Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:GHAMS:2026:750 
 
Datum uitspraak:17-03-2026
Datum gepubliceerd:26-03-2026
Instantie:Gerechtshof Amsterdam
Zaaknummers:200.347.164/01
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Artikel 7:401 BW, artikel 6:162 BW, zorgplicht opdrachtnemer, onrechtmatige daad. Geen zorgplichtschending of onrechtmatig handelen van veilinghuis in verband met ter veiling aangeboden horloges, geen causaal verband met gestelde schade. Afwijzing vorderingen en bekrachtiging vonnis rechtbank
Trefwoorden:belastingrecht
forfaitair
taxatie
wettelijke rente
 
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
team I (handel)

zaaknummer : 200.347.164/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 11094352 \ CV EXPL 24-4414


arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 maart 2026


in de zaak van



[appellant] ,

wonend in [plaats] ,
appellant,
advocaat: mr. A.T. Leigh te Haarlem,

tegen


ARTS AND ANTIQUES GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J. Nooij te Amsterdam.


Appellant wordt hierna [appellant] genoemd. Geïntimeerde wordt hierna AAG genoemd.





1De zaak in het kort


[appellant] heeft vijf horloges ter veiling aangeboden aan veilinghuis AAG. Omdat het na onderzoek bleek te gaan om replica’s (imitatie-exemplaren), zijn de horloges niet geveild. [appellant] stelt dat hij authentieke horloges heeft aangeboden, maar dat door toedoen van AAG de horloges niets meer waard zijn en dat AAG daarom gehouden is de schade te vergoeden. De kantonrechter heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen, omdat niet is gebleken dat [appellant] schade heeft geleden door toedoen van AAG. Daartegen richt zich het hoger beroep.
Het hof komt tot het oordeel dat in dit geval geen sprake is van een zorgplichtschending van AAG als opdrachtnemer of onrechtmatig handelen tegenover [appellant] , waardoor de vorderingen niet toewijsbaar zijn. Dit leidt tot een bekrachtiging van het bestreden vonnis.





2Het geding in hoger beroep


[appellant] is bij dagvaarding van 11 oktober 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 12 juli 2024 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser en AAG als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord, met productie.

Op 6 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [appellant] heeft de zaak laten toelichten door mr. Leigh, voornoemd. AAG heeft de zaak laten toelichten door mr. Nooij, voornoemd, aan de hand van spreekaantekeningen die in het geding zijn gebracht.

Ten slotte is arrest gevraagd.





3Feiten

De kantonrechter heeft in rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.7 van het bestreden vonnis de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Tegen deze feitenvaststelling zijn geen grieven gericht, zodat het hof ook van die feiten uit gaat. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten komen de feiten neer op het volgende.


3.1.
AAG is een veilinghuis. In de periode tussen 12 oktober en 22 november 2021 heeft [appellant] vijf horloges (hierna: de horloges) ter veiling aangeboden aan AAG.



3.2.
AAG heeft de horloges onder hetzelfde afgiftenummer geregistreerd en hiervoor afgifteformulieren afgegeven aan [appellant] . Op het eerste afgifteformulier gedateerd 12 oktober 2021 staat na beschrijving van de afgegeven goederen onder andere: “ter onderzoek”.



3.3.
Op 15 oktober 2021 heeft AAG aan [appellant] gemaild dat een expert van AAG naar twee horloges heeft gekeken en tot een taxatie voor veiling is gekomen. Op een later moment is dit ook voor de andere drie horloges gedaan. AAG heeft de horloges getaxeerd op een bedrag tussen de € 9.000 en € 17.000.



3.4.
AAG heeft de horloges via een gecertificeerde taxateur naar een horlogemaker gebracht om de echtheid te onderzoeken.



3.5.
Vervolgens heeft [appellant] telefonisch contact gehad met de heer Van Heemstra van AAG. Van dit telefoongesprek heeft [appellant] een geluidsopname gemaakt.



3.6.
AAG heeft [appellant] laten weten de horloges niet te zullen veilen, omdat de horlogemaker heeft vastgesteld dat het gaat om replica’s (imitatie-exemplaren).



3.7.
Bij e-mail van 24 november 2021 heeft [appellant] AAG aansprakelijk gesteld en aanspraak gemaakt op schadevergoeding. AAG heeft zich eveneens bij e-mail van 24 november 2021 bereid verklaard de horloges aan [appellant] te retourneren na vergoeding van gemaakte kosten.



3.8.
Tijdens de mondelinge behandeling bij de kantonrechter van 26 juni 2024 heeft [appellant] afstand gedaan van de horloges.






4Procedure bij de kantonrechter


4.1.
Samengevat heeft [appellant] bij de kantonrechter gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, AAG te veroordelen om aan [appellant] een bedrag van € 17.000,00 te betalen, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. Volgens [appellant] heeft de door AAG ingeschakelde externe taxateur of horlogemaker de (uurwerken van de) horloges vervalst, waardoor hij schade heeft geleden in de vorm van waardevermindering. Volgens [appellant] is AAG gehouden de schade te vergoeden, omdat zij de horloges heeft overgedragen aan en laten openen door een externe taxateur/horlogemaker, zonder voorafgaande toestemming van [appellant] en zonder daarop toezicht te houden. Door dat na te laten zou AAG handelen in strijd met haar zorgplicht als goed opdrachtnemer, dan wel onrechtmatig handelen tegenover [appellant] .



4.2.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat [appellant] schade heeft geleden door toedoen van AAG, omdat niet kan worden vastgesteld dat de door AAG ingeschakelde taxateur of horlogemaker (de uurwerken van) de horloges heeft vervalst. De kantonrechter heeft dan ook de vorderingen van [appellant] afgewezen en hem als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.






5De vorderingen in hoger beroep


5.1.

[appellant] vordert in hoger beroep vernietiging van het bestreden vonnis en alsnog –
uitvoerbaar bij voorraad – toewijzing van zijn vorderingen, met veroordeling van AAG in de kosten van het geding in beide instanties (inclusief nakosten en rente).



5.2.
Volgens AAG moet het hof het bestreden vonnis bekrachtigen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [appellant] in de werkelijke kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.






6Beoordeling


6.1

[appellant] komt in hoger beroep met twee grieven op tegen het oordeel van de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat hij schade heeft geleden door toedoen van AAG en dat zijn vorderingen om die reden niet toewijsbaar zijn.


Geen zorgplichtschending of onrechtmatig handelen




6.2.
Het hof stelt voorop dat AAG de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen (artikel 7:401 BW). Daarbij gaat het om de vraag of de opdrachtnemer heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Wanneer een zorgplichtschending (tekortkoming in de nakoming van de opdrachtovereenkomst) schade bij de opdrachtgever tot gevolg heeft, dient de opdrachtnemer deze schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 BW).



6.3.

[appellant] stelt dat AAG haar zorgplicht heeft geschonden, althans onrechtmatig heeft gehandeld, door de horloges buiten zijn aanwezigheid en zonder zijn toestemming aan derden ter taxatie te hebben aangeboden en deze door de externe taxateur te hebben laten openen, terwijl AAG de horloges al als authentiek had beoordeeld. De horloges zijn waardeloos geworden, doordat zij bij de taxatie zijn opengemaakt en doordat het zegel op de achterzijde is verbroken, aldus [appellant] . [appellant] stelt dat hij naar beste weten authentieke horloges heeft aangeboden en dat de authenticiteit van de horloges is bevestigd door AAG, zowel in de door AAG met [appellant] gevoerde correspondentie als in het door hem opgenomen telefoongesprek. Ook zou de authenticiteit van de horloges door AAG zijn erkend op de zitting bij de kantonrechter.



6.4.
Het hof is van oordeel dat [appellant] tegenover de betwisting van AAG onvoldoende heeft onderbouwd dat hij authentieke horloges ter veiling heeft aangeboden en dat AAG de authenticiteit van die horloges heeft bevestigd, zodat dit niet is komen vast te staan. [appellant] heeft niet duidelijk gemaakt uit welke correspondentie van AAG de gestelde bevestiging zou blijken. Voor zover [appellant] doelt op de e-mail van 24 november 2021, stelt het hof vast dat ook daaruit geen bevestiging van de echtheid van de horloges door AAG volgt, nu het gaat om een e-mail van [appellant] zelf waarin de bedragen voor de vijf horloges worden genoemd. Hetzelfde geldt voor het door [appellant] bedoelde en door hem opgenomen telefoongesprek. [appellant] heeft tegenover de betwisting door AAG niet duidelijk gemaakt op welk moment in het gesprek en in welke bewoordingen de heer Van Heemstra van AAG de authenticiteit van de horloges heeft bevestigd. Uit de opname van het telefoongesprek blijkt overigens ook niet van een dergelijke bevestiging door AAG. Tot slot stelt het hof vast dat van een erkenning op de zitting bij de kantonrechter van de zijde van AAG evenmin is gebleken. AAG verklaart ter zitting juist uitdrukkelijk dat voor de horloges van [appellant] een voorlopige taxatiewaarde is afgegeven “voor het geval het zou gaan om authentieke goederen” en dat de horloges daarna nog naar een externe specialist moesten die kon vaststellen of het ging om authentieke goederen.



6.5.
Van de authenticiteit van de door [appellant] aangeboden horloges is ook niet op een andere manier gebleken. Tussen partijen staat vast dat [appellant] bij inname van de horloges door AAG geen certificaat van echtheid, factuur of ander bewijsstuk (bijvoorbeeld een originele verpakking) heeft getoond, op basis waarvan de echtheid (en de waarde) van de horloges kon worden vastgesteld. Het ligt op de weg van de eigenaar om dergelijke bewijsstukken bij het aanbieden van een te veilen object (ook ongevraagd) te tonen of bij te voegen. Om die reden lag ook voor de hand dat AAG, voordat een definitieve waardebepaling kon worden gedaan en de horloges zouden kunnen worden geveild, nader onderzoek deed of liet doen naar de authenticiteit van de horloges. AAG dient zich er immers van te vergewissen dat de door haar te veilen objecten geen vervalsingen of imitaties zijn en dat de veilingprijs zoveel mogelijk overeenkomt de werkelijke (markt)waarde van de objecten.



6.6.
AAG heeft [appellant] bij inname van de horloges ook op de noodzaak van nader onderzoek gewezen, zoals blijkt uit de afgifteformulieren van 12 oktober 2021 en 27 oktober 2021 waarop staat “ter onderzoek”. Nu [appellant] alle afgifteformulieren voor akkoord heeft ondertekend, mocht AAG ervan uitgaan dat hij daarmee toestemming gaf voor het doen van nader onderzoek. In dit geval was AAG niet gehouden om [appellant] (nogmaals) om toestemming te vragen of hem bij dat onderzoek aanwezig te laten zijn.



6.7.
Hierbij komt bovendien dat [appellant] sinds 2008 klant was bij AAG en ter zitting heeft verklaard dat hij eens in de twee of drie jaar bij AAG objecten ter veiling aanbood. Aldus was [appellant] bekend (of mag hij bekend worden verondersteld) met de werkwijze van AAG en de gang van zaken in de aanloop naar een veiling, waaronder het onderzoek naar de authenticiteit van aangeboden objecten. Dit geldt ook voor de in de veilingwereld gebruikelijke gang van zaken, waarbij een dergelijk echtheidsonderzoek plaatsvindt buiten aanwezigheid van de eigenaar, zoals AAG gemotiveerd heeft toegelicht en [appellant] niet heeft betwist.



6.8.
In het licht van bovengenoemde omstandigheden oordeelt het hof dat van een zorgplichtschending als opdrachtnemer of onrechtmatig handelen van AAG tegenover [appellant] geen sprake is. Om die reden zijn de vorderingen van [appellant] niet toewijsbaar en zal het hof het bestreden vonnis bekrachtigen.


Geen causaal verband




6.9.
Voor het overige is er geen causaal verband tussen de door Van de Sande gestelde schade en de handelwijze van AAG. In het voorgaande heeft het al hof geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat [appellant] authentieke horloges ter veiling heeft aangeboden aan AAG. Om die reden kan uit de vaststelling van de horlogemaker dat het ging om replica’s niet de gevolgtrekking worden gemaakt dat [appellant] schade heeft geleden door toedoen van AAG. Ook wegens het ontbreken van causaliteit tussen de (gestelde) tekortkoming / onrechtmatige daad en schade zijn de vorderingen van [appellant] dus niet toewijsbaar.



6.10.
Over de aard en omvang van de gestelde schade heeft [appellant] wisselend verklaard. De stelling dat de zegels op de achterzijde zijn verbroken omdat de horloges bij het onderzoek naar de authenticiteit zijn opengemaakt, en dat [appellant] om die reden de authenticiteit van de horloges niet meer kan vaststellen, is tegenover de betwisting door AAG onvoldoende onderbouwd. Concrete feiten waaruit dit volgt heeft [appellant] immers niet gesteld zodat deze stelling niet is komen vast te staan. Wat betreft de gestelde schade als gevolg van het openen van de horloges en het verbreken van de zegels geldt bovendien ook dat causaal verband met het aan AAG verweten handelen ontbreekt, aangezien niet is komen vast te staan dat de horloges die [appellant] heeft aangeboden aan AAG enige waarde vertegenwoordigden.


Geen vergoeding van volledige proceskosten




6.11.
Aan de vordering tot vergoeding van haar volledige proceskosten legt AAG ten grondslag dat [appellant] met het instellen van zijn vorderingen tegen AAG misbruik maakt van procesrecht, dan wel handelt in strijd met de op hem rustende waarheidsplicht (artikel 21 Rv), nu hij wist of behoorde te weten dat de door hem bij AAG aangeboden horloges replica’s betroffen.



6.12.
Volledige proceskosten komen slechts voor vergoeding in aanmerking in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM.



6.13.
Het hof komt tot het oordeel dat in dit geval geen plaats is voor vergoeding van volledige proceskosten. Ook in hoger beroep is niet komen vast te staan dat de door [appellant] aangeboden horloges authentiek waren toen hij deze bij AAG aanbood. Dit brengt echter nog niet mee dat [appellant] wist of behoorde te weten dat het ging om replica’s en om die reden had moeten afzien van een procedure tegen AAG. Om dezelfde reden kan niet worden vastgesteld dat [appellant] in strijd met de op hem rustende verplichting handelt om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren (artikel 21 Rv).


Slotsom, bewijsaanbod en forfaitaire proceskostenveroordeling




6.14.
Het hoger beroep heeft geen succes. De grieven slagen niet. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.



6.15.
Het hof ziet geen aanleiding om [appellant] toe te laten tot bewijslevering, omdat hij geen bewijs heeft aangeboden van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden.



6.16.

[appellant] is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de (forfaitair vast te stellen) proceskosten in hoger beroep. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast:

- griffierecht € 798,00
- salaris advocaat € 2.580,00 (tarief II, 2 punten)
Totaal € 3.378,00






7Beslissing

Het hof:


7.1
bekrachtigt het bestreden vonnis;



7.2
veroordeelt [appellant] in de proceskosten in hoger beroep, tot nu vastgesteld op € 3.378,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;



7.3
veroordeelt [appellant] tot betaling van € 189,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,00 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan en betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden van de nakosten aan deze veroordeling is voldaan;



7.4
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;



7.5
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.D. Lubach, S.C.H. Molin en R.M. de Winter en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.
Link naar deze uitspraak