekt. Op de boedelbeschrijving heeft [gedaagde 1] geen andere schulden of leningen opgenomen. Omdat [eiser] niet heeft geconcretiseerd dat er bepaalde schulden/leningen zijn waar hij stukken van wil ontvangen en de vordering dus onvoldoende bepaald is, is er naar het oordeel van de rechtbank geen grond om [gedaagde 1] te veroordelen meer informatie over te leggen wat betreft de schulden en leningen van erflaatster.
de vermeende huurovereenkomst tussen [gedaagde 1] en erflaatster
Volgens [gedaagde 1] heeft zij de bestaande huurovereenkomst al aan [eiser] verstrekt. [eiser] heeft niet toegelicht welke huurovereenkomsten ontbreken. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om [gedaagde 1] te veroordelen de vermeende huurovereenkomst tussen haar en erflaatster te overleggen, omdat deze vordering te onbepaald is.
2.10.
Gelet op het voorgaande wordt [gedaagde 1] veroordeeld aan [eiser] een afschrift te verstrekken van:
een overzicht van alle mutaties in het vermogen van erflaatster vanaf de overlijdensdatum tot en met heden, met onderliggende stukken;
de bankafschriften met de banksaldi per datum overlijden van de bankrekeningen [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2];
de bankafschriften van de betaalrekening [rekeningnummer 1] vanaf 1 oktober 2025 tot en met heden;
de bankafschriften van de spaarrekening [rekeningnummer 2] vanaf datum overlijden erflaatster tot en met heden.
Voor zover [gedaagde 1] niet (meer) beschikt over de onderliggende stukken van de mutaties in het vermogen van erflaatster mag zij volstaan met een gemotiveerde verklaring. Daaruit moet wel duidelijk volgen waarop de mutatie ziet en waarom [gedaagde 1] daar geen onderliggende stuk(ken) van heeft.
2.11.
De rechtbank heeft, gelet op de bereidheid van [gedaagde 1] om informatie te verstrekken en gelet op het feit dat zij al informatie verstrekt heeft, geen aanleiding om te veronderstellen dat [gedaagde 1] niet aan de veroordeling zal voldoen en acht daarom een dwangsom niet nodig. Tegen de termijn van 14 dagen om de informatie te verstrekken heeft [gedaagde 1] verweer gevoerd. De rechtbank bepaalt de termijn op zes weken na de datum van dit vonnis, omdat niet alleen sprake is van het verstrekken van bankafschriften, maar [gedaagde 1] ook een overzicht van alle mutaties moet maken en daarbij de onderliggende stukken moet voegen. Zij moet voldoende tijd hebben om dit op te stellen.
2.12.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten van dit incident tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
2.13.
De veroordeling in dit vonnis zal, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (artikel 233 Rv). Dit betekent dat wanneer het geschil ook nog aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van die uitspraak voorlopig toch al naleving van dit vonnis kan worden afgedwongen door de partij die in het gelijk is gesteld, zij het op eigen risico (de hogere rechter kan anders oordelen).
Het vervolg in de hoofdzaak
2.14.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben nog geen conclusie van antwoord genomen. Partijen zijn echter akkoord gegaan met een mediationaanbod dat door de rechtbank is gedaan. De zaak wordt daarom verwezen naar de parkeerrol in afwachting van de uitkomst van de mediation.
2.15.
Als de mediation niet tot een einde van deze procedure leidt, dan zal de rechtbank eerst [eiser] in de gelegenheid stellen om zijn vordering in de hoofdzaak bij akte nader toe te lichten en te onderbouwen. Daarna worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de gelegenheid gesteld om bij conclusie van antwoord op de dagvaarding en de nadere akte van [eiser] te reageren.
3De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] om binnen zes weken na de datum van dit vonnis aan [eiser] te verstrekken:
een overzicht van alle mutaties in het vermogen van erflaatster vanaf de overlijdensdatum tot en met heden, met onderliggende stukken;
een kopie van de bankafschriften met de banksaldi per datum overlijden van de bankrekeningen [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2];
een kopie van de bankafschriften van de betaalrekening [rekeningnummer 1] vanaf 1 oktober 2025 tot en met heden;
een kopie van de bankafschriften van de spaarrekening [rekeningnummer 2] vanaf datum overlijden erflaatster tot en met heden.
3.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.3.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde in incident;
in de hoofdzaak
3.5.
verwijst de zaak naar de parkeerrol van 7 oktober 2026 in afwachting van de mediation;
3.6.
bepaalt dat, als de mediation niet tot een einde van deze procedure leidt, [eiser] eerst in de gelegenheid zal worden gesteld om zijn vordering in de hoofdzaak bij akte nader toe te lichten en te onderbouwen;
3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.
3120 | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|