Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:381 
 
Datum uitspraak:25-08-2026
Datum gepubliceerd:25-08-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:24/851
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:De minister heeft de aanvraag voor de betaling voor de eco-regeling terecht afgewezen, omdat de maatschap minder dan het vereiste aantal punten voor het eco-doel biodiversiteit heeft behaald. Geen sprake van een kennelijke fout. Het beroep is ongegrond.
Trefwoorden:gecombineerde opgave
glb
kennelijke fout
landbouw
landbouwer
perceel
Wetreferenties:Uitvoeringsregeling GLB 2023
 
Uitspraak
uitspraak


COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/851

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , te [vestigingsplaats] (maatschap)

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigden: mr. I.M.H.G. van Lankveld en mr. S.H.B. van der Zalm)




Procesverloop in beroep

De maatschap heeft tegen het besluit van 28 augustus 2024 (bestreden besluit) beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 27 juli 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 2] , namens de maatschap, en de gemachtigden van de minister.



Inleiding

1. Met het besluit van 11 juni 2024 heeft de minister op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 de aanvraag voor de basispremie en extra betaling eerste 40 hectare toegewezen. Hij heeft de aanvraag voor de extra betaling voor de eco-regeling afgewezen, omdat de maatschap voor het eco-doel biodiversiteit onvoldoende punten heeft behaald.

2 Met het bestreden besluit heeft de minister de afwijzing van de extra betaling voor de eco-regeling gehandhaafd. De minister is niet tegemoetgekomen aan het verzoek van de maatschap om de te late – na de verlengde aanmeldtermijn van 29 juni 2023 ontvangen – aanmelding van de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’ voor de percelen 27 en 57 mee te nemen bij de beoordeling van de aanvraag voor de eco-regeling. Van een kennelijke fout bij de aanmelding is volgens de minister geen sprake en in de gestelde omstandigheden ziet de minister geen reden om uit coulance alsnog punten en waarde voor de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’toe te kennen.



Beoordeling van het beroep

3 De maatschap stelt in de voor de aanmelding ingediende Gecombineerde opgave van
6 juni 2023 (aanmelding) abusievelijk voor perceel 57 de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’ niet te hebben aangevinkt. Dat vinkje heeft zij alsnog gezet in de voor de aanvraag op 19 oktober 2023 ingediende Gecombineerde opgave (aanvraag). Daarnaast heeft de maatschap in de aanvraag de percelen 27 en 97 samengevoegd. Hierbij heeft zij over het hoofd gezien dat de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’ voor perceel 27 nog moest worden aangevinkt, omdat het in de aanmelding bij perceel 97 voor die eco-activiteit gezette vinkje door de samenvoeging met perceel 27 was komen te vervallen. De maatschap erkent dat zij bij het invullen van de aanmelding en de aanvraag een fout heeft gemaakt, maar zij vindt dat zij op een dwaalspoor is gezet door de (positieve) uitkomsten die bij het indienen ervan werden getoond. Mede doordat de na het invullen van een GO getoonde overzichten steeds aangaven dat voldoende punten waren behaald voor de eco-regeling, is het de maatschap niet opgevallen dat zij de hiervoor genoemde vinkjes niet had gezet. De maatschap verwijt de minister dat hij bij zijn beslissing, gelet op de complexiteit van de regeling, niet de door hem in de kamerbrief van
14 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 28 625, nr. 347) toegezegde coulance heeft toegepast.

4 De minister handhaaft zijn standpunt dat hij bij de beoordeling van de aanvraag voor de eco-regeling, voor de percelen 27 en 57 terecht de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’ niet heeft meegenomen. De maatschap heeft voor perceel 27 zowel in de aanmelding als in de aanvraag geen eco-activiteit opgegeven en voor perceel 57 heeft zij pas in de aanvraag de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’ opgegeven. Wat betreft de in de Gecombineerde opgaven getoonde uitkomsten en berekeningen, merkt de minister op dat die zijn gebaseerd – zoals ook in die opgaven staat vermeld – op de gegevens die de maatschap zelf heeft ingevuld. Na ontvangst ervan wordt vervolgens gecontroleerd of de opgegeven percelen aan de voorwaarden voldoen. Omdat daarbij is geconstateerd dat de maatschap niet voor alle opgegeven percelen aan de gestelde voorwaarden voldeed, heeft de minister de voor de eco-regeling behaalde punten en waarde lager vastgesteld dan na het invullen van die opgaven is getoond. De minister ziet geen reden om de niet gezette vinkjes aan te merken als een kennelijke fout als bedoeld in artikel 47 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Het gaat hier namelijk niet om een fout in de Gecombineerde opgaven die bij een administratieve controle eenvoudig kan worden ontdekt, maar om een verschil tussen de aanvraag en de eerder ingediende aanmelding.


5.1
Het College overweegt als volgt. Niet in geschil is dat de maatschap voor perceel 27 zowel in de aanmelding als in de aanvraag geen eco-activiteit heeft opgegeven en dat zij voor perceel 57 eerst in de aanvraag de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’ heeft opgegeven. Voor perceel 97 heeft zij die eco-activiteit wel in de aanmelding opgegeven, maar door de samenvoeging met perceel 27 heeft zij perceel 97, en daarmee ook de voor dat perceel opgegeven eco-activiteit, niet meer in de aanvraag opgenomen. Voorop staat dat het de eigen verantwoordelijkheid is van de aanvrager om een juist ingevulde aanvraag in te dienen, die overeenstemt met zijn bedoelingen. Voor zover de maatschap heeft bedoeld te betogen dat het abusievelijk niet zetten van (de juiste) vinkjes moet worden aangemerkt als een kennelijke fout, is het College met de minister van oordeel dat niet wordt voldaan aan de in het tweede lid van artikel 47 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 opgesomde voorwaarden. In de aanvraag is namelijk geen sprake van een – eenvoudig tijdens een administratieve controle te constateren – tegenstrijdigheid in de door de maatschap verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing. Het is namelijk niet ondenkbaar, en ook toegestaan, dat een landbouwer gedurende de aanvraagperiode om hem moverende redenen wijzigingen in zijn gegevens wil doorvoeren. Eerder heeft het College al overwogen dat de minister niet gehouden is de aanvraag te vergelijken met de eerdere door een landbouwer gedane aanmelding en bij eventuele niet voor de hand liggende afwijkingen daarover nadere vragen te stellen (vergelijk de uitspraak van het College van 7 april 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:143, onder 4.1.2)). Dit betoog van de maatschap slaagt niet.



5.2
Ook het betoog van de maatschap dat de na het invullen van de Gecombineerde opgaven getoonde (positieve) uitkomsten haar op een dwaalspoor hebben gebracht, slaagt niet. De getoonde berekeningen en uitkomsten zijn namelijk gebaseerd op de door de maatschap zelf ingevulde gegevens. Zoals ook in die opgaven staat vermeld (“Wij controleren nog of de percelen die u wilt laten meetellen voldoen aan de voorwaarden”), controleert de minister nog of de door maatschap opgegeven percelen aan de voorwaarden voldoen. De constatering van de minister dat niet voor alle percelen aan de gestelde voorwaarden werd voldaan, heeft ertoe geleid dat de gehaalde punten en waarde lager zijn vastgesteld dan op basis van de ingevulde gegevens getoond werd.



5.3
Het College heeft ook eerder overwogen dat de minister – onder meer in de door de maatschap aangehaalde kamerbrief – veelvuldig heeft gecommuniceerd dat het aanvraagjaar 2023 gezien moet worden als leerjaar waarbij voor administratieve fouten in het aanvraagproces geen sancties worden opgelegd (zie onder meer de uitspraak van het College van 14 januari 2025, ECLI:NL:CBB:2025:8). In het geval van de maatschap is echter geen sprake van een situatie die zou kunnen leiden tot het opleggen van een sanctie. Het mislopen van de extra betaling voor de eco-regeling is namelijk niet te kwalificeren als een sanctie, zodat de toegezegde coulance niet op deze situatie van toepassing is. Het beroep op de coulanceregeling slaagt daarom niet.


Slotsom


6 De slotsom is dat de minister terecht geen punten en waarde heeft toegekend voor de eco-activiteit ‘houtig element (overige houtige elementen)’ op de percelen 27 en 57. Uit artikel 25, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 volgt dat een minimaal aantal punten behaald moet worden voor de vijf eco-doelen. De maatschap heeft voor het eco-doel ‘biodiversiteit’ 37,5961 punten behaald. Dat is minder dan het vereiste aantal punten voor dit doel van 40,4683 punten. De maatschap voldoet daarmee niet aan de voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op de extra betaling voor de eco-regeling. De minister heeft de aanvraag voor de extra betaling voor de eco-regeling om die reden terecht afgewezen. Het College zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

7 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.





Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. J.M. Baars, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.







w.g. A. Venekamp w.g. J.M. Baars
Link naar deze uitspraak