Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2025:10869 
 
Datum uitspraak:30-12-2025
Datum gepubliceerd:16-02-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:11154722 CV EXPL 24-717 11154722 CV EXPL 24-717
Rechtsgebied:Europees civiel recht
Indicatie:Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Eisende partij moet zich uitlaten over hoedanigheid van gedaagde (consument of niet), waarvoor van belang is met welk doel de overeenkomst is gesloten.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter

Zaaknummer: 11154722 \ CV EXPL 24-7179


Vonnis van 30 december 2025


in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[eisende partij] B.V.,
gevestigd te [locatie] ,
eisende partij,
gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders,

tegen



[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 mei 2024, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De beoordeling


2.1.
Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.223,03 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten. Eisende partij stelt dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij goederen heeft geleverd en geïnstalleerd, maar gedaagde partij de daarvoor opgemaakte factuur niet heeft betaald.



2.2.
Eisende partij heeft niet gesteld in welke hoedanigheid gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten. Dat zal zij alsnog moeten doen. Uit de producties leidt de kantonrechter af dat gedaagde partij bij het (online) aanvragen van de offerte weliswaar heeft ingevuld dat het een zakelijke opdracht betrof, onder vermelding van bedrijfsnaam [bedrijf] , maar niet uitgesloten kan worden dat gedaagde partij toch moet worden aangemerkt als consument.



2.3.
In dat verband is van belang met welk doel de overeenkomst is aangegaan, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van de goederen of diensten waarop de betrokken overeenkomst betrekking heeft (HvJEU 3 september 2015, C-110/14, ECLI:EU:C:2015:538 (Costea)).



2.4.
Indien eisende partij zich op het standpunt stelt dat gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, dient zij dat voldoende concreet te stellen én te onderbouwen, met inachtneming van het bepaalde in overweging 2.3. Daarvoor kan van belang zijn wat de bedrijfsactiviteiten van gedaagde partij zijn of waren, waar deze destijds werden uitgevoerd, waar de bestelde goederen zijn afgeleverd en geïnstalleerd en waar gedaagde partij destijds woonde.



2.5.
Indien eisende partij zich op het standpunt stelt dat gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten in de hoedanigheid van consument, dan dient zij gemotiveerd te stellen op welke wijze zij heeft voldaan aan de informatieplichten van (in dit geval) artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW), de bedingen te noemen die aan de vordering ten grondslag zijn óf kunnen worden gelegd en een standpunt in te nemen over de (on)eerlijkheid van die bedingen in de zin van Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.



2.6.
De zaak wordt voor akte uitlating eisende partij verwezen naar de rol.



2.7.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.



2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.






3De beslissing

De kantonrechter


3.1.
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 27 januari 2026 om 10.00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij,



3.2.
bepaalt dat eisende partij aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.7,



3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025.



991
Link naar deze uitspraak