Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2025:26410 
 
Datum uitspraak:28-11-2025
Datum gepubliceerd:13-01-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:C/09/694038 / KG ZA 25-10 C/09/694038 / KG ZA 25-10
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht Geschil tussen ex-partners, procedure over de vraag of gedaagde partij gehouden is medewerking te verlenen aan het ondertekenen van een verdelingsverklaring verhuisregeling van geldverstrekker. Volgt toewijzing van het gevorderde.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
koopovereenkomst
 
Uitspraak
Rechtbank den haag


Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/694038 / KG ZA 25-1081


Vonnis in kort geding van 28 november 2025


in de zaak van



[eiseres] te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. R.W. van den Hoek te Leiden,

tegen:



[gedaagde] te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4;
- de akte houdende een vermindering van eis;
- de door [gedaagde] overgelegde conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7.



1.2.
Op 21 november 2025 is de mondelinge behandeling gehouden. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.





2De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.


2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben met elkaar samengewoond. Zij zijn sinds 13 april 2015 ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van een woning aan de [adres] (hierna: de woning).



2.2.

[gedaagde] heeft de woning per 1 mei 2024 verlaten. Hij woont momenteel in een huurwoning. [eiseres] is in de woning blijven wonen. Zij woont daar samen met de kinderen van partijen.



2.3.
Partijen hebben twee hypothecaire geldleningen bij Florius. Een annuïtaire lening, die op 31 december 2024 € 194.543,21 bedroeg (hierna ook: de annuïtaire hypotheek), en een aflossingsvrije lening, met een omvang van € 111.650,= (hierna ook: de aflossingsvrije hypotheek). Het rentepercentage van de annuïtaire lening bedraagt 1,73% en dat van de aflossingsvrije lening 2,07%.



2.4.
Bij vonnis van deze rechtbank van 9 juli 2025 (zaak met kenmerk C/09/679743 / HA ZA 25-130) is, voor zover in dit kort geding van belang is, als volgt overwogen:

“5.6. De rechtbank is van oordeel dat het belang van [eiseres] om met haar minderjarige kinderen in de woning te blijven wonen zwaarder moet wegen dan het financiële belang van [gedaagde] om een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren. (…)



5.7.

[eiseres] zal aldus in de gelegenheid worden gesteld (het aandeel van [gedaagde] in) de woning over te nemen. Daartoe dienen partijen gezamenlijk opdracht aan een makelaar te geven om de woning te taxeren. De rechtbank leidt uit de stellingen van partijen af dat het hen voor ogen staat dat de makelaar de waarde van de woning bindend zal vaststellen. De rechtbank zal [eiseres] daarom in de gelegenheid stellen om binnen een periode van drie maanden na het taxatierapport het aandeel van [gedaagde] tegen de getaxeerde marktwaarde over te nemen, waarbij [eiseres] de hypotheekschuld overneemt en [gedaagde] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Als het [eiseres] niet lukt om de woning over te nemen, dan zal deze - overeenkomstig de vordering van [gedaagde] - worden verkocht aan een derde. Deze wijze van verdeling wordt in het dictum uitgewerkt.”



2.5.
In het vonnis is ook overwogen dat de aflossingsvrije hypotheek in de onderlinge verhouding tussen partijen voor rekening van [gedaagde] komt en dat dit bedrag in mindering zal worden gebracht op het aandeel van [gedaagde] in de overwaarde van de woning. Vervolgens is in het vonnis, voor zover nu van belang, als volgt beslist (samengevat weergegeven):
- [gedaagde] krijgt de gelegenheid om binnen één week na de datum van het vonnis drie verschillende makelaars voor te stellen die de woning kunnen taxeren en verkopen. [eiseres] mag daaruit een makelaar kiezen, waarna partijen gezamenlijk opdracht verlenen aan de makelaar om de woning bindend, tegen de actuele vrije verkoopwaarde te taxeren;
- De woning is toegedeeld aan [eiseres] onder de opschortende voorwaarde dat zij (i) binnen drie maanden na de datum van het taxatierapport aan [gedaagde] aantoont dat zij in staat is de volledige eigendom van de woning te verkrijgen en (ii) [gedaagde] te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld;
- Als aan de voorwaarden onder (i) en (ii) wordt voldaan moet [gedaagde] zijn aandeel in de woning binnen een maand nadat [eiseres] aantoont dat zij de benodigde financiering kan krijgen leveren aan [eiseres] , waarbij [gedaagde] een vordering uit hoorde van overbedeling op [eiseres] verkrijgt. Die vordering is gelijk aan de helft van de taxatiewaarde, minus de helft van de actuele hypotheekschuld uit hoofde van de annuïteitenhypotheek en een bedrag van € 111.650,- vanwege de aflossingsvrije hypotheek en de helft van de sinds 1 mei 2024 door [eiseres] verrichte aflossingen op de annuïteitenhypotheek. Dit bedrag moet [eiseres] ten tijde van de levering bij de notaris aan [gedaagde] betalen;
- Als [gedaagde] zijn medewerking aan de verkoop en levering van zijn aandeel in de woning aan [eiseres] niet (tijdig) verleent, treedt het vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats van het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst met de makelaar, de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde] dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan [eiseres] ;
- Voor zover [eiseres] niet in staat is de volledige eigendom van de woning te verkrijgen en [gedaagde] te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld, is in het vonnis bepaald dat de woning aan een derde moet worden verkocht en geleverd en op welke wijze dat moet plaatsvinden.


2.6.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [gedaagde] heeft hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis.



2.7.
Op 1 september 2025 is een taxatierapport voor de woning opgemaakt. De woning is getaxeerd op een waarde van € 500.000,-.



2.8.
De advocaat van [eiseres] heeft de advocaat van [gedaagde] verzocht of [gedaagde] bereid is mee te werken aan de overdracht van de huidige hypotheek en rente aan [eiseres] . [gedaagde] is verzocht het formulier Verdelingsverklaring verhuisregeling van Florius (hierna: de verdelingsverklaring) te ondertekenen. Met dit formulier kunnen (ex)partners aangeven in welke verhouding zij de vaste rente van hun leningdelen mee willen verhuizen naar de hypotheek van twee verschillende nieuwe leningen bij Florius. In dit formulier staat bij de ondertekening het volgende vermeld:









2.9.

[gedaagde] heeft de verdelingsverklaring niet willen tekenen.





3Het geschil


3.1.

[eiseres] vordert – na wijziging van eis – zakelijk weergegeven:



[gedaagde] op straffe van een dwangsom te veroordelen tot medewerking aan de overname door [eiseres] van de vaste rente behorende bij de annuïtaire hypotheek en de aflossingsvrije hypotheek, binnen één week na dit vonnis, door ondertekening van het formulier verdelingsverklaring verhuisregeling zoals Florius die hanteert, waarbij



primair: [eiseres] 100% van de vaste rente van beide leningdelen over kan nemen;



subsidiair: [eiseres] 100% van de vaste rente behorende bij de annuïtaire hypotheek


kan overnemen en [gedaagde] 100% van de vaste rente behorende bij de aflossingsvrije hypotheek kan overnemen;

meer subsidiair: [eiseres] en [gedaagde] ieder 50% van de vaste rente bij de annuïtaire
hypotheek en ieder 50% van de vaste rente behorende bij de aflossingsvrije hypotheek kunnen overnemen;
2. te bepalen dat dit vonnis, wanneer het maximum aan verbeurde boetes is bereikt, in de plaats treedt van de verdelingsverklaring verhuisregeling, waarbij aan [eiseres] wordt toebedeeld:
3. primair: 100% van de vaste rente van beide leningdelen;
4. subsidiair: 100% van de vaste rente bij de annuïtaire hypotheek;
5. meer subsidiair: 50% van de vaste rente bij de annuïtaire hypotheek en 50% van de
vaste rente bij de aflossingsvrije hypotheek;
3. te bepalen dat [eiseres] een termijn van drie maanden heeft, te rekenen vanaf het moment dat
4. hetzij [gedaagde] het formulier verdelingsverklaring verhuisregeling heeft ondertekend;
5. hetzij dit vonnis in de plaats treedt van de verdelingsverklaring verhuisregeling
om aan te tonen dat zij in staat is de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde en onder ontslag van [gedaagde] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, waarna [eiseres] vervolgens een maand de tijd heeft om de overdracht te realiseren;
alles voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en met compensatie van de kosten van de procedure.



3.2.
Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan.
De rechtbank heeft in het vonnis van 9 juli 2025 beslist dat [eiseres] de kans krijgt de woning en de hypotheekschuld van partijen over te nemen. Zij dient binnen drie maanden na de datum van het taxatierapport aan te tonen dat zij in staat is de volledige eigendom van de woning te verkrijgen en zij moet [gedaagde] laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. Om de hypotheekschuld over te kunnen nemen is het voor [eiseres] nodig dat zij een offerte van Florius krijgt, en die kan zij pas krijgen als partijen de verdelingsverklaring ondertekenen. Omdat [gedaagde] zijn medewerking aan het ondertekenen van de verdelingsverklaring niet verleent, loopt [eiseres] vast. [gedaagde] dient dan ook veroordeeld te worden om zijn medewerking hieraan te verlenen.
Omdat [gedaagde] zijn medewerking eerder niet heeft verleend, is er veel tijd verloren gegaan sinds het taxatierapport voor de woning is uitgebracht, zodat [eiseres] belang heeft bij een verlenging van de eerder door de rechtbank bepaalde termijn om aan te tonen dat zij in staat is de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde, onder ontslag van [gedaagde] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.



3.3.

[gedaagde] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.





4De beoordeling van het geschil


4.1.
In deze procedure ligt allereerst de vraag voor of [gedaagde] gehouden is de verdelingsverklaring te ondertekenen. [eiseres] maakt in dit verband primair aanspraak op 100% van de vaste rente van beide leningdelen bij Florius, waarbij [gedaagde] dan dus niets krijgt. Subsidiair meent [eiseres] dat ze bij de verdeling 100% van de vaste rente van de annuïtaire hypotheek moet krijgen en [gedaagde] 100% van de vaste rente behorende bij de aflossingsvrije hypotheek, en meer subsidiair meent [eiseres] dat de verdeling er uit moet bestaan dat ieder 50% van de vaste rente van de annuïtaire hypotheek en van de aflossingsvrije hypotheek mag krijgen.



4.2.

[gedaagde] betwist gehouden te zijn de verdelingsverklaring te ondertekenen. Hij heeft aangevoerd dat in het vonnis van de rechtbank niets is overwogen en beslist over het al dan niet mogen meenemen van een rentevoordeel (in dit verband: de gunstige lage rente die nog voor enkele jaren geldt voor de annuïtaire en de aflossingsvrije hypotheek). De redelijke uitleg van het vonnis zou zijn dat [eiseres] moet aantonen dat zij de woning kan overnemen waarbij [gedaagde] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zonder het meenemen van deze voordelige (lage) vaste rentes, aldus [gedaagde] . Ook betwist [gedaagde] dat [eiseres] in staat is om de woning over te nemen en dat zij voor genoemd ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zorg kan dragen. Zou [gedaagde] de verdelingsverklaring tekenen dan zou hij onherroepelijk afstand doen van zijn rechten op de beide lage rentes. [gedaagde] wil zelf ook een nieuwe woning kopen, zodat hij belang heeft bij de helft van de gunstige hypotheekvoorwaarden, aldus nog steeds [gedaagde] .



4.3.
In het vonnis van de rechtbank zijn geen expliciete overwegingen gewijd aan de lage rentepercentages die nog gelden voor de lopende annuïtaire en de aflossingsvrije hypotheek. Het is ook niet gebleken dat partijen in het kader van de procedure bij de rechtbank hiervan melding hebben gemaakt. Inmiddels is gebleken dat Florius (ex)partners de mogelijkheid biedt om de gunstige lage vaste rentes mee te nemen bij het sluiten van een nieuwe hypotheek. Florius biedt hen de mogelijkheid om hierin een verdeling aan te brengen. De voorzieningenrechter begrijpt dat (ex)partners in beginsel beiden belang hebben bij het meenemen (behoud) van leningdelen met de lage rentes. Daarbij doet niet ter zake of deze leningdelen met lage rentes meegenomen worden om een woning in het kader van een verdeling over te nemen of om een nieuwe koopwoning te financieren. In deze zaak geldt echter dat [eiseres] aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] in het geheel geen belang heeft bij het meenemen van de voordelige (lage) vaste rentes, zodat hij [eiseres] ten onrechte zijn medewerking aan het ondertekenen van de verdelingsverklaring heeft onthouden. Daarvoor is het volgende van belang.



4.4.

[eiseres] heeft gemotiveerd toegelicht dat het onaannemelijk is dat [gedaagde] (op korte termijn) een koopwoning gefinancierd kan krijgen. Volgens eigen stellingen van [gedaagde] is hij op zoek naar een appartement van minimaal € 425.000,-, waarvoor hij na inbreng van eigen vermogen een bedrag van € 390.000,- zou moeten financieren. [eiseres] heeft erop gewezen dat uit het door [gedaagde] in deze procedure overgelegde aanvraagformulier voor zijn toevoeging blijkt dat hij volgens eigen opgave over peiljaar 2023 een inkomen had van € 24.367,-. Verder heeft [eiseres] ter zitting aangevoerd dat [gedaagde] in het kader van de kinderalimentatieprocedure tussen partijen volgens eigen opgave in 2024 een jaarinkomen had van € 29.813,-. [gedaagde] heeft deze stelling van [eiseres] niet betwist. Dat [gedaagde] in 2025 zeer fors meer is gaan verdienen, is gesteld noch gebleken. Voor wat betreft de stelling van [gedaagde] dat familie hem behulpzaam kan zijn bij de financiering van een koopwoning, geldt dat dit door hem in het geheel niet is onderbouwd. Een contra-indicatie voor deze stelling is dat hij, zo volgt uit het vonnis van de rechtbank, eerder juist een tweede hypotheek op de gezamenlijke woning heeft afgesloten om financiële problemen van zijn moeder op te lossen.



4.5.
Gelet op de voornoemde financiële gegevens van [gedaagde] is de voorzieningenrechter van oordeel dat het niet aannemelijk is dat hij (op korte termijn) zelf een koopwoning gefinancierd kan krijgen. Dat [gedaagde] op 18 november 2025, dus drie dagen voor de zitting in deze procedure, een overeenkomst van opdracht met een aankoopmakelaar heeft gesloten, komt de voorzieningenrechter dan ook niet geloofwaardig voor. Het voorgaande brengt met zich dat als [gedaagde] conform de verdelingsverklaring afstand zou doen van leningdelen, hij niet werkelijk benadeeld wordt, omdat niet valt in te zien dat hij deze zou kunnen aanwenden voor de financiering van een nieuwe woning.



4.6.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] voorshands wél aannemelijk gemaakt dat zij de woning kan overnemen, waarbij [gedaagde] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. [eiseres] heeft ter zitting aangevoerd dat zij bij de gemeente Den Haag werkt en dat zij in 2023 een bedrag van (ongeveer) € 50.000,- verdiende. Volgens eigen opgave zou zij inmiddels een bedrag van € 5.419,- bruto per maand verdienen, wat neerkomt op een bedrag van € 76.115,27 per jaar (waarop nog wel een bedrag gerelateerd aan pensioen in mindering gebracht moet worden). Mr. Van den Hoek heeft ter zitting namens [eiseres] gemotiveerd gesteld dat haar hypotheekadviseur op 17 oktober 2025 per e-mail te kennen heeft gegeven dat het voor [eiseres] “geen enkel probleem” is om de hypotheek over te nemen. De reden dat [eiseres] dit bericht niet in de procedure heeft gebracht, is haar vrees dat [gedaagde] , als zij het bericht wel zou hebben overgelegd, dat bericht zou aangrijpen om te betogen dat [eiseres] daarmee – in lijn met 6.1.2. van het vonnis – zou hebben ‘aangetoond’ dat zij in staat is de eigendom van de woning te verkrijgen en [gedaagde] kan doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. [eiseres] vreest in dat geval in de problemen te komen met de overige door de rechtbank gestelde termijnen. Nu [gedaagde] het bericht van de hypotheekadviseur van [eiseres] inhoudelijk niet heeft betwist, en ook de hoogte van het huidige jaarsalaris van [eiseres] niet, is het voorshands aannemelijk dat zij de woning kan overnemen.



4.7.
Overigens heeft [eiseres] ter zitting aangevoerd dat zij de woning ook kan overnemen met inachtneming van de actuele rentes voor hypothecaire geldleningen, maar zij voert in de kern aan dat dit kapitaalvernietiging is, omdat [gedaagde] toch geen belang heeft bij de nog geldende lage vaste rentes van de annuïtaire hypotheek en de aflossingsvrije hypotheek. [eiseres] voert aan dat deze rentes beter aan haar (en daarmee indirect ook de kinderen die bij haar wonen) ten goede kunnen komen, in plaats van dat deze verloren gaan. De voorzieningenrechter volgt [eiseres] hierin.



4.8.
Het voorgaande leidt ertoe dat [gedaagde] veroordeeld zal worden om binnen één week na betekening van dit vonnis mee te werken aan de overname door [eiseres] van de vaste rentes behorende bij de annuïtaire hypotheek en de aflossingsvrije hypotheek door ondertekening van de verdelingsverklaring. Tevens zal de rechtbank op grond van artikel 3:300 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bepalen dat als [gedaagde] aan deze veroordeling niet voldoet, het vonnis in de plaats zal treden van de benodigde handtekening van [gedaagde] onder de verdelingsverklaring, waarbij [eiseres] 100% van de vaste rente van beide leningdelen overneemt. De rechtbank ziet geen aanleiding voor toewijzing van de door [eiseres] gevorderde dwangsom en zal deze afwijzen.



4.9.
Verder heeft [eiseres] gevorderd dat haar een termijn van drie maanden wordt verleend, te rekenen vanaf het moment dat [gedaagde] a) ofwel de verdelingsverklaring heeft ondertekend, of b) het vonnis in de plaats treedt van de verdelingsverklaring, om aan te tonen dat zij in staat is de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde en onder ontslag van [gedaagde] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. [eiseres] heeft hieraan ten grondslag gelegd dat vanwege de weigerachtige houding van [gedaagde] om de verdelingsverklaring te tekenen kostbare tijd verloren is gegaan, waardoor de gegeven termijn van drie maanden zoals volgt uit 6.1.2. van het vonnis van de rechtbank dreigt te verstrijken. [eiseres] meent dat zij niet de dupe mag worden van de weigerachtige houding van [gedaagde] . [gedaagde] heeft op dit punt geen gemotiveerd verweer gevoerd, zodat het gevorderde voor toewijzing in aanmerking komt. Deze verlenging dient begrepen te worden als aanvulling op 6.1.2. van het vonnis van de rechtbank van 9 juli 2025.



4.10.
In de omstandigheid dat partijen gewezen echtelieden zijn wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.






5De beslissing

De voorzieningenrechter:


5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot medewerking aan de overname door [eiseres] van de vaste rentes behorende bij de hypotheekschulden bij Florius met kenmerken 1.537.067.102 en 1.537.067.103 binnen één week na de betekening van dit vonnis, door ondertekening van de verdelingsverklaring zoals Florius die hanteert (productie 3 bij dagvaarding), waarbij [eiseres] 100% van de vaste rente van beide leningdelen overneemt;



5.2.
bepaalt dat als [gedaagde] niet voldoet aan de veroordeling onder 5.1., het vonnis in de plaats treedt van de benodigde handtekening van [gedaagde] onder de verdelingsverklaring, waarbij [eiseres] 100% van de vaste rente van beide leningdelen genoemd onder 5.1. overneemt;



5.3.
bepaalt dat [eiseres] een termijn van drie maanden heeft, te rekenen vanaf het moment dat [gedaagde] a) de verdelingsverklaring heeft ondertekend, of b) dit vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] onder de verdelingsverklaring, om aan te tonen dat zij in staat is de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde en onder ontslag van [gedaagde] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld, waarna [eiseres] een maand de tijd heeft om de overdracht van de woning te realiseren;



5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.5.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;



5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.

ddg
Link naar deze uitspraak