Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:2052 
 
Datum uitspraak:27-02-2026
Datum gepubliceerd:23-03-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:26/374
Rechtsgebied:Bestuursprocesrecht
Indicatie:Vovo hangende bezwaar. Handhavingsverzoek parkeeroverlast bij moskee. Op dit moment geen aanleiding voor voorlopige voorziening.
Trefwoorden:vrijwilligers
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 26/374

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam , verweerder
(gemachtigden: mr. T. Manav en [gemachtigde]).

Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [naam 1] en [naam 2] , beiden uit Amsterdam .



Procesverloop


1.1.
Verzoeker heeft op 1 januari 2026 een handhavingsverzoek ingediend bij verweerder. Verweerder heeft met het besluit van 23 januari 2026 gereageerd op het handhavingsverzoek. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.



1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en zijn partner [persoon 1] , de gemachtigden van verweerder, [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] namens [naam 1] en [persoon 6] namens [naam 2] .




Overwegingen

2. Verzoeker heeft het handhavingsverzoek ingediend vanwege (parkeer)overlast bij de gebedshuizen aan de [adres 1] en de [adres 2] . De afgelopen jaren is de situatie volgens verzoeker onhoudbaar geworden met name op de vrijdagmiddagen en gedurende de Ramadanperiode. Bezoekers van de moskeeën rijden met hun auto over de groenstroken, trottoirs en fietspaden en parkeren daar ook hun auto’s. Hierdoor ontstaan onveilige situaties en worden de wegen geblokkeerd. Door verweerder wordt nauwelijks gehandhaafd.

3. Verweerder heeft als volgt op het handhavingsverzoek gereageerd: "de situatie rondom het parkeren bij de moskee zijn ons bekend. Wij treden jaarlijks samen op met de politie en de vrijwilligers van de moskee , zeker tijdens de ramadanperiode. Wij houden de situatie de komende maanden in de gaten en zullen de controles blijven uitvoeren en bij geconstateerde overtredingen daar tegen optreden".

4. Verzoeker heeft met het oog op de aanstaande Ramadan naast een bezwaarschrift ook een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Verzoeker wil dat er een operationeel handhavingsplan door verweerder wordt opgesteld. Verzoeker wil dat er tijdens de piekmomenten permanente en toereikende aanwezigheid ter plaatse is van politie en/of Boa’s om te handhaven. Verzoeker meent daarbij dat monitoren geen handhaven is.
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

6. Op de zitting is gebleken dat bij partijen een groot verschil bestaat in de beleving van de situatie. Verzoeker spreekt van een onhoudbare situatie waarbij op de piekmomenten de hele wijk wordt geblokkeerd door de auto’s en er niet wordt gehandhaafd. Verweerder en de moskeeën herkennen dat beeld niet. De moskeeën bevestigen dat het op de piekmomenten op vrijdag en zaterdag drukker is dan normaal. Zij hebben vrijwilligers aangesteld om dit proces te begeleiden en hebben overleg daarover met verweerder. Vanuit de moskeeën worden de moskeebezoekers erop gewezen dat zij zich aan de verkeersregels hebben te houden. De moskeeën geven aan dat het aan de politie en handhavers is om foutparkeerders te beboeten, hetgeen in hun ervaring ook gebeurt. Verweerder heeft op de zitting naar voren gebracht dat de situatie de aandacht heeft en er wel degelijk wordt gehandhaafd. Ook wordt bijgehouden wat er gebeurt. Uit de verslaglegging kan verweerder niet opmaken dat sprake is van een onhoudbare situatie op de piekmomenten en tijdens Ramadan.

7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er op dit moment onvoldoende aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen zoals door verzoeker verzocht. De voorzieningenrechter heeft de indruk dat de politie en handhavers samen met de moskeeën en hun vrijwilligers zich daadwerkelijk inzetten om parkeeroverlast te voorkomen. De terugkerende piekmomenten zijn bij hen bekend. Dat zij daar niet altijd geheel in slagen wil de voorzieningenrechter aannemen, maar dat is niet genoeg om een voorlopige voorziening te treffen. De gevraagde voorziening strekt heel ver, terwijl de objectieve onderbouwing ontbreekt dat het probleem zo groot is als verzoeker stelt. En - zoals gezegd - is niet gebleken dat verweerder in zijn geheel niet handhaaft of niet wil handhaven.

8. De voorzieningenrechter kan zich echter wel voorstellen dat verzoeker zich door de beperkte inhoud van het bestreden besluit door verweerder niet voldoende kenbaar gehoord voelt. Zij acht het daarom van belang dat verweerder in de beslissing op het bezwaarschrift met een cijfermatige onderbouwing komt van de meldingen en de mate van handhaving en goed luistert naar de bezwaren van verzoeker. Daarnaast lijkt het geschil ook te zijn ingegeven door een gebrek aan communicatie naar de bewoners toe. Op de zitting is gesproken over het projectteam waarbij verweerder samen met onder meer de politie, handhaving en de moskeeën een plan maakt voor het tegengaan van overlast in de openbare ruimte. Verweerder heeft toegezegd te onderzoeken hoe bewoners hier (beter) bij betrokken kunnen worden. De voorzieningenrechter moedigt dat aan, aangezien de piekmomenten bij de moskeeën een doorlopend karakter zullen hebben en alle partijen in wezen hetzelfde doel voor ogen hebben.

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026








griffier


voorzieningenrechter






Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:


Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Link naar deze uitspraak