Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:27711 
 
Datum uitspraak:21-08-2026
Datum gepubliceerd:22-09-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:C/09/711027 / KG ZA 26/90 C/09/711027 / KG ZA 26/90
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Overheidszaak. Procedure tussen een levensmiddelenbedrijf (varkensslachterij) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) naar aanleiding van geannuleerde slachtshifts door de NVWA vanwege ontoereikende toezichtcapaciteit. Volgt afwijzing van de vorderingen die beogen de slachtshifts toch doorgang te kunnen laten vinden, al dan niet in aangepaste vorm.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
landbouw
varkens
wettelijke rente
 
Uitspraak
Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/711027 / KG ZA 26/903


Vonnis in kort geding van 21 augustus 2026


in de zaak van



[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats],
eiseres, hierna te noemen: [eiseres],
advocaten: mrs. C. Ruers en J. Jansen,

tegen:


DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) te Den Haag,
gedaagde, hierna te noemen: de Staat,
advocaten: mrs. S.O. Visch en J.B.B. Heinen.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 augustus 2026 met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord van de Staat met daarbij één productie;
- de mondelinge behandeling van 17 augustus 2026, waarbij van de zijde van [eiseres] pleitnotities zijn overgelegd.



1.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat de zaak wordt aangehouden tot 19 augustus 2026 om 17:00 uur om partijen de gelegenheid te bieden alsnog tot een minnelijke oplossing van hun geschil te komen. [eiseres] heeft de voorzieningenrechter op 19 augustus 2026 bericht dat zij vonnis vraagt. Partijen is op 20 augustus 2026 bericht dat de voorzieningenrechter op 21 augustus 2026 verkort vonnis zal wijzen. Bij verkort vonnis van 21 augustus 2026 zijn de vorderingen van [eiseres] afgewezen. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 3 september 2026.





2De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.


2.1.

[eiseres] exploiteert een levensmiddelenbedrijf in de zin van Verordening 853/2004 en Verordening 2017/625. [eiseres] koopt varkens in voor de slacht en verwerkt na de slacht het varkensvlees voor de verkoop. Per dag slacht [eiseres] 11.400 varkens, die worden verwerkt tot ruim 1 miljoen kilogram varkensvlees. Het slachten gebeurt vijf dagen per week, 18 uur per dag (vanaf 5.00 uur tot 23.00 uur), met één slachtlijn.



2.2.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt op grond van Europese wet- en regelgeving verplicht permanent toezicht in slachthuizen, en zo dus ook bij [eiseres]. Dat toezicht wordt uitgevoerd door officiële dierenartsen, die worden bijgestaan door ondersteunend medewerkers toezicht (OMT’ers). De NVWA heeft een personeelsbestand van 376 OMT-ers. Een deel daarvan werk fulltime. Van de OMT-ers hebben 33 hun vaste standplaats bij [eiseres]. Zij zijn in dienst van de NVWA, maar zijn op vaste basis werkzaam als OMT’er bij [eiseres].



2.3.
De keuringsdiensten worden ingepland op basis van een jaarplanning van [eiseres], die met de NVWA wordt afgestemd. [eiseres] dient op grond het NVWA-Planningskader Keuringswerkzaamheden op aanvraag wekelijks de aanvraag in voor de exact benodigde keuringsdiensten voor de daaropvolgende week.



2.4.
De dierenartsen en de OMT’er die voor [eiseres] werken, werken in twee ploegen in twee shifts: ploeg 1 vanaf 05.00 uur tot 14.00 uur en ploeg 2 vanaf 14.00 uur tot 23.00 uur. Tijdens de twee shifts zijn er telkens twee officiële dierenartsen werkzaam, zij bemensen de keuringsposities ante mortem keuring en post mortem keuring. Naast de dierenartsen zijn er tijdens een shift zes OMT’ers aanwezig. In totaal zijn er per dag bij [eiseres] dus 12 OMT’ers aanwezig. Van de OMT’ers staan er tijdens een shift vier op keuringsposities: twee op de positie karkaskeuring, één op positie organenkeuring en één op keuring opknapbordes. De overige twee OMT’ers zitten in de recuperatieruimte. De OMT’ers in de recuperatieruimte lossen na 30 minuten twee OMT’ers op de keurposities af. In de recuperatieruimte wordt werk gedaan dat niet bandgebonden is. Hieronder valt bijvoorbeeld werk dat vanachter een computer wordt gedaan.



2.5.
Bij brieven van 16 juli 2026, 22 juli 2026, 4 augustus 2026 en 12 augustus 2026 heeft de NVWA [eiseres] bericht dat de aanvragen van [eiseres] voor toezichtcapaciteit voor achtereenvolgens 18 augustus 2026 (week 34), 25 augustus 2026 (week 35), 7 september 2026 (week 37) en voor 15 en 18 september 2026 (week 38) niet volledig kan worden geleverd. Bij deze brieven heeft de NVWA telkens het voorbehoud gemaakt dat zoals de planning ‘er nu uitziet’ onvoldoende capaciteit beschikbaar is. Meer concreet gaat dit om: de ochtendshift van 18 augustus 2026, de middagshift van 25 augustus 2026, de middagshift van 7 september 2026 en de ochtendshift van 15 september 2026 en de middagshift van 18 september 2026.
In de brieven van de NVWA staat telkens ook vermeld dat de teamleiders en medewerkers planning van de NVWA continu ruimte zoeken in de planning door OMT’ers (te bevragen):


voor het omruilen van diensten op dezelfde locatie;


voor het omruilen van roostervrije dagen;


voor het willen draaien van extra diensten;


om diensten te draaien op andere locaties; en


in te roosteren die voor andere taken stonden ingepland.





2.6.
Eerder zijn (onder meer) in week 33 ook keuringsdiensten geannuleerd. [eiseres] en de NVWA zijn toen in gesprek gegaan om te bezien of er een oplossing kon worden gevonden. [eiseres] heeft aangeboden haar rooster aan te passen, zodat de NVWA in elk geval een deel van de geannuleerde diensten alsnog zou kunnen invullen. Dat heeft niet tot afspraken geleid.



2.7.
Bij brief van 13 augustus 2026 heeft [eiseres] de NVWA gesommeerd om te bevestigen dat de aangevraagde reguliere keuringswerkzaamheden voor de weken 34, 35 en 38 alsnog zullen worden uitgevoerd, dan wel dusdanig in te vullen dat in overleg met [eiseres] een zo groot mogelijk deel van de geannuleerde keuringswerkzaamheden alsnog kan plaatsvinden. In de brief heeft [eiseres] verschillende voorstellen gedaan om het keurcapaciteitsprobleem op te lossen door:


inzet van een lagere bezetting van het NVWA-team;


het verschuiven van late naar vroege shifts;


de inzet van NVWA-medewerkers afkomstig van andere standplaatsen/locaties; en


het intrekken van vakantiedagen van medewerkers van de NVWA.





2.8.
De NVWA heeft [eiseres] op 14 augustus 2026 telefonisch laten weten dat het geen gehoor zal geven aan de vorderingen van [eiseres], en zij heeft dit daarna nog schriftelijk bevestigd.





3Het geschil


3.1.

[eiseres] vordert, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


Ter zake van week 34 en 35



Primair


I. de Staat te bevelen OMT’ers met een andere standplaats in te zetten bij [eiseres]. Desnoods voor een dienst van 7 of 8 uur in plaats van 9 uur indien de langere reistijd een volledige dienst niet toelaat;


Subsidiair

II. de Staat te bevelen een van de volgende maatregelen te treffen:
a. het keuringsteam van de NVWA bij [eiseres] in een lagere bezetting in te zetten, waarbij het continue slachtproces van [eiseres] wordt aangepast met twee collectieve pauzes van 30 minuten per ploeg, zodat met vijf in plaats van zes OMT’ers kan worden gewerkt; dan wel
b. het keuringsteam van de NVWA bij [eiseres] in een lagere bezetting in te zetten, waarbij naast de onder (a) genoemde collectieve pauzes tevens recuperatietijd per uur wordt ingevoerd, zodat met vier in plaats van zes OMT’ers kan worden gewerkt; dan wel
c. het keuringsteam van NVWA bij [eiseres] in lagere bezetting in te zetten, waarbij naast de onder (b) genoemde aanpassingen tevens de bandsnelheid wordt verlaagd naar de toegestane snelheid die geldt indien één OMT’er op de karkaskeuringspositie staat, zodat met drie in plaats van zes OMT’ers kan worden gewerkt; dan wel

Meer subsidiair

III. de Staat te bevelen de diensttijden van de voor de late shift ingeroosterde NVWA-medewerkers te verschuiven naar de vroege shift, zodat bij uitval van een vroege shift de late shift om 09.00 uur in plaats van 14:00 kan beginnen;

althans een zodanige andere voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;


Ter zake van week 37 en week 38



Primair


I. de Staat te bevelen te bewerkstelligen dat de geannuleerde keuringsdiensten bij [eiseres] in week 37 en 38 2026 volledig doorgang vinden, door ervoor te zorgen dat voldoende keuringspersoneel beschikbaar is, door de verlofdagen van OMT’ers die zijn opgenomen in week 37 en 38 in te trekken, zodat voldoende keuringspersoneel beschikbaar is voor de uitvoering van de keuringswerkzaamheden bij [eiseres];


Subsidiair

II. de Staat te bevelen OMT’ers met een andere standplaats in te zetten bij [eiseres], desnoods voor een dienst van 7 of 8 uur in plaats van 9 uur indien de lagere reistijd een volledige dienst niet toelaat;


Meer subsidiair

III. de Staat te bevelen een of meer van de volgende maatregelen te treffen:
a. het keuringsteam van de NVWA bij [eiseres] in een lagere bezetting in te zetten, waarbij het continue slachtproces van [eiseres] wordt aangepast met twee collectieve pauzes van 30 minuten per ploeg, zodat met vijf in plaats van met zes OMT’ers kan worden gewerkt; dan wel
b. het keuringsteam van de NVWA bij [eiseres] in een lagere bezetting in te zetten, waarbij naast de onder (a) genoemde collectieve pauzes tevens recuperatietijd per uur wordt ingevoerd, zodat met vier in plaats van zes OMT’ers kan worden gewerkt; dan wel
c. het keuringsteam van de NVWA bij [eiseres] in een lagere bezetting in te zetten, waarbij naast de onder (b) genoemde aanpassingen tevens de bandsnelheid wordt verlaagd naar de toegestane snelheid die geldt indien één OMT’er op de karkaskeuringspositie staat, zodat met drie in plaats van zes OMT’ers kan worden gewerkt; dan wel


Meest subsidiair

IV. de Staat te bevelen de diensttijden van de voor de late shift ingeroosterde NVWA-medewerkers te verschuiven naar de vroege shift, zodat bij uitvalt van een vroege shift de late shift zo om 09.00 uur in plaats van 14.00 uur kan beginnen;

althans een zodanige andere voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;


IN ALLE GEVALLEN



Dwangsom en proceskosten


I. op straffe van een aan [eiseres] te verbeuren dwangsom van € 100.000 per dag, met een maximum van € 500.000, voor iedere dag dat de Staat nalaat aan dit bevel uitvoering te geven;
II. de Staat te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf een week na de dag waarop het vonnis zal zijn uitgesproken.



3.2.
Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan.
De NVWA heeft [eiseres] bericht dat er voor verschillende reguliere keuringsdiensten in de weken 34, 35 en 37 en 38 onvoldoende OMT’ers beschikbaar zijn, zodat de gevraagde keurcapaciteit niet volledig kan worden geleverd, waardoor verschillende shifts bij [eiseres] zullen uitvallen. De schade die [eiseres] daardoor loopt is groot. Het uitvallen van al een enkele shift zorgt voor problemen aan de voorkant – de door [eiseres] ingekochte varkens kunnen door haar niet worden afgenomen – en aan de achterkant van haar bedrijfsmodel – afnemers van [eiseres] kunnen niet de hoeveelheid varkensvlees afnemen waarop zij hadden gerekend. Dit leidt tot forse financiële schade en reputatieschade bij [eiseres]. De Staat heeft niet alles in het werk gesteld om het capaciteitstekort op te vangen. Ook heeft de Staat de door [eiseres] aangedragen oplossingen om met een aangepaste (lagere) bezetting van de wel beschikbare OMT’ers te werken, ten onrechte van de hand gewezen.



3.3.
De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.





4De beoordeling van het geschil


4.1.

[eiseres] vordert ingrijpen door de voorzieningenrechter op de wijze waarop de NVWA invulling geeft aan de verplichte controle op het slachtproces bij [eiseres]. In dat verband stelt de voorzieningenrechter voorop dat aan de NVWA als nationale autoriteit die belast is met verplicht permanent toezicht in slachthuizen een hoge mate van beleidsvrijheid toekomt bij de invulling van die taak, zodat rechterlijk ingrijpen niet vanzelfsprekend is en alleen kan plaatsvinden als het aannemelijk is dat de werkwijze van de NVWA onmiskenbaar tekortschiet.



4.2.

[eiseres] stelt dat de NVWA niet mocht overgaan tot het annuleren van verschillende keuringsdiensten in de weken 34, 35 en 37 en 38 als gevolg van personele onderbezetting bij de NVWA. [eiseres] onderkent dat de Staat in zijn algemeenheid geen resultaatsverplichting heeft om alle door slachterijen gewenste keuringen uit te voeren. Tussen partijen is daarbij niet in geschil dat op de Staat wel een zware inspanningsverplichting rust om ervoor te zorgen dat bij de NVWA voldoende personeel beschikbaar is om de verplichte keuringen bij slachtbedrijven zoals die van [eiseres] uit te voeren. Daarvoor moet de Staat niet alleen voldoende financiële middelen ter beschikking stellen, maar ook alles doen wat redelijkerwijs van haar verwacht kan worden om voldoende geschikt personeel te werven. Dit kort geding ziet niet op de inspanningen van de Staat gericht op personeel dat nog moet worden geworven. [eiseres] stelt de inspanningen ter discussie die de Staat verricht met de inzet van de huidige pool OMT’ers. [eiseres] voert aan dat de Staat ten onrechte vasthoudt aan een rigide werkwijze waardoor de Staat de wel beschikbare en aanwezige OMT’ers niet efficiënt en doelmatig inzet, met alle schade voor [eiseres] tot gevolg.



4.3.
De vorderingen van [eiseres] zijn uitgesplitst naar enerzijds de weken 34 en 35, en anderzijds de weken 37 en 38. De primaire vordering voor de weken 34 en 35 en de primaire en subsidiaire vordering voor de weken 37 en 38 hangen met elkaar samen, in die zin dat daarmee beoogd wordt OMT’ers voor [eiseres] beschikbaar te krijgen zodat wel in de gebruikelijke formatie kan worden gewerkt: met twee officiële dierenarts, ondersteund door zes OMT’ers per shift. De subsidiaire en meer subsidiaire vordering voor de weken 34 en 35 en de meer subsidiaire en meest subsidiaire vordering voor de weken 37 en 38 beogen aanpassingen in de huidige keurwerkwijze van de NVWA, zodat met minder dan de gebruikelijk zes OMT’ers per shift kan worden gewerkt.



4.4.
De Staat heeft aangevoerd dat van de 33 OMT’ers die doorgaans beschikbaar zijn voor [eiseres] er naar verwachting onvoldoende beschikbaar zijn om alle reguliere shifts in de weken 34, 35, 37 en 38 bij [eiseres] te bemensen. De Staat heeft erop gewezen dat na aftrek van al gepland verlof en regulier verzuim – waarop de Staat standaard anticipeert – er door zeer hoog ziekteverzuim van personeel met de standplaats bij [eiseres] een tekort aan OMT’ers is. Dit tekort aan OMT’ers speelt overigens niet alleen bij [eiseres], zo heeft de Staat aangevoerd, maar speelt de aankomende weken bij minstens vijf andere bedrijven, die daardoor ook niet hun maximale slachtcapaciteit kunnen benutten. De Staat heeft aangevoerd dat zij een kernteam in het leven heeft geroepen die voortdurend de bezetting van het keuringspersoneel monitort zodat snel op eventuele onderbezetting kan worden geacteerd. Daarbij wordt voortdurend aan OMT’ers gevraagd of:


het mogelijk is om diensten op dezelfde locatie om te ruilen;


het mogelijk is roostervrije dagen om te ruilen;


zij extra diensten kunnen draaien;


zij diensten kunnen draaien op andere locaties; en


voor OMT’ers die gepland staan voor andere taken wordt bekeken of die taken uitgesteld kunnen worden of kunnen komen te vervallen.




Vooraf: week 34 geen tekort meer




4.5.
Ter zitting heeft [eiseres] naar voren gebracht dat de NVWA haar in de ochtend (van 17 augustus 2026) heeft bericht dat het capaciteitstekort voor 18 augustus 2026 (week 34) is opgelost, zodat op die dag wel conform de aanvraag van [eiseres] kan worden gekeurd. Daarmee behoeven de vorderingen van [eiseres] die zien op het verkrijgen van keurcapaciteit of het wijzigen van de formatie van het keurteam voor week 34 geen bespreking meer. De Staat heeft erop gewezen dat het alsnog invullen van de ochtendshift op 18 augustus 2026 het het resultaat is van haar voortdurende inspanning om het voorziene capaciteitstekort bij (onder meer) [eiseres] alsnog te ondervangen. De Staat stelt dat mogelijk ook voor de aangekondigde annuleringen in de weken 35, 37 en 38 alsnog een oplossing kan worden gevonden. De voorzieningenrechter kan daarop in dit kort geding niet vooruitlopen, en zal dan ook tot uitgangspunt nemen dat de shifts komen te vervallen.


Vordering Staat te bevelen OMT’ers met aan andere standplaats in te zetten bij [eiseres]




4.6.
Met de Staat oordeelt de voorzieningenrechter dat de vorderingen om de Staat te bevelen OMT’er met een andere standplaats in te zetten bij [eiseres] niet voor toewijzing in aanmerking komt. De Staat heeft aangevoerd dat niet alleen bij [eiseres], maar ook bij andere slachterijen de komende weken niet met volle capaciteit kan worden gewerkt, omdat er eenvoudigweg een tekort is aan beschikbare OMT’ers. Dit tekort wordt veroorzaakt door ziekteverzuim en geplande verloven. De Staat heeft erop gewezen dat het gemiddelde landelijke ziekteverzuimpercentage onder OMT’ers al hoog is (17,38%), maar dat het percentage bij [eiseres] nog een stuk hoger ligt (35,21% per 10 augustus 2026). Het hoge verzuim wordt onder meer veroorzaakt door de fysieke belasting van de medewerkers vanwege de veeleisende werkzaamheden die zij uitvoeren in onregelmatige shifts. Ook heeft de Staat aangevoerd dat als er wel OMT’ers beschikbaar zouden zijn bij andere standplaatsen, het niet altijd effectief of zonder meer mogelijk is om dit personeel bij [eiseres] in te zetten. Daarbij spelen onder meer de contractuele en daadwerkelijke beschikbaarheid van individuele OMT’ers een rol, moet er rekening worden gehouden met extra reistijd en met de wettelijk verplichte rusttijden. De voorzieningenrechter heeft geen reden te betwijfelen dat er voor nu geen zicht is op de beschikbaarheid van de aan [eiseres] toegewezen OMT’ers voor de geannuleerde shifts bij [eiseres]. Daaraan kan [eiseres] alleen geen recht ontlenen om OMT’ers met een andere standplaats dan die bij [eiseres] bij haar ingezet te krijgen. Een valide grondslag voor die vordering ontbreekt. Het door [eiseres] aangevoerde vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel biedt die grondslag in ieder geval niet. Ook voor de inzet van OMT’ers bij reguliere aanvragen geldt dat er op de Staat een inspanningsverplichting rust om de keuringen mogelijk te maken, maar dat van een resultaatsverplichting geen sprake. De inzet van OMT’ers van andere standplaatsen bij [eiseres] zal het capaciteitstekort alleen verplaatsten. Het is daarbij aan de NVWA om de OMT’ers die mogelijk nog beschikbaar komen in lijn met de contractuele afspraken en bestaande wet- en regelgeving toe te wijzen aan de slachterijen die met capaciteitsproblemen kampen. De primaire vordering voor week 35 en de subsidiaire vordering voor de weken 37 en 38 worden afgewezen.


Vordering Staat te bevelen over te gaan tot intrekking verlofdagen OMT’ers




4.7.
Het intrekken van verloven is een ultiem middel. Met de Staat oordeelt de voorzieningenrechter dat de vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt. De Staat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij al een groot beroep doet op het huidige personeelsbestand, waarbij doorlopend wordt geïnventariseerd of OMT’ers beschikbaar zijn om (dreigende) tekorten bij slachtbedrijven weg te nemen. De Staat meent dat het intrekken van verloven op korte termijn weliswaar gaten in de roosters kan vullen, maar dat op langere termijn, in een organisatie waar het verzuim al bijzonder hoog is en waar de rek eruit is, voor de toekomst juist te vrezen valt voor nog verder oplopende verzuimcijfers. Dat de Staat het belang van het terugbrengen van de verzuimcijfers op langere termijn bij zijn afwegingen betrekt is begrijpelijk en is overigens ook in het belang van [eiseres] zelf, zoals de Staat heeft aangevoerd. De beslissing om geen gehoor te geven aan de oproep van [eiseres] om verloven in te trekken, heeft de Staat in redelijkheid kunnen maken zodat van tekortschieten jegens [eiseres] geen sprake is. De primaire vordering voor de weken 37 en 38 wordt afgewezen.


Vorderingen gericht op aanpassingen van de huidige keurwerkwijze van de NVWA




4.8.
De overige vorderingen van [eiseres] strekken tot aanpassing van de reguliere keurwerkwijze van de NVWA. Zij voert daartoe aan dat het missen van één enkele OMT’er bij een shift met zich brengt dat een volledige shift wordt geannuleerd, waarmee grote problemen ontstaan aan de voor- en achterzijde van het slachtproces, en dat dit niet van haar gevergd kan worden. De schade die [eiseres] daardoor lijdt is groot. [eiseres] stelt dat de Staat haar keurwerkwijze moet aanpassen, temeer omdat tijdens de reguliere wijze van keuren maar vier van de zes OMT’ers daadwerkelijk keurposities innemen. [eiseres] ziet hierin ruimte om met een lagere bezetting of met een lagere bandsnelheid alsnog shifts doorgang te kunnen laten vinden, waarin in het ongunstigste geval alleen minder wordt geslacht dan op reguliere basis. [eiseres] heeft hiervoor verschillende voorstellen gedaan, en nu de Staat deze niet heeft overgenomen, vordert zij – kort weergegeven – dat de Staat hiertoe wordt verplicht.



4.9.
Ook de vorderingen die [eiseres] in dit verband heeft ingesteld, komen niet voor toewijzing in aanmerking. De Staat heeft aangevoerd dat de NVWA per bedrijf een risicobeoordeling maakt op grond waarvan wordt bepaald hoeveel keuringspersoneel nodig is om de officiële controles adequaat te kunnen verrichten. Dit aantal wordt vastgesteld op basis van de slachtsnelheid, OMT-bezetting en diersoort/-groep. De NVWA betrekt bij deze risicobeoordeling ook de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden met minder OMT’ers kan worden gewerkt. Voor [eiseres] is in de risicobeoordeling vastgelegd dat dagelijks twaalf keuringsmedewerkers verplicht aanwezig zijn en de risicobeoordeling voorziet niet in de mogelijkheid om met minder OMT’ers te werken. Ter zitting heeft de Staat toegelicht dat de aanwezigheid van zes OMT’ers per shift bij [eiseres] noodzakelijk is voor het bemensen van de vier keurposities, omdat zij niet fulltime keuren. OMT’ers hebben recuperatietijd nodig, en daarin wordt voorzien door het roulatiesysteem. Dit heeft bij [eiseres] de vraag opgeroepen wat er nu misgaat als er bij de beschikbaarheid van maar vijf OMT’ers niet twee, maar één OMT’er in de recuperatieruimte plaatsneemt (waarbij wel meer wordt gepauzeerd), of waarom er niet gewerkt kan worden met slechts vier beschikbare OMT’ers als er wel wordt voorzien in langere pauzes. De Staat heeft in dit verband aangevoerd dat die werkwijzen strijdig zijn met de eerder gedane risicobeoordeling en dat zij bij afwijking daarvan niet kan garanderen dat alle noodzakelijke controles adequaat kunnen worden verricht. Ook heeft de Staat gewezen op de zware fysieke en mentale belasting van het werk in combinatie met de hoge verzuimcijfers. Hij heeft erop gewezen dat in het verleden wel een keer noodgedwongen op die wijze met minder OMT’ers is gewerkt omdat anders een al lopende shift zou komen te vervallen, maar dat dit bij het personeel niet in goede aarde is gevallen en dat hieruit niet afgeleid kan worden dat die werkwijze ook voldoet. De Staat heeft de deur naar een nieuwe risicobeoordeling open gehouden, maar hij stelt op basis van zijn inspanningsverplichting niet gehouden te zijn af te wijken van de werkwijze die voortkomt uit haar eerdere risicobeoordeling. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat niet onmiskenbaar tekortschiet door vast te houden aan de personele bezetting die volgt uit de risicobeoordeling die voor [eiseres] is gedaan. Het belang van waarborging van de voedselveiligheid die wordt gediend met de huidige werkwijze en het belang van de NVWA dat haar organisatie niet nog zwaarder wordt belast, heeft de Staat zwaarder mogen laten weten dan de financiële belangen van [eiseres] bij invulling van de geannuleerde shifts. De subsidiaire en meer subsidiaire vordering voor de weken 34 en 35 en de meer subsidiaire en meest subsidiaire vorderingen voor de weken 37 en 38 zullen worden afgewezen.



4.10.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Staat worden begroot op:
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.101



4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






5De beslissing

De voorzieningenrechter:


- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.101 (te weten griffierecht € 735, salaris advocaat € 1.177 en nakosten € 189 (plus na te melden verhoging), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;

- veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.

ddg
Link naar deze uitspraak