Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:OGHACMB:2026:67 
 
Datum uitspraak:31-03-2026
Datum gepubliceerd:02-04-2026
Instantie:Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Zaaknummers:AUA2024H00437
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Aruba. Project tot ontwikkeling van appartementen. Executieveiling. Joint venture agreement.
Trefwoorden:perceel
san
 
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202202775 – AUA2024H00437 en AUA2024H00441
Uitspraak: 31 maart 2026



GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba


V O N N I S

in de zaak van:

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GREENLAND FINANCIAL GROUP CORP,

met gekozen domicilie in Aruba,
2. [APPELLANT 2],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg gedaagden, thans appellanten,
gemachtigde: mr. G. de Hoogd,

en:


3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

YOSEMITE INVESTMENTS LIMITED,

met gekozen domicilie in Aruba,
4. [APPELLANT 4],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg gedaagden, thans appellanten,
gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn,

tegen:

1. de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MASSARI REALTY, PROPERTY MANAGEMENT & SERVICES VBA,

gevestigd in Aruba,
2. [GEÏNTIMEERDE 2],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg eiseressen, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski.

Partijen worden hierna Greenland en [appellant 2] (gezamenlijk Greenland c.s.), Yosemite en [appellant 4] (gezamenlijk Yosemite c.s.) en Massari en [geïntimeerde 2] (gezamenlijk Massari c.s.) genoemd.




1De zaak in het kort

Kort voordat in 2021 in Aruba een executieveiling gehouden zou worden, hebben partijen een joint venture agreement gesloten, waarna de executieveiling niet is doorgegaan. Daarna zijn er geschillen tussen partijen ontstaan.
Een van de partijen heeft bijna twintig vorderingen ingediend, zeer kort samengevat van de strekking dat zij haar verbintenis uit de joint venture agreement is nagekomen en de wederpartijen niet. Het Gerecht heeft deze vorderingen voor het overgrote deel toegewezen. In dit hoger beroep bevestigt het Hof het vonnis waarvan beroep.





2Het verloop van de procedure


2.1
Bij op 27 december 2024 ingekomen akte van appel zijn Greenland c.s. in hoger beroep gekomen van het tussen (onder meer) partijen gewezen en op 20 november 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, ECLI:NL:OGEAA:2024:253 (hierna: het vonnis).



2.2
Bij eveneens op 27 december 2024 ingekomen akte van appel zijn ook Yosemite c.s. in hoger beroep gekomen van het vonnis.



2.3
Bij op 6 februari 2025 ingekomen memorie van grieven hebben Greenland c.s. veertien grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vorderingen van Massari c.s. alsnog zal afwijzen, met veroordeling van Massari c.s., uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in beide instanties.



2.4
Op 6 februari 2025 hebben ook Yosemite c.s. een memorie van grieven ingediend, met producties. Deze memorie is grotendeels gelijkluidend aan de memorie van grieven van Greenland c.s.



2.5
Bij op 8 oktober 2025 ingekomen memories van antwoord hebben Massari c.s. de grieven bestreden. De memories van antwoord zijn grotendeels gelijkluidend aan elkaar. De conclusies van Massari c.s. strekken ertoe dat het Hof de hoger beroepen zal verwerpen, met veroordeling van de appellanten, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten.



2.6
Op 9 februari 2025 hebben partijen de zaken in Aruba bepleit ten overstaan van het Hof. Vooraf heeft mr. Kostrzewski producties toegezonden. Op de pleitzitting hebben mrs. Gravenstijn en Kostrzewski gebruik gemaakt van pleitnota’s, waarvan zij exemplaren hebben overgelegd. Mr. De Hoogd heeft gepleit zonder pleitnota.



2.7
Vonnis is bepaald op vandaag.





3De beoordeling


Feiten



3.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.


3.1.1 [
[appellant 2] heeft belangen in Greenland. [appellant 4] heeft belangen in Yosemite. [geïntimeerde 2] is betrokken bij Massari en bij Elite Mortgage Ltd. (hierna: Elite). De ultimate beneficial owner van zowel Massari als Elite is [ubo].



3.1.2
In 2008 heeft het Land Aruba een perceel met meetbrief 27/2008 in erfpacht uitgegeven aan Crystal Real Estate N.V. (hierna: Crystal). Op enig moment (mogelijk in 2016) heeft het Land ook een perceel met meetbrief 5/2016 in erfpacht uitgegeven aan Crystal. Beide percelen (hierna: de percelen) zijn gelegen te Seroe Colorado (Roger’s Beach) bij San Nicolas, Aruba. Daar werd een project voorzien tot ontwikkeling van appartementen, getiteld Serena Residence (hierna: het Serena-project).



3.1.3
De akte van uitgifte in erfpacht van perceel 27/2008 bevat een bepaling van de strekking dat toestemming van de minister nodig is voor overdracht van het erfpachtrecht (zie hierna onder 3.15).



3.1.4
In 2021 werden alle aandelen in Crystal gehouden door Coco Beach N.V. (hierna: Coco). Greenland, Yosemite en [appellant 4] hielden de aandelen in Coco in de verhouding 87,2%, 8,0% en 4,8%.



3.1.5
Ennia Caribe Leven (Aruba) N.V. (hierna: Ennia) heeft een lening verstrekt aan Crystal. Als zekerheid heeft Ennia een hypotheekrecht op de percelen verkregen. Crystal is haar betalingsverplichtingen uit de lening van Ennia niet nagekomen. Ennia heeft daarom het voornemen geuit om de erfpachtrechten op de percelen executoriaal in het openbaar te verkopen. De datum van verkoop was voorzien op 30 september 2021.



3.1.6
Massari heeft overwogen de erfpachtrechten te kopen bij de executieveiling. Vóór de datum van de voorgenomen veiling is zij in overleg getreden met Greenland en Yosemite. Dit heeft ertoe geleid dat Massari, Greenland en Yosemite op 27 september 2021 een overeenkomst getiteld joint venture agreement hebben gesloten (hierna: de JVA). Een kort overzicht van de inhoud van de JVA is als volgt.
Art. 1 JVA is getiteld actions by Massari en houdt (onder meer) in dat Massari zich verbindt om via Elite de hypotheeklening van Ennia te herfinancieren (zie hierna onder 3.6).
Art. 2 JVA is getiteld actions by Greenland and Yosemite en houdt onder meer in dat Greenland en Yosemite zich verbinden om 80% van de aandelen in Coco (en Crystal) over te dragen aan Massari.
Art. 3 JVA is getiteld new director en houdt onder meer in dat [geïntimeerde 2] zal worden benoemd tot bestuurder van Coco en Crystal.
Art. 4 JVA is getiteld call/put option en houdt verband met de mogelijkheid voor Greenland en Yosemite om een deel van de aan Massari over te dragen aandelen terug te krijgen of om hun resterende aandelen ook aan Massari over te dragen (zie hierna onder 3.22).

Art. 5 JVA is getiteld new buyer.
Art. 6 JVA is getiteld warranties (zie hierna onder 3.19.1).
Art. 7 JVA is getiteld termination.
Art. 8 JVA is getiteld miscellaneous.



3.1.7
De voorgenomen executoriale verkoop van 30 september 2021 is niet doorgegaan.



3.1.8
Na ondertekening van de JVA hebben derden beslagen op de erfpachtrechten doen leggen. Mede in verband hiermee is discussie ontstaan over de vraag of partijen hebben voldaan aan hun verbintenissen uit de JVA. Op 5 oktober 2021 heeft [appellant 2] namens Coco, Crystal en Greenland en (mogelijk) op eigen naam een schriftelijke verklaring ondertekend, getiteld declaration and acknowledgement (hierna: de DA). Hierin staat onder meer, verkort weergegeven:
- Massari heeft aan haar verplichtingen uit de JVA voldaan (art. 1 en 2);
- [ appellant 2] is bereid om mee te werken aan de totstandkoming van de leenovereenkomst en hypotheken als bedoeld in de JVA (art. 3-5);
- het in de JVA genoemde totaalbedrag aan hypotheken is correct (art. 6);
- nadat de JVA was overeengekomen, zijn er twee beslagen gelegd; er zijn achterstallige belastingschulden; Greenland en Yosemite blijven daarvoor verantwoordelijk en zullen het nodige doen om de beslagen te doen opheffen; de schulden zullen Massari en Elite niet raken (art. 7);
- er zijn voor zover [appellant 2] weet geen andere belastingschulden dan omschreven in de DA (art. 8; zie hierna onder 3.19.2);
- een eventuele schadeclaim van [appellant 2] jegens Ennia zal Massari niet benadelen; [appellant 2] vrijwaart Massari in dat verband (art. 9 en 10);
- de door Greenland en Yosemite gehouden aandelen in Coco en Crystal zullen in escrow worden gegeven totdat de beslagen zijn opgeheven (art. 11).



3.1.9
Partijen hebben onderhandeld over de totstandkoming van een schriftelijke overeenkomst tot aandelenoverdracht, ertoe strekkende (onder meer) dat Greenland en Yosemite ter uitvoering van de JVA 80% van de aandelen in Coco zouden overdragen aan Massari. Op 26 juli 2022 is namens Massari c.s. een versie van een daartoe strekkende tekst (hierna: het contract van 26 juli 2022) aan de gemachtigde van Greenland gemaild met het verzoek deze te laten ondertekenen.
Het contract van 26 juli 2022 bevat ook een bepaling over de schulden van Coco en Crystal (zie hierna onder 3.19.3).



3.1.10
Bij verzoekschrift van 2 augustus 2022 hebben Massari c.s. een kort geding aanhangig gemaakt tegen Greenland c.s., Yosemite c.s., Coco en Crystal met als doel (onder meer) om 80% van de aandelen in Coco overgedragen te krijgen.



3.1.11
Bij verzoekschrift van 25 augustus 2022 hebben Massari c.s. deze bodemzaak aanhangig gemaakt.



3.1.12
Bij kortgedingvonnis van 8 september 2022, AUA202202476 heeft het Gerecht op het verzoekschrift van 2 augustus 2022 beslist. Het Gerecht heeft (onder meer):
- Greenland, Yosemite en [appellant 4] bevolen om het contract van 26 juli 2022 te ondertekenen;
- Coco bevolen om 80% van de aandelen in Crystal aan Massari over te dragen na verkrijging van toestemming van de minister; en
- bepaald dat het vonnis in de plaats treedt van alles wat nodig is om [geïntimeerde 2] te benoemen tot bestuurder van Coco en van Crystal.
Daarna is het contract van 26 juli 2022 ondertekend.



3.1.13
Bij de stukken bevinden zich (al dan niet rechtsgeldige) notulen van algemene vergaderingen van aandeelhouders van Coco en Crystal van 9 september 2022.



3.1.14
Bij akte van 12 oktober 2022 hebben Massari c.s. hun eis in deze bodemzaak gewijzigd.



3.1.15
Bij de stukken bevinden zich (al dan niet rechtsgeldige) notulen van algemene vergaderingen van aandeelhouders van 1 november 2022 van Coco en van 27 januari 2023 van Crystal.



3.1.16
Bij verzoekschrift van 8 februari 2023 hebben onder meer Massari c.s. een kort geding aanhangig gemaakt tegen [appellant 2]. Bij kortgedingvonnis van 22 maart 2023, AUA202300468, ECLI:NL:OGEAA:2023:140 heeft het Gerecht op dit verzoekschrift beslist. Het Gerecht heeft [appellant 2] verboden om zich voor te doen als bestuurder van Coco of Crystal en om handelingen namens Coco of Crystal te verrichten. Het is het Hof ambtshalve bekend dat het Hof bij vonnis van 9 april 2024, AUA2023H00058, ECLI:NL:OGHACMB:2024:45 het vonnis van 22 maart 2023 heeft bevestigd.



3.1.17
Bij conclusie van repliek van 17 mei 2023 hebben Massari c.s. hun eis in deze bodemzaak opnieuw gewijzigd.



3.1.18
Bij verzoekschrift van 20 juni 2023 hebben Coco en Crystal een bodemzaak bij het Gerecht aanhangig gemaakt tegen Greenland c.s. en Yosemite c.s. (zaaknummer AUA202302105). Hierin vorderen zij schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid en (overige) onrechtmatige daad.



3.1.19
Bij akte van 20 september 2023 hebben Greenland c.s. en Yosemite c.s. gevorderd dat het Gerecht deze zaak zal voegen met zaak AUA202302105 en bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging. Bij e-mail van 18 oktober 2023 heeft de griffie partijen bericht dat deze vordering tot voeging (of de spiegelbeeldige vordering tot voeging in de zaak AUA202302105) is afgewezen. Daarna is in beide zaken afzonderlijk verder geprocedeerd. In het nu bestreden vonnis heeft het Gerecht onder 1.2.1 overwogen dat het voorbijgaat aan het bezwaar tegen de eiswijziging en onder 1.2.2 dat het voegingsverzoek wordt afgewezen.



3.1.20
Het is het Hof ambtshalve bekend dat Greenland bij verzoekschrift van 28 februari 2024 een procedure tegen Massari is begonnen (zaak AUA202400607) en dat Yosemite in die zaak is toegelaten als gevoegde partij. Op 5 februari 2025 heeft het Gerecht Greenland en Yosemite bevolen om zekerheid te stellen voor de proceskosten.


3.1.21
Het is het Hof ambtshalve bekend dat het Gerecht in zaak AUA202302105 een zitting heeft gehouden op 27 juni 2025. Daarna is de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te beproeven. Vervolgens is op 10 september 2025 vonnis gevraagd. Op 13 maart 2026 heeft het Gerecht beslist dat een nieuwe mondelinge behandeling zal plaatsvinden.


Beslissingen van het Gerecht





3.2
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht op vordering van Massari c.s. als volgt beslist.

Het Gerecht:



5.1
verklaart voor recht dat Massari met ingang van 26 juli 2022 aandeelhouder is in Coco van de aandelen 101 t/m 449, 61 t/m 92 en 477 t/m 495;



5.2
gebiedt Greenland en Yosemite om hun aandelen, zijnde de aandelen die in het kapitaal in Coco resteren na overdracht van 80% van de aandelen in Coco aan Massari als bedoeld hiervoor onder 5.1, in escrow te plaatsen bij notaris C. Tromp, standplaats Aruba, middels afgifte ter escrow aan die notaris van het originele aandeelhoudersregister van Coco, zulks totdat aan de voorwaarden als genoemd in artikel 11 DA is voldaan;



5.3
verklaart voor recht dat Crystal geen schulden heeft aan Coco, Greenland, Yosemite, [appellant 4] en [appellant 2] en dat Coco geen schulden heeft aan Crystal, Greenland, Yosemite, [appellant 2] en/of [appellant 4];



5.4
verklaart voor recht dat indien Coco en/of Crystal door derden in rechte wordt aangesproken voor andere schulden dan de in de JVA en DA genoemden, welke schulden voortspruiten uit de periode voordat [geïntimeerde 2] bestuurder werd van Coco en Crystal, Yosemite en Greenland en [appellant 2] en [appellant 4] onrechtmatig hebben gehandeld jegens Massari en aansprakelijk zijn voor alle door Massari te lijden schade als gevolg van dat handelen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;



5.5
verklaart voor recht dat het thans nog inroepen van de call option door Greenland en/of Yosemite naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is;



5.6
verklaart voor recht dat artikel 5.1 van de JVA voor [appellant 2] en/of Greenland, en/of Yosemite, en/of [appellant 4] geen recht of bevoegdheid schept om (1) al dan niet namens Coco of Crystal te bemiddelen bij de verkoop van het Serena Project, (2) namens Coco of Crystal op te treden bij de verkoop van het Serena Project of (3) met een (potentiële) koper namens Coco of Crystal te onderhandelen terzake de verkoop van het Serena Project, dan wel (4) om actief op zoek te gaan naar een koper van het Serena Project;



5.7
verklaart voor recht dat de vergadering van aandeelhouders die gehouden is in Coco als weergegeven in de als productie 29 door Massari c.s. overgelegde notulen niet rechtsgeldig is en dat de daarin genomen besluiten nietig zijn;



5.8
verklaart voor recht dat de vergadering van aandeelhouders die gehouden is in Crystal als weergegeven in de als productie 30 door Massari c.s. overgelegde notulen niet rechtsgeldig is en dat de daarin genomen besluiten nietig zijn;



5.9
verklaart voor recht dat [appellant 2] op 1 november 2022 rechtsgeldig is ontslagen als bestuurder van Coco;



5.10
verklaart voor recht dat [appellant 2] op 27 januari 2023 rechtsgeldig is ontslagen als bestuurder van Crystal;



5.11
verklaart voor recht dat [geïntimeerde 2] per 8 september 2022 rechtsgeldig bestuurder is van Coco;



5.12
verklaart voor recht dat [geïntimeerde 2] per 8 september 2022 rechtsgeldig bestuurder is van Crystal;



5.13
verklaart voor recht dat [appellant 2], [appellant 4] Greenland en Yosemite, door de AVA in Coco op 9 september 2022 te (laten) houden, bij te wonen en [appellant 2] decharge te verlenen, onrechtmatig hebben gehandeld jegens Massari c.s. en aansprakelijk zijn voor alle schade die zij als gevolg daarvan hebben geleden en/of zullen lijden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;



5.14
verklaart voor recht dat [appellant 2], door de AVA in Crystal op 9 september 2022 te (laten) houden, bij te wonen en zichzelf decharge te verlenen onrechtmatig heeft gehandeld jegens Massari c.s. en aansprakelijk is voor alle schade die zij als gevolg daarvan hebben geleden en/of zullen lijden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;



5.15
verklaart voor recht dat dat [appellant 2] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Massari c.s. door zich na zijn ontslag als bestuurder van Coco en Crystal te blijven voordoen als bestuurder van Coco en Crystal door zijn uitschrijving uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel als ontslagen bestuurder van Coco en Crystal tegen te houden en aansprakelijk is voor alle schade die zij als gevolg daarvan hebben geleden en/of zullen lijden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;



5.16
verklaart voor recht dat [appellant 2] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Massari en [geïntimeerde 2] door pas daags voor de behandeling van het Kort Geding AUA202300468 aan de banken waar Coco en Crystal bankieren te berichten dat hij geen bestuurder meer is van Coco en Crystal, alsook door pas bij de behandeling ter zitting van Kort Geding AUA202300468 aan Massari/[geïntimeerde 2]/Coco/Crystal de bankpas van Coco/Crystal te verschaffen, en dat [appellant 2] aansprakelijk is voor alle schade die Massari en/of [geïntimeerde 2] en/of Coco en/of Crystal als gevolg daarvan hebben geleden en mogelijk nog zullen lijden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;



5.17
veroordeelt Greenland c.s. hoofdelijk - des dat hetgeen de één heeft betaald de anderen ten belope daarvan bevrijdt - in de kosten van deze procedure aan de zijde van Massari c.s. gevallen, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 8.875,--;



5.18
verklaart dit vonnis waar rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;



5.19
wijst af het meer of anders door Massari c.s. verzochte.


Beoordeling door het Hof




3.3

Grief 1 heeft betrekking op de eiswijzigingen. De grief stuit af op het volgende. Hoger beroep tegen beslissingen over eiswijzigingen staat niet open (art. 109 lid 2 Rv). Gelet op de herkansingsfunctie van het hoger beroep is ook niet meer van belang of het Gerecht de beide eiswijzigingen terecht heeft toegestaan. Overigens waren de beide eiswijzigingen aanpassingen aan feitelijke ontwikkelingen. Gedaagden werden er niet onredelijk door bemoeilijkt in hun verdediging en het geding werd er niet onredelijk door vertraagd. Het Hof zal recht doen op de eis van Massari c.s. zoals die uiteindelijk luidt (voor zover toegewezen door het Gerecht).



3.4

Grief 2 heeft betrekking op de afwijzing van de vordering tot voeging. De grief strandt op het volgende. In hoger beroep is niet meer van belang of het Gerecht er goed aan zou hebben gedaan gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om deze zaak te voegen met zaak AUA202302105. Het Hof kan de zaak er niet voor terugwijzen. Het Hof kan deze zaak ook niet alsnog voegen met zaak AUA202302105, omdat die zaak niet bij het Hof aanhangig is. Ten overvloede: het Hof is het eens met het Gerecht dat voeging ten tijde van de vordering tot voeging vermoedelijk tot onredelijke vertraging zou hebben geleid.



3.5
Bij grief 3 hebben appellanten betoogd dat Massari c.s. niet aan hun verplichtingen uit de JVA hebben voldaan.



3.6
De verplichtingen die hier aan de orde zijn, zijn in de JVA als volgt omschreven:

ARTICLE 1: Actions by Massari



1.1
Massari has arranged with [Elite] to be ready willing and able to refinance the mortgage through a transfer to pay off the Ennia Mortgage and simultaneously take over or place a new mortgage.



1.2
Massari shall work with [Ennia] to arrange an assignment of the Ennia Mortgage at time of payoff and simultaneously the Companies shall execute a new loan agreement guaranteed, 6.5% for 1 year accrued, 9.9% year 2 interest only, 9.9% year 3 with payments based on an amortization of 15 years and a balloon at the end of the 3rd year.



1.3
The first mortgage filed shall be sufficient for the amount of the funds transferred plus the customary 40% to cover arrears, penalties, costs, etc. in the event of a default.



1.4
In addition, a second mortgage for 25% of the amount transferred shall be filed as an addition to the first mortgage as an agreed amount for various fees, and other arrangements relating directly and indirectly to the mortgage and this transaction, up to a total investment of U.S. $2.5 milion, mortgage for 25% over the amount of the loan with the difference to cover. The maximum financing of $2.5m is including ground tax, long lease (fee) etc. Total of the 2 mortgages should total the $2.5m + 25% = $ 3,125,000 to be increased by 40% as indicated above.



1.5
The above mortgages shall be secured by the Property, all assets of the above Companies, and personally guaranteed by Greenland and Yosemite jointly and severally. After satisfaction of the results of the due diligence by Massari, the personal guarantee as to the mortgages will be waived.



3.7
In eerste aanleg hebben Massari c.s. hun standpunt dat zij aan die verplichtingen hebben voldaan, onderbouwd met producties 72 tot en met 79. Die producties hebben zij overgelegd bij akte van 7 mei 2024. Zij houden, verkort weergegeven, het volgende in:

prod. 72 agreement of sale and purchase - assignment, gedateerd op 1 oktober 2021 met als contractspartijen: Elite en Ennia (hierna: de akte van 1 oktober 2021). Deze akte is namens Ennia ondertekend door bestuurder [bestuurder 1 Ennia] (hierna: [bestuurder 1 Ennia]), zowel bij zijn naam als, met de aanduiding “i.o.” bij de naam van medebestuurder [bestuurder 2 Ennia] (hierna: [bestuurder 2 Ennia]);
prod. 73 schriftelijke verklaring van Ennia, gedateerd op 2 mei 2024, ondertekend door [bestuurder 1 Ennia]. Hierin verklaart Ennia dat zij haar vordering en bijbehorende zekerheden in verband met de hypothecaire geldlening aan Coco en Crystal op 1 oktober 2021 heeft verkocht en overgedragen aan Elite, dat Elite daarvoor op 7 oktober 2021 Afl. 4.002.500 heeft betaald en dat deze overdracht is geregistreerd in het Kadaster.
prod. 74 official record ten bewijze van betaling van Afl. 4.002.500 op 6 oktober 2021 aan Ennia vanaf de derdengeldenrekening van de notaris.
prod. 75 official record ten bewijze van betalingen van Afl. 15.000 en Afl. 32.500 op 6 oktober 2021 voor veilingkosten aan een notaris.
prod. 76 verzoek van de notaris van 10 april 2024 aan de hypotheekbewaarder tot aantekening van de cessie als omschreven in de akte van 1 oktober 2021.
prod. 77 e-mail van mr. Kostrzewski van 12 december 2023 aan [appellant 2], waarin zij betoogt dat Massari aan haar verplichtingen uit de JVA heeft voldaan en dat er geen grond is voor ontbinding of vernietiging van de JVA.
prod. 78 loan agreement/credit facility, gedateerd op 20 juni 2022, met als contractspartijen Elite als lender en Crystal en Coco als borrower.
prod. 79 kadastrale uittreksels van 7 mei 2024, waarop staat dat Elite hypotheeknemer is op:
- perceel B 1387/47 op grond van een op 27 juni 2022 verleden en 28 juni 2022 ingeschreven hypotheek,
- perceel B 962/30 op grond van een op 16 oktober 2008 verleden en
17 oktober 2008 ingeschreven hypotheek,
- perceel B 1444/47 op grond van een op 10 april 2024 verleden en
10 april 2024 ingeschreven hypotheek,
- perceel B 1360/1 op grond van een op 20 mei 2021 verleden en
20 mei 2021 ingeschreven hypotheek.



3.8
Bij grief 3 hebben appellanten verwezen naar het verweer van Yosemite c.s. in hun akte uitlating van 5 juni 2024 in eerste aanleg. In deze akte hebben Yosemite c.s. betoogd dat zij de producties 72-79 van Massari c.s. niet eerder hebben gezien dan bij de akte van 7 mei 2024. Volgens hen roepen deze producties meer vragen op dan zij beantwoorden. Verkort weergegeven betogen appellanten, naar het Hof begrijpt, onder meer het volgende:

- Massari c.s. hebben niet bewezen dat [bestuurder 1 Ennia] de overeenkomst van 1 oktober 2021 bevoegdelijk mede namens [bestuurder 2 Ennia] heeft ondertekend;
- mr. De Hoogd heeft de JVA terecht buitengerechtelijk ontbonden; gelet daarop is het bedrag van Afl. 4.002.500 onverschuldigd aan Ennia betaald;
- de hypotheekschuld is van rechtswege vervallen doordat die is afgelost;
- een bankhypotheek kan niet rechtsgeldig met een gecedeerde vordering overgaan op een nieuwe schuldeiser;
- Massari c.s. hebben geen vergunning overgelegd van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten;
- de notaris heeft pas op 10 april 2024 verzocht om registratie van de cessieakte van 1 oktober 2021;
- het is zeer onwaarschijnlijk dat de gestelde transactie op 6 oktober 2021 heeft plaatsgehad; bij terugstorting zou de deadline niet zijn gehaald waardoor de overeenkomst van rechtswege zou zijn ontbonden;
- betwijfeld moet worden of Ennia de betaling op 7 oktober 2021 heeft ontvangen;
- de data van de hypotheken als vermeld in de kadastrale uittreksels kunnen niet kloppen.



3.9
Bij grief 3 hebben appellanten verder verwezen naar het verweer van Greenland c.s. in hun antwoordakte van 5 juni 2024 in eerste aanleg. In deze antwoordakte hebben Greenland c.s. onder meer het volgende betoogd:

- Elite heeft via Massari Afl. 400.000 minder aan Coco en Crystal ter beschikking gesteld dan waartoe zij zich had verbonden. Hierdoor heeft zij het Serena-project in liquiditeitsproblemen gebracht. Elite heeft dit opzettelijk gedaan om de voortgang van het project te vertragen;
- Massari heeft de persoonlijke garantie van Greenland niet doorgehaald;
- mr. De Hoogd heeft de JVA terecht buitengerechtelijk ontbonden;
- Elite en Massari moeten worden vereenzelvigd en hebben door de opzettelijke vertraging ten minste USD 1 miljoen aan de onderneming van Massari onttrokken. De overige stakeholders in het Serena-project zijn hiervan het slachtoffer.



3.10
De grief faalt. Het Hof stelt bij de motivering van dit oordeel voorop dat de JVA moet worden uitgelegd aan de hand van de Haviltexmaatstaf.



3.11
Vast staat dat Massari heeft bewerkstelligd dat Afl. 4.002.500 aan Ennia is betaald en dat de door Ennia voorgenomen executoriale verkoop niet is doorgegaan. Ennia heeft schriftelijk verklaard dat zij haar vordering en bijbehorende zekerheden in verband met de door haar hypothecaire geldlening heeft verkocht en overgedragen aan Elite. Appellanten hebben niet gesteld dat zij sinds september 2021 ooit nog door Ennia zijn aangesproken op nakoming van verbintenissen uit de door Ennia verstrekte hypothecaire geldlening. Hun betogen maken niet aannemelijk dat er een reëel risico bestaat dat Ennia dat ooit nog zal doen, laat staan dat Ennia dat nog rechtsgeldig zal kunnen doen. Aldus heeft Massari voldaan aan art. 1.1 en 1.2 JVA, zoals die bepalingen dienen te worden uitgelegd.



3.12
In art. 1.3 tot en met 1.5 JVA leest het Hof geen verplichting van Massari om verdere financiering aan Coco of Crystal te verstrekken, maar voorwaarden waaronder Massari bereid is zich te verbinden tot hetgeen in art. 1.1 en 1.2 JVA staat. Massari verlangt in art. 1.3 JVA dat de door hypotheek te verkrijgen zekerheid zo hoog is dat ook de kosten worden gedekt die Massari of Elite zal moeten maken indien haar hypotheekrecht moet worden uitgewonnen. In art. 1.4 bedingt Massari dat de zekerheid voor een nog hoger bedrag moet worden verstrekt, afhankelijk van de hoogte van het door Elite aan Ennia te betalen bedrag, met een maximum. In art. 1.4 verbindt Massari zich dus niet om meer financiering voor het Serena-project te verstrekken. In art. 1.5 bedingt Massari nog verdere (tijdelijke) zekerheden. Deze uitleg strookt met de tekst van de JVA en past in de omstandigheid dat Coco en Crystal zich in een situatie bevonden dat Ennia dreigde zeer binnenkort tot openbare verkoop over te gaan. De uitleg komt ook overeen met hetgeen mr. Kostrzewski heeft betoogd in haar e-mail van 12 december 2023 (productie 77). Appellanten hebben hiertegenover onvoldoende gesteld voor het oordeel dat art. 1.3 tot en met 1.5 JVA met toepassing van de Haviltex-maatstaf anders moeten worden uitgelegd dan hiervoor weergegeven. Appellanten hebben ook onvoldoende gesteld om aan te nemen dat een situatie is bereikt waarin Massari de in art. 1.5 JVA bedoelde zekerheden had moeten prijsgeven. Aldus kan uit art. 1.3 tot en met 1.5 JVA niet worden afgeleid dat Massari c.s. hun verplichtingen uit de JVA niet zijn nagekomen.



3.13
Op grond van het voorgaande moet worden aangenomen dat Massari c.s. hun verplichtingen uit de JVA zijn nagekomen. De hiervoor onder 3.8 en 3.9 weergegeven argumenten behoeven daarom geen verdere bespreking.



3.14
Het Gerecht heeft overwogen dat voor een rechtsgeldige overdracht van de aandelen in Coco en Crystal geen toestemming is vereist van de minister. Hiertegen is grief 4 gericht.



3.15
Bij de beoordeling van deze grief is de volgende bepaling van belang (hierna: de overdrachtsbepaling). Op p. 5-6 van de akte van 1 juli 2008 tot uitgifte in erfpacht van perceel 27/2008 staat:

Overdracht en splitsing recht van erfpacht
1. De Erfpachter kan het in erfpacht uitgegeven perceel domeingrond niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Minister overdragen, zowel juridisch, economisch of anderszins, dan na een periode van drie (3) jaar. Deze periode van drie (3) jaar gaat in op de datum van voltooiing als hierboven bedoeld in het derde lid van het onderdeel “Bouwen en bouwvergunning”.
2. (…)
3. Overdracht van de aandelen van [Crystal] aan een derde is niet mogelijk tenzij met de voorafgaande goedkeuring van de Minister, welke goedkeuring niet op basis van onredelijke gronden zal worden onthouden.
4. (…)



3.16
Bij de uitleg van de overdrachtsbepaling slaat het Hof mede acht op HR 1 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:984, 4.3.2, dat betrekking heeft op de overdracht van een vorderingsrecht. De Hoge Raad heeft overwogen:

Om te beoordelen of een beding dat de overdracht van een vorderingsrecht verbiedt goederenrechtelijke werking heeft, dient het te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltexmaatstaf. Daarbij moet tot uitgangspunt worden genomen dat het uitsluitend verbintenisrechtelijke werking heeft, tenzij uit de – naar objectieve maatstaven uit te leggen – formulering ervan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW is beoogd.



3.17
Lid 1 van de overdrachtsbepaling heeft (wat de juridische overdracht betreft) goederenrechtelijke werking (zie art. 5:91 lid 1 BW). Dat brengt mee dat een overdracht van het erfpachtrecht in geval van schending van lid 1 van de overdrachtsbepaling nietig is. Dat geldt echter niet voor lid 3 van de overdrachtsbepaling. Bij overdracht van de aandelen van Crystal blijft het recht van erfpacht ongewijzigd in handen van Crystal. Weliswaar wordt dan de zeggenschap in Crystal gewijzigd, maar daarop ziet art. 5:91 lid 1 BW niet. Het betreft hier ook geen beding tussen schuldeiser en schuldenaar als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW. De aandeelhouders van Crystal zijn immers geen partij bij de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de uitgifte in erfpacht. Deze bevoegdheid tot aandelenoverdracht kan wel contractueel worden uitgesloten of beperkt, maar slechts met verbintenisrechtelijke werking tussen de contracterende partijen. De enkele omstandigheid dat in de formulering van lid 3 van de overdrachtsbepaling de woorden ‘niet mogelijk’ worden gebruikt, is ook onvoldoende voor het oordeel dat blijkt dat goederenrechtelijke werking is beoogd. Als lid 3 van de overdrachtsbepaling wordt geschonden, is de overdracht niettemin rechtsgeldig. Op die grond verenigt het Hof zich met het bestreden oordeel van het Gerecht, zodat de grief faalt.



3.18

Grief 5 heeft betrekking op een bevel om aandelen in escrow te plaatsen. De grief faalt. In art. 11 DA staat dat de aandelen van Greenland en Yosemite in Coco shall be held in escrow. Hetzelfde staat daar niet met betrekking tot de aandelen van [appellant 4]. Op die grond heeft het Gerecht de vordering dat [appellant 4] wordt bevolen zijn aandelen in escrow te plaatsen, afgewezen. Anders dan appellanten bij grief 5 betogen, kan hieruit niet worden afgeleid dat de vorderingen ter zake van dienovereenkomstige bevelen aan Greenland en Yosemite ook moeten worden afgewezen. Ook indien Yosemite zich niet contractueel heeft verbonden om de aandelen in escrow te plaatsen, mochten Massari c.s. in de omstandigheden van het geval verlangen dat Yosemite dat zou doen om te helpen de tussen partijen gerezen problemen op te lossen. De wijze waarop aan het bevel moest worden voldaan, heeft het Gerecht in 5.2 van het dictum omschreven: afgifte van het originele aandeelhoudersregister aan de notaris. Niet valt in te zien waarom deze afgifte onmogelijk zou zijn. Zodra the liens are cleared (de beslagen zijn opgeheven) als bedoeld in art. 11 DA, vervalt de verplichting tot afgifte van het aandeelhoudersregister. Dat heeft het Gerecht tot uitdrukking gebracht in zijn dictum: “zulks totdat aan de voorwaarden als genoemd in artikel 11 DA is voldaan”. Indien de beslagen inmiddels zijn opgeheven, is de verplichting dus vervallen.



3.19

Grief 6 heeft deels betrekking op schulden van Crystal en Coco. Bij de beoordeling van deze grief zijn de volgende bepalingen van belang.


3.19.1
In art. 6 JVA (warranties) staat onder meer:




6.1
The Parties represent and warrant to each other vice versa that each and every statement set out hereunder (the Warranties) is true, complete, accurate and made in good faith and not misleading on the execution date of this Agreement.







6.3
Greenland and Yosemite personally jointly and severally warrant that the debts of the Companies consist only of the Ennia Mortgage, including costs, long lease and ground tax.



6.4
Greenland and Yosemite personally jointly and severally warrant that the Companies are not subject to any incurred, pending, or potential liabilities.

In art. 8 DA staat:

That to the best of my and the Companies knowledge, there are no other taxes due, other than land lease, and property taxes already disclosed and possible late fees for late filing of our income taxes.


3.19.2
In art. 4 van het contract van 26 juli 2022 staat onder meer:

Yosemite, Greenland, Coco and [appellant 4], hereby declare and guarantee that:
- (…)
- Coco and Crystal have no debts to Greenland, Yosemite, [appellant 4] or [appellant 2], nor did Greenland, Yosemite, [appellant 4] or [appellant 2] have (had) any claims on Coco or Crystal that they transferred to third parties;
- All debts that Crystal and Coco had on the date of signing of the JVA were disclosed to Massari in writing. All stated in the JVA and DA remains in full force and effect.




3.20
Het Gerecht heeft met verwijzing naar de JVA, de DA en het contract van 26 juli 2022 dictum 5.4 uitgesproken. Dat dictum heeft, verkort weergegeven, de strekking dat Greenland c.s. en Yosemite c.s. schadeplichtig jegens Massari c.s. zijn indien Coco of Crystal worden aangesproken voor andere schulden dan aan Massari zijn medegedeeld, ontstaan voordat [geïntimeerde 2] bestuurder werd.



3.21
De warranties van art. 6.1, 6.3 en 6.4 JVA moeten zo worden uitgelegd dat indien hetgeen daar wordt verklaard niet juist blijkt te zijn en Massari c.s. daardoor schade lijden, Greenland en Yosemite aansprakelijk zijn voor die schade. Indien er andere belastingschulden waren dan in art. 8 DA vermeld staan en [appellant 2] dat wist, is het ernstig verwijtbaar dat [appellant 2] het tegendeel heeft verklaard en is hij persoonlijk aansprakelijk voor de schade die Massari c.s. daardoor lijden. Die aansprakelijkheid geldt dan ook voor de vennootschappen die [appellant 2] in de DA heeft vertegenwoordigd. Dit wil op zichzelf nog niet zeggen dat zij aansprakelijk zijn voor die andere belastingschulden. Indien hetgeen is verklaard in art. 4 van het contract van 26 juli 2022 niet juist is, zijn degenen die dat verklaard hebben aansprakelijk voor de schade die Massari c.s. daardoor lijden. Dictum 5.4 van het bestreden vonnis moet in die zin worden uitgelegd. Met die uitleg kan dit dictum in stand blijven. De grief faalt in zoverre.



3.22
Grief 6 heeft verder betrekking op de volgende bepalingen van de JVA:

ARTICLE 4: Call / put option



4.1
Greenland and Yosemite shall be granted a call option valid for 6 months to buy out sufficient portion of Massari’s (or assigns) shares so that Massari’s shares shall be reduced to 25% of the shares of the companies, should Greenland and Yosemite decide to exercise this option. (…)



4.2
Should Greenland and Yosemite not exercise the above option; they shall be granted an extension of the call option of 6 additional months (…).







3.23
Het Gerecht heeft (in 4.8) overwogen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om de call optie nog na 25 juli 2023 in te roepen. Op basis daarvan heeft het Gerecht dictum 5.5 uitgesproken. Daar staat dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om de call optie “thans”, dat wil zeggen: op 20 november 2024, nog in te roepen. Hiertegen is grief 6 gericht met de enkele stelling dat het tegendeel waar is. De grief vermeldt niet op grond waarvan appellanten het tegendeel waar achten. Daarom faalt de grief ook in zoverre.



3.24

Grief 7 is gericht tegen de overwegingen van het Gerecht (in 4.9):
a. dat Massari meerderheidsaandeelhouder is; en
b. dat onbestreden is dat het Serena-project niet te koop staat.
Dit zijn geen overwegingen die de beslissingen van het Gerecht dragen. Daarom heeft de grief geen succes.



3.25

Grief 8 heeft betrekking op de vergaderingen van 9 september 2022. Het Gerecht heeft (in 4.10 en 4.11) geoordeeld dat deze vergaderingen geen rechtsgeldige aandeelhoudersvergaderingen waren, omdat Massari niet voor deze vergaderingen was opgeroepen.



3.26
Het Hof verenigt zich met deze overweging. Anders dan in de toelichting bij grief 8 is aangevoerd, staat het ontbreken van toestemming van de minister niet in de weg aan rechtsgeldigheid van de aandelenoverdracht (zie hetgeen hierover is overwogen naar aanleiding van grief 4). Verder bevat de toelichting bij grief 8 het argument dat er onder omstandigheden rechtsgeldige besluiten genomen kunnen worden op een aandeelhoudersvergadering, hoewel de in de statuten voorgeschreven oproepingstermijn niet in acht is genomen. Dit argument gaat eraan voorbij dat niet aan de orde is dat Massari te laat zou zijn opgeroepen, maar dat zij in het geheel niet is opgeroepen. Ook het argument dat [geïntimeerde 2] niet behoefde te worden uitgenodigd gaat voorbij aan de omstandigheid dat Massari niet is opgeroepen. In het midden kan blijven of twee vergaderingen gelijktijdig zijn gehouden. De grief faalt dus.



3.27
Voor zover grief 9 voortbouwt op grief 8, deelt de grief het lot daarvan. Grief 9 is verder gericht tegen het oordeel van het Gerecht dat [appellant 2] onrechtmatig heeft gehandeld in verband met, verkort weergegeven, zijn handelwijze rond de vergadering van 9 september 2022 ter zake van Coco. Het Hof verenigt zich met dit oordeel. Zoals bij grief 8 overwogen, was die vergadering geen rechtsgeldige aandeelhoudersvergadering. Aangenomen moet worden dat [appellant 2] dat wist en in elk geval moest hij dat redelijkerwijs begrijpen. Bovendien wist hij, althans moest hij redelijkerwijs begrijpen, dat hij met zijn handelwijze de gerechtvaardigde belangen van Massari c.s. zo ernstig zou kunnen schaden dat dit onrechtmatig handelen jegens Massari c.s. oplevert. Hierbij is van belang dat ook indien [appellant 2] meende dat een aandelenoverdracht zonder toestemming van de minister nietig was, dat nog niet meebrengt dat het hem vrijstond te bewerkstelligen dat hem decharge zou worden verleend.



3.28
Het Hof acht de mogelijkheid van schade door de handelwijze van [appellant 2] aannemelijk. Daarom verenigt het Hof zich met de door het Gerecht uitgesproken verwijzing naar de schadestaatprocedure. Grief 9 faalt.



3.29

De grieven 10, 11 en 12 bouwen voort op de hiervoor verworpen grieven 8 en 9 en falen daarom eveneens.


3.30

De grieven 13 en 14 hebben geen zelfstandige betekenis en falen dus ook.



3.31
Alle grieven falen. Ambtshalve heeft het Hof geen bedenkingen bij het vonnis waarvan beroep. Het dient te worden bevestigd. Appellanten zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.


B E S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Massari c.s. gevallen en tot op heden begroot op Afl. 430,00 aan verschotten en Afl. 6.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, A. Saleh en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 31 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Link naar deze uitspraak