Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:3189 
 
Datum uitspraak:26-03-2026
Datum gepubliceerd:09-04-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:12127243 / CV26-3283
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Familierechter optredend als kantonrechter, artikel 96 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv). Toewijzing huurrecht aan de man met ingang van datum inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Primaire verzoek van de man in strijd met artikel 7:266 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
echtscheiding
huurovereenkomst
 
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civielrecht
Kantonrechter

zaaknummer / rolnummer: 12127243 / CV26-3283


Vonnis van 26 maart 2026


in de zaak van:


[de vrouw]
,

wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Hashem Jawaheri te Amsterdam,

tegen


[de man]
,

wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. H. Tülü te Haarlem.




1Het verder verloop van de procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 13 maart 2024.



1.2.
De rechtbank heeft nadien kennisgenomen van de volgende stukken:


het F9-formulier met bijlage van de vrouw, ingekomen op 19 maart 2024;


de akte uitlating van de man, ingekomen op 21 maart 2024;


het F9-formulier van de man, ingekomen op 17 juni 2025;


het F9-formulier met bijlage van de man, ingekomen op 1 juli 2025;


het F9-formulier met bijlage van de man, ingekomen op 16 juli 2025;


het F9-formulier met bijlage van de man, ingekomen op 8 februari 2026;


het F9-formulier van de man, ingekomen op 12 februari 2026;


de e-mail van de man met bijlage, ingekomen op 16 februari 2026;


de e-mail van de vrouw, ingekomen op 17 februari 2026.





1.3.
Er heeft, met instemming van partijen, geen mondelinge behandeling plaatsgevonden. Conform het voorstel in de hiervoor vermelde beschikking hebben partijen gezamenlijk verzocht aan de onderhavige rechter om op de voet van artikel 96 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) in hoedanigheid van kantonrechter uitspraak te doen.





2De feiten


2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 8 augustus 2007 te [plaats] , Turkije.



2.2.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.



2.3.
Op 16 juli 2025 heeft de rechtbank de vertaling van de Turkse echtscheidingsbeschikking ontvangen. Deze beschikking dateert van 15 februari 2024, en de gemotiveerde beschikking van 29 februari 2024. Uit de beschikking blijkt, voor zover hier van belang, dat de echtscheiding tussen partijen door de Turkse rechter is uitgesproken.



2.4.
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen de echtscheidingsbeschikking van 15 februari 2024. De echtscheiding is dan ook niet onherroepelijk.





3Het geschil


in conventie



3.1.
De vrouw heeft het verzoek om het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen, en het verzoek om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, ingetrokken.


in reconventie




3.2.
De man verzoekt – na wijziging van zijn vordering – :

primair:

I. het huurrecht van de echtelijke woning toe te wijzen aan de man;

subsidiair:

II. het huurrecht van de echtelijke woning aan de man toe te wijzen met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding, uitgesproken in Turkije, in de registers van de burgerlijke stand;

meer subsidiair:

III. de zaak, voor zover nodig, zelfstandig af te doen ten aanzien van de vordering van de man inzake het huurrecht van de echtelijke woning, zo nodig optredend als kantonrechter.



3.3.
De vrouw voert geen verweer.





4De beoordeling


Huurrecht



Rechtsmacht en toepasselijk recht


4.1.
Omdat de echtelijke woning in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek van de man tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan hem. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen.


Inhoudelijke beoordeling



4.2.
Hetgeen is overwogen in voornoemde beschikking wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd en gehandhaafd. De vrouw heeft het verzoek voorafgaand aan de geplande mondelinge behandeling ingetrokken, zodat de rechtbank dit verzoek buiten beschouwing laat.




4.3.
De rechtbank zal conform het subsidiaire verzoek van de man beslissen, nu dit niet weersproken en op de wet is gegrond. Toewijzing van het primaire verzoek is in strijd met de wet, te weten het bepaalde in artikel 7:266 van het Burgerlijk Wetboek. Daaruit volgt dat zolang de echtscheiding nog niet definitief is, de echtgenote van rechtswege medehuurder blijft. Dit geldt zolang de woonruimte de echtgenote tot hoofdverblijf strekt, ongeacht of de huurovereenkomst voor dan wel na het aangaan van het huwelijk is gesloten.Indien de echtgenote hetzij ingevolge een beschikking als bedoeld in artikel 826, lid 1 onder a Rv, hetzij ingevolge onderlinge overeenstemming in verband met een verzoek tot echtscheiding niet het gebruik heeft van de echtelijke woning, brengt dit voor de toepassing van dit artikel geen verandering in het hoofdverblijf.



4.4.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.





5De beslissing

De kantonrechter:


in reconventie



5.1.
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning aan het adres [adres] , met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding, uitgesproken in Turkije, in de registers van de burgerlijke stand;



5.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af;


in conventie en reconventie




5.4.
compenseert de kosten van het geding, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. Terwee, optredend als kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.F. Hulskes op 26 maart 2026.
Link naar deze uitspraak