Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2025:28029 
 
Datum uitspraak:11-12-2025
Datum gepubliceerd:29-07-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:K/4502/11259045
Rechtsgebied:Internationaal privaatrecht
Indicatie:Terugbetaling geldlening. Internationeel privaatrecht (IPR). Beslissing over rechtsmacht en toepasselijk recht. Beoordeling contractuele rente.
Trefwoorden:kredietovereenkomst
 
Uitspraak
RECHTBANK
DEN HAAG


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

Zaaknummer: 11259045 \ RL EXPL 24-15354


Vonnis van 11 december 2025


in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

NEXTFACTOR N.V.,
te Anwerpen-Berchem (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Nextfactor,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,

tegen



[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 juli 2024 met vijf producties;
- de aantekeningen van de griffier van de rolzitting van 17 oktober 2024;
- de mondelinge behandeling van 11 november 2025.



1.2.
De gemachtigde van Nextfactor is op de mondelinge behandeling verschenen. [gedaagde] is zonder bericht op de mondelinge behandeling niet verschenen.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.
Op 16 oktober 2020 heeft Qeld Bedrijfsleningen, het Nederlandse bijkantoor van de Zweedse vennootschap Qred Företagslan AB, (verder: Qeld) aan [gedaagde] ten behoeve van zijn onderneming een krediet verstrekt van € 7.500,00.



2.2.
De daaraan ten grondslag liggende overeenkomst (verder: de kredietovereenkomst) vermeldt dat [gedaagde] de kredietsom moet aflossen in maandelijkse termijnen van € 625,00 en dat hij daarnaast, tot het moment dat het krediet volledig is afgelost, aan Qeld iedere maand een vaste vergoeding verschuldigd is van € 292,50. Verder staat in de kredietovereenkomst dat bij een betalingsachterstand Qeld recht heeft op een vertragingsrente van 2,5% per maand.



2.3.
In een brief van 6 augustus 2021 heeft Qeld aan [gedaagde] meegedeeld dat hij ondanks meerdere betalingsherinneringen in verzuim is met zijn betalingsverplichtingen en dat om die reden het krediet met ingang van 16 augustus 2021 wordt beëindigd. Volgens deze brief was de openstaande schuld op dat moment € 6.662,01.



2.4.
Qeld heeft haar vordering op [gedaagde] vervolgens overgedragen aan Nextfactor. In een brief van 11 oktober 2022 heeft Nextfactor dit aan [gedaagde] meegedeeld.






3Het geschil


3.1.
Nextfactor vordert, na vermindering van haar eis, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 12.636,00, te vermeerderen met rente over een bedrag van € 6.662,01 (vanaf 20 juni 2024 tot en met 8 juli 2024 tegen een percentage van 2,5% per maand (de contractuele vertragingsrente) en vanaf 9 juli 2024 tegen een percentage gelijk aan de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW), en verder tot betaling van een bedrag van € 856,80 voor buitengerechtelijke incassokosten.



3.2.

[gedaagde] heeft op de rolzitting van 17 oktober 2024 de hoofdsom niet weersproken. Tegen toewijzing van de contractuele vertragingsrente heeft [gedaagde] zich verzet.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling


Rechtsmacht en toepasselijk recht



4.1.
Omdat Nextfactor is gevestigd in België en [gedaagde] in Nederland woont, heeft de zaak een internationaal karakter. Daarom moet eerst aan de hand van Verordening (EU) nr. 1215/2012 worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om van de zaak kennis te nemen. Uit art. 4 van deze verordening volgt dat de gedaagde partij moet worden opgeroepen voor de gerechten van de lidstaat waarin deze partij woonplaats heeft. De woonplaats van [gedaagde] is gelegen in Nederland. Daarom heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.



4.2.
Omdat [gedaagde] in [plaats] woont, is op grond van art. 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) binnen Nederland de kantonrechter van de rechtbank Den Haag bevoegd om van de zaak kennis te nemen.




4.3.
Vanwege het internationale karakter van de zaak moet vervolgens aan de hand van Verordening (EU) nr. 593/2008 worden beoordeeld welk recht op de zaak van toepassing is. Uit art. 3 van deze verordening volgt dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen door middel van een rechtskeuze zelf hebben aangewezen. De kredietovereenkomst (art. 3 van de daarop toepasselijke algemene voorwaarden) bevat een rechtskeuze voor Nederlands recht. Daarom is Nederlands recht op de zaak van toepassing.


Inhoudelijke beoordeling



Hoofdsom



4.4.
De door Nextfactor gevorderde hoofdsom heeft een grondslag in de kredietovereenkomst en is door [gedaagde] niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen.


Rente



4.5.
Over de door Nextfactor gevorderde contractuele vertragingsrente heeft [gedaagde] aangevoerd dat de rente te hoog is en daarom niet kan worden toegewezen. De kantonrechter gaat daar niet in mee. De verschuldigdheid van de contractuele vertragingsrente vloeit voort uit de kredietovereenkomst. Het gaat hier om een krediet dat [gedaagde] heeft verkregen ten behoeve van zijn onderneming. Bij een dergelijk zakelijk krediet valt de hoogte van het rentepercentage onder de contractsvrijheid van partijen. Nextfactor kan dus onverkort nakoming verlangen van de contractuele vertragingsrente.



4.6.
Toch heeft Nextfactor op de mondelinge behandeling uit eigen beweging de rentevordering gematigd. Zij heeft de rentevordering over de periode vanaf 9 juli 2024 (de datum van de dagvaarding) verminderd tot een percentage dat gelijk is aan de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW. De gevorderde rente zal met inachtneming hiervan worden toegewezen.


Buitengerechtelijke incassokosten



4.7.
De door Nextfactor gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is in overeenstemming met artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De vordering zal daarom worden toegewezen. Nextfactor heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Nextfactor een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 856,80 worden toegewezen.


Proceskosten



4.8.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Nextfactor worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding





137,39







- griffierecht





1.409,00







- salaris gemachtigde





812,00


(2 punten × € 406,00)




- nakosten





135,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





2.493,39















5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Nextfactor te betalen een bedrag van € 12.636,00, te vermeerderen met rente over een bedrag van € 6.662,01, vanaf 20 juni 2024 tot en met 8 juli 2024 tegen een percentage van 2,5% per maand en vanaf 9 juli 2024 tot aan de dag van volledige betaling tegen een percentage gelijk aan de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Nextfactor te betalen een bedrag van € 856,80 aan buitengerechtelijke kosten,



5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.493,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
Link naar deze uitspraak