|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2026:6558 | | | | | Datum uitspraak | : | 14-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 25-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | 12291633 MV EXPL 26-93 12291633 MV EXPL 26-93 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Kort geding. Hennepkwekerij in huurwoning. Ontruiming toegewezen. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | huurovereenkomst | | | kwekerij | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Lelystad
Zaaknummer: 12291633 \ MV EXPL 26-93 JD/51246
Vonnis in kort geding van 14 september 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING GOEDESTEDE,
gevestigd in Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: GoedeStede,
gemachtigde: mr. L. Wanders,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H.J.J. Hendrikse.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 juli 2026 met 12 producties;
- de aanvullende productie 13 van GoedeStede;
- de producties 1 en 2 van [gedaagde] ;- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling op 31 augustus 2026 was namens GoedeStede mevrouw [A] , [functie] leefbaarheid, aanwezig. Zij werd bijgestaan door mr. Wanders. Ook [gedaagde] was aanwezig, samen met zijn partner. [gedaagde] werd bijgestaan door mr. Hendrikse. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Mr. Wanders heeft spreekaantekeningen voorgedragen. De voorzieningenrechter heeft die spreekaantekeningen aan het dossier toegevoegd.
1.3
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet.
2De kern van de zaak
2.1
[gedaagde] huurt van GoedeStede de woning aan het adres [adres] in [plaats] . In maart 2026 heeft de politie in de woning een hennepkwekerij ontdekt. Daarom eist GoedeStede dat [gedaagde] de woning moet ontruimen. De voorzieningenrechter wijst die vordering toe.
3De beoordeling
GoedeStede heeft een spoedeisend belang
3.1
In dit kort geding moet de voorzieningenrechter allereerst beoordelen of GoedeStede een spoedeisend belang bij haar vordering heeft. Van een spoedeisend belang is sprake als een onmiddellijke voorziening nodig is en van GoedeStede niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Bij de beoordeling moet de voorzieningenrechter de belangen van beide partijen afwegen.
3.2
De voorzieningenrechter vindt dat GoedeStede een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming. GoedeStede heeft een zero tolerance beleid als het gaat om hennepkwekerijen in haar huurwoningen. Zij treedt daartegen op, omdat dit andere huurders afschrikt om hennepkwekerijen in hun huurwoning aan te leggen. Daarnaast moet GoedeStede zich inspannen om andere huurders en omwonenden in de buurt tegen de risico’s van hennepkwekerijen (zoals brandgevaar en wateroverlast) te beschermen. GoedeStede heeft er om die redenen belang bij dat de woning op korte termijn ontruimd wordt. Wat ook meeweegt, is dat het om een sociale huurwoning gaat waarvoor lange wachtlijsten bestaan. GoedeStede moet zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over de vraag of de woning weer beschikbaar komt, zodat zij de woning aan een woningzoekende kan verhuren.
Wat de voorzieningenrechter in dit kort geding toetst
3.3
De voorzieningenrechter moet in dit kort geding beoordelen of het in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vordering van GoedeStede in een bodemprocedure zal toewijzen. In dit vonnis in kort geding geeft de voorzieningenrechter alleen een voorlopig oordeel. Bij de beoordeling van de vordering tot ontruiming moet de voorzieningenrechter terughoudend zijn, omdat een ontruiming een ingrijpend karakter en vaak onomkeerbare gevolgen heeft.
[gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen
3.4
GoedeStede stelt zich op het standpunt dat de bodemrechter de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal ontbinden en dat de ontruiming daarom – vooruitlopend op de ontbinding – gerechtvaardigd is. Voor ontbinding is vereist dat [gedaagde] zijn verplichtingen niet (goed) is nagekomen en dat hij in verzuim is geraakt. Met andere woorden: er moet sprake zijn van een tekortkoming van [gedaagde] . Het vereiste van verzuim geldt niet als nakoming van de verplichting(en) blijvend of tijdelijk onmogelijk is.
3.5
Het is voor de voorzieningenrechter duidelijk dat [gedaagde] zijn verplichtingen niet goed is nagekomen. Op de huurovereenkomst is het huurreglement van GoedeStede van september 2014 van toepassing. In artikel 7 lid 4 van dit reglement staat dat het voor huurders verboden is om in en bij de woning hennep te kweken, te houden en te verhandelen. Daarnaast is [gedaagde] op grond van artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek verplicht om zich als een goed huurder te gedragen. [gedaagde] heeft deze verplichtingen geschonden. Hij erkent dat er op de hele eerste verdieping van de woning een professionele hennepkwekerij was. [gedaagde] heeft tijdens de zitting verklaard dat hij de kwekerij zelf heeft aangelegd om wat extra geld te verdienen. GoedeStede en [gedaagde] verschillen van mening over het aantal hennepplanten in de woning (volgens GoedeStede 158 en volgens [gedaagde] 100), maar die discussie kan in het midden blijven. Het exacte aantal hennepplanten geeft niet de doorslag: dat [gedaagde] een hennepkwekerij in de woning had, is al voldoende. Daar komt bij dat [gedaagde] tijdens de zitting heeft erkend dat hij illegaal water en elektriciteit voor de kwekerij heeft afgetapt. Ook dat is niet toegestaan.
3.6
De voorzieningenrechter stelt vast dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Verzuim is in dit geval niet vereist. [gedaagde] kan zijn verplichtingen om geen hennepkwekerij in de woning te hebben en geen water en elektriciteit illegaal af te tappen voor het verleden niet alsnog goed nakomen. Nakoming is dus blijvend onmogelijk.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
3.7
De tekortkomingen van [gedaagde] leiden in een bodemzaak in principe tot de conclusie dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. De bodemrechter kan besluiten de huurovereenkomst in stand te laten als de tekortkoming een ontbinding met alle gevolgen daarvan (zoals een ontruiming) niet rechtvaardigt. [gedaagde] doet een beroep op die uitzondering. Hij voert aan dat hij de hennepkwekerij nog maar drie maanden had en dat er geen brandgevaar voor omwonenden was. Daarnaast zegt [gedaagde] dat er geen sprake is van recidive en dat de gemeente hem alleen een last onder dwangsom met een proeftijd van twee jaar (en geen boetes of andere consequenties) heeft opgelegd. Volgens [gedaagde] heeft hij inmiddels wel geleerd dat hij geen hennepkwekerij in de woning mag hebben. Hij wil graag nog een laatste kans, want hij woont al vanaf 2019 met veel plezier in de woning en heeft aan het begin van de huurovereenkomst de tuin opgeknapt. Daarnaast heeft [gedaagde] goed contact met bepaalde buren en verwacht hij door de woningnood niet zo maar een nieuwe huurwoning te vinden.
3.8
Het verweer van [gedaagde] slaagt niet. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van een ernstige tekortkoming. Dat de hennepkwekerij volgens [gedaagde] ‘maar’ drie maanden heeft bestaan (wat overigens niet uit de stukken lijkt te volgen), dat de sanctie van de gemeente volgens [gedaagde] wel meevalt en dat geen sprake is van recidive, maakt de tekortkoming niet minder erg. Daarbij weegt de voorzieningenrechter ook mee dat [gedaagde] alleen maar met de exploitatie van de hennepkwekerij is gestopt omdat de politie de kwekerij heeft ontdekt. Daarnaast gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat er wel degelijk sprake was van brandgevaar en kans op elektrocutie. Dat heeft de politie namelijk vermeld in het Hennepinformatiebericht, dat GoedeStede heeft ingediend. [gedaagde] heeft tijdens de zitting verteld dat hij de elektriciteit zelf heeft omgelegd zodat hij stroom had voor de kwekerij. Dat valt [gedaagde] aan te rekenen. Voor een laatste kans is het door de gedragingen van [gedaagde] te laat. Zoals in rechtsoverweging 3.2 ook is genoemd, heeft GoedeStede een zero tolerance beleid. Zij heeft er belang bij dat [gedaagde] de woning moet ontruimen, omdat het dan voor andere huurders duidelijk is dat een hennepkwekerij in een huurwoning niet wordt geaccepteerd en tot een ontruiming leidt. Daarnaast moet GoedeStede zich inspannen om andere huurders en omwonenden in de buurt tegen de risico’s van hennepkwekerijen (zoals brandgevaar en wateroverlast) te beschermen. Die belangen wegen zwaarder dan de belangen van [gedaagde] om in de woning te mogen blijven wonen. Dat [gedaagde] in 2019 de tuin bij de woning heeft opgeknapt, maakt het oordeel niet anders. Die omstandigheid valt in het niet bij de tekortkoming van [gedaagde] . De voorzieningenrechter weegt ook mee dat [gedaagde] de hennepkwekerij heeft aangelegd uit financieel gewin. [gedaagde] heeft bepaalde keuzes gemaakt en moet daar nu de gevolgen van dragen. Een van die gevolgen is dat het in de huidige woningmarkt lastig is om een nieuwe huurwoning te vinden.
3.9
De voorzieningenrechter vindt het op voorhand voldoende aannemelijk dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure wordt ontbonden. Daarom wijst de voorzieningenrechter de gevorderde ontruiming in dit kort geding toe. [gedaagde] moet de woning dus verlaten. Hij krijgt hiervoor veertien dagen de tijd. Die termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan hem is betekend.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.10
[gedaagde] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van GoedeStede worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
151,94
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.299,94
3.11
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe zoals vermeld in de beslissing.
De voorzieningenrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad
3.12
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat GoedeStede het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis voldoet. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van GoedeStede om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn genoemd in rechtsoverwegingen 3.7 en 3.8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van GoedeStede zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde] . Daarbij weegt mee dat GoedeStede haar taak als woningcorporatie niet goed kan uitvoeren als [gedaagde] langer in de woning mag blijven. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
4De beslissing
De voorzieningenrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis:
de woning aan het adres [adres] in [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van GoedeStede zijn;
de woning in oorspronkelijke, onbeschadigde, bezemschone en lege staat aan GoedeStede ter beschikking te stellen;
de sleutels aan GoedeStede af te geven;
met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken of te (laten) gebruiken;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.299,94, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
4.3
veroordeelt [gedaagde] om de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten te betalen als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald;
4.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.W. Nederveen en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|