Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:162 
 
Datum uitspraak:21-04-2026
Datum gepubliceerd:21-04-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:24/880
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. Innovatiekredieten. Minister heeft de subsidie zonder grondslag ambtshalve op nihil vastgesteld. Het beroep is gegrond en het College voorziet zelf in de zaak.
Trefwoorden:lnv-subsidies
subsidies
Wetreferenties:Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
 
Uitspraak
uitspraak












COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/880

uitspraak van de meervoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak tussen
DC4U B.V., te Abcoude (onderneming)
(gemachtigden: mr. C.N. van der Sluis en mr. M. Fruytier)

en

de minister van Economische Zaken
(gemachtigde: mr. N. Adams)




Procesverloop

Met het besluit van 9 april 2024 heeft de minister de subsidie in de vorm van een innovatiekrediet die aan de onderneming op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, titel 3.9 Innovatiekredieten (Regeling) was verleend, vastgesteld op nihil en de onverschuldigd betaalde voorschotten van in totaal € 557.658,- en de opgebouwde rente van in totaal € 10.771,20 van haar teruggevorderd.

Met het besluit van 6 september 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen door de onderneming gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 20 februari 2026. Aan de zitting heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.



Overwegingen

1. Titel 3.9 van de Regeling voorzag ten tijde van belang in subsidie voor de ontwikkeling van veelbelovende en uitdagende innovaties met een uitstekend marktperspectief. De subsidie werd verstrekt in de vorm van een krediet voor risicovolle klinische of technische ontwikkelingsprojecten, waarin nieuwe producten, processen of diensten werden ontwikkeld.

2 De onderneming is een biotechnologiebedrijf. Zij heeft op 8 juni 2022 een aanvraag gedaan voor een innovatiekrediet voor het project ‘GlycoDC™ Platform to develop Immunotherapy for Celiac Disease and Diabetes Mellitus Type I’.

3 Met het besluit van 23 december 2022 heeft de minister voor het project een krediet voor 45% van de daadwerkelijk gemaakte en betaalde projectkosten verleend tot een bedrag van maximaal € 1.450.755,-, onder de opschortende voorwaarde dat de onderneming binnen vier weken na dit besluit een ondertekende definitieve investeringsovereenkomst van € 2.500.000,- van het ‘Conchylium Investments Fund’ (Conchylium) indient. De looptijd van het project was van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 en ieder kwartaal zou de minister een voorschot op het krediet betalen. Aan de subsidieverlening is de verplichting verbonden dat de onderneming niet zonder toestemming van de minister wijzigingen kan doorvoeren in de financiering van het project.

4 Met het besluit van 9 april 2024 heeft de minister de subsidie vastgesteld op nihil en de onverschuldigd betaalde voorschotten van in totaal € 557.658,- en de opgebouwde rente van € 10.771,20 van de onderneming teruggevorderd. Met het bestreden besluit heeft de minister dit besluit gehandhaafd. Volgens de minister heeft de onderneming niet aan de aan de subsidie verbonden verplichting voldaan, omdat zij niet tijdig heeft gemeld dat de financiering van Conchylium uiteindelijk niet is verstrekt, terwijl die financiering essentieel is voor het slagen van het project. Ook heeft de onderneming het innovatiekrediet gebruikt voor aflossingen van de Corona Overbruggingslening.

5 De onderneming is het niet eens met de vaststelling van de subsidie op nihil en de terugvordering van de voorschotten, vermeerderd met rente. Volgens de onderneming is geen sprake van een wijziging in de financiering van het project die zij had moeten melden. Ook heeft de minister er geen rekening mee gehouden dat zij wel kosten heeft gemaakt voor een deel van de activiteiten en dat niet uitgesloten kan worden dat zij, ondanks de problemen rondom de financiering, (een deel van) het project kan uitvoeren.

6 Het College stelt vast dat de minister in dit geval de subsidie ambtshalve heeft vastgesteld.

7 Op grond van artikel 4:47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien:
a. bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;
b. toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid, of
c. de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd.

8 Op de zitting heeft de minister bevestigd dat zich geen van de in dit artikel genoemde gevallen voor ambtshalve vaststelling voordoet. Omdat verder niet is gebleken dat de minister op een andere grond bevoegd was de subsidie ambtshalve vast te stellen, moet worden geoordeeld dat de minister hiertoe niet bevoegd was.

9 Nu de minister zonder grondslag de subsidie ambtshalve op nihil heeft vastgesteld, is er ook geen grondslag voor de terugvordering van de onverschuldigd betaalde voorschotten en de opgebouwde rente.

10 Het beroep is gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het College ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het besluit van 9 april 2024 te herroepen, omdat daaraan hetzelfde gebrek kleeft als aan het bestreden besluit. Het College zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

11 Gelet op de ontstane problemen rondom de financiering van het project, zal de minister moeten onderzoeken of hij met toepassing van artikel 4:48, eerste lid, van de Awb de subsidieverlening intrekt of ten nadele van de onderneming wijzigt, of de onderneming in de gelegenheid stelt een aanvraag tot subsidievaststelling te doen. Op de zitting heeft de minister verklaard dat hij meent dat de onderneming in de gelegenheid zou moeten worden gesteld om een vaststellingsaanvraag te doen. Daarin kan de onderneming de door haar voor het project gemaakte kosten nader onderbouwen. Vervolgens kan de minister beoordelen of een vaststelling op nihil en terugvordering van de betaalde voorschotten vermeerderd met rente in dit geval evenredig is.

12 Het College zal de minister veroordelen in de door de onderneming gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 934,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1). De in bezwaar gemaakte kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand stelt het College vast op € 1.332,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van een hoorzitting met een waarde per punt van € 666,- en wegingsfactor 1).



Beslissing

Het College:



verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het bestreden besluit;


herroept het besluit van 9 april 2024 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;


veroordeelt de minister tot betaling van € 2.266,- aan proceskosten aan de onderneming;


draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 371,- aan de onderneming te vergoeden.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Duuren, mr. A. Venekamp en mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M.C. Verviers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.







w.g. M. van Duuren w.g. M.C. Verviers


Bijlage


Algemene wet bestuursrecht


Artikel 4:46
1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.
2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
[…]

Artikel 4:47
Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien:
a. bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;
b. toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid, of
c. de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd.

Artikel 4:95, vierde lid
4. Betaalde voorschotten worden verrekend met de te betalen geldsom. Onverschuldigd betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.

Artikel 7:12, eerste lid
1. De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. […]
Link naar deze uitspraak