Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:2822 
 
Datum uitspraak:18-03-2026
Datum gepubliceerd:07-04-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:782448
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Licentienemer en licentiegever verwijten elkaar over en weer inbreuk te hebben gemaakt op de tussen hen geldende licentieovereenkomst. De vorderingen in conventie en reconventie worden afgewezen, omdat de inbreuken onvoldoende zijn gebleken.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/782448 / KG ZA 26-64 MK/KH


Vonnis in kort geding van 18 maart 2026


in de zaak van


COPAR B.V.,
te Raamsdonksveer,
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 30 januari 2026,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Copar,
advocaten: mr. S.B. Metzelaar en mr. K.H.L van Waasbergen,

tegen


CONTINENTAL SWEETS BELGIUM N.V.,
te Lier (België),
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: CSB,
advocaat: mr. J.H.C. van den Akker.






1De procedure


1.1.
Ter zitting van 23 februari 2026 heeft Copar de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. CSB heeft verweer gevoerd en een eis in reconventie (tegenvordering) ingesteld. Copar heeft de tegenvordering bestreden. Beide partijen hebben producties ingediend en een pleitnota voorgedragen.



1.2.
Op 25 februari 2026, twee dagen na de zitting, heeft Copar een aanvullende productie ingediend. Die wordt buiten beschouwing gelaten omdat het in strijd met de goede procesorde is na sluiting van de zitting eenzijdig de rechter te benaderen (zie ook artikel 12.6 van het geldende landelijk procesreglement). Overigens is de termijn van indiening van de proceskostenopgave ook in strijd met de regeling inzake indicatietarieven in IE-zaken rechtbanken.



1.3.
Bij de mondelinge behandeling waren, voor zover van belang, aanwezig:
namens Copar: [naam] ( [naam functie] ) met mr. Metzelaar en mr. Van Waasbergen,
namens CSB: mr. Van den Akker.



1.4.
Partijen zouden op 3 maart 2026 arrest krijgen in de lopende bodemzaak. Omdat dit arrest van invloed zou kunnen zijn op de vorderingen in dit kort geding, is met partijen afgesproken dat zij hierover terugkoppeling zouden geven. Op 4 maart 2026 is namens mr. Metzelaar bericht dat het hoger beroep is aangehouden tot 31 maart 2026 en dat partijen eenstemmig verzoeken om vonnis te wijzen. Vonnis is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Copar en CSB zijn beide vennootschappen die zich bezighouden met de (groot)handel in snoep en zoetwaren.



2.2.
CSB is eigenaar van verschillende woord- en vormhandelsmerken (hierna: de merken). Partijen hebben in 2012 een licentieovereenkomst gesloten op grond waarvan Copar een licentie heeft verkregen voor het gebruik van de merken in Nederland:
“(…)

1. GRANT OF LICENSE



1.1. (…) [
(…) [CSB] hereby grants to Copar, and Copar hereby accepts, an exclusive, perpetual, royalty-free license to use the Trademarks in the Netherlands (the “Territory”) for the manufacturing and distribution of confectionery products (the “License”). The License includes the right to procure such manufacturing by a third party. [CSB] shall not grant to any third party the rights to use the Trademarks or any trademark identical of confusingly similar in the Territory.
(…)

3. INFRINGEMENT/THIRD PARTY CLAIMS



3.1.

In case of any (threatened) infringement of any of the Trademarks by any third party or in case of a claim of infringement by Copar’s use of the Trademarks or any claim for nullity and voidness of the Trademarks, either Party shall, as soon as it becomes aware of such infringement or claim, give prompt notice thereof to the other Party and the Parties shall in good faith consult together as to the best course of pursue, taking into account the interests of the Parties or any other licensee under the Trademarks outside the Territory. In case the Parties fail to reach agreement to the best course to pursue, [CSB] shall decide and Copar shall use its best efforts to assist and follow [CSB’s] instructions at [CSB’s] expense.





4TERM AND TERMINATION
(…)

4.2.

Either Party may terminate this Agreement prematurely with immediate effect by notice in writing to the other Party in the event:


4.2.1.

the other Party fails to remedy a breach of one or more of its obligations or undertakings under this Agreement after receiving notice of such breach from the first party within the stated reasonable period in that notice, unless remedy of the breach is impossible, in which case this Agreement may be terminated immediately after the breach occurred;



4.2.2.

the other Party is repeatedly in breach of one or more of its obligations or undertakings under this Agreement; or

(…)”




2.3.
Uit een bijlage bij de licentieovereenkomst blijkt dat de licentie ziet op de merken die zijn geregistreerd onder de nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] . In 2018 zijn de merken [nummer 1] en [nummer 2] , die betrekking hebben op het snoepgoed ‘draculatanden’, niet verlengd. Dat is in 2019 hersteld doordat deze merken toen opnieuw zijn geregistreerd onder de nummers [nummer 6] en [nummer 7] .



2.4.
Bij brief van 22 juni 2023 heeft CSB de licentieovereenkomst met Copar opgezegd tegen 1 maart 2024. Naar aanleiding daarvan is Copar een bodemprocedure gestart bij deze rechtbank. In het vonnis van 12 juni 2024 staat, voor zover relevant:
“(…)

De rechtbank



5.1.

verklaart voor recht dat de opzegging van de licentieovereenkomst door CSB in de brief d.d. 22 juni 2023 geen effect heeft,



5.2.

verklaart voor recht dat Copar het recht heeft om de Benelux woord- en vormhandelsmerken geregistreerd onder de nummers: [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] en [nummer 7] te gebruiken binnen de geografische grenzen van Nederland onder de voorwaarden zoals opgenomen in de licentieovereenkomst,

(…)


5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

(…)”



2.5.
CSB is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan. Het arrest moet nog worden gewezen (1.4).



2.6. (
De advocaten van) partijen hebben na het vonnis op verschillende momenten met elkaar gecorrespondeerd over vermeende inbreuken op de licentieovereenkomst.



2.7.
Op 22 oktober 2025 en 22 december 2025 heeft Copar CSB gemaild omdat zij meent dat CSB inbreuk maakt op de licentieovereenkomst door rechtstreekse verkoop van draculatanden aan partijen in Nederland, terwijl dat recht op grond van de licentieovereenkomst exclusief aan Copar is voorbehouden. Zij heeft CSB gesommeerd de verkoop te staken. Ook heeft zij CSB verzocht aan te tonen wanneer de inbreuk is gestart, aan welke Nederlandse entiteiten is verkocht en hoeveel omzet daarmee is gegenereerd.



2.8.
CSB heeft de gemaakte verwijten bij e-mail van 12 januari 2026 ontkend. Zij heeft Copar op haar beurt verweten draculatanden aan de Nederlandse organisatie A.S. Watson – de inkooporganisatie van Kruidvat – te verkopen in de wetenschap dat Kruidvat hiermee uitsluitend de Belgische markt bevoorraadt. Dat is volgens CSB niet in lijn met de licentieovereenkomst. Zij heeft Copar gesommeerd die verkoop te staken. Op 23 januari 2026 heeft CSB de licentieovereenkomst om deze reden (opnieuw) ontbonden. Op 19 februari 2026 heeft CSB daaraan toegevoegd dat zij door de dagvaarding voor het eerst op de hoogte is geraakt met het feit dat verschillende Nederlandse retailers en Bol.com inbreuk lijken te maken op de merken. Dat Copar daar geen melding van heeft gemaakt bij CSB is in strijd met artikel 3.1 van de licentieovereenkomst, aldus CSB.




3Het geschil


In conventie



3.1.
Copar vordert, na wijziging van eis, om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. CSB te verbieden om in het in de licentieovereenkomst gedefinieerde 'Territory', zijnde Nederland, gebruik te maken van, dan wel aan derden het recht geeft om, al dan niet door uitputting, gebruik te maken van de Trademarks met nummers [nummer 1] (zijnde [nummer 6] ), [nummer 2] (zijnde [nummer 7] ), [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] , en CSB te bevelen de productie, distributie en marketing van Snoepgoed dat onder voornoemde Trademarks en de Licentieovereenkomst
valt, binnen het in de licentieovereenkomst gedefinieerde 'Territory', zijnde Nederland, te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom,
II. CSB te veroordelen om binnen 21 dagen na eerste verzoek daartoe alle medewerking te verlenen aan een door Copar te benoemen onafhankelijke registeraccountant in de financiële administratie van CSB uit te voeren onderzoek met betrekking tot verkoop van het snoepgoed waar de merken met nummers [nummer 1] (zijnde [nummer 6] ), [nummer 2] (zijnde [nummer 7] ), [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] betrekking op hebben. CSB zal deze registeraccountant in ieder geval inzage moeten geven in de identiteiten van alle kopers aan wie CSB voornoemd snoepgoed heeft verkocht sinds het ontstaan van het geschil over de licentieovereenkomst op 1 januari 2023, alsmede in de volumes, omzetten en brutomarges die met de verkoop aan de in Nederland gevestigde kopers gepaard is gegaan. Daarbij geldt als voorwaarde dat de accountant aan Copar slechts zal mogen rapporteren aan welke in Nederland gevestigde kopers CSB welke volumes van dat snoepgoed heeft verkocht en wat haar bruto marge op die verkopen is geweest, op straffe van een dwangsom,
III. CSB op grond van artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) te veroordelen in de werkelijke proceskosten van dit geding, vermeerderd met de wettelijke rente.



3.2.
CSB voert verweer.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.


In voorwaardelijke reconventie




3.4.
CSB vordert, onder de voorwaarde dat de vorderingen in conventie worden afgewezen, om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. Copar te veroordelen om per direct alle uit de ingeroepen ontbinding van de Licentieovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het staken van ieder gebruik van de Merken als bedoeld in de Licentieovereenkomst na te komen en na te blijven komen, op straffe van een dwangsom,
II. Copar te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente,



3.5.
Copar voert verweer.



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.





4De beoordeling in conventie


4.1.
De zaak heeft een internationaal karakter omdat Copar is gevestigd in Nederland en CSB in België. Op grond van artikel 25 Brussel I-bis is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van partijen omdat in de licentieovereenkomst een forumkeuze is opgenomen voor de rechtbank Amsterdam. Partijen hebben daarbij ook een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht zodat dat recht zal worden toegepast. Dit is ook niet in geschil tussen partijen.



4.2.
CSB is de merkhouder van de merken op het snoepgoed. Zij heeft als merkhouder een volwaardige en exclusieve licentie gegeven aan Copar om snoepgoed dat onder deze merken valt, waaronder de in dit geschil relevante draculatanden, te mogen (laten) produceren door, en te mogen verkopen aan, partijen die gevestigd zijn in Nederland. In de kern gaat het in conventie om de vraag of CSB inbreuk heeft gemaakt op de afspraken uit de licentieovereenkomst. Die vraag wordt ontkennend beantwoord. Onvoldoende is gebleken dat sprake is van directe verkoop door CSB aan partijen die gevestigd zijn in Nederland. Dat wordt hierna per gestelde inbreuk toegelicht.



4.3.
Copar heeft een vermoeden dat sprake is van directe verkoop van draculatanden door CSB aan (de Nederlandse) Jumbo Supermarkten B.V. Ter onderbouwing daarvan verwijst zij naar foto’s en een screenshot waaruit blijkt dat in de Jumbo in Raamsdonksveer en op de website van Jumbo draculatanden worden verkocht van het merk ‘Lutti’, welk merk door CSB wordt geëxploiteerd en waarbij CSB als fabrikant wordt genoemd. Daarnaast heeft Copar correspondentie met de inkoper van Jumbo Supermarkten B.V. overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat tweemaal uitdrukkelijk is bevestigd dat de draculatanden worden ingekocht bij en geleverd door CSB.



4.4.
Copar wordt niet in haar stelling gevolgd. Uit het feit dat de draculatanden in Raamsdonksveer liggen en worden verkocht op de website van Jumbo kan niet worden afgeleid dat sprake is van directe verkoop door CSB aan een partij in Nederland. De draculatanden kunnen daar ook zijn beland via een niet in Nederland gevestigde partij aan wie CSB heeft verkocht. Dat is niet verboden onder de licentieovereenkomst, wat Copar heeft erkend. Uit de screenshot van de website van Jumbo blijkt ook dat de daar verkochte draculatanden hun herkomst vinden in Duitsland en CSB heeft toegelicht dat zij (ook) aan Duitse partijen verkoopt. De correspondentie met de inkoper van Jumbo Supermarkten B.V. leidt ook niet tot een ander oordeel. Daaruit blijkt slechts dat CSB de draculatanden levert aan distributiecentra in Nederland. CSB heeft toegelicht dat zij draculatanden aan Jumbo België B.V. verkoopt en dat zij de betreffende draculatanden aan een distributiecentrum in Nederland levert omdat de bevoorrading van de Belgische winkels (ook) vanuit daar plaatsvindt. Gelet op deze gemotiveerde betwisting is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van directe verkoop van CSB een partij in Nederland (Jumbo Supermarkten B.V.).



4.5.
Daarnaast heeft Copar een vermoeden dat sprake is van directe verkoop van draculatanden door CSB aan verschillende retailers in Nederland die verkopen op Bol.com. Ter onderbouwing daarvan heeft zij verschillende screenshots overgelegd van de Nederlandse website van Bol.com. Copar lijkt uit het feit dat (i) CSB in de screenshots als fabrikant wordt vermeld, (ii) de oorsprong van de producten Belgisch is, (iii) als merk ‘Continental Sweets’ of ‘Lutti’ wordt genoemd en/of (iv) in Nederland gevestigde partijen als verkopende partij worden genoemd een vermoeden kan worden afgeleid dat sprake is van directe verkoop door CSB aan een partij in Nederland. Daarin wordt Copar, gelet op dezelfde reden als genoemd onder 4.4, niet gevolgd. Bovendien heeft CSB toegelicht dat twee van de verkopende partijen in België gevestigde ondernemingen zijn aan wie zij direct verkoopt, wat niet verboden is onder de licentieovereenkomst. Wat zij met hun aankopen doen is verder aan hen.



4.6.
Gelet op voorgaande wordt vordering I van Copar afgewezen. Het is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van directe verkoop en dus van een inbreuk op de afspraken uit de licentieovereenkomst.



4.7.
Met vordering II wil Copar CSB verplichten (via een onafhankelijke registeraccountant) haar administratie inzichtelijk te maken om te verifiëren dat sprake is van een inbreuk en tot welke schade dit heeft geleden. Dat CSB hiertoe op dit moment gehouden is heeft Copar niet aannemelijk gemaakt. De verwijzing naar de Handhavingsrichtlijn en het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom gaat niet op nu een inbreuk niet aannemelijk is. Het ligt ook overigens meer voor de hand dat Copar de verkopende partijen benadert in plaats van CSB, omdat er tussen eventuele verkoop door CSB en de uiteindelijk verkopende in Nederland gevestigde partij nog meer schakels kunnen zitten. Bij deze stand van zaken kan CSB er in dit kort geding niet toe worden verplicht haar administratie inzichtelijk te maken. Ook vordering II wordt daarom afgewezen.



4.8.
Copar is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. CSB heeft gevorderd om Copar te veroordelen in de (volledige) proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. De beoordeling van de vorderingen van Copar vond echter grotendeels plaats op basis van verbintenissenrecht, waarvoor het reguliere liquidatietarief geldt. De proceskosten van CSB worden begroot op:









- griffierecht





735







- salaris advocaat





1.177







- nakosten





189


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





2.101











4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beoordeling in voorwaardelijke reconventie


5.1.
CSB heeft een eis in reconventie ingesteld onder de voorwaarde dat de vorderingen in conventie worden afgewezen. Die voorwaarde is vervuld zodat de vordering in reconventie moet worden beoordeeld. De vorderingen gaan ervan uit dat de licentieovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden door CSB. Dat is onvoldoende aannemelijk zodat de vorderingen worden afgewezen. Dat wordt als volgt toegelicht.



5.2.
CSB heeft de licentieovereenkomst ontbonden omdat Copar volgens haar draculatanden verkoopt aan A.S. Watson, de inkooporganisatie van Kruidvat, in de wetenschap dat Kruidvat hiermee uitsluitend de Belgische markt bevoorraadt. Of dat laatste zo is, is door CSB in dit kort geding onvoldoende onderbouwd en door Copar betwist. Alleen om die reden al kan niet worden aangenomen dat dit een grond oplevert voor ontbinding.



5.3.
Ook stelt CSB de licentieovereenkomst te hebben ontbonden omdat Copar artikel 3.1 van de licentieovereenkomst niet in acht heeft genomen nu zij CSB niet heeft geïnformeerd over de mogelijke inbreuk op de merken door derden en CSB daar pas bij dagvaarding achter kwam. Volgens CSB is Copar van rechtswege in verzuim omdat zij deze verplichting structureel en stelselmatig niet naleeft en omdat uit de mededelingen in de dagvaarding moet worden afgeleid dat Copar in de nakoming van deze verplichting tekort zal blijven schieten. Dat sprake is van een structurele, stelselmatige niet-naleving is niet onderbouwd. Daarnaast heeft CSB niet toegelicht uit welke mededelingen van Copar zou moeten worden afgeleid dat zij zal blijven tekortschieten. Ook op grond van artikel 3.1 van de licentieovereenkomst kan daarom niet worden geconcludeerd dat er een grond is voor ontbinding.



5.4.
Tot slot is het belang van CSB – nu al in hoger beroep wordt geprocedeerd over een beëindiging van de licentieovereenkomst – op dit moment onvoldoende voor toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.



5.5.
CSB zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie. Vanwege de samenhang met de vorderingen in conventie zullen de proceskosten worden begroot op 0,5 x € 1.177 (salaris advocaat) plus € 189 (nakosten) en de verhoging zoals vermeld in de beslissing.





6De beslissing

De voorzieningenrechter


in conventie



6.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,



6.2.
veroordeelt Copar in de proceskosten van € 2.101,



6.3.
veroordeelt Copar, als zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en het vonnis vervolgens wordt betekend, in de extra proceskosten van € 98 plus de kosten van de betekening,



6.4.
veroordeelt Copar tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, en tot betaling van de wettelijke rente over € 98 plus de kosten van betekening vanaf veertien dagen na die betekening,



6.5.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,


in reconventie




6.6.
weigert de gevraagde voorzieningen,



6.7.
veroordeelt CSB in de proceskosten van € 777,50,



6.8.
veroordeelt CSB, als zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en het vonnis vervolgens wordt betekend, in de extra proceskosten van € 98 plus de kosten van de betekening,




6.9.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.



de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis).


Coll: EvK
Link naar deze uitspraak