Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:6005 
 
Datum uitspraak:05-02-2026
Datum gepubliceerd:18-06-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:C/13/780836 / KG ZA 25-10 C/13/780836 / KG ZA 25-10
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:aandeelhoudersgeschil, nakoming overeenkomst conversie aandelen, uitleg overeenkomst
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
herstructurering
vaststellingsovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/780836 / KG ZA 25-1057 EAM/EvK


Vonnis in kort geding van 5 februari 2026


in de zaak van


MAMA GIRAFFE B.V.,
te Utrecht,
eisende partij in conventie bij dagvaarding 7 januari 2026,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Mama Giraffe,
advocaat: mr. J.W. de Groot en mr. I.J.F. Wijnberg,

tegen



[gedaagde]
,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. T.S. Jansen, mr. L.M. Veth en mr. S.C.G.W. Janssen.





1De procedure


1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 22 januari 2026 heeft Mama Giraffe de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord, en een tegenvordering (een eis in reconventie) ingesteld. Mama Giraffe heeft de tegenvordering bestreden bij conclusie van antwoord in reconventie. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.


1.2.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:


aan de zijde van Mama Giraffe: [naam 1] , [functie 1] van Mama Giraffe, [naam 2] en [naam 3] , met mrs. De Groot en Wijnberg,


aan de zijde van [gedaagde] : [naam 4] , met mrs. Jansen, Veth en Janssen.




1.3.
Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.







2De feiten


2.1.

[gedaagde] is de persoonlijke houdstermaatschappij van [naam 4] . [naam 4] en [naam 5] zijn samen (één van) de grondleggers van de in 2010 opgerichte Green Giraffe Group. Dit is een groep van vennootschappen die zich richt op de financiële advisering en begeleiding van duurzame energieprojecten en energietransitie.



2.2.
In 2019 heeft er een herstructurering plaatsgevonden waarbij Mama Giraffe is opgericht als moedermaatschappij van de Green Giraffe Group. Mama Giraffe is dus de holding van Green Giraffe Group.



2.3.
Mama Giraffe heeft op dit moment zestien aandeelhouders, waarvan [gedaagde] de grootste is, met (op dit moment) 23,80% van de aandelen.



2.4.
In oktober 2019 sloot Mama Giraffe met haar aandeelhouders een aandeelhoudersovereenkomst (hierna: de SHA). Hierin is bepaald, voor zover relevant voor dit geschil:

“(…) 4.5.1. In respect of an Ordinary Shareholder a "Compulsory Offer Event" shall mean the occurrence of any of the following:
(a)
the Employment Agreement or Management Agreement with a holder of Ordinary Shares
or its Professional is terminated for whatever reason, and in case such termination was
initiated by a Subsidiary Holding or any of its Group Companies the approval of two
thirds of the votes cast and attaching to the Ordinary Shares, but disregarding the Ordinary Shares held by the Shareholder concerned. In case a termination was initiated by a Subsidiary Holding or any of its Group Companies and no approval of two thirds of the votes cast and attaching to the Ordinary Shares (and disregarding the Ordinary Shares held by the Shareholder concerned) has been obtained there shall be no Compulsory Offer Event, but the Shareholder concerned shall be obliged to convert the Ordinary Shares into Non-Voting Shares or Depositary Receipts without undue delay; (…)”



2.5.

[gedaagde] was bestuurder van Mama Giraffe tot 29 juli 2025. De andere, huidige bestuurders zijn [naam 8] en BaZ Management B.V., van wie [naam 1] enig aandeelhouder is.



2.6.
In 2021 besloten de aandeelhouders van Mama Giraffe om afscheid te nemen van

[naam 5] en de leiding van Green Giraffe anders vorm te geven. [naam 5] is afgetreden als [functie 2] van Mama Giraffe. Mama Giraffe heeft zijn aandelenbelang in Mama Giraffe ingekocht tegen een vastgestelde koopprijs van in totaal bijna 14 miljoen euro.



2.7.
Vanaf 2024 verslechterden de resultaten van de Green Giraffe Group, evenals de samenwerking tussen de aandeelhouders. Eind 2024 is [naam 4] in overleg gegaan over het vertrek van [gedaagde] bij de Green Giraffe Group. [naam 3] en [naam 2] hebben vanuit Mama Giraffe het overleg hierover gevoerd met [naam 4] .



2.8.
Na meerdere onderhandelingen heeft [naam 3] op 21 maart 2025 de met [naam 4] uit onderhandelde deal proposal met de overige aandeelhouders van Mama Giraffe gedeeld. In zijn begeleidende e-mail stond: “As promised, please find attached a presentation outlining the proposal for [naam 6] and [naam 7] . If you have any questions on the proposals ahead of the meeting on Wednesday, please do not hesitate to reach out to [naam 2] [ [naam 2] , vzr] and myself [ [naam 3] , vzr]”. In de deal proposal, een powerpoint presentatie met de afspraken, staat – samengevat – dat [gedaagde] van zijn totale aandelenbelang van 201.650 aandelen in Mama Giraffe, een belang van 111.650 aandelen aan Mama Giraffe zou overdragen tegen een prijs van € 106,48 per aandeel, hetgeen resulteert in een kooprijs van circa € 11,5 miljoen. De betaling van de koopprijs zou plaatsvinden in verschillende termijnen. Van deze koopprijs zou € 100.000 worden voldaan door verrekening met de door [gedaagde] te betalen koopprijs voor de overname van het
Green Giraffe investeringsfonds, genaamd Virida Capital Management (hierna: Virida).
De overige 90.000 aandelen zou [naam 4] behouden in de vorm van stemrechtloze aandelen.



2.9.
Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 26 maart 2025 is door de aandeelhouders
van Mama Giraffe gestemd over de deal proposal. Uit de notulen van die vergadering volgt dat meer dan 75% van alle aandeelhouders met de deal proposal hebben ingestemd.



2.10.
Op 28 maart 2025 werd [naam 4] over de uitkomst van de aandeelhoudersvergadering geïnformeerd. In die mail staat verder: “The shareholders voted in favour of the deal which means that we would now need to enter into the documentation phase, which [naam 3] and [naam 2] will coordinate.”



2.11.
Op 17 april 2025 ontving [naam 4] de eerste conceptversie van de vaststellingsovereenkomst (hierna: de vso), op basis van de deal proposal waar de aandeelhouders op 26 maart 2025 positief over hadden gestemd.



2.12.
Op 2 mei 25 heeft [naam 4] zijn eerste commentaar op de vso gedeeld met [naam 3] . [naam 4] schreef hierbij: “Ik hoop dat ik alles heb geraakt dus nog steeds non binding.” [naam 3] heeft namens Mama Giraffe op 8 mei 2025 hierop geageerd: “Om maar meteen met de deur in huis te vallen, de eerste reactie is ronduit negatief (beetje zoals die van mij vorige week). Het merendeel van je opmerkingen/mark-up zijn duidelijk een brug te ver en worden gezien als een verdere onderhandeling die afwijkt van de deal.”



2.13.
Partijen werden het nog niet eens over de vso, maar besloten in de tussentijd van de deal proposal de Virida transactie al uit te voeren. Dit hield in de overdracht van Virida aan [gedaagde] tegen een gedeeltelijke terugkoop van de aandelen van [gedaagde] in Mama Giraffe. Deze overdracht is op 6 juni 2025 voltooid. Hiermee daalde het aandelenbelang van [gedaagde] in Mama Giraffe van 25,31% naar 23,63%.



2.14.
Hierna heeft [naam 4] geprobeerd verder te onderhandelen over de vso en contact te zoeken met [naam 3] en [naam 2] hierover, maar partijen zijn niet verder gekomen.



2.15.
Op 18 juni 2025 heeft Green Giraffe Capital Partners B.V. (GGCP, één van de dochterondernemingen van Mama Giraffe), met wie [gedaagde] op 27 oktober 2019 een managementovereenkomst had gesloten, deze managementovereenkomst met [gedaagde] opgezegd met de in de managementovereenkomst opgenomen beëindigingstermijn van drie maanden, dus per 18 september 2025.



2.16.

[gedaagde] heeft na ontvangst van deze opzegging contact gezocht met [naam 1] , [naam 3] en [naam 2] van Mama Giraffe. [gedaagde] heeft toen voorgesteld om (alsnog) de vso versie van 17 april 2025, zonder zijn voorgestelde wijzigingen, te accepteren.



2.17.
Op 20 juni 2025 berichtte [naam 1] [naam 4] dat Mama Giraffe niet meer in de positie was om de vso te ondertekenen.



2.18.
Hierna hebben de [functie 2] [naam 8] en [naam 1] op 18 juli 2025 een aandeelhoudersvergadering bijeengeroepen voor 29 juli 2025 voor (onder andere) (i) het ontslag van [gedaagde] als bestuurder van Mama Giraffe – omdat zij (kort gezegd) het vertrouwen in [gedaagde] was verloren – en (ii) het verlenen van goedkeuring voor de beëindiging van de managementovereenkomst tussen GGCP en [gedaagde] .



2.19.
Op 29 juli 2025 heeft de aandeelhoudersvergadering met meerderheid vóór het ontslag van [gedaagde] als bestuurder van Mama Giraffe gestemd. Over het verlenen van goedkeuring voor de beëindiging van de managementovereenkomst tussen GGCP en [gedaagde] is niet gestemd. Tijdens deze vergadering is ook gesproken over wat er moet gebeuren met de aandelen van [gedaagde] in Mama Giraffe en de werking van artikel 4.5.1(a) van de SHA., Omdat hierover onduidelijkheid bestond, is er niet gestemd. In de notulen van de aandeelhoudersvergadering staat hierover, voor zover relevant:

“(…) Clause 4.5.1(a) of the Mama Giraffe SHA deals with the consequences of a termination of the management agreement in relation to the shareholding of [gedaagde] BV in Mama Giraffe. The termination of a management agreement or employment agreement by Green Giraffe Advisory does not automatically trigger the occurrence of a “Compulsory Offer Event” and the inclusion in the cash sweep. If shareholders want the termination to result in a compulsory offer event, an active vote of the ordinary shareholders other than [gedaagde] BV is required. Therefore, by default if no vote is taken there is no compulsory offer event and accordingly, the shares of [gedaagde] BV shall not be included in the cash sweep. Under Clause 4.5.1(a) of the Mama Giraffe SHA [gedaagde] BV shall be obliged to convert the ordinary shares into non-voting shares without undue delay.
(…)

[naam 3] explains that if shareholders do not want the termination of the management agreement to result in a compulsory offer event and the shares to be included in the cash sweep, they should vote against the proposal. Conversely, if they want the termination of the management agreement to result in a compulsory offer event and the shares to be included in the cash sweep, they should vote in favour of the proposal. It was suggested by the chairman and [naam 3] to postpone the vote on the compulsory offer event to a later time to preserve optionality, with the default position being that the termination of [gedaagde] BV has not led to a compulsory offer event. The suggestion to postpone the vote was offered to the wider group, and the chairman establishes that all ordinary shareholders of Mama Giraffe agreed not to vote on this item at this time, leaving the default position in place for the time being and revert on the matter at a later stage. (…)”



2.20.
Na de aandeelhoudersvergadering heeft Mama Giraffe zich op het standpunt gesteld dat geen instemming is verleend aan de beëindiging van de managementovereenkomst met

[gedaagde] en dat het niet verlenen van de vereiste goedkeuring ertoe leidt dat de
aandelen van [gedaagde] zouden moeten worden omgezet in stemrechtloze aandelen. Mama Giraffe heeft [gedaagde] meermaals gevraagd om over te gaan tot ondertekening van het bestuursbesluit, waarin zijn aandelen worden omgezet in stemrechtloze aandelen. [gedaagde] heeft dit geweigerd.



2.21.

[gedaagde] heeft op 24 december 2025 een verzoekschrift ingediend bij de Ondernemingskamer tot uittreding als aandeelhouder van Mama Giraffe.






3Het geschil


in conventie



3.1.
Mama Giraffe vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. [gedaagde] te bevelen om uiterlijk 10 werkdagen na betekening van dit vonnis het bestuursbesluit van Mama Giraffe te ondertekenen waarmee alle door [gedaagde] in Mama Giraffe gehouden aandelen worden geconverteerd in stemrechtloze aandelen, en indien [gedaagde] niet tijdig of niet volledig aan dit bevel voldoet, te bepalen dat deze uitspraak in de plaats zal treden van de vereiste goedkeuring voor de conversie van de aandelen van [gedaagde] in stemrechtloze aandelen (art. 3:300 lid 1 BW),
II. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.



3.2.
Mama Giraffe legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op 18 juni 2025 is de managementovereenkomst tussen [gedaagde] en een (indirecte) dochtervennootschap van Mama Giraffe (GGCP) opgezegd. In de SHA is in artikel 4.5.1 is vervolgens duidelijk bepaald: er is sprake van een compulsory offer event (verplichte aanbieding) indien de aandeelhoudersvergadering van Mama Giraffe met twee derde meerderheid instemt met de opzegging van een managementovereenkomst. Als die goedkeuring er niet is, mag de aandeelhouder blijven maar is deze verplicht onverwijld ('without undue delay') mee te werken aan de omzetting van diens gewone aandelen naar stemrechtloze aandelen of certificaten. In dit geval ontbreekt de twee derde meerderheid, maar ondanks herhaalde verzoeken weigert [gedaagde] medewerking te verlenen aan de conversie in stemrechtloze aandelen.



3.3.

[gedaagde] voert verweer. De vordering van Mama Giraffe stuit ten eerste af op de overeenstemming die op 26 maart 2025 is bereikt ten aanzien van de deal proposal, uit hoofde waarvan [gedaagde] een groot deel van zijn aandelen heeft verkocht tegen betaling (in termijnen) van ruim 11 miljoen euro en zich slechts heeft verbonden 90.000 aandelen in stemrechtloze aandelen te converteren. In reconventie vordert [gedaagde] dan ook dat Mama Giraffe de afspraken waarover op 26 maart 2025 overeenstemming bestond na moet komen. Daarnaast hanteert Mama Giraffe een verkeerde uitleg van artikel 4.5.1 van de SHA waardoor [gedaagde] hoe dan ook niet verplicht is om mee te werken aan de conversie in stemrechtloze aandelen.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


in reconventie




3.5.

[gedaagde] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Mama Giraffe te bevelen om de op 26 maart 2025 bereikte overeenstemming gestand te doen door binnen 2 dagen na dagtekening van dit vonnis de vso (Productie 17 [gedaagde] ) te ondertekenen, waarna [gedaagde] eveneens tot ondertekening zal overgaan, en, indien Mama Giraffe niet tijdig of niet volledig aan dit bevel voldoet te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van een rechtsgeldig door Mama Giraffe en [gedaagde] ondertekende vso met de inhoud van Productie 17;
II. voor zover partijen de vso nog niet hebben geëffectueerd, Mama Giraffe, op straffe van een dwangsom, te veroordelen tot nakoming van afspraken uit de vso;
III. Mama Giraffe te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.



3.6.

[gedaagde] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op 26 maart 2025 is er overeenstemming bereikt tussen Mama en Giraffe en [gedaagde] over de deal proposal met daarin de voorwaarden van/over het vertrek van [gedaagde] bij Mama Giraffe. Hierna zou slechts een documentatiefase volgen. De bereikte overeenstemming is vastgelegd in de (concept)vso van 17 april 2025. Partijen hebben aan een deel van deze afspraken uitvoering gegeven, zoals de Virida transactie, maar Mama Giraffe houdt zich niet aan de rest van de afspraken en wil hier geen uitvoering aan geven. Omdat er echter al overeenstemming was moet Mama Giraffe deze vso effectueren.



3.7.
Mama Giraffe voert verweer. Mama Giraffe en [gedaagde] hebben veel onderhandeld over het vertrek van [gedaagde] , maar partijen zijn het niet eens geworden. Deze onderhandelingen hebben plaatsgevonden onder het voorbehoud dat alle gesprekken op non-binding basis worden gevoerd en hier dus over en weer geen verplichtingen uit voortvloeien. Mama Giraffe is op verzoek van [gedaagde] akkoord gegaan met het loskoppelen van de Virida transactie in ruil voor een gedeelte van de aandelen van [gedaagde] . Op alle andere punten is geen overeenstemming bereikt en zijn de onderhandelingen gestrand. Tussen partijen is geen overeenstemming bereikt over de (concept)vso van 17 april 2025. Dat blijkt alleen al uit de hoeveelheid aan wijzigingen van [gedaagde] op deze eerste conceptversie van de vso.



3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling


in conventie en in reconventie



4.1.
Partijen zijn verwikkeld in een geschil over het vertrek van [gedaagde] als aandeelhouder van de Green Giraffe Group. Partijen zij het eens over het vertrek van [gedaagde] , maar niet tegen welke voorwaarden. [gedaagde] wil nakoming van de afspraken zoals die volgens haar zijn gemaakt in maart 2025 en Mama Giraffe wil dat [gedaagde] meewerkt aan conversie van de aandelen van [gedaagde] in stemrechtloze aandelen. De vorderingen in conventie en in reconventie zullen tezamen worden beoordeeld.



4.2.
De vraag of de Mama Giraffe de vso van 17 april 2025 moet nakomen (de tegenvordering van [gedaagde] ) zal eerst worden beoordeeld, omdat als die vordering wordt toegewezen er geen belang meer is bij de vordering van Mama Giraffe in conventie.


Nakoming vso?




4.3.
Hoewel op 26 maart 2025 de meerderheid van de aandeelhouders hebben ingestemd met de deal proposal, is daarmee niet gegeven dat er een vso is gesloten tussen partijen. Meest relevant hiertoe is dat [gedaagde] zelf een groot aantal wijzigingen heeft aangebracht in de concept vso van 17 april 2025. Ter zitting heeft [gedaagde] het standpunt ingekomen dat zij bereid was die eerder opmerkingen weer in te trekken en de vso van 17 april 2025 alsnog te aanvaarden. Dit is echter niet mogelijk. Op grond van artikel 6:225 BW geldt een aanvaarding die van het aanbod afwijkt als een nieuw aanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke aanbod. Door de vele wijzigingen van [gedaagde] op de conceptversie vso van 17 april 2025 heeft zij een nieuw aanbod gedaan en verviel daarmee het oorspronkelijke aanbod van 17 april 2025. Dat de omstandigheden hier anders zouden zijn zoals mr. Jansen ter zitting betoogde, omdat er al een daaraan voorafgaand deal proposal lag en Mama Giraffe in die door redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding rekening moest houden met de gerechtvaardigde belangen van [gedaagde] , in combinatie met een beroep op het arrest [partij 1] / [partij 2], gaat niet op. Alleen als de wijzigingen van [gedaagde] slechts op ondergeschikte punten zou afwijken, dan kunnen de wijzigingen van [gedaagde] worden gezien als een aanvaarding en niet als verwerping van het aanbod. Daar is hier echter geen sprake. Het ging om een groot aantal, op belangrijke punten afwijkende wijzigingen en dat blijkt ook uit de reactie van [naam 3] bij e-mail van 8 mei 2025: “Om maar meteen met de deur in huis te vallen, de eerste reactie is ronduit negatief (…). Het merendeel van je opmerkingen/ mark -up zijn duidelijk een brug te ver en worden gezien als een verdere onderhandeling die afwijkt van de deal.” (zie 2.12).



4.4.
Daarnaast speelt het volgende mee. [naam 3] en [naam 2] traden tijdens de onderhandelingen met [gedaagde] op als bemiddelaars en kunnen zij niet worden gezien als vertegenwoordiging van het bestuur van Mama Giraffe. Daarom staat dus nog niet vast dat het bestuur van Mama Giraffe ook heeft ingestemd met de deal proposal van maart 2025. Verder is meerdere keren door beide partijen benoemd dat de onderhandelingen tussen partijen op non-binding basis waren. Dat heeft Mama Giraffe niet pas voor het eerst in de e-mailcorrespondentie in mei 2025 geschreven, zoals [gedaagde] aanvoert, het blijkt ook uit eerdere correspondentie en uitgewisselde stukken en bovendien heeft [gedaagde] zelf op 2 mei 2025 ook nog geschreven dat alles ‘non-binding’ is (zie 2.12). Dat tot slot deels uitvoerig is gegeven aan de deal proposal door de Virida transactie wel uit te voeren, is verklaarbaar doordat [gedaagde] zelf ook al had benoemd deze los te willen koppelen van de rest van de afspraken.



4.5.
Hierdoor is de conclusie dat er geen overeenstemming is over de vso van 17 april 2025. De vorderingen van [gedaagde] die zien op het gebod tot tekenen van deze vso door Mama Giraffe of nakoming van de afspraken uit de vso, worden dan ook afgewezen.


Conversie naar stemrechtloze aandelen?




4.6.
De vervolgvraag is wat er dan moet gebeuren met de aandelen van [gedaagde] in Mama Giraffe. Moeten die worden geconverteerd in stemrechtloze aandelen zoals Mama Giraffe in conventie vordert?



4.7.
Om deze vraag te beantwoorden dient artikel 4.5.1. van SHA (zie 2.4) te worden uitgelegd. Partijen verschillen van mening over uitleg van deze bepaling.



4.8.
Mama Giraffe stelt dat artikel 4.5.1 van de SHA bepaalt dat sprake is van een ‘Compulsory Offer Event’ (verplichte aanbieding van de aandelen) als de aandeelhoudersvergadering van Mama Giraffe met twee derde meerderheid instemt met de opzegging van een managementovereenkomst. Als die goedkeuring er niet is, moet de aandeelhouder verplicht onverwijld meewerken aan de omzetting van de gewone aandelen in stemrechtloze aandelen. Dat is de ‘default positie’; dat wil zeggen als er niet is gestemd, zoals nu het geval is, dan is er geen twee derde meerderheid en wordt er teruggevallen op de conversie van de aandelen in stemrechtloze aandelen. Bij het vertrek van andere aandeelhouders is dit op dezelfde manier gegaan en daar heeft [gedaagde] nooit tegen geprotesteerd.



4.9.

[gedaagde] voert aan dat het einde van de managementovereenkomst van [gedaagde] met GGCP (automatisch) leidt tot een verplichte aanbieding van aandelen (‘Compulsory Offer Event’), tenzij twee derde van de aandeelhouders meent dat dit tot een onbillijk resultaat zou leiden en besluit (bij stemming) dat de aandelen niet hoeven worden verkocht maar moeten worden omgezet in stemrechtloze aandelen.
Aan de die tweede voorwaarde voor verplichte conversie uit art. 4.5.1.(a) SHA, dat twee derde meerderheid van de aandeelhouders tegen stemt (‘no approval of two thirds of the votes cast’) is niet voldaan, omdat er wel de goedkeuring door twee derde van de aandeelhouders was. Twee derde van de aandeelhouders heeft namelijk ingestemd met het ontslag van [gedaagde] als bestuurder van Mama Giraffe en die stemming moet in redelijkheid ook worden aangemerkt als de goedkeuring voor de beëindiging van de managementovereenkomst en op die manier is voldaan aan de vereiste twee derde meerderheid voor verplichte aanbieding.
Als dit standpunt niet wordt gevolgd, kan overigens ook niet worden overgegaan tot conversie naar stemrechtloze aandelen omdat er dan überhaupt geen stemming heeft plaatsgevonden over de beëindiging van de managementovereenkomst. Want dat betekent namelijk niet automatisch, waar Mama Giraffe wel vanuit gaat, dat er dan geen sprake is van twee derde meerderheid en dus moet worden overgaan tot conversie naar stemrechtloze aandelen.
Verder is ook niet voldaan aan het eerste vereiste in artikel 4.5.1 van de SHA dat opzegging van de managementovereenkomst op initiatief was van Mama Giraffe of één van haar groepsvennootschappen, omdat dit alleen maar voortkwam uit de wens van (de aandeelhouders van) Mama Giraffe om zich van de invloed en zeggenschap van [gedaagde] te ontdoen zonder de daarvoor op 26 maart 2025 overeengekomen tegenprestaties te leveren. Daarvoor is artikel 4.5.1. van de SHA niet bedoeld.



4.10.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Op basis van artikel 4.5.1 van de SHA is voorshands voldoende aannemelijk dat als bij een stemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst of managementovereenkomst van de aandeelhouder twee derde meerderheid vóór stemt dan sprake is van een verplichte aanbieding van de aandelen (‘compulsory event’), en indien niet twee derde meerderheid vóór stemt (twee derde meerderheid niet wordt gehaald) dan sprake is van een verplichte conversie van de aandelen in stemrechtloze aandelen. Op basis hiervan is in ieder geval voldoende aannemelijk dat er überhaupt moet worden gestemd, maar nu is er in het geheel niet gestemd. Dat betekent echter niet automatisch dat er geen ‘compulsory event’ is en als een soort ‘default versie’ wordt teruggevallen op conversie in stemrechtloze aandelen, zoals Mama Giraffe betoogt. Er moet eerst een stemming plaatsvinden. Dat sluit ook aan bij de uitleg van [naam 3] uit de notulen van de aandeelhoudersvergadering van 29 juli 2025, waaruit blijkt dat bewust is gekozen om nog niet te stemmen omdat de werking van artikel 4.5.1 van de SHA nog onduidelijk was.



4.11.
Dat betekent dat voorshands niet aannemelijk is dat [gedaagde] op grond van artikel 4.5.1 van de SHA verplicht is om zijn aandelen om te zetten in stemrechtloze aandelen.



4.12.
Bovendien speelt in het kader van een belangenafweging mee dat toewijzing van de vordering van Mama Giraffe, dat [gedaagde] wel mee moet werken aan conversie in stemrechtloze aandelen, verstrekkende gevolgen heeft, die niet eenvoudig kunnen worden teruggedraaid. Mama Giraffe heeft wel gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vordering omdat [gedaagde] als grote aandeelhouder nu dwars kan liggen bij besluitvorming, terwijl de bedoeling is dat aandeelhouders die niet meer betrokken zijn niet meer via hun stemrecht een beslissende invloed kunnen uitoefenen op de gang van zaken. Dit belang is echter nog onvoldoende concreet gebleken. Mama Giraffe heeft weliswaar een voorbeeld genoemd waarbij [gedaagde] de besluitvorming erg heeft vertraagd, en begrijpelijk is dat dit vervelend is, maar dit is niet zo ingrijpend of verstrekkend dat nu ingrijpen noodzakelijk is. “Getreiter” door [gedaagde] , als daarvan al sprake is, kan vervelend zijn, maar is geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening. Vooral omdat er veel onduidelijkheid bestaat over de manier waarop de invloed van [gedaagde] zou moeten worden beëindigd. Dit kan beter in zijn geheel worden beoordeeld bij de aanhangig gemaakte procedure bij de Ondernemingskamer, waar dit meer in detail kan worden uitgezocht.


Proceskosten




4.13.
Mama Giraffe is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- griffierecht





735,00







- salaris advocaat





1.177,00







- nakosten





189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





2.101,00









De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



4.14.

[gedaagde] is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mama Giraffe worden begroot op:









- salaris advocaat





588,50


(factor 0,5 × 1.177,00)




- nakosten





189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





777,50









De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing

De voorzieningenrechter


in conventie



5.1.
weigert de gevraagde voorziening,



5.2.
veroordeelt Mama Giraffe in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Mama Giraffe niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
veroordeelt Mama Giraffe tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,


in reconventie




5.5.
weigert de gevraagde voorzieningen,



5.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 777,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.7.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.



HR 15 november 1957, NJ 1958/67


type: EvK
coll: EB
Link naar deze uitspraak