|
|
|
| ECLI:NL:OGHACMB:2026:125 | | | | | Datum uitspraak | : | 02-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 03-06-2026 | | Instantie | : | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba | | Zaaknummers | : | CUR2025H00283 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Curaçao. Art. 1:158 BW. Nihilbeding partneralimentatie niet nietig. Beroep daarop niet naar maatstaven van R&B onaanvaardbaar. | | Trefwoorden | : | echtscheiding | | | huwelijkse voorwaarden | | | vaststellingsovereenkomst | | | | Uitspraak | Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummer: CUR202300973 – CUR2025H00283
Uitspraak: 2 juni 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
BESCHIKKING
in de zaak van:
[APPELLANTE],
wonend in Curaçao,
in eerste aanleg verzoekster, thans appellante,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigden: mrs. O.E. Kostrzewski en L.F. Delfgauw,
-tegen-
[GEÏNTIMEERDE],
wonend in Curaçao,
in eerste aanleg verweerder, thans geïntimeerde,
hierna te noemen: de man,
gemachtigde: mr. M.R. Hammoud.
1Het verloop van de procedure
1.1
Verwezen wordt naar de op 14 november 2024 en 16 september 2025 uitgesproken beschikkingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). De inhoud van die beschikkingen geldt als hier ingevoegd.
1.2
De vrouw is in hoger beroep gekomen van de (eind)beschikking van 16 september 2025 door indiening op 27 oktober 2025 van een beroepschrift.
1.3
Op 16 april 2026 heeft de man een verweerschrift ingediend.
1.4
Op 21 april 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in het gerechtsgebouw in Curaçao (“Kas di Korte”). De vrouw is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigden. De man was niet persoonlijk aanwezig, maar is verschenen bij zijn gemachtigde. Bij die gelegenheid zijn de standpunten van partijen nader toegelicht, waarbij de gemachtigden van de vrouw zich hebben bediend van pleitnotities, en zijn vragen van het Hof beantwoord.
1.5
Uitspraak is nader bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
2.1.1
Partijen zijn op [huwelijksdatum en -plaats] binnen gemeenschap van goederen gehuwd.
2.1.2
De vrouw heeft op 29 maart 2023 een verzoek tot echtscheiding bij het Gerecht ingediend.
2.1.3
Partijen hebben bij notariële akte van 8 november 2023 huwelijkse voorwaarden opgesteld. Deze zijn op 9 november 2023 ter Griffie van het Gerecht gedeponeerd.
2.1.4
In de huwelijkse voorwaarden zijn partijen overeengekomen dat zij elkaar bij echtscheiding geen partneralimentatie verschuldigd zijn. Dit is op p.3 van de akte opgenomen bij de “Final Statements”, derde volzin, luidend als volgt:
The spouses have agreed with each other that no alimony will be due in case of separation or divorce.
(hierna: het nihilbeding).
3De beslissing van het Gerecht
3.1
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht het verzoek om partneralimentatie van de vrouw afgewezen.
3.2
Hieraan heeft het Gerecht ten grondslag gelegd – samengevat – dat het nihilbeding geldig is en geen sprake is van nietigheid. Het is aangegaan in het zicht van de echtscheiding, te weten nadat de vrouw het echtscheidingsverzoek heeft ingediend, hetgeen zij vervolgens niet heeft ingetrokken. Het Gerecht heeft het betoog dat de man de vrouw zou hebben misleid of bedrogen door de vaststellingsovereenkomst, waarbij partijen hun gemeenschappelijke vermogen feitelijk zouden verdelen en huwelijkse voorwaarden zouden opstellen niet na te komen, niet gevolgd. De vrouw had namelijk juridische bijstand gedurende het opstellen van de huwelijkse voorwaarden. Verder volgt uit de huwelijkse voorwaarden dat het nihilbeding niet afhankelijk is van de nakoming van andere afspraken, zoals een vaststellingsovereenkomst over de wijze van verdeling. Het beroep van de man op het nihilbeding is derhalve niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
4De beoordeling in hoger beroep
4.1
Het Hof verenigt zich met de bestreden beschikking en maakt deze tot de zijne, en voegt hieraan het volgende toe.
4.2
In hoger beroep heeft de vrouw onder overlegging van talrijke producties
– waaronder bedoelde vaststellingsovereenkomst, te weten de op 12 mei 2023 in Hong Kong gesloten “deed of separation” – haar stelling dat er een verband bestaat tussen de gebrekkige nakoming daarvan en het nihilbeding, in die zin dat dit doorgestoken kaart is van de man, (nader) onderbouwd.
4.3
Deze uitgebreide onderbouwing doet er niet aan af dat uit de huwelijkse voorwaarden volgt dat het nihilbeding niet afhankelijk is gesteld van de nakoming van andere afspraken, zoals het Gerecht terecht heeft overwogen. Onder andere afspraken dient, voor alle duidelijkheid, ook de “deed of separation” te worden verstaan. Het is dit ontbreken van onderlinge afhankelijkheid dat de doorslag geeft. Uit de stellingen van de vrouw zelf volgt dat de gestelde “sabotage” van de verdelingsafspraken door de man, een na het aangaan van het nihilbeding opgekomen omstandigheid is. Deze kan geen gevolgen hebben voor de vraag naar de geldigheid van het nihilbeding in onderhavige (echtscheidings)procedure. De vraag in hoeverre de man is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenissen in het kader van de verdeling, zal in een separaat geschil beantwoord moeten worden. Naar het Hof begrijpt uit de mededelingen van partijen ter zitting, zijn hierover al procedures aanhangig in het buitenland en alhier.
4.4
Aldus leidt schending van hetgeen partijen zijn overeengekomen in de “deed of separation”, ook als dit boos opzet van de man zou zijn, niet tot nietigheid van het nihilbeding noch tot de conclusie dat het beroep van de man daarop in deze procedure naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het zijn twee te onderscheiden aangelegenheden.
4.5
Het Hof merkt op dat de vrouw het eenzijdig door haar ingediende echtscheidingsverzoek niet heeft ingetrokken, hoewel zij stelt dat het niet doorzetten van de echtscheiding onderdeel van de afspraken was, en de man verwijt dat hij die ook niet is nagekomen. De culturele, religieuze en sociale bezwaren van de man tegen echtscheiding zouden daarmee zijn weggenomen terwijl de vrouw de door haar gewenste verdeling van het huwelijkse vermogen/“separation” en “informele scheiding van tafel en bed” zou krijgen middels de “deed of separation”. De omstandigheid dat de man in deze procedure op een bepaald moment zijnerzijds verzocht heeft de echtscheiding uit te spreken, doet niet af aan het feit dat de vrouw haar verzoek alsnog had kunnen intrekken. Dat geldt eveneens voor de situatie van de gestelde wanprestatie en boos opzet van de man.
4.6
Het hoger beroep is tevergeefs voorgesteld. De bestreden beschikking zal worden bevestigd.
4.7
Voor een kostenveroordeling ziet het Hof geen aanleiding.
BESLISSING:
Het Hof:
bevestigt de bestreden beschikking.
Aldus gegeven door mrs. E.M. van der Bunt, E.A. Saleh en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao op 2 juni 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|