|
|
|
| ECLI:NL:CBB:2026:465 | | | | | Datum uitspraak | : | 14-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 22-09-2026 | | Instantie | : | College van Beroep voor het bedrijfsleven | | Zaaknummers | : | 25/978 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | 8:29 Awb-beslissing. De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming van de stukken 1 t/m 4 gerechtvaardigd is, nu deze stukken persoonsgegevens en bedrijfskenmerken bevatten van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen en bedrijven. Daarbij betrekt de rechter-commissaris dat de weggelakte gegevens steeds een klein deel betreffen van de stukken in hun geheel en geen afbreuk doen aan de begrijpelijkheid van deze stukken. In zijn reactie op het verzoek heeft appellant bovendien te kennen gegeven dat hij het zich kan voorstellen dat de gegevens vanwege privacyredenen gelakt zijn, maar dat dit hem beperkt in zijn controlerechten. Daaruit maakt de rechter-commissaris op dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat hij geen kennis kan nemen van de vertrouwelijke gegevens in deze stukken. Appellant heeft niet toegelicht op welke manier hij wordt beperkt in zijn controlerechten. In dat licht ziet de rechter-commissaris op dit moment geen grond voor het oordeel dat appellant in zoverre in zijn belangen wordt geschaad. | | Trefwoorden | : | landbouw | | | taxatie | | Wetreferenties | : | Algemene wet bestuursrecht 8:29
| | | | Uitspraak | beslissing
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/978
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] ( [naam] )
(gemachtigde: mr. N.T. Potyk)
en
de staatssecretaris (voorheen de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigde: mr. P.M.M. van Bennekom)
Procesverloop
[naam] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van 3 november 2025.
De staatssecretaris heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft (delen van) de volgende stukken:
Voornemen verhalen kosten spoedbestuursdwang 30-10-2020;
Verhalen kosten 07-06-2024;
E-mail NVWA – inhoudelijke reactie 31-03-2025;
E-mail NVWA – toezending stukken verkoop dieren 04-07-2025.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. T. Pavićević opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. De staatssecretaris is van mening dat de vertrouwelijkheid van de persoons- en bedrijfsvertrouwelijke gegevens van de opslaghouder, dierenarts, transporteur, slachterij, laboratorium, destructiebedrijf en de taxateur moet worden gerespecteerd, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor deze derden zal kunnen leiden en een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van deze derden tot gevolg zal kunnen hebben, terwijl kennisgeving van deze informatie door [naam] niet noodzakelijk is om zijn belangen naar behoren te bepleiten.
2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de staatssecretaris er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft. Volgens de staatssecretaris is de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd. Immers, als de persoons- of bedrijfsgegevens in de stukken 1 t/m 4 bekend worden zal het in de toekomst mogelijk moeilijk worden om contracten met bereidwillige opslaghouders en transporteurs af te sluiten en voor opslaghouders om dierenartsen zover te krijgen om meegevoerde dieren te beoordelen en te behandelen of andere derden in te schakelen voor hun diensten. Ook het laten verrichten van een taxatie wordt mogelijk moeilijker als de gegevens bekend worden. In het verleden hebben zich bovendien nare incidenten voorgedaan met bedreigingen van derden die betrokken waren bij het proces van meevoeren en opslaan van dieren. Mede daardoor is de bereidheid van deze dienstverleners om mee te werken aan het proces van meevoeren en opslaan onder druk komen te staan.
3 In het geval van beroepshalve functioneren, kan slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer moet per geval worden afgewogen in het licht van de onder 2 genoemde belangen. De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming van de stukken 1 t/m 4 gerechtvaardigd is, nu deze stukken persoonsgegevens en bedrijfskenmerken bevatten van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen en bedrijven. Daarbij betrekt de rechter-commissaris dat de weggelakte gegevens steeds een klein deel betreffen van de stukken in hun geheel en geen afbreuk doen aan de begrijpelijkheid van deze stukken. In zijn reactie op het verzoek heeft [naam] bovendien te kennen gegeven dat hij het zich kan voorstellen dat de gegevens vanwege privacyredenen gelakt zijn, maar dat dit hem beperkt in zijn controlerechten. Daaruit maakt de rechter-commissaris op dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat hij geen kennis kan nemen van de vertrouwelijke gegevens in deze stukken. [naam] heeft niet toegelicht op welke manier hij wordt beperkt in zijn controlerechten. In dat licht ziet de rechter-commissaris op dit moment geen grond voor het oordeel dat [naam] in zoverre in zijn belangen wordt geschaad. Zie ook de beslissing van 19 maart 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:124).
4 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. [naam] wordt verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of hij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 1 t/m 4 uitspraak doet op het beroep.
Beslissing
De rechter-commissaris:
- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken 1 t/m 4 gerechtvaardigd is;
- verzoekt [naam] om binnen twee weken na de verzending van deze beslissing schriftelijk aan het College kenbaar te maken of hij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 1 t/m 4 uitspraak doet op het beroep.
Deze beslissing is genomen op 14 september 2026 door mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. I.S. Post, griffier.
w.g. T. Pavićević w.g. I.S. Post | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|