|
|
|
| ECLI:NL:OGHACMB:2026:236 | | | | | Datum uitspraak | : | 28-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 24-08-2026 | | Instantie | : | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba | | Zaaknummers | : | AUA2024H00196 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Aruba. Geschil over eigendom auto die door partijen elk voor de helft is betaald. | | Trefwoorden | : | schenking | | | | Uitspraak | Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202300943 – AUA2024H00196
Uitspraak: 28 juli 2026 (in Curaçao)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[Appellante],
wonend in [woonplaats],
in eerste aanleg gedaagde,
thans appellante,
gemachtigde: mr. G. de Hoogd,
tegen
[Geïntimeerde],
wonend in [woonplaats],
in eerste aanleg eiser,
thans geïntimeerde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
1De zaak in het kort
Dit geding heeft betrekking op het, na vertrek uit de woning, al dan niet ten onrechte door de ene partij meenemen van goederen die aan de andere partij zouden toebehoren. Ook is aan de orde betaling van schadevergoeding daarvoor. Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: het Gerecht) heeft de vordering tot vergoeding van schade toegewezen.
Het Hof kan nog niet tot een eindoordeel komen. De zaak wordt naar de rol verwezen voor uitlating van partijen over de eigendomssituatie van de auto.
2Het verloop van de procedure
1.1
Bij op 3 juli 2024 ingekomen akte is [appellant] in hoger beroep gekomen van het op 22 mei 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht.
1.2
Bij op 14 augustus 2024 ingekomen memorie van grieven heeft [appellant] vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van het Gerecht zal vernietigen en de vordering van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.
1.3
Bij op 24 september 2024 ingekomen memorie van antwoord heeft het [geïntimeerde] de grieven van [appellant] bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.
1.4
Op 16 september 2025 hebben beide partijen pleitnotities ([geïntimeerde]: met producties) ingediend.
1.5
Op 10 februari 2026 heeft [appellant] een akte uitlating producties ingediend.
1.6
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
3De beoordeling
Kosteloos procederen
3.1
Uit het overgelegde bewijs van onvermogen blijkt genoegzaam van het onvermogen van [appellant], zodat haar toestemming zal worden verleend om kosteloos te procederen.
De feiten
3.2 [
Appellant] heeft van juli 2015 tot september 2022 bij [geïntimeerde] en zijn gezin ingewoond op basis van een vergunning voor huishoudelijk personeel.
3.3
In juni en augustus 2022 heeft [geïntimeerde] diverse bedragen overgemaakt op de rekening van [appellant].
3.4
In maart 2018 heeft [geïntimeerde] voor Afl. 40.000 een Isuzu pick up gekocht (verder: de auto). De auto stond aanvankelijk op naam van de echtgenote van [geïntimeerde]. In mei 2018 is de auto op naam van [appellant] gesteld. [Appellant] heeft Afl. 20.000 betaald aan [geïntimeerde] voor haar aandeel in de auto.
3.5
Toen [appellant] uit de woning van [geïntimeerde] vertrok heeft zij de auto onder zich gehouden.
De vordering van [geïntimeerde] en de beslissing van het Gerecht
3.6 [
geïntimeerde] heeft gevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld aan hem te betalen:
- een bedrag van Afl. 5.100 wegens diverse als voorschot op het salaris en als geldlening verstrekte bedragen;
- een bedrag van Afl. 3.884,58 als schadevergoeding voor de aan [geïntimeerde] in eigendom toebehorende, door [geïntimeerde] uit de woning meegenomen goederen;
- een bedrag van Afl. 20.000 als vergoeding voor de door [appellant] meegenomen auto.
3.7
Het Gerecht heeft de vorderingen toegewezen op de grond dat
- [ Appellant] aanvoert dat de diverse bedragen haar geschonken zijn, maar dat bevrijdende verweer, waarvan de bewijslast op haar rust, onvoldoende heeft onderbouwd;
- [ Geïntimeerde] voldoende heeft onderbouwd dat de door [appellant] meegenomen goederen zijn eigendom zijn en het, eventuele, beroep van [appellant] op schenking ook hier onvoldoende is onderbouwd;
- [ Appellant] haar stelling dat de auto haar is geschonken onvoldoende heeft onderbouwd.
De diverse geldbedragen
3.8
In haar eerste grief komt [appellant] op tegen de beslissing van het Gerecht over de diverse geldbedragen. Zij stelt dat van een voorschot op haar salaris of geldlening geen sprake was, maar dat de bedragen haar zijn geschonken. De bewijslast rust volgens haar op [geïntimeerde].
3.9
Aan zijn vordering heeft [geïntimeerde], op dit onderdeel, ten grondslag gelegd dat de bedragen aan [appellant] zijn betaald ten titel van voorschot op haar salaris en/of geldlening. Ingevolge de hoofdregel van art. 129 Rv rust de bewijslast van deze door [appellant] bewiste grondslag van zijn betalingen, en daarmee van de verplichting van [appellant] tot terugbetaling, op [geïntimeerde]. Als niet komt vast te staan dat, vanwege de rechtsgrond van de betalingen door [geïntimeerde], op [appellant] een verplichting tot terugbetaling rustte, moet de vordering worden afgewezen en wordt aan het schenkingsverweer niet meer toegekomen.
3.10
De in juni en augustus 2022 door [geïntimeerde] aan [appellant] gedane betalingen (zoals weergegeven in rov. 4.4 van het vonnis van het Gerecht) zijn voorzien van de volgende omschrijvingen: ‘wasmachine’, ‘payment permit’, payment diversen’, ‘compras’ en ‘ticket’. Niet zijn opgenomen de woorden ‘voorschot salaris’, ‘geldlening’ of soortgelijke bewoordingen. Dat het desondanks om voorschotten op het salaris of geldleningen ging blijkt uit deze omschrijvingen dus niet. Het lijkt, gelet op deze omschrijvingen, eerder te gaan om vooruitbetaling van zaken die [appellant] voor de huishouding van [geïntimeerde] voor diens rekening moest aanschaffen, dan wel om kosten die zij als werknemer moest maken en die hij als werkgever voor zijn rekening nam. Bovendien ontbreekt een overzicht van de wijze waarop het salaris verrekend is of zou worden met deze bedragen. Door [geïntimeerde] is ook niet gesteld wat partijen hebben afgesproken over de terugbetaling van de volgens hem geleende of als voorschot betaalde bedragen. Zijn stellingen zijn dan ook onvoldoende onderbouwd. Van de juistheid daarvan kan om die reden niet worden uitgegaan. Verder bewijs dan in zijn stellingen en producties waarnaar is verwezen besloten ligt, heeft [geïntimeerde] niet (voldoende specifiek) aangeboden, zodat het Hof aan een bewijsopdracht niet toekomt. Voor veroordeling van [appellant] tot terugbetaling van het gevorderde bedrag van Afl. 5.100 bestaat geen grondslag. Grief 1 slaagt.
De huishoudelijke goederen
3.11
In haar tweede grief komt [appellant] op tegen het oordeel van het Gerecht over de huishoudelijke goederen. Zij stelt dat de door haar meegenomen zaken niet die zijn waarvan [geïntimeerde] facturen in het geding heeft gebracht. Die zaken zijn van hem en zijn ook bij hem gebleven. Wat zij wel heeft meegenomen was van haar.
3.12 [
geïntimeerde] heeft facturen in het geding gebracht waaruit blijkt dat hij op 1 juli 2022 voor Afl. 3.465,88 een huurkoopovereenkomst ter zake van een Macbook Air heeft gesloten en dat hij op 4 september 2022 voor Afl. 418,70 een personenweegschaal en een koffiemachine heeft gekocht. Zijn stelling is dat die zaken, zonder zijn toestemming, door [appellant] zijn meegenomen en behouden.
3.13
Ook hier rusten stelplicht en bewijslast op [geïntimeerde]. Als zijn stelling juist is geldt dat [appellant] gehouden is tot vergoeding van de waarde van de genoemde zaken nu zij erkent dat deze van [geïntimeerde] waren en zijn.
3.14
Het feit dat [geïntimeerde] de goederen waarover het nu gaat heeft aangeschaft toont niet aan dat die goederen door [appellant] zijn meegenomen uit de woning van [geïntimeerde]. Dat laatste is door [geïntimeerde] ook in hoger beroep niet, althans onvoldoende, onderbouwd. Er is in dat opzicht van zijn kant niet meer dan de, in hoger beroep herhaalde, enkele stelling dát zij die goederen heeft meegenomen. Voor nadere onderbouwing bestond echter reeds in eerste aanleg alle aanleiding omdat [appellant], anders dan het Gerecht lijkt aan te nemen, ook toen al betwistte de goederen in kwestie te hebben meegenomen. Verder bewijs dan in zijn stellingen besloten ligt, heeft [geïntimeerde] niet (voldoende specifiek) aangeboden, zodat het Hof ook op dit punt aan een bewijsopdracht niet toekomt. Ook voor betaling van het gevorderde bedrag van Afl. 3.884,58 bestaat dan ook geen grondslag. Grief 2 slaagt.
De auto
3.15
Met haar derde grief komt [appellant] op tegen het oordeel van het Gerecht over de auto. Zij stelt dat de auto, althans het aandeel van [geïntimeerde] in de waarde daarvan, aan haar geschonken is.
3.16 [
geïntimeerde] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de auto zijn eigendom is, maar dat deze zonder zijn toestemming door [appellant] is meegenomen om deze te behouden voor zichzelf. De bewijslast van zijn eigendom van de auto rust op [geïntimeerde].
3.17
In het inleidend verzoekschrift heeft [geïntimeerde] gesteld dat hij de auto in 2018 heeft gekocht (voor Afl. 40.000), dat deze zowel door [Appellant] als door [geïntimeerde] en zijn gezin gebruikt mocht worden en dat is afgesproken dat [appellant] de helft van de koopsom (dus: Afl. 20.000) zou betalen. In de conclusie van repliek is dat aangevuld met de mededeling dat [appellant] haar deel van de koopsom heeft betaald via maandelijkse verrekening met haar salaris. Dit alles heeft [appellant] bevestigd althans niet betwist, waardoor het, zoals hiervoor (onder 3.4) al vermeld, vaststaat.
3.18
Het debat in eerste aanleg en hoger beroep is vrijwel uitsluitend gegaan over de vraag wie eigenaar is van de auto op basis van betaling van de koopsom, belasting, verzekering en vernieuwing bekleding. Aan de betekenis van het feit dat [appellant] de helft van de koopprijs heeft betaald (via verrekening met haar salaris) is niet of nauwelijks aandacht besteed. Dat is opvallend. Dat gegeven kan van belang zijn voor de vraag of de eigendom van de auto uitsluitend bij [geïntimeerde] berust. Verder is het Hof opgevallen dat [appellant] in haar pleitnota heeft gesteld dat de auto op verzoek van de echtgenote van [geïntimeerde] in beslag is genomen en vervolgens door de deurwaarder is verkocht voor ca. Afl. 40.000, zonder vermelding bij wie deze opbrengst terecht is gekomen. [Geïntimeerde] heeft hier niet meer op kunnen reageren. De zaak zal, mede om een verrassingsbeslissing te voorkomen, naar de rol worden verwezen om partijen (eerst [geïntimeerde], daarna [appellant]) de gelegenheid te geven zich over deze aspecten van de zaak bij akte uit te laten.
3.19
Voorlopig oordelend lijkt het erop dat partijen, doordat ieder de helft van de aanschafkosten van de auto heeft betaald, gezamenlijk, elk voor 50%, eigenaar daarvan zijn geworden. In dat geval diende verdeling plaats te vinden bij het vertrek van [appellant] uit de woning van [geïntimeerde]. Die verdeling diende plaats te vinden op basis van de dagwaarde van de auto op vertrekdatum.
Slotsom
3.20
In afwachting van de in rov 3.18 bedoelde uitlating van partijen wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Overigens moet het partijen met dit vonnis in de hand, naar het lijkt, ook wel mogelijk zijn de zaak alsnog met een minnelijke regeling tot een eind te brengen. Dat voorkomt verdere kosten.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verleent [appellant] toelating om kosteloos te procederen;
verwijst de zaak naar de rol van 15 september 2026 in Aruba voor uitlating van partijen (eerst [geïntimeerde], daarna [appellant]) als in rov. 3.18 van dit vonnis bedoeld;
houdt iedere veredere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, W.P.M. ter Berg en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 28 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|