Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:6008 
 
Datum uitspraak:27-02-2026
Datum gepubliceerd:18-06-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:C/13/782102 / KG ZA 26-47
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Ondernemingsrechtelijk geschil, beëindiging managementovereenkomst. De vraag of sprake is van een (good of bad) Leaver Event en daardoor aanbieding van certificaten.
Trefwoorden:earn out
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/782102 / KG ZA 26-47 MdV/EvK


Vonnis in kort geding van 27 februari 2026


in de zaak van



[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ( [gemeente] ),
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 3 februari 2026,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. D.J.D. Beerenfenger,

tegen


STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CASTELLUM PARTICIPANTEN,
te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de STAK,
advocaat: mr. S.L. Boersen.





1De procedure


1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 13 februari 2026 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. De STAK heeft verweer gevoerd en een voorwaardelijke tegenvordering (vordering in reconventie) ingesteld. [eiser] heeft de voorwaardelijke tegenvordering bestreden. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.


1.2.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van [eiser] : [naam 1] met mr. Beerenfenger en mr. O. Cusell,
aan de zijde van de STAK: [naam 2] en [naam 3] met mr. Boersen en mr. B.C. Elion.


1.3.
Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Op 20 oktober 2023 heeft [eiser] haar aandelen in ATN Groep B.V. (hierna: ATN) verkocht aan Castellum Security B.V. Vervolgens is tussen ATN en [eiser] een managementovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst is ingegaan op 15 december 2023 voor de duur van 12 maanden, waarna partijen in nader overleg zouden treden over eventuele verlenging van de overeenkomst. Na 15 december 2024 heeft [eiser] (althans haar DGA [naam 1] ) haar managementtaken voortgezet.



2.2.

[eiser] heeft van de koopprijs € 250.000,00 geïnvesteerd in Castellum Participanten B.V. (een aandeelhouder van Castellum Security B.V.). In ruil hiervoor verkreeg [eiser] certificaten van aandelen, die door de STAK worden beheerd.


2.3.
Op 13 januari 2025 heeft ATN de managementovereenkomst per direct opgezegd, kort gezegd omdat [eiser] (althans haar DGA [naam 1] ) zich schuldig zou hebben gemaakt aan manipulatie van de EBITDA om een hogere Earn Out te behalen.


2.4.
Volgens de STAK triggerde deze opzegging het in (artikel 6 van) de Administratievoorwaarden beschreven “Leaver Event”, dat erop neerkomt dat een uittredende manager zijn/haar certificaten dient aan te bieden aan het bestuur van de STAK, waartoe het bestuur zelf gemachtigd is als die aanbieding achterwege blijft. Volgens de STAK kwalificeerde [eiser] bovendien als “Bad Leaver”, zodat zij haar certificaten zou moeten aanbieden voor € 1,00. [eiser] heeft een advocaat in de arm genomen om de standpunten van ATN en de STAK te bestrijden.


2.5.
In februari 2025 hebben de advocaten van partijen telefonisch met elkaar gesproken over de aanbieding van de certificaten en een daarover door [eiser] aangekondigd spoed-kort geding. De advocaat van de STAK heeft naar aanleiding van dit gesprek aan de advocaat van [eiser] geschreven (onder meer): “Begrijp ik het goed, dan is het spoedeisend belang van uw cliënt gelegen in de aanbiedingsverplichting op grond van de administratievoorwaarden van de STAK. Na overleg met cliënte kan ik u bevestigen dat cliënten bereid zijn om op dit punt pas op de plaats te maken in afwachting van een bodemprocedure”. Kort hierna mailde de advocaat van [eiser] : “Dank voor de bevestiging dat uw cliënten geen uitvoering zullen geven aan de vermeende aanbiedingsplicht totdat in een bodemprocedure tussen partijen (waartoe ook behoort de STAK) (eind)vonnis is gewezen”. Hierop heeft de advocaat van de STAK niet gereageerd.


2.6.
In september 2025 is op verzoek van [eiser] een voorlopig getuigenverhoor gehouden.


2.7.
Op 4 november 2025 heeft ATN zekerheidshalve nogmaals de managementovereenkomst opgezegd, per direct wegens verstoorde verhoudingen en subsidiair met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden, dus tegen 4 mei 2026.


2.8.

[eiser] is bij dagvaarding van 28 november 2025 een bodemprocedure begonnen tegen ATN, Castellum Security B.V. en de STAK. In deze procedure vordert zij een verklaring voor recht dat de managementovereenkomst is verlengd tot 15 december 2027, betaling van ruim € 300.000,00 aan managementvergoeding, afgifte van jaarrekeningen, betaling van Earn Out, eerbiediging van haar rechten als certificaathouder (inclusief dividenduitkering), inzage in het register van certificaathouders en een verbod op het aanbieden van haar certificaten.







3Het geschil


in conventie



3.1.

[eiser] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. de STAK te verbieden om op welke wijze dan ook uitvoering te geven aan, medewerking te verlenen aan, of handelingen te verrichten ter effectuering van enige vermeende aanbiedingsplicht, dan wel om op enigerlei wijze medewerking te verlenen aan de overdracht of Levering van certificaten van [eiser] aan één of meer Gegadigden en aan enige andere (rechts)persoon, inclusief de STAK zelf, zolang niet bij eindvonnis in een bodemprocedure is vastgesteld of sprake is van een Leaver Event, en zo ja, of [eiser] dan kwalificeert als Good Leaver, dan wel als Bad Leaver;
II. de STAK te gebieden om onmiddellijk na betekening van dit vonnis, iedere reeds in gang gezette aanbiedings- of Leveringsprocedure met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden, zolang niet bij eindvonnis in een bodemprocedure is vastgesteld of sprake is van een Leaver Event, en zo ja, of [eiser] dan kwalificeert als Good Leaver, dan wel als Bad Leaver, alsmede onmiddellijk alle redelijke maatregelen te treffen om een dergelijke in gang gezette aanbiedings- of Leveringsprocedure ongedaan te maken, waaronder het doen van schriftelijke berichtgeving daarover aan de Gegadigden alsmede aan andere bij de aanbiedings- of leveringsprocedure betrokken (rechts)personen;
III. de STAK te gebieden om [eiser] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis in staat te stellen om ten kantore van de STAK het certificaathoudersregister, in bijzijn van haar advocaat, in te zien, waarbij geldt dat [eiser] ten minste drie dagdelen binnen de zeven dagen na betekening van dit vonnis in staat moet worden gesteld om het certificaathoudersregister in te zien;
IV. te bepalen dat, indien de STAK in strijd handelt met één van de hiervoor genoemde veroordeling van het in dezen te wijzen vonnis, zij een dwangsom verbeurt van € 200.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 5.000.000,-;
V. primair de STAK te veroordelen in de volledige advocaatkosten, te vermeerderen met wettelijke rente, subsidiair de STAK te veroordelen in de proceskosten op basis van liquidatietarief, te vermeerderen met wettelijke rente.



3.2.

[eiser] legt aan de vordering kort samengevat het volgende ten grondslag. De managementovereenkomst is niet geldig beëindigd. Er is dus geen sprake van een Leaver Event en [eiser] is niet verplicht haar certificaten aan te bieden. De STAK mag dat dus ook niet doen met behulp van de volmacht in de Administratievoorwaarden. De STAK heeft bovendien toegezegd (per mail van 20 februari 2025) dat zij zal wachten op een eindvonnis in de bodemprocedure, die net is begonnen. Levering van de certificaten – zeker tegen een bedrag van € 1,00 – is onomkeerbaar en maakt winst van [eiser] in de bodemprocedure zinledig. Verder heeft [eiser] als certificaathouder recht op inzage in het register van certificaathouders. [eiser] wil weten wie de andere certificaathouders zijn en wie er belang hebben bij haar kwalificatie als (Bad) Leaver. Ook wil zij kunnen nagaan met welk percentage haar certificaten verwateren dan wel toenemen als zij al dan niet participeert in een voorgenomen financieringsronde van Castellum Participanten.



3.3.
De STAK voert verweer. Op hetgeen zij daartoe aanvoert, wordt hierna voor zover van belang nader ingegaan.


in voorwaardelijke reconventie




3.4.
De STAK vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, onder de voorwaarde van toewijzing van een (of meer van de) vordering(en) I. tot en met V. in conventie:

primair

I. binnen vijf dagen na dit vonnis, doch nadat zij een namens Castellum Security B.V. ondertekende garantieverklaring conform de tekst van Productie 12 heeft ontvangen, schriftelijk aan het bestuur van de STAK te berichten dat zij alle 629 certificaten van gewone aandelen in het kapitaal van Castellum Participanten B.V., met nummer 10.188 tot en met 10.816, aanbiedt;
en voorts om:
II. binnen een maand na aanvaarding van het aanbod door de Gegadigde(n) al datgene te doen dat nodig is teneinde de certificaten aan de Gegadigde(n) te leveren tegen betaling van € 1,00, waaronder ondertekening van de daartoe strekkende leveringsakte(n) en mededeling van de levering aan de STAK;
III. op straffe van een dwangsom van € 25.000 per dag dat [eiser] deze veroordeling niet of niet geheel nakomt

subsidiair

IV. [eiser] te veroordelen, op straffe van een dwangsom, om te dulden dat de STAK opschort al haar verplichtingen jegens [eiser] die op grond van de akte van uitgifte van 15 december 2022 en de toepasselijke administratievoorwaarden verbonden zijn aan de certificaten van [eiser] ;

primair en subsidiair

V. [eiser] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.



3.5.
De STAK legt aan de vordering grosso modo hetzelfde ten grondslag als aan haar verweer in conventie.



3.6.

[eiser] verweert zich met de stellingen die zij in conventie inneemt. Op die stellingen wordt hierna ingegaan voor zover dat van belang is voor de beoordeling.






4De beoordeling


in conventie



4.1.
De stellingen van [eiser] komen er in de kern op neer dat de managementovereenkomst tussen haar en ATN niet is beëindigd zodat er geen sprake van is dat zij haar certificaten moet aanbieden. Met andere woorden, er is geen Leaver Event. De STAK mag dus ook niet de volmacht gebruiken die zij heeft om de certificaten aan te bieden nu [eiser] dat niet doet. De STAK heeft bovendien beloofd om die volmacht niet te gebruiken zolang er geen eindvonnis is gewezen in de bodemprocedure.



4.2.
Afgaande op de reeds afgelegde getuigenverklaringen lijkt de kans niet onaanzienlijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de managementovereenkomst al in januari 2025 is geëindigd. Hierover hoeft in dit kort geding echter niet te worden geoordeeld. Aannemelijk is immers dat, voor zover de overeenkomst nog bestaat, deze op zijn laatst eindigt op 4 mei 2026, dus op vrij korte termijn. De STAK heeft aangevoerd dat de managementovereenkomst na 12 maanden (op 15 december 2024) stilzwijgend is verlengd, wat gelet op artikel 5.3 van de overeenkomst meebrengt dat hij vervolgens kon worden opgezegd met een termijn van zes maanden, wat op 4 november 2025 zekerheidshalve is gedaan. [eiser] stelt hier (in haar dagvaarding in de bodemprocedure) tegenover dat partijen “impliciet” zijn overeengekomen dat de managementovereenkomst zou worden verlengd tot en met 15 december 2027. Dat standpunt is echter niet aannemelijk. [eiser] (althans [naam 1] ) stelt dat zij in september 2024 in een gesprek over het langer aanblijven als manager gezegd heeft dat zij maximaal drie jaar wilde blijven met een jaarlijks evaluatiemoment. Nadien zou [eiser] nog hebben gesproken met iemand anders, die zou hebben gezegd het een goed idee te vinden als [eiser] nog een of meer jaren zou aanblijven. Dat hiermee een bindende afspraak tot stand zou zijn gekomen waarmee de managementovereenkomst voor maar liefst drie jaar werd verlengd, valt niet in te zien. Veel eerder lijkt hier sprake te zijn van de situatie waarin artikel 3.1 in combinatie met artikel 5.3 van de managementovereenkomst voorziet: de overeenkomst wordt na het eerste jaar verlengd en kent dan een opzegtermijn van zes maanden.



4.3.
Nu de managementovereenkomst, als zij al niet beëindigd is, in elk geval uiterlijk 4 mei 2026 zal eindigen, zal zich op een zodanig korte termijn een Leaver Event voordoen, dat [eiser] er geen belang bij heeft om de uitvoering van de daarmee corresponderende aanbiedingsregeling tegen te houden. Daarbij is van belang dat Castellum Participaties B.V., die aannemelijk heeft gemaakt voldoende solvabel te zijn, zich garant heeft gesteld voor betaling van de Good Leaver prijs van de certificaten, in het geval [eiser] blijkt te kwalificeren als Good Leaver. Dat is ook een noodzakelijke voorwaarde in dit stadium, omdat over de kwestie Good of Bad Leaver nog beslist moet worden.



4.4.
De stelling van [eiser] , dat de STAK moet stoppen met uitvoering van de aanbiedingsregeling, omdat zij op 20 februari 2025 heeft toegezegd dat zij zou wachten op een eindvonnis in de bodemprocedure, maakt het voorgaande niet anders. Het is maar de vraag of de STAK die toezegging heeft gedaan; niet uit te sluiten is dat haar woorden in de mond zijn gelegd, die zij verzuimd heeft te weerspreken. Maar ook als de toezegging zou zijn gedaan, blijft nog steeds staan dat zich (uiterlijk) per 4 mei 2026 een Leaver Event voordoet. Het belang van [eiser] om de STAK aan de (beweerdelijke) toezegging te houden, is dan niet in te zien: zij zal hoe dan ook uiterlijk per 4 mei 2026 haar certificaten moeten aanbieden. Voor zover [eiser] nog stelt dat de mail van 20 februari 2025 geldt als een schriftelijk akkoord met het behouden van de certificaten (als bedoeld in artikel 16 van de Administratievoorwaarden) geldt dat de tekst van de mail daarvoor geen enkel aanknopingspunt biedt.



4.5.
Het voorgaande betekent dat de eerste twee vorderingen van [eiser] niet toewijsbaar zijn. Nu [eiser] binnen afzienbare tijd geen certificaathouder meer zal zijn, heeft zij ook geen recht meer op inzage in het register van certificaathouders. Op welke andere gronden [eiser] recht zou hebben op inzage, is niet deugdelijk onderbouwd. Ook de derde vordering van [eiser] kan niet worden toegewezen.



4.6.
Het feit dat 4 mei 2026 nog zo’n twee maanden in de toekomst ligt, is geen reden om de STAK tot die tijd pas op de plaats te laten maken. De STAK heeft voldoende toegelicht dat zij op kortere termijn al een nieuwe financieringsronde wil houden, die een stuk minder gecompliceerd zal verlopen als [eiser] geen certificaathouder meer is, mede gelet op het feit dat [eiser] ter zitting niet kon toezeggen dat zij afstand zou nemen van de aan haar certificaten verbonden rechten. Daarmee heeft de STAK een belang bij het onmiddellijk voortzetten van de aanbiedingsprocedure dat zwaarder weegt dan het belang van [eiser] om tot 4 mei 2026 haar certificaten te behouden.



4.7.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van STAK worden begroot op:









- griffierecht





735,00







- salaris advocaat





1.177,00







- nakosten





189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





2.101,00











4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.


in voorwaardelijke reconventie




4.9.
Nu geen van de vorderingen in conventie wordt toegewezen, wordt niet toegekomen aan de voorwaardelijke tegenvorderingen.





5De beslissing

De voorzieningenrechter


in conventie



5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,



5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,


in voorwaardelijke reconventie




5.5.
verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft.


Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.
Link naar deze uitspraak