Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:6227 
 
Datum uitspraak:06-10-2026
Datum gepubliceerd:19-10-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:11897610 CV EXPL 25-293 11897610 CV EXPL 25-293
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Consumentenkoop. Tweedehands paardenvrachtwagen is non-conform door verrotte bodem en lek dak (7:17 BW). Ontbinding koopovereenkomst en terugbetaling koopsom.
Trefwoorden:koopovereenkomst
paarden
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11897610 \ CV EXPL 25-2934


Vonnis van 6 oktober 2026


in de zaak van



[eiseres] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. D.G.J. Engbers,

tegen



[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf 1] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: tot aan de mondeling mr. M.J. Blokzijl, daarna procederend in persoon.





1De zaak en het oordeel in het kort


[eiseres] heeft een paardenvrachtwagen van [gedaagde] gekocht. Volgens [eiseres] is de paardenvrachtwagen non-conform omdat het dak lek is en de wanden en de bodem verrot zijn. [eiseres] vordert daarom ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopprijs. [gedaagde] vindt dat die vorderingen afgewezen moeten worden omdat de gebreken niet ernstig zijn, pas na de koop zijn ontstaan en [eiseres] bovendien haar onderzoeksplicht heeft geschonden. De kantonrechter zal de vorderingen van [eiseres] toewijzen en legt hierna uit waarom.




2De procedure


2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 11 november 2025;- de conclusie van antwoord;
- het bericht van [eiseres] met producties;
- de mondelinge behandeling van 15 juni 2026 waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt; - het proces-verbaal van mondeling vonnis van 15 juni 2026 inhoudende de bewijsopdracht aan [eiseres] ;- de akte met deskundigenbericht van [eiseres] ;- de antwoordakte van [gedaagde] ;- antwoordakte van [eiseres] .



2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1

[gedaagde] heeft via Marktplaats een Mercedes 308cdi paardentruck (hierna: de paardenvrachtwagen) aangeboden. [eiseres] heeft op de advertentie gereageerd en heeft de paardenvrachtwagen op 6 oktober 2024 samen met de heer [naam] bezichtigd en heeft een proefrit gemaakt. [eiseres] heeft de paardenvrachtwagen vervolgens gekocht voor een bedrag van € 16.000,-



3.2
Op 15 februari 2025 heeft [eiseres] via een marktplaatsbericht aan [gedaagde] meegedeeld dat - samengevat - zij vanwege een lekkend dak en een bewegende vloer de paardenvrachtwagen heeft laten onderzoeken door Sodiak-horsetrucks (hierna Sodiak) en dat Sodiak een daklekkage en een slechte bodem heeft geconstateerd. Ook heeft zij [gedaagde] meegedeeld dat die gebreken volgens Sodiak niet recentelijk zijn ontstaan en dat het niet veilig is om een paard in de paardenvrachtwagen te vervoeren. Tot slot heeft zij [gedaagde] verzocht om een oplossing.



3.3
Omdat [gedaagde] niet op het bericht heeft gereageerd, heeft [eiseres] hem via een marktplaatsbericht van 26 maart 2025 in gebreke gesteld en verzocht binnen zeven dagen met een oplossing te komen. Ook daar heeft [gedaagde] niet op gereageerd. [eiseres] heeft [gedaagde] per aangetekende brief van 18 april 2025 meegedeeld dat er sprake is van non-conformiteit omdat de bodem en het dak volledig verrot zijn en de paardenvrachtwagen niet geschikt is voor gebruik. Zij heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld binnen 14 dagen de koopovereenkomst te ontbinden en de koopsom terug te storten. Op 30 juni 2025 heeft [eiseres] hem de laatste mogelijkheid gegeven om de koopsom terug te betalen. [gedaagde] heeft vervolgens voor de eerste keer gereageerd bij brief van 5 juli 2025. Hij heeft - samengevat - betwist dat er sprake is van gebreken die ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigen en hij heeft aangegeven dat die gebreken voor risico van [eiseres] komen. [gedaagde] heeft de koopsom niet terugbetaald.





4Het geschil


4.1

[eiseres] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair:- de koopovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] met betrekking tot de
paardenvrachtwagen te ontbinden op grond van non-conformiteit;- [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling aan [eiseres] van de koopprijs van € 16.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024 tot aan de dag van de volledige voldoening; - [eiseres] te veroordelen tot teruggave van de paardenvrachtwagen aan [gedaagde] , gelijktijdig met de terugbetaling van de koopsom;
II. Subsidiair:- de koopovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] met betrekking tot de paardenvrachtwagen te ontbinden op grond van tekortkoming in de nakoming ex artikel 6:265 BW;
- [gedaagde] te veroordelen tot terugbetalen aan [eiseres] van de koopprijs van € 16.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024 tot aan de dag van de volledige voldoening; - [eiseres] te veroordelen tot teruggave van de paardenvrachtwagen aan [gedaagde] , gelijktijdig met de terugbetaling van de koopsom;
III. Zowel primair als subsidiair:- [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 935,00 te vermeerderen met de wettelijke rente;- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.



4.2

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.



4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling


5.1
In deze procedure moet de vraag beantwoord worden of de paardenvrachtwagen non-conform is en of [gedaagde] de paardenvrachtwagen moet terugnemen en het aankoopbedrag aan [eiseres] moet terugbetalen. Bij beantwoording van die vraag stelt de kantonrechter voorop dat het hier gaat om een consumentenkoop, zoals is geoordeeld in het vonnis in incident van 11 november 2025.


Non-conformiteit



5.2
Op grond van artikel 7:17 BW lid 1 moet de afgeleverde zaak (de paardenvrachtwagen) aan de overeenkomst beantwoorden. Lid 2 bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.



5.3
Bij een consumentenkoop wordt op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.




De paardenvrachtwagen voldoet niet aan de overeenkomst



5.4
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiseres] met de e-mail van Sodiak en het deskundigenrapport van [bedrijf 2] GmbH (hierna [bedrijf 2] ) voldoende onderbouwd dat paardenvrachtwagen gebreken vertoont in de vorm van een verrotte bodem en een lek dak. Sodiak schrijft daarover in een e-mail: “Na controle heb ik vastgesteld dat de vloer en het dak verrot zijn en U verteld dat reparatie hiervan het niet waard is om dit te herstellen (..)”

In het rapport van [bedrijf 2] is over de gebreken onder andere het volgende opgenomen:


“2. Zijn er gebreken aanwezig aan:

het dak; Is oud en onzorgvuldig onderhouden en daardoor bestaat de kans op uitdroging van de kitnaden met als gevolg lekkage.
de vloer: De houten plaat onder de rubber gietvloer is in de linker voorhoek rot!
de draagconstructie; Naar mijn mening onvoldoende doordat er in de rechterzijwand een klep is geplaatst en er onvoldoende draagkracht is voor de vloer. Deze zakt door en dat komt doordat de plaat of verrot is of de constructie eronder.

(…)


3. Indien gebreken aanwezig zijn:

wat is de aard van deze gebreken; vloer is slecht en de wanden zijn slecht.
wat is vermoedelijk de oorzaak; Indringing van vocht en tevens slechte verbouw van bakwagen naar paardenwagen.
en hoe ernstig zijn deze gebreken? Dusdanig dat deze wagen niet geschikt is voor het veilig vervoeren van paarden.”



5.5
Anders dan [gedaagde] stelt kunnen de gebreken ook op basis van het rapport van [bedrijf 2] vastgesteld worden en is [eiseres] daarmee geslaagd in de bewijsopdracht die haar tijdens de mondelinge behandeling van 15 juni 2026 is gegeven. Uit het rapport volgt voldoende duidelijk welke gebreken geconstateerd zijn en wat de oorzaak daarvan is. Bovendien sluiten de bevindingen van [bedrijf 2] ook aan bij de eerdere bevindingen van Sodiak. De stelling dat [bedrijf 2] onvoldoende deskundig is heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd en bovendien heeft [eiseres] toegelicht dat zij de paardenvrachtwagen heeft laten onderzoeken door Sodiak en [bedrijf 2] omdat zij deskundigen zijn uit de branche en [bedrijf 2] als carrosseriefabrikant van paardenvrachtwagens bij uitstek geschikt is om een oordeel te kunnen geven over de constructie en over de vraag of de paardenvrachtwagen veilig en geschikt is voor het vervoer van paarden. De kantonrechter gaat ook voorbij aan het standpunt van [gedaagde] dat de gebreken niet uit de bijgevoegde foto’s volgen omdat hij dat standpunt onvoldoende heeft toegelicht en het rapport zelf bovendien voldoende duidelijk is over de gebreken.



5.6
Uit het rapport van [bedrijf 2] volgt verder dat de vastgestelde gebreken dusdanig ernstig zijn dat de paardenvrachtwagen niet geschikt is voor het veilig vervoeren van paarden omdat de paarden door de bodem kunnen zakken. Dat betekent dat de paardenvrachtwagen niet de eigenschappen heeft die [eiseres] mocht verwachten en die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Zij mocht immers verwachten dat de paardenvrachtwagen geschikt zou zijn voor het doel waarvoor die was aangeschaft; het veilig vervoeren van paarden.



5.7
De kantonrechter volgt [gedaagde] ook niet in zijn verweer dat [eiseres] gelet op de ouderdom van de paardenvrachtwagen in combinatie met de relatief lage prijs en hoge kilometerstand, bedacht had moeten zijn op gebreken en zij om die reden een aankoopkeuring uit had moeten laten voeren. Naar het oordeel van de kantonrechter moet een koper van een 23 jaar oude paardenvrachtwagen met een kilometerstand van bijna 94.000 km er weliswaar op bedacht zijn dat de paardenvrachtwagen gebreken kan vertonen en ook dat er reparatiekosten gemaakt moeten worden, maar hoeft een koper niet bedacht te zijn op een volledig verrotte bodem, verrotte wanden en een lek dak, waardoor de paardenvrachtwagen niet geschikt is voor het doel waarvoor die is aangeschaft, welk doel ook bekend was bij de verkoper. Daarbij komt dat de paardenvrachtwagen ook niet tegen redelijke kosten geschikt kan worden gemaakt. Hoewel de deskundigen van mening verschillen over de hoogte van de reparatiekosten, geven zij beide aan dat, gelet op de hoogte van de geschatte kosten, de paardenvrachtwagen het niet meer waard is om te herstellen. Op dergelijke gebreken hoefde [eiseres] , ook bij een aankoopprijs van € 16.000,-, niet bedacht te zijn.



5.8
Omdat het gebrek zich binnen een jaar na aflevering van de paardenvrachtwagen openbaarde, wordt vermoed dat de paardenvrachtwagen al bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Bovendien volgt ook uit het rapport van [bedrijf 2] dat de schade door een tijdsverloop van meerdere jaren is ontstaan en dat het technisch onmogelijk is dat dergelijke schade in een paar maanden tijd is ontstaan. De kantonrechter volgt [gedaagde] daarom ook niet in zijn stelling dat uit het feit dat de paardenvrachtwagen altijd door de APK keuring is gekomen, volgt dat deze om die reden geen (ernstige) gebreken vertoonde op het moment van de koop. [gedaagde] heeft de stelling van [eiseres] niet betwist dat een APK-goedkeuring betekent dat het voertuig motorisch gezien in orde is en dat met het voertuig zelf op een voldoende veilige manier aan het verkeer kan worden deelgenomen, maar dat een dergelijke keuring echter niet betekent dat de verborgen vloerconstructie en de draagconstructie vrij zijn van gebreken en veilig zijn voor het vervoeren van paarden. Zoals de deskundige heeft vastgesteld, bevindt de aantasting zich onder de rubberen gietvloer en achter de polyester wanden en is die zonder specialistisch onderzoek op die plekken niet zichtbaar. [gedaagde] heeft gelijk als hij stelt dat uit de APK keuring volgt dat met de paardenvrachtwagen veilig aan het verkeer kan worden deelgenomen, maar dat sluit uit dat, zoals [bedrijf 2] verklaart, de paardenvrachtwagen voor het veilig vervoeren van paarden niet geschikt is. En dat is precies waar [eiseres] de paardenvrachtauto voor heeft gekocht.



5.9
Tot slot volgt de kantonrechter [gedaagde] ook niet in zijn stelling dat de bodem (kennelijk) niet gebrekkig was omdat [eiseres] nog 1380 kilometer met de paardenvrachtwagen heeft gereden. [eiseres] heeft daarover verklaard dat zij, voordat zij wist van de ernstige aantasting van de bodem, de paardenvrachtwagen enkele keren heeft gebruikt voor het vervoer van haar paard, maar dat zij na de keuring door Sodiak, haar paard daarin niet meer heeft vervoerd en het voertuig niet veel later heeft laten schorsen.




Conclusie non-conformiteit



5.10
Gelet op het voorgaande bezit de paardenvrachtwagen niet de eigenschappen die [eiseres] mocht verwachten en voldeed de paardenvrachtwagen op het moment van de aflevering niet aan de koopovereenkomst.



[eiseres] mag de koopovereenkomst ontbinden



5.11
Wanneer de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt kan de koper op grond van artikel 7:22 BW de koopovereenkomst ontbinden. In het tweede lid is bepaald dat de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat wanneer herstel onmogelijk is of niet van de verkoper gevergd kan worden of de verkoper tekort is geschoten in de verplichting om binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de verkoper, de zaak te herstellen.



5.12

[eiseres] heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld – voor zover mogelijk – het gebrek te herstellen in haar berichten van 15 februari 2025 en 26 maart 2025. [gedaagde] erkent dat hij die berichten ook heeft ontvangen en dat hij daar niet op heeft gereageerd. Dat betekent dat [gedaagde] tekort is geschoten in zijn verplichting het gebrek te herstellen en de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst door de kantonrechter zal worden toegewezen. Vanaf het moment van de ontbinding (de datum van dit vonnis) rusten er ongedaanmakingsverplichtingen op beide partijen. Dit houdt in dat [eiseres] de paardenvrachtwagen weer aan [gedaagde] moet teruggeven en dat [gedaagde] de paardenvrachtwagen terug moet nemen, mee moet werken aan overschrijving van het kentekenbewijs en de koopsom van € 16.000,- moet terugbetalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim op 3 april 2025.


Waardevermindering



5.13

[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog gesteld dat [eiseres] de paardenvrachtwagen buiten heeft laten staan en er daardoor meer schade ontstaat en de paardenvrachtwagen in waarde is verminderd. De kantonrechter overweegt als volgt. Uit artikel 7:10 lid 3 BW volgt dat indien de koper op goede gronden het recht op ontbinding van de koopovereenkomst inroept, de zaak voor risico van de verkoper blijft. Op grond van artikel 7:10 lid 4 BW komt de achteruitgang van de zaak door toedoen van de koper ook voor risico van de verkoper. [eiseres] wordt als koper pas schadeplichtig indien zij vanaf het moment dat zij redelijkerwijs rekening moest houden met het feit dat zij de zaak terug moest geven, niet als een zorgvuldig schuldenaar voor het behoud van de zaak heeft gezorgd. Dat die situatie zich heeft voorgedaan is onvoldoende gesteld of gebleken. Uit het enkele feit dat de paardenvrachtwagen buiten staat - wat niet ongebruikelijk is bij voertuigen - volgt niet dat [eiseres] niet als een zorgvuldig schuldenaar handelt.


Buitengerechtelijke kosten



5.14

[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan, daarom zal een bedrag van € 935,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.



5.15

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


145,45







- griffierecht


€


732,00







- salaris gemachtigde


€


1.080,00


(2,5 punten × € 432,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.101,45











5.16
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





6De beslissing

De kantonrechter


6.1
ontbindt de koopovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de paardenvrachtwagen met kenteken [kenteken] ;



6.2
veroordeelt [gedaagde] tot terugbetaling aan [eiseres] van de koopsom van € 16.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 3 april 2025 tot de dag van volledige betaling,



6.3
veroordeelt [eiseres] tot teruggave van de paardenvrachtwagen, gelijktijdig met of direct na terugbetaling van de koopsom,



6.4
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 935,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,



6.5
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.101,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.6
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.7
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.8
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.
















































Datum volgt uit correspondentie productie 1 bij dagv.


Zie PV p. 2.


Zie productie 1 en dagvaarding onder 11.


Productie 1.


Productie 7 dagvaarding


Productie 9 dagvaarding


Productie 10 dagvaarding


Productie 2


Akte 14 juli 2026


Zie laatste akte [gedaagde]


Zie ook PV p.5. (7 dagen na 26 maart)


Pv p. 2.
Link naar deze uitspraak