Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:GHARL:2026:811 
 
Datum uitspraak:12-02-2026
Datum gepubliceerd:20-03-2026
Instantie:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zaaknummers:200.356.360
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Artikel 1:205 lid 1 en lid 4 vernietiging erkenning. Respect familie-en gezinsleven eist in dit specifieke geval dat belang biologische werkelijkheid prevaleert boven belang strikte hantering termijn genoemd in artikel 1:205 lid 4. Gerechtelijke vaststelling vaderschap. Geslachtsnaamwijziging. In vervolg op publicatie rechtbank ECLI:NL:RBOVE:2025:23
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.356.360
(zaaknummer rechtbank Overijssel 324065)


beschikking van 12 februari 2026


inzake



[verzoekster]
,
wonende in [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. N.P. van Mook.

Het hof merkt als informant ten aanzien van het verzoek tot vernietiging van de erkenning en als belanghebbende ten aanzien van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam aan:



[naam3]
,
wonende in [woonplaats2] ,
verder te noemen: [naam3] .

Als informant is voorts aangemerkt:



[informant]
,
verder te noemen: de moeder,
niet verschenen.




1
1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 10 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking.




2Het geding in hoger beroep


2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 1 juli 2025;
- een brief van de moeder van 15 september 2025 inhoudende een afmelding voor de mondelinge behandeling.



2.2
De mondelinge behandeling heeft op 11 december 2025 plaatsgevonden.
Daarbij waren aanwezig:
-de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam3] .





3De feiten


3.1
De vrouw is [in] 1968 geboren als dochter van [informant] (de moeder voornoemd). [in] 1968 is de moeder gehuwd met [naam1] (hierna: [naam1] ). Ter gelegenheid van het huwelijk heeft [naam1] verzoekster erkend. De vrouw heeft daarbij ook de geslachtsnaam [naam1] gekregen.



3.2
Toen verzoekster veertien jaar oud was heeft [naam1] haar verteld dat hij niet haar biologische vader was.



3.3

[naam1] is [in] 1988 overleden.



3.4
De vrouw heeft op 13 november 2024 de rechtbank verzocht om de erkenning door [naam1] te vernietigen, het vaderschap van de biologische vader van de vrouw, [naam3] , gerechtelijk vast te stellen, haar geslachtsnaam te wijzigen in [naam3] en bij toewijzing van de verzoeken de ambtenaar van de burgerlijke stand op te dragen op de geboorteakte de wijzigingen van vaderschap en geslachtsnaam te vermelden.



3.5
Volgens een DNA onderzoek van 27 januari 2025 is [naam3] , geboren [in] 1948 in [gemeentenaam] , met een kans van 99,9999% de biologische vader van de vrouw.





4De omvang van het geschil


4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vernietiging van de erkenning. De rechtbank is daarom niet toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de verzoeken.



4.2
De vrouw is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De vrouw verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen, en, opnieuw beschikkende, over te gaan tot vernietiging van de erkenning door [naam1] alsmede tot de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van

[naam3] als vader van de vrouw en indien voorgaande verzoeken worden toegewezen haar geslachtsnaam te wijzigen van [naam1] naar [naam3] en voorts in dat geval de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] te gelasten om, nadat drie maanden zijn verstreken na de ten deze te geven beschikking, haar geboorteakte te wijzigen en daarop de ontkenning van het vaderschap van [naam1] te vermelden, de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [naam3] te vermelden en de geslachtsnaam te wijzigen in [naam3] .





5De motivering van de beslissing


5.1
Tot 1 april 1998 was in artikel 1:225 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geregeld wanneer een tijdens de minderjarigheid erkend en gewettigd kind tot vernietiging van de erkenning kon komen. Vernietiging kon worden gevorderd door het kind, niet eerder dan twee jaren nadat het kind meerderjarig was geworden en niet later dan drie jaren nadat het kind meerderjarig was geworden. Als het kind pas na dat tijdvak kennis had gekregen van de erkenning door een man die niet de verwekker was, diende vernietiging te worden gevorderd binnen een jaar na het moment van kennis krijgen van dat gegeven.



5.2
Per 1 april 1998 is het afstammingsrecht herzien. Ingevolge artikel 1:205 lid 1 aanhef en onder a BW kan een erkenning worden vernietigd op de grond dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind. In artikel 1:205 lid 4 BW staat dat een verzoek tot vernietiging van de erkenning door het kind wordt ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de erkenner vermoedelijk niet zijn biologische vader is.
Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.



5.3
Niet in geschil is dat de vrouw reeds tijdens haar minderjarigheid op de hoogte was van het feit dat [naam1] haar biologische vader niet is. Op grond van de aanpassing van de leeftijdsgrens voor meerderjarigheid was verzoekster vanaf 1 januari 1988 meerderjarig. Op deze datum is de vervaltermijn van drie jaren, zoals die volgt uit het destijds geldende artikel 1:225 lid 4 BW aangevangen. Deze termijn eindigde op 31 december 1990. Sindsdien zijn, tot aan indiening van het onderhavige verzoek [in] 2024, bijna vierendertig jaren verstreken. In 2023 heeft de vrouw haar biologische vader ontmoet. Een bloedonderzoek in 2025 heeft uitgewezen dat [naam3] de biologische vader van de vrouw is. In 2024, dus op het moment dat verzoekster de leeftijd van 56 jaar had en bovendien 38 jaar nadat zij de meerderjarigheid heeft bereikt, heeft zij haar verzoek tot vernietiging van de erkenning ingediend bij de rechtbank. De wettelijk gestelde termijn is dan ook ruimschoots overschreden. De vraag die aan het hof voorligt, is of in deze zaak de toepassing van de in artikel 1:205 lid 4 BW gestelde termijn een ontoelaatbare inmenging oplevert in het door artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) beschermde familie- en gezinsleven (family life).



5.4
De vrouw heeft gesteld dat de wettelijke termijn in deze zaak geen doel dient,
terwijl zij in haar rechten wordt geschaad. Er worden geen belangen van derden geschaad en zij heeft zwaarwegend belang bij vernietiging van de erkenning. Vasthouden aan de vervaltermijn is in strijd met artikel 8 EVRM en is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, aldus de vrouw.



5.5
Voor het hof staat voorop dat het stellen van termijnen noodzakelijk is om de rechtszekerheid te waarborgen en om de belangen te beschermen. De gestelde termijn voor het indienen van een verzoek tot vernietiging van de erkenning biedt de vrouw in dit geval juist niet die bescherming, omdat zij er belang bij heeft dat de erkenning door [naam1] wordt vernietigd. Hoewel in beginsel het stellen van termijnen geen ongerechtvaardigde inmenging is in het familie- en gezinsleven van betrokkenen in de zin van artikel 8 EVRM, is het hof van oordeel dat het vasthouden aan de hiervoor genoemde termijn in de gegeven omstandigheden van dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ongerechtvaardigde inmenging in het familie- en gezinsleven van de vrouw oplevert en in zoverre strijdig is met artikel 8 EVRM. Het respect voor het familie- en gezinsleven eist in dit specifieke geval dat het belang van de biologische werkelijkheid prevaleert boven het belang van de strikte hantering van de in artikel 1:205 lid 4 BW gestelde termijn en de daarmee voorgestane rechtszekerheid.
De vrouw heeft ter mondelinge behandeling verklaard dat zij een fundamenteel belang hecht aan haar eigen identiteit, die volgens haar gevormd wordt door haar biologische afkomst. De huidige situatie zorgt voor psychisch lijden: stress, somberheid, chronische prikkelbaarheid, gevoel van onvrede en het gevoel niet zichzelf kunnen of mogen zijn, hetgeen ook blijkt uit de verklaring van de psychotherapeut van de vrouw. Haar achternaam vormt op dit moment een blokkade voor een gevoel van een passende identiteit, hetgeen de basis is voor een goed functioneren. Verder heeft de vrouw verklaard dat er daarnaast omstandigheden in haar jeugd zijn geweest waardoor zij zich onveilig heeft gevoeld en zich ongewenst heeft gevoeld binnen het gezin van de moeder. Zij is er in de periode van 1995 tot 2023 ook vanuit gegaan dat de heer [naam2] haar biologische vader was omdat dit door de moeder is verklaard. Pas toen uit onderzoek in 2023 duidelijk werd dat ook hij niet haar biologische vader was, is de vrouw verder gaan zoeken. Daarmee is veel (kostbare) tijd verloren gegaan.
Uit hetgeen ter mondelinge behandeling is besproken komt naar voren dat de vrouw sinds het moment dat zij haar biologische vader heeft leren kennen regelmatig contact heeft met [naam3] en zijn vrouw en kinderen en dat er sprake is van een familieband. Zo worden er feestdagen en verjaardagen samen gevierd en wordt er gezamenlijk vakantie gehouden. [naam3] staat volledig achter de verzoeken van de vrouw.



5.6
Er is niet gebleken dat er andere belanghebbenden zijn waar rekening mee gehouden moet worden of waarvan de belangen hierdoor geschaad zouden kunnen worden. Omdat het hof de vrouw, anders dan de rechtbank, ontvankelijk acht in haar verzoek, zal het hof de beslissing van de rechtbank in zoverre vernietigen. Daarnaast zal het hof, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het verzoek van de vrouw tot vernietiging van de erkenning toewijzen.

Rechterlijke uitspraken die een vernietiging van een erkenning inhouden worden door de ambtenaar van de burgerlijke stand als latere vermelding toegevoegd aan de geboorteakte van de betrokken persoon (artikel 1:20 lid 1 aanhef onder a BW en artikel 1: 20a lid 1 BW). De griffier van het hof dient niet eerder dan drie maanden na de dag van de beschikking een afschrift van de beschikking toe te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand zodat de uitspraak als latere vermelding kan worden verwerkt (artikel 1:20e lid 1 BW). Het hof zal de griffier vragen om hiervoor zorg te dragen.

Nadat de onderhavige beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning geacht nimmer gevolg te hebben gehad. (artikel 1:206 BW) Dit betekent dat [naam1] (door deze terugwerkende kracht) nooit de juridische vader van de vrouw is geweest en dat het vaderschap van [naam3] gerechtelijk kan worden vastgesteld op grond dat [naam3] de verwekker is van de vrouw zoals blijkt uit het DNA-onderzoek. De geslachtsnaam van de vrouw kan vervolgens gewijzigd worden in [naam3] .





6De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking, vernietigen en beslissen als volgt.




7De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 10 april 2025 en opnieuw beschikkende:

vernietigt de erkenning gedaan [in] 1968 van [verzoekster] , geboren [in] 1968, door [naam1] ;

stelt - onder de voorwaarde dat voornoemde beslissing inzake de vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan - vast dat [naam3] , geboren [in] 1948 te [gemeentenaam] de vader is van [verzoekster] , geboren [in] 1968 te [gemeentenaam] ;

stelt vast dat voornoemde [verzoekster] heeft verklaard dat zij de geslachtsnaam " [naam3] ", zijnde de geslachtsnaam van de vader, zal hebben;

verzoekt de griffier van het hof niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift van deze beschikking te zenden naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] om als latere vermelding te worden toegevoegd aan de onder hem berustende geboorteakte van [verzoekster] , geboren [in]
1968;

verzoekt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeentenaam] om alsdan de geslachtsnaam van de vrouw te wijzigen in: [naam3] .


Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, K.A.M. van Os-ten Have en A.T. Bol, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en is op 12 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Link naar deze uitspraak