Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:4141 
 
Datum uitspraak:24-03-2026
Datum gepubliceerd:28-04-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:11990146 EA VERZ 25-140 11990146 EA VERZ 25-140
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:Loonvordering toegewezen.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
vaststellingsovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
AMSTERDAM


Civiel recht
Kantonrechter

Zaaknummer / rekestnummer: 11990146 \ EA VERZ 25-1402



Beschikking van 24 maart 2026


in de zaak van



[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. L. Biemond,

tegen



[verweerder] (H.O.D.N. [bedrijf] ),
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerder, hierna te noemen: [verweerder] ,
niet verschenen.





1De procedure


1.1.
Op 28 november 2025 is een verzoekschrift, met producties, binnengekomen. Er is geen verweerschrift ontvangen. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. [verweerder] is niet verschenen, hoewel [verzoeker] hem per deurwaardersexploot heeft opgeroepen. [verzoeker] is verschenen met de gemachtigde. Zij hebben de standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd.



1.3.
Hierna is uitspraak bepaald.





2De feiten


2.1.

[verzoeker] is op 1 augustus 2023 in dienst getreden als schoonmaker bij [verweerder] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 1 oktober 2024 is zijn arbeidsovereenkomst verlengd met twaalf maanden, tot en met 30 september 2025.



2.2.
In mei 2025 heeft [verzoeker] [verweerder] in kort geding gedagvaard, omdat die hem al enkele maanden geen salaris meer had betaald.



2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling in het kort geding op 6 juni 2026 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Deze vaststellingsovereenkomst is opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.



2.4.
Omdat [verweerder] het resterende salaris dat hij op grond van de vaststellings-overeenkomst aan [verzoeker] moest betalen niet betaalde, is er door de deurwaarder derdenbeslag gelegd onder de klanten van [verweerder] om de vorderingen van [verzoeker] te voldoen.



2.5.
Op 11 september 2025 heeft [verzoeker] van [verweerder] per aangetekende post een brief ontvangen waarin [verweerder] hem heeft meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] na 30 september 2025 niet zou worden verlengd.





3Het verzoek


3.1.

[verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

In het incident:




[verweerder] te bevelen om binnen een vast te stellen termijn de salarisspecificaties van 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 alsmede een eindafrekening van het dienstverband in het geding te brengen;



[verweerder] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,- per dag dat [verweerder] niet voldoet aan de veroordeling, met een maximum van € 25.000,-;



In de hoofdzaak:

3. Aan [verzoeker] de aanzegvergoeding toe te kennen ter hoogte van € 998,40 bruto ten laste van [verweerder] ;
4. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding ter hoogte van € 1.946,88 bruto;
5. [verweerder] te veroordelen tot betaling van het achterstallig vakantiegeld over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 ter hoogte van € 798,72 bruto;
6. [verweerder] te veroordelen tot betaling van 156 opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren over de periode 1 januari 2025 tot en met 30 september 2025 van € 2.246,40 bruto;
7. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de vakantiebijslag over 156 opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren van € 179,72 bruto;
8. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over de onder 6, 7 en 8 genoemde bedragen;
9. Veroordeling van [verweerder] om deugdelijke salarisspecificaties over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 aan [verzoeker] te verstrekken binnen 7 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [verweerder] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-;
10. [verweerder] te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 753,58 netto;
11. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de onder 2, 4 t/m 7 en 9 genoemde bedragen;
12. [verweerder] te veroordelen in de proceskosten.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verweerder] de bedragen onder 3, 4 en 6 inmiddels had betaald. [verzoeker] heeft deze verzoeken ingetrokken.



3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Hij heeft nooit een eindafrekening ter afwikkeling van zijn dienstverband ontvangen en verschillende afgesproken bedragen niet ontvangen. Hij heeft [verweerder] hierover aangeschreven, maar die heeft niet gereageerd. [verweerder] heeft op 24 november 2025 wel een bedrag van € 3.596,14 naar [verzoeker] overgemaakt, maar het was niet duidelijk waar dat bedrag op zag. Voor de mondelinge behandeling heeft [verweerder] alsnog aan [verzoeker] laten weten waar het overgemaakte bedrag op zag, waardoor [verzoeker] een aantal verzoeken heeft ingetrokken.



3.3.

[verweerder] is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.





4De beoordeling


4.1.
Omdat de kantonrechter direct kan beslissen in de hoofdzaak, heeft [verzoeker] geen belang meer bij de incidentele verzoeken. Deze zullen dan ook worden afgewezen.



4.2.
De verzoeken tot betaling van het achterstallige vakantiegeld en de vakantiebijslag over de niet genoten vakantie-uren zullen worden toegewezen, nu deze redelijk voorkomen en [verweerder] daartegen geen verweer heeft gevoerd. De verzochte wettelijke rente over deze bedragen en de reeds betaalde bedragen is als niet weersproken eveneens toewijsbaar. Omdat in het verzoekschrift geen verzuimdatum is opgenomen, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 28 november 2025, de datum dat het verzoekschrift is binnengekomen bij de rechtbank.



4.3.
De verzochte salarisspecificaties worden als niet weersproken toegewezen. De verzochte dwangsom hierover wordt ook toegewezen.



4.4.
De wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek (BW) wordt, zoals gevorderd, in deze zaak bepaald op 50%. [verweerder] heeft ondanks het eerdere kort geding verschillende bedragen niet (op tijd) aan [verzoeker] betaald. Ook heeft hij niet gereageerd nadat de gemachtigde van [verzoeker] hem hierover heeft aangeschreven. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding de wettelijke verhoging te matigen.



4.5.

[verzoeker] verzoekt vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het verzoek moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaam-heden zijn verricht. Het verzochte bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.



4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat [verweerder] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 811,- (€ 90,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris gemachtigde en € 144,- aan nakosten).







5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van:


het achterstallig vakantiegeld over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 ter hoogte van € 798,72 bruto,


de vakantiebijslag over de opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren, van € 179,72 bruto,


de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW van 50% over:


o € 798,72 aan achterstallig vakantiegeld,
o € 2.246,40 aan opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren,
o € 179,72 aan vakantiebijslag over de niet genoten vakantie-uren,
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 28 november 2025 tot de dag van volledige betaling over:
o € 1.946,88 aan transitievergoeding,
o € 798,72 aan achterstallig vakantiegeld,
o € 2.246,40 aan opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren,
o € 179,72 aan vakantiebijslag over de niet genoten vakantie-uren,
- de buitengerechtelijke incassokosten van € 753,58,



5.2.
veroordeelt [verweerder] om deugdelijke salarisspecificaties over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 aan [verzoeker] te verstrekken binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [verweerder] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-,



5.3.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 811,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.






66351.MVU
Link naar deze uitspraak