Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CRVB:2026:451 
 
Datum uitspraak:09-04-2026
Datum gepubliceerd:20-04-2026
Instantie:Centrale Raad van Beroep
Zaaknummers:24/2578 WAO-V
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:De Raad verklaart het verzet ongegrond. Verzoeker heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van zijn verzoek om herziening.
Trefwoorden:uitkering
wao
 
Uitspraak
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer

24/2578 WAO-V










Uitspraak op het verzet in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 oktober 2023, 23/1947 (aangevallen uitspraak)





Partijen:


[verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)






Datum uitspraak: 9 april 2026



PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 2 april 2025 heeft de Raad het door verzoeker gedane verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is.

Verzoeker heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen.




OVERWEGINGEN

Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder verzoeker op zitting te horen.

In verzet heeft verzoeker naar voren gebracht dat hij in Nederland verzekerd is geweest. Hij voert verder aan dat hij ziek is, geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft. Verzoeker vraagt aan hem een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen.

Verzoeker heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van zijn verzoek om herziening. Verzoeker heeft zich beperkt tot een herhaling van de gronden van zijn verzoek om herziening. Het enkel herhalen van die gronden doet geen twijfel ontstaan over het in de uitspraak van 2 april 2025 door de Raad gegeven oordeel.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.




BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.


(getekend) K.H. Sanders



De griffier is verhinderd te ondertekenen.
Link naar deze uitspraak