|
|
|
| ECLI:NL:RBAMS:2025:9921 | | | | | Datum uitspraak | : | 16-12-2025 | | Datum gepubliceerd | : | 02-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Amsterdam | | Zaaknummers | : | 25/4719 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Participatiewet. Het college heeft aanvragen bijzondere bijstand voor kosten verhuizing en aflossing schuld kunnen afwijzen. Beroep ongegrond. | | Trefwoorden | : | bijstandsuitkering | | | huurovereenkomst | | | | Uitspraak | RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 25/4719
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. N. Velthorst),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
(gemachtigde: mr. S.S. Kisoentewari).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de vraag of het college de aanvragen van eiseres om bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing en voor de aflossing van een schuld, heeft kunnen afwijzen. Eiseres is het er niet mee eens dat het college ook na haar bezwaar heeft besloten om geen bijzondere bijstand te verlenen. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank haar beroep tegen dat besluit.
1.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat het college de aanvragen om bijzondere bijstand heeft kunnen afwijzen en eiseres geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand in de kosten van een verhuizing. Het gaat om de kosten voor de huur van een verhuisbusje, de eerste huursom en huisraad of inrichting. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 7 april 2025 (het primaire besluit) afgewezen.
2.1.
Met het besluit van 7 juli 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Ook heeft het college in het bestreden besluit de aanvraag om bijzondere bijstand voor de aflossing van een schuld afgewezen.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Wat is de omvang van dit geding?
3. Op de zitting heeft de rechtbank de omvang van het geding aan de orde gesteld. Eiseres heeft pas in bezwaar bijzondere bijstand in de aflossing van een schuld aangevraagd. Omdat het college in het bestreden besluit als adequate reactie op het bezwaar van eiseres ook daarop heeft beslist, kan zowel de bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing als de bijzondere bijstand in de aflossing van een schuld in beroep aan de orde komen.
Was er een acute noodzaak om te verhuizen?
4. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte haar aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van haar verhuizing heeft afgewezen. Eiseres voert aan dat zij moest verhuizen vanwege onveilige situaties rond haar woning. Volgens eiseres heeft het college niet onderkend dat haar verhuizing daarom acuut noodzakelijk en niet voorzienbaar was, zodat zij daar niet voor heeft kunnen sparen vanuit haar bijstandsuitkering. Ook was volgens eiseres het benodigde bedrag van in totaal € 2.773,55 te hoog om bij elkaar te sparen.
5. Op grond van vaste rechtspraak zijn de kosten van verhuizing, huur en woninginrichting incidentele algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden betaald. Dat is alleen anders als eiseres met bijzondere omstandigheden is geconfronteerd, waardoor zij die kosten, naar het oordeel van het college, niet uit de bijstandsnorm kon betalen en ook niet voor die kosten kon sparen.
5.1.
De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar verhuizing vanwege bijzondere omstandigheden acuut noodzakelijk was en zij daar niet voor heeft kunnen sparen. Eiseres heeft aangevoerd dat zij op een onveilige locatie woonde waar vaak ongure personen rondhingen. Ter onderbouwing daarvan heeft eiseres schermafbeeldingen overgelegd van een whatsappgesprek met andere bewoners uit haar oude woongebouw. Daaruit volgt dat er op 19 april 2025 een persoon met een mes rond het gebouw liep die een barst in een ruit van een voordeur heeft geslagen. Allereerst overweegt de rechtbank dat dit incident plaatsvond na ingang van de nieuwe huurovereenkomst van eiseres op 19 maart 2025. Bovendien volgt de rechtbank het standpunt van het college dat de woonsituatie voor eiseres intimiderend en gevaarlijk voelde, maar uit de door haar overgelegde informatie niet volgt dat er een gerichte dreiging op eiseres was en haar verhuizing daarom acuut noodzakelijk was. Het college heeft daarbij ook terecht betrokken dat eiseres heeft verklaard dat zij vanwege het onveilige gevoel al langere tijd op zoek was naar een nieuwe woning en dat dat na lang zoeken gelukt is. Ook daaruit volgt dat eiseres voor haar verhuizing had kunnen sparen.
5.2.
Hier komt bij dat eiseres een lening van de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam van € 2.202,34 en van haar ouders van € 571,21 heeft ontvangen. Het college heeft terecht bij het bestreden besluit betrokken dat eiseres op die wijze passend en toereikend is voorzien in de kosten van haar verhuizing. Deze leningen kan eiseres in delen aflossen. Voor zover eiseres in beroep aanvoert dat haar bijzondere bijstand moet worden verleend voor die aflossingen, is daar alleen bij zeer dringende redenen ruimte voor en voldoet eiseres niet aan die voorwaarde. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij in zodanig behoeftige omstandigheden verkeert, zoals een dreigende uithuiszetting of afsluiting van water, gas of elektriciteit, dat haar toch bijstand in de aflossing van de schulden moet worden verleend.
5.3.
De rechtbank is ten slotte niet gebleken van omstandigheden die maken dat het bestreden besluit onevenwichtig is. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het college de aanvragen van eiseres om bijzondere bijstand heeft kunnen afwijzen.
Gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij krijgt daarom ook het griffierecht niet terug en geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Klinkhamer, rechter, in aanwezigheid van mr. S.E. Berghout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikelen 13, eerste lid, aanhef en onder g, 35 en 49, aanhef en onder b, van de Participatiewet (Pw). Zie ook de artikelen 3.3 en 7.2. van de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Amsterdam.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 25 juni 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:870.
Zie ook artikel 15, eerste lid, van de Pw en artikel 3.3 van de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Amsterdam.
Zie artikel 13, eerste lid, onder g, en artikel 49, aanhef en onder b, van de Pw.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de CRvB van 31 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2198 en ECLI:NL:CRVB:2021:2290 en van 2 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1033. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|