|
|
|
| ECLI:NL:OGEAA:2026:159 | | | | | Datum uitspraak | : | 10-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 24-06-2026 | | Instantie | : | Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba | | Zaaknummers | : | AUA202402056 AR | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Verkoopopbrengst moet gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld, notariële leveringsakte, juridische levering, vervangende werking conform artikel 3:300 BW Aruba, sinds 1 september 2021 geldende artikel 1:87 BW, vergoedingsrecht, ongerechtvaardigde verrijking, HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:322, artikel 6:212 BW, artikel 3:310 lid 1 BW, natuurlijke verbintenis tot betaling, gebruiksvergoeding. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | perceel | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | Vonnis van 10 juni 2026
Behorend bij A.R. no. AUA202402056
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser in conventie, gedaagde in reconventie],
wonende te Aruba,
eiser in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, gedaagde in reconventie],
gemachtigde: de advocaat mr. S. Paesch,
tegen:
[Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],
wonende te Aruba,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],
gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith.
1DE PROCEDURE
1.1
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van 14 januari 2026 en de daarin genoemde stukken.
1.2
Bij voormeld tussenvonnis is een comparitie van partijen bepaald die heeft plaatsgevonden op 27 maart 2026. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. Voorafgaand aan de zitting zijn door partijen nog nadere producties in het geding gebracht.
1.3
Nadat partijen op 22 april 2026 hadden bericht dat naar aanleiding van de comparitie geen minnelijke regeling is bereikt, is vonnis bepaald op vandaag.
2DE VERDERE BEOORDELING
2.1
Het Gerecht volhardt in hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen en beslist, met uitzondering van hetgeen (in overweging 4.17 van dat vonnis) ten aanzien van de hoogte van de gebruiksvergoeding is geoordeeld.
Bewijs van onvermogen
2.2
Zoals in het tussenvonnis is overwogen, heeft [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] zich op het standpunt gesteld dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bewust verkeerde informatie over haar vermogenspositie heeft verstrekt, zodat ten onrechte aan haar een bewijs van onvermogen is verstrekt. Nu echter is weersproken dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op het moment van de aanvraag al partneralimentatie ontving en ook overigens onvoldoende is gebleken dat zij niet volledig inzicht in haar vermogenspositie heeft verstrekt, kan niet worden gezegd dat zij bij de aanvraag van het bewijs van onvermogen bewust verkeerde informatie heeft gegeven. Het verweer wordt daarom gepasseerd en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wordt toegestaan kosteloos te procederen.
Het perceel met de woning
2.3
Partijen zijn, zoals in het tussenvonnis al gezegd, ieder voor de onverdeelde helft rechthebbende op het perceel grond gelegen te [adres], kadastraal bekend als Land Aruba, Tweede Afdeling, Sectie C, nummer [sectienummer], en de daarop gebouwde woning met het adres [adres] (hierna gezamenlijk: de woning). De woning is niet met een hypothecaire geldlening belast. De woning is recentelijk in opdracht van beide partijen getaxeerd voor Afl. 894.613,75.
2.4
Zoals in het tussenvonnis is overwogen, dienen de kosten van de taxateur door partijen gezamenlijk, ieder voor de helft, te worden gedragen. Het Gerecht gaat ervan uit dat dit is gebeurd en dat daarom over deze kosten niet (nader) hoeft te worden beslist.
2.5 [
Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft met betrekking tot de woning gesteld dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] tegen haar heeft gezegd dat hij bij het einde van de relatie zijn aandeel in de woning aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zou schenken, zodat zij dan de woning zou verkrijgen. Deze stelling is echter door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] weersproken en door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet, althans onvoldoende met concrete, voor bewijs vatbare feiten en/of omstandigheden onderbouwd. Deze stelling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wordt daarom gepasseerd.
2.6
Zowel [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wil dat de woning aan hem/haar wordt toegedeeld. Op grond van hetgeen [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] tijdens de comparitie heeft aangevoerd en gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, is voldoende aannemelijk geworden dat hij de toedeling van de woning aan hem zal kunnen financieren. Dit geldt echter niet voor [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]. [Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft niets aangevoerd waaruit dat blijkt. Zij heeft weliswaar gesteld dat vrienden en familie gelden aan haar willen lenen, maar van concrete afspraken of toezeggingen is niet gebleken. Dat zij daadwerkelijk over de voor toedeling benodigde gelden zal kunnen beschikken is (zeker in het licht van de overigens, hierna te bespreken, door haar aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen bedragen) niet aannemelijk gemaakt. De woning zal daarom aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] worden toegedeeld. Dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet over een andere woning beschikt, leidt niet tot een ander oordeel.
2.7
Het Gerecht zal de woning aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] toedelen tegen de recente taxatiewaarde van Afl. 894.613,75. Dit betekent dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is gehouden om wegens overbedeling een bedrag van Afl. 447.306,87 aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te vergoeden. Op dit door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te betalen bedrag strekken in mindering de hierna in 2.24 en 2.28 genoemde bedragen. Daarnaast wordt de woning aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] toegedeeld op de voorwaarde dat de woning vóór 1 november 2026 op zijn naam zal zijn gesteld. [Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dient haar medewerking daaraan te verlenen. Voldoet [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] (door zijn toedoen) niet aan die voorwaarde, dan zal de woning alsnog aan een derde moeten worden verkocht. In dat geval zal de verkoopopbrengst gelijkelijk tussen partijen moeten worden verdeeld en dient [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de hierna in 2.24 en 2.28 genoemde bedragen aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen.
2.8
De kosten van de voor de effectuering van de toedeling benodigde notariële leveringsakte komen voor rekening van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie].
2.9
De toedeling van de woning aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] brengt mee dat de juridische levering van het perceel uitsluitend nog aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] zal moeten en kunnen plaatsvinden. De in deze procedure gevorderde machtiging aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] om die levering op basis van dit vonnis zelfstandig dan wel door tussenkomst van een notaris te bewerkstelligen, zo nodig met vervangende werking conform artikel 3:300 BW Aruba, is niet toewijsbaar omdat degene die is gehouden het perceel te leveren geen partij is bij dit geding.
2.10
Indien de woning aan een derde moet worden verkocht, zullen partijen – zoals tijdens de comparitie van partijen besproken – gezamenlijk opdracht geven aan een aan Century21 te Aruba verbonden makelaar, teneinde de woning te verkopen. De verkoop- en laatprijs wordt door deze makelaar in overleg met partijen bepaald.
Inboedel
2.11
Voor wat betreft de eenvoudige gemeenschap van inboedel geldt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet, althans voldoende weersproken heeft gesteld dat de destijds gekochte inboedel oud en versleten is en dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ook zelf een deel van de inboedel heeft ingebracht. Het Gerecht begrijpt daaruit dat de inboedel - voor zover gemeenschappelijk – van te verwaarlozen waarde is. Omdat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] steeds in de woning is verbleven en de inboedel heeft gebruikt, zal de inboedel tegen een waarde van nihil aan haar worden toegedeeld.
Vergoedingsrechten voor geïnvesteerde gelden
2.12
Aangenomen wordt, zoals in het tussenvonnis is overwogen, dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] de aanschaf van het perceel, de bouw van de woning en de aanschaf van de inboedel heeft betaald en dat hij daarom, nu de door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] gestelde bedragen niet, althans onvoldoende zijn weersproken, in totaal Afl. 358.686,42 heeft geïnvesteerd.
2.13
Vast staat dat partijen een affectieve relatie hebben gehad die op 13 januari 2022 is geëindigd. Tevens staat vast dat partijen (ook) in Aruba hebben samengeleefd als waren zij gehuwd.
2.14
Het sinds 1 september 2021 geldende artikel 1:87 BW bepaalt dat indien een echtgenoot ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een goed verkrijgt of indien ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een schuld ter zake van een tot zijn eigen vermogen behorend goed wordt voldaan of afgelost, voor de eerstgenoemde echtgenoot een plicht tot vergoeding ontstaat. Krachtens het bepaalde in artikel 1:87a BW is artikel 1:87 BW van overeenkomstige toepassing als twee personen hebben samengeleefd als ware zij gehuwd. Op grond van de overgangsbepalingen zoals neergelegd in de Aanpassingsverordening aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 2021 no. 43) zijn deze bepalingen echter slechts van toepassing op vergoedingsvorderingen die ontstaan op grond van verkrijgingen, voldoeningen of aflossingen die plaatsvinden na het tijdstip van inwerkingtreding van de Landsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 1989 no. GT 100) in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven. Dit tijdstip van inwerkingtreding is 1 september 2021 (AB 2021 no. 90).
2.15
Omdat, zoals volgt uit hetgeen door partijen is aangevoerd, de investeringen van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] hebben plaatsgevonden (ruim) vóór 1 september 2021, is het bepaalde in artikel 1:87a BW niet van toepassing, maar geldt het oude recht. Of [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] een vergoedingsrecht heeft dient derhalve aan de hand van het algemene verbintenissenrecht te worden beoordeeld. Gesteld noch gebleken is echter dat partijen (stilzwijgend) afspraken hebben gemaakt over (terug)betaling door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van de door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] geïnvesteerde gelden. Voor het oordeel dat een vergoedingsrecht in verband met de bijzondere omstandigheden van het geval voortvloeit uit de in artikel 6:2 lid 1 BW bedoelde eisen van redelijkheid en billijkheid, is verder onvoldoende gesteld. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie] heeft daarom geen vergoedingsrecht.
Ongerechtvaardigde verrijking
2.16 [
Eiser in conventie, gedaagde in reconventie] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ongerechtvaardigd is verrijkt, doordat zij zonder enige tegenprestatie mede economisch eigenaar is geworden van de woning, terwijl [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] alles met betrekking tot de aankoop, bouw en inboedel heeft betaald.
2.17
Volgens artikel 6:212 lid 1 BW is hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. Bij de vraag of sprake is van een verrijking komt het aan op een vergelijking tussen de feitelijke vermogenstoestand van de aangesprokene na het plaatsvinden van de gebeurtenis(sen) waarop de vordering is gebaseerd en diens hypothetische vermogenstoestand zoals deze zou zijn geweest als die gebeurtenis(sen) niet zou(den) hebben plaatsgevonden (vgl. HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:322). Daarbij moet de rechter acht slaan op alle omstandigheden van het geval.
2.18 [
Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is door de investeringen van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] ten koste van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] verrijkt. [Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is immers mede-eigenaar geworden van de woning, zonder dat zij daarvoor met eigen gelden heeft betaald. Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd begrijpt het Gerecht dat partijen niet over de gevolgen van de investeringen door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] in het aan partijen gezamenlijk te leveren perceel en de te bouwen woning hebben gesproken en ook is niets, althans onvoldoende gebleken over de bedoelingen van partijen op dat moment. Ook indien en voor zover juist is dat sprake was van financiële verwevenheid tussen partijen en een tussen partijen gegroeide taakverdeling waarbij [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] alle kosten betaalde en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] was belast met de huishouding zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt, geldt dat dit onvoldoende is om aan te nemen dat het de bedoeling was van partijen om [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te bevoordelen. Van een rechtvaardigingsgrond voor de verrijking is daarom geen sprake. Ook is het in het licht van alle omstandigheden van het geval redelijk dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de schade vergoed. Daarmee is voldaan aan alle vereisten van artikel 6:212 BW. [Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is in beginsel dan ook gehouden de door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] geleden schade te vergoeden.
2.19 [
Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft zich echter op verjaring beroepen. Een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon is bekend geworden en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt (art. 3:310 lid 1 BW).
2.20
Vast staat dat het perceel op 8 oktober 2014 aan partijen is geleverd en dat toen de koopsom is betaald. De bouw van de woning en de aanschaf van de inboedel heeft nadien plaatsgevonden en was, zo heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] onweersproken gesteld, in juli 2017 voltooid. Op het moment van betaling door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] was hij bekend met zowel de schade als met de omstandigheid dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dit voordeel genoot. De vordering van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is dan ook deels op 8 oktober 2019 en verder in juli 2022 verjaard. Van een stuiting van de verjaringstermijnen is niet gebleken. Ook indien vanwege de tussen [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] naar Canadees recht bestaand hebbende “Common Law Civil Union” wordt aangenomen dat de verlengingsgrond van artikel 3:321 lid 1 sub a BW analoog kan worden toegepast, kan dit [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] niet baten. In dat geval is de verjaringstermijn doorgelopen tot 6 maanden na het einde van de relatie van partijen, derhalve tot 13 juli 2022. Dat de verjaring voor die tijd is gestuit, is evenmin gebleken. Dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie], zoals [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] heeft gesteld, heeft getracht de woning buiten hem om op haar naam te laten zetten, kan niet als een (door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] te verrichten) stuitingshandeling worden aangemerkt.
2.21
Nu de vordering van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is verjaard, is de vordering van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] op [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot betaling van haar aandeel in de door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] gedane investeringen niet afdwingbaar. Wel resteert een natuurlijke verbintenis tot betaling daarvan. Maar omdat de door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen overbedelingsvergoeding eerst door dit vonnis ontstaat, is voor verrekening geen plaats.
2.22
Voor wat betreft de door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ongerechtvaardigd is verrijkt geldt dat niet is gesteld welk belang [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] (mede in het licht van het voorgaande) bij deze vordering heeft. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen bij gebrek aan belang.
Gebruiksvergoeding
2.23
In het tussenvonnis is al overwogen dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] aanspraak op een gebruiksvergoeding heeft en dat deze vergoeding vanaf 13 januari 2022 is verschuldigd. Voor wat betreft de hoogte van de gebruiksvergoeding is geoordeeld dat door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op basis van een waarde van de woning van Afl. 956.000,- een vergoeding van Afl. 1.195,- per maand is verschuldigd. Nu echter de waarde van de woning blijkens het overgelegde taxatierapport lager blijkt te zijn, ziet het Gerecht - zoals tijdens de comparitie van partijen met partijen besproken - aanleiding terug te komen op de berekening van de hoogte van de gebruiksvergoeding en de te betalen vergoeding opnieuw te berekenen aan de hand van de recent getaxeerde (lagere) waarde.
2.24
Op basis van een vrije marktwaarde van de woning van Afl. 894.613,75 bedraagt de gebruiksvergoeding ((1/2 van Afl. 894.613,75 =) Afl. 447.306,87 x 3% =) Afl. 13.419,20 per jaar en dus Afl. 1.118,25 per maand. [Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dient daarom over de periode van 13 januari 2022 tot en met juni 2026 (zijnde 53,5 maanden) een bedrag van Afl. 59.827,30 aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen en vanaf juli 2026 Afl. 1.118,25 per maand zolang zij in de woning verblijft en de woning nog niet aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is toegedeeld.
De betaling van CAD 200.000,- aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]
2.25
Vast staat dat [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] op 11 oktober 2019 een bedrag van CAD 200.000,- (zijnde – zoals tussen partijen niet in geschil - Afl. 262.000,-) aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft overgemaakt en dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dit geld, zoals in het tussenvonnis is overwogen, in beginsel aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] moet terugbetalen.
2.26 [
Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft gesteld een deel van de gelden te hebben aangewend ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden aan de woning en ter voldoening van utiliteitskosten en belastingen. Zij is in de gelegenheid gesteld een overzicht in het geding brengen van de kosten die zij ten behoeve van de woning heeft betaald (en waarvan de facturen reeds als productie 6 waren overgelegd). [Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft echter ook nu nog onvoldoende concreet gesteld welke werkzaamheden precies zijn verricht en welk bedrag in totaal voor deze werkzaamheden zijn betaald. Het Gerecht gaat daarom in zoverre aan haar stelling voorbij.
2.27
Uit hetgeen door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is aangevoerd, blijkt dat zij in de periode nadat zij de gelden had ontvangen (dus vanaf 11 oktober 2019) tot aan het einde van de relatie van partijen (zijnde 13 januari 2022) Afl. 2.028,62 aan WEB (het waterbedrijf) heeft betaald en Afl. 8.198,44 aan ELMAR (elektra). Gelet hierop en nu tussen partijen – zoals in het tussenvonnis is overwogen – naar Canadees recht een “Common Law Civil Union” heeft bestaan waaruit onder omstandigheden een verzorgingsplicht voortvloeit en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] onvoldoende weersproken heeft gesteld dat zij niet over voldoende inkomsten beschikte om haar lasten te voldoen, zal het Gerecht bepalen dat deze bedragen (van in totaal Afl. 10.227,06) op het door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] terug te betalen bedrag in mindering strekken. Ditzelfde geldt voor de helft van de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met deze gelden betaalde eigenaarslasten (erfpachtcanon en grondbelasting) van in totaal Afl. 9.423,48 (zijnde Afl. 4.711,74), nu deze kosten mede voor rekening van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] komen.
2.28
Het voorgaande brengt mee dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ter zake van het aan haar betaalde bedrag van CAD 200.000,- een bedrag van (Afl. 262.000,- minus Afl. 10.227,06 en minus Afl. 4.711,74 =) Afl. 247.061,20 moet terugbetalen. De over dit bedrag gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 15 juli 2024 (zijnde de datum van betekening van het inleidend verzoek, omdat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] eerder in verzuim is geraakt) en tot heden, nu het te betalen bedrag thans wordt verrekend met de te betalen overbedelingsvergoeding.
2.29
Ook hier geldt dat voor wat betreft de door [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] in dit verband gevorderde verklaring voor recht niet is gesteld welk belang [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] bij deze vordering heeft. Dit deel van de vordering wordt daarom eveneens afgewezen.
Slotsom
2.30
De slotsom van al het voorgaande is dat het perceel met de woning aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] zal worden toegedeeld onder de verplichting om wegens overbedeling een bedrag van Afl. 140.418,37 (zijnde Afl. 447.306,87 minus Afl. 247.061,20 (zoals hiervoor in 2.28 is overwogen) en minus Afl. 59.827,30 (zoals in 2.23 is overwogen)), verminderd met het bedrag aan wettelijke rente over het bedrag van Afl. 247.061,20 vanaf 15 juli 2024 tot en met heden. [Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zal verder worden veroordeeld om Afl. 1.118,25 per maand aan gebruiksvergoeding aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen, vanaf 1 juli 2026 en zolang zij in de woning verblijft en de woning nog niet aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is toegedeeld.
2.31
Indien de woning alsnog aan een derde moet worden verkocht, is [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gehouden de in 2.23 en 2.28 genoemde bedragen aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] te betalen, waarbij de wettelijke rente over dat laatste bedrag is verschuldigd tot de volledige betaling.
2.32
De kosten van deze procedure zullen vanwege de relatie van partijen worden gecompenseerd, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
3.1
verleent [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] toestemming kosteloos te procederen;
3.2
bepaalt dat het perceel met de woning aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] zal worden toegedeeld onder de verplichting om wegens overbedeling aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te betalen het bedrag van Afl. 140.418,37, verminderd met het bedrag aan wettelijke rente over Afl. 247.061,20 vanaf 15 juli 2024 tot en met heden, en op de voorwaarde dat de woning vóór 1 november 2026 op naam van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is gesteld;
3.3
bepaalt dat de kosten van de notariële toedeling van de woning aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] voor rekening van [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] komen en dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] haar medewerking aan de notariële akte dient te verlenen;
3.5
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] een gebruiksvergoeding te betalen van Afl. 1.118,25 per maand vanaf 1 juli 2026 en zolang zij in de woning verblijft en de woning nog niet aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is toegedeeld dan wel aan een derde is verkocht;
3.5
bepaalt dat indien de woning niet tijdig aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] is toegedeeld, de woning aan een derde moet worden verkocht met inachtneming van hetgeen hiervoor in 2.7 en 2.10 is overwogen;
3.6
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in het geval de woning aan een derde wordt verkocht, tot betaling aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] van Afl. 247.061,20 (zoals in 2.28 is overwogen), vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 juli 2024 tot het moment van volledige betaling, en tot betaling aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] van Afl. 59.827,30 ter zake van de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan [eiser in conventie, gedaagde in reconventie] tot en met juni 2026 verschuldigde gebruiksvergoeding;
3.7
deelt toe aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de inboedel van de woning, zonder nadere verrekening;
3.8
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.9
compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.10
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|