Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:GHAMS:2026:915 
 
Datum uitspraak:31-03-2026
Datum gepubliceerd:16-04-2026
Instantie:Gerechtshof Amsterdam
Zaaknummers:200.359.732
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Incident tot zekerheidstelling voor de proceskosten; beroep ‘naar analogie’ op artikel 224 Rv; afwijzing.
Trefwoorden:belastingrecht
 
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.359.732/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 11479623 \ CV EXPL 25-306


arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 31 maart 2026


inzake


EUROJETS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M. Bekker te Arnhem,

tegen


AUMAVICO V.O.F.,

gevestigd te Nijmegen,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. W.J. de Vries te Utrecht.





1Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Eurojets en Aumavico genoemd.

Eurojets is bij dagvaarding van 3 september 2025 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2025 dat onder bovenvermeld zaaknummer is gewezen tussen Aumavico als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, en Eurojets als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie (hierna: het bestreden vonnis).

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven van Eurojets;
- memorie van antwoord, tevens incidentele conclusie strekkende tot zekerheidstelling voor de proceskosten en schadevergoeding, met producties, van Aumavico;
- conclusie van antwoord in het incident van Eurojets.

Ten slotte is arrest in het incident gevraagd.

Aumavico heeft incidenteel gevorderd dat het hof Eurojets zal bevelen om binnen twee weken na dit arrest in het incident zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan Eurojets kan worden veroordeeld voor een bedrag van in totaal € 35.035, 27, bestaande uit € 29.138,27 aan in eerste aanleg toegewezen proceskosten en schadevergoeding, € 2.255,- aan griffierecht in hoger beroep en € 3.642,- aan advocaatkosten in hoger beroep, door betaling van dit bedrag op de derdengeldrekening van de advocaat van Aumavico, uitvoerbaar bij voorraad.

Eurojets heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van Aumavico in de kosten van het incident, met rente.





2Beoordeling


in het incident



2.1.
Aumavico vordert zekerheidstelling voor de proceskosten en schadevergoeding tot betaling waarvan Eurojets kan worden veroordeeld op grond van – naar analogie – artikel 224 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Volgens haar is redelijkerwijs aannemelijk dat verhaal voor een veroordeling tot betaling van proceskosten en schadevergoeding in Nederland niet mogelijk zal zijn.



2.2.
Naar het oordeel van het hof komt de incidentele vordering van Aumavico niet voor toewijzing in aanmerking. Daarvoor is het volgende redengevend.



2.3.
Op grond van artikel 224 lid 1 Rv dient degene die, zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland, bij een Nederlandse rechter een vordering instelt, op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan hij in die procedure veroordeeld zou kunnen worden, tenzij een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is. Deze bepaling is op grond van artikel 353 lid 1 Rv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat – zo volgt uit het tweede lid van dat artikel – in hoger beroep van de oorspronkelijke gedaagde geen zekerheid kan worden gevorderd.



2.4.
Met haar beroep ‘naar analogie’ op artikel 224 lid 1 Rv neemt Aumavico terecht tot uitgangspunt dat Eurojets niet op grond van deze bepaling tot zekerheidstelling kan worden verplicht. Als in Amsterdam gevestigde vennootschap, heeft Eurojets immers woonplaats in Nederland. Bovendien was Eurojets in eerste aanleg gedaagde in conventie, zodat ingevolge het bepaalde in artikel 353 lid 2 Rv in hoger beroep van haar, ook als zij wel een in het buitenland gevestigde vennootschap was geweest, geen zekerheid had kunnen worden gevorderd voor zover het hoger beroep betrekking heeft op de oorspronkelijke conventie. Een rechtsgrond voor de incidentele vordering is er dus niet. In elk geval kunnen de door Aumavico aangedragen argumenten dat Eurojets het bestreden vonnis nog niet is nagekomen, het verhaal van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde bestreden vonnis frustreert en ook geen vervangende zekerheid heeft gesteld, dat het hof Eurojets ambtshalve zou kunnen veroordelen in de volledige proceskosten omdat zij misbruik maakt van haar bevoegdheid om in hoger beroep te gaan door de wijze waarop zij procedeert en dat de advocaat van Eurojets aan de advocaat van Aumavico heeft meegedeeld dat Eurojets een lege vennootschap is die geen verhaal biedt, wat daarvan verder ook zij, niet tot de conclusie leiden dat de incidentele vordering toewijsbaar is.



2.5.
Dit betekent dat de incidentele vordering tot zekerheidstelling zal worden afgewezen.



2.6.
Een oordeel over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.


in de hoofdzaak




2.7.
De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor beraad partijen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.






3Beslissing

Het hof:


in het incident:

wijst de vordering af;

houdt de beslissing over de proceskosten van dit incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;


in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 14 april 2026 voor beraad partijen;

houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit arrest is gewezen door mrs. L. Alwin, I.A. van der Burg en A.L. Bervoets en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
Link naar deze uitspraak