|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:1039 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 02-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | 696323 | | Rechtsgebied | : | Intellectueel-eigendomsrecht | | Indicatie | : | Kort geding. Intellectueel eigendomsrecht. Hostingprovider handelt onrechtmatig door merkinbreuk te faciliteren. Uitzondering artikel 6 lid 1 DSA is niet van toepassing. Hostingprovider moet de inbreukmakende webpagina’s verwijderen en de NAW-gegevens van de websitehouder verstrekken. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | tarieven | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Den Haag
Team handel – voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/696323 / KG ZA 25-1249
Vonnis in kort geding van 23 januari 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
TER HELL & CO. GMBH te Hamburg, Duitsland,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
TER CHEMICALS GMBH & CO. KG te Hamburg, Duitsland,
eiseressen,
hierna samen te noemen: TER c.s. en afzonderlijk TER Hell en TER Chemicals,
advocaat: mr. L.J. Gravendeel,
tegen
YOUR HOSTING B.V., tevens h.o.d.n. Neostrada, te Lelystad,
gedaagde,
hierna te noemen: Neostrada,
gemachtigde: mr. V.M. Vermeulen.
1De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 18 december 2025 met producties EP01 tot en met EP12;
- de op 7 januari 2026 door TER c.s. ingediende akte inbreng producties EP14 tot en met EP18;
- de op 8 januari 2026 door TER c.s. ingediende productie EP13;
- de op 8 januari 2026 door TER c.s. ingediende akte inbreng productie EP19;
- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.
1.2.
Op 9 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De voorzieningenrechter heeft vervolgens bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2De feiten
2.1.
TER Hell en TER Chemicals zijn onderdeel van de TER Group, een wereldwijde distributeur van chemische basis- en afwerkingsmaterialen en een handelsonderneming voor chemische producten.
2.2.
TER c.s. voert de handelsnamen “TER”, “TER Chemicals” en “TER Hell”, onder meer op haar website onder de domeinnaam www.terchemicals.com.
2.3.
TER Hell is houdster van het internationale woordmerk TER (hierna: het TER-merk), met gelding in onder meer de Europese Unie, geregistreerd op 1 december 2000 (registratienummer 748709) voor waren in klassen 1, 2, 4 en 17 (voor onder meer chemicaliën).
2.4.
TER c.s. heeft in het najaar van 2025 geconstateerd dat op de website onder de domeinnaam www.terchemie.com (hierna: de Website) gebruik wordt gemaakt van de tekens “TER Chemie” en (hierna: de Tekens). Ter illustratie wordt hieronder een schermafbeelding van de website weergegeven.
2.5.
TER c.s. heeft na onderzoek niet kunnen vaststellen wie de houder is van de domeinnaam van de Website (hierna: de Websitehouder). Neostrada is de hostingprovider van de Website. Zij is niet de registrar met betrekking tot de domeinnaam www.terchemie.com.
2.6.
Op 15 oktober 2025 heeft TER c.s. een brief verzonden naar het op de Website vermelde e-mailadres ( [e-mailadres] ) en het Nederlandse adres dat op de website staat vermeld ( [adres] ), waarin zij de Websitehouder onder meer sommeert om de inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten te staken. De sommatiebrief kon door de bezorgdienst niet worden afgeleverd en op de e-mail heeft TER c.s. geen reactie ontvangen.
2.7.
TER c.s. heeft vervolgens geprobeerd contact op te nemen met de Websitehouder via het op de Website vermelde telefoonnummer en via sociale mediakanalen.
2.8.
Nadat een reactie van de Websitehouder uitbleef, heeft TER c.s. bij brief van 10 november 2025 Neostrada gesommeerd om onder meer de NAW-gegevens van de Websitehouder te verstrekken en de webpagina’s van de Website waarop de Tekens worden gebruikt te verwijderen of te blokkeren. Op dezelfde datum heeft TER c.s. een notice-and-takedown formulier ingevuld om Neostrada op de hoogte te stellen van de volgens haar inbreukmakende informatie die is opgeslagen op haar servers met betrekking tot de Website.
2.9.
Op 16 december 2025 heeft TER c.s. opnieuw een notice-and-takedown verzoek ingediend en Neostrada verzocht om verhinderdata door te geven.
2.10.
Bij e-mails van 17 december 2025 heeft Neostrada als volgt gereageerd:
“Ongeveer een maand geleden hebben we al contact opgenomen met de eigenaar
van de website met het verzoek de genoemde content van de website af te halen. Als de eigenaar naar uw mening onvoldoende gehoor heeft gegeven aan dit verzoek, dan zal dit proces via de juridische route verder afgehandeld moeten worden. Wij als hostingprovider kunnen in deze situatie onvoldoende beoordelen of hier daadwerkelijk sprake is van een inbreuk op merkrecht of handelsnaam en zullen daarom geen verdere acties verrichten zoals het offline halen van de website. Dit doen we alleen op basis van gerechtelijke uitspraak via de officiële routes hiervoor.”
en later op de dag:
“Op uw verzoek en tot nader onderzoek hebben wij het account geschorst.”
2.11.
Bij e-mail van 18 december 2025 heeft TER c.s. aan Neostrada een concept dagvaarding toegestuurd en heeft zij laten weten dat zij niet akkoord gaat met een tijdelijke schorsing, waarna Neostrada liet weten dat zij juridisch advies zou inwinnen en binnen 14 dagen inhoudelijk zou reageren.
2.12.
Op 19 december 2025 constateerde TER c.s. dat de Website online weer zichtbaar was. Bij e-mail van 19 december 2025 liet (de advocaat van) TER c.s. aan Neostrada weten dat zij niet bereid is om 14 dagen te wachten, waarna zij onderhavige procedure aanhangig heeft gemaakt.
3Het geschil
3.1.
TER c.s. vordert – samengevat weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
primair:
I. Neostrada beveelt de (specifieke) webpagina’s op de Website waarop de aanduiding “TER Chemie” wordt gebruikt te verwijderen of te blokkeren en deze verwijderd of geblokkeerd te houden;
II. Neostrada beveelt de volledige NAW-gegevens van de Websitehouder(s), alsmede alle in haar hoedanigheid beschikbare identificerende klant-, account- en betalingsgegevens (banknummer) en relevante loggegevens te verstrekken;
subsidiair:
III. Neostrada gebiedt, indien verwijdering van de (specifieke) webpagina’s op de Website waarop de aanduiding “TER Chemie” wordt gebruikt technisch niet mogelijk is, dan wel niet kan worden toegewezen, de gehele Website offline te (laten) halen en offline te houden;
primair en subsidiair:
IV. bepaalt dat Neostrada in geval van niet-naleving van het onder I, II en III bepaalde een onmiddellijk opeisbare dwangsom zal verbeuren van € 10.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij daarmee in strijd handelt, met een maximum van € 250.000,-;
V. Neostrada veroordeelt in de kosten van dit geding op de voet van artikel 1019h Rv te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente;
VI. bepaalt dat de procedure ex artikel 1019i Rv binnen twee maanden na vonniswijzing wordt ingesteld.
3.2.
TER c.s. legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De Websitehouder maakt inbreuk op het TER-merk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo door zonder toestemming van TER c.s. op de Website gebruik te maken van de met het TER-merk overeenstemmende Tekens voor diensten met betrekking tot chemische producten, hetgeen overeenstemt met de waren waarvoor het TER-merk is ingeschreven. Hierdoor kan verwarring bij het publiek optreden. Daarnaast is het gebruik van de handelsnaam “TER Chemie” op de Website inbreukmakend in de zin van artikel 5, 5a en 5b Hnw, omdat die slechts in geringe mate afwijkt van de oudere handelsnamen “TER”, “TER Chemicals” en “TER Hell”. Hierdoor is bij het publiek verwarring te duchten tussen de ondernemingen, mede doordat de aard van hun bedrijfsactiviteiten (voor een deel) overeenkomt, omdat zij zich beiden richten op de chemische industrie en het werkgebied van beide ondernemingen zich onder meer uitstrekt over heel Nederland. Nu de identiteit van de Websitehouder onbekend is, is Neostrada op grond van artikel 6 lid 1 DSA aansprakelijk voor illegale informatie die door derden op haar servers zijn opgeslagen, omdat zij die informatie – nadat zij hiervan door TER c.s. op de hoogte is gesteld – niet (blijvend) heeft verwijderd of de toegang daartoe heeft geblokkeerd. TER c.s. voert ten aanzien van de gevorderde NAW-gegevens aan dat Neostrada onrechtmatig handelt in de zin van artikel 6:162 BW door te weigeren de gegevens te verstrekken, omdat het voldoende aannemelijk is dat de door haar gepubliceerde informatie onrechtmatig zou kunnen zijn jegens TER c.s., waardoor TER c.s. schade lijdt. Volgens TER c.s. is het maatschappelijk ongewenst dat zij geen enkele reële mogelijkheid heeft de Websitehouder hierop aan te spreken.
3.3.
Neostrada voert verweer strekkende tot afwijzing van de vorderingen van TER c.s., met veroordeling van TER c.s. in de kosten van deze procedure op grond van artikel 1019h Rv.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
Bevoegdheid
4.1.
Voor zover de vorderingen van TER c.s. zijn gegrond op (inbreuk op) het TER-merk, berust de (internationale en relatieve) bevoegdheid van de voorzieningenrechter op de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 van de UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk, omdat Neostrada is gevestigd in Nederland. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie.
4.2.
Voor zover aan de vorderingen handelsnaaminbreuk en onrechtmatig handelen ten grondslag zijn gelegd is de rechtbank bevoegd, alleen al omdat deze bevoegdheid niet is bestreden.
Spoedeisend belang
4.3.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of TER c.s. ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt.
4.4.
Het spoedeisend belang bij de vorderingen van TER c.s. vloeit voort uit de aard daarvan. De vorderingen strekken er, kort gezegd, toe dat Neostrada wordt bevolen (bepaalde pagina’s van) de Website te verwijderen of te blokkeren wegens inbreuk op het TER-merk en inbreuk op de handelsnamen “TER”, “TER Chemicals” en/of “TER Hell”, welke inbreuk volgens TER c.s. nog altijd voortduurt.
Geldige betekening van de dagvaarding
4.5.
Partijen zijn beide op de mondelinge behandeling verschenen, maar Neostrada heeft verklaard dat zij pas kort voor de zitting op de hoogte is geraakt van het kort geding. Volgens haar is sprake van een ongeldige betekening van de dagvaarding. omdat zij de betekende dagvaarding niet heeft aangetroffen. De dagvaarding was betekend in de kerstperiode op een dag dat het kantoor altijd gesloten is. Desondanks gaat de voorzieningenrechter uit van een geldige betekening van de dagvaarding, nu de deurwaarder de dagvaarding volgens de wettelijke voorschriften en binnen de daarvoor geldende termijnen heeft betekend. Bovendien waren partijen al sinds 10 november 2025 met elkaar in contact en heeft TER c.s. al op 16 december 2025 verzocht om verhinderdata op te geven en op 18 december 2025 een concept dagvaarding toegestuurd, waaruit volgt dat Neostrada reeds op de hoogte was van (de inhoud van) dit geschil.
(Faciliteren van) merkinbreuk
4.6.
TER c.s. voert aan dat het TER-merk en de Tekens in hoge mate overeenstemmen en worden gebruik voor vergelijkbare waren en/of diensten, waardoor verwarringsgevaar optreedt bij het publiek. Neostrada stelt zich op het standpunt dat het niet aan haar als hostingprovider is om te beoordelen of sprake is van merkinbreuk.
4.7.
Van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef sub b UMVo is sprake als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en wordt gebruikt met betrekking tot waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren of diensten (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van verwarringsgevaar moet in aanmerking worden genomen dat dit globaal dient te worden beoordeeld volgens de indruk die merk en teken bij de gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name (de onderlinge samenhang tussen) de overeenstemming van het merk en het teken en de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient, wat de visuele, de auditieve en de begripsmatige vergelijking tussen het merk en teken betreft, te berusten op de totaalindruk die het merk en het teken wekken bij het relevante publiek, dat bestaat uit de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Voorts dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het merk. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren of diensten. Een zekere mate van overeenstemming en een zekere mate van (soort)gelijkheid zijn daarbij cumulatieve voorwaarden.
4.8.
De voorzieningenrechter zal allereerst een vergelijking maken tussen het TER-merk en de Tekens. De vergelijking tussen het TER-merk en de Tekens ziet er als volgt uit:
TER-merk
De Tekens
TER
TER Chemie
4.9.
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het TER-merk en de Tekens in grote mate overeenstemmen. Hoewel de Tekens bestaan uit twee woorden, is het dominante bestanddeel “TER” in zijn geheel overgenomen. Gelet op de grote mate van overeenstemming en het feit dat zowel het TER-merk als de Tekens worden gebruikt voor waren of diensten in de chemische industrie, levert het gebruik van de Tekens naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter gevaar voor verwarring op bij het publiek. De slotsom is dat met het gebruik van de Tekens op de Website merkinbreuk ‘sub b’ wordt gemaakt.
4.10.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of Neostrada verantwoordelijk kan worden gehouden voor de merkinbreuk die op de Website heeft plaatsgevonden, oftewel: heeft Neostrada onrechtmatig gehandeld door merkinbreuk op de Website te faciliteren? Neostrada beantwoordt die vraag ontkennend en betoogt daartoe – samengevat – dat de door TER c.s. ingediende notice-and-takedown verzoeken geen aanleiding geven tot werkelijke kennis of bekendheid in de zin van artikel 6 DSM, omdat zij als aanbieder van hostingdiensten op grond van artikel 16 lid 3 DSM niet in staat is het onrechtmatige karakter van het gebruik van de Tekens vast te stellen zonder een uitvoerig juridisch onderzoek.
4.11.
Dat betoog volgt de voorzieningenrechter niet. Gelet op de hoge mate van overeenstemming tussen het TER-merk en de Tekens en de in hoge mate overeenstemmende waren en diensten wordt Neostrada door de melding van 10 november 2025 naar voorlopig oordeel verondersteld bekend te zijn met het onrechtmatige gebruik van de Tekens op de Website, zodat de in artikel 6 lid 1 DSA opgenomen uitzondering van aansprakelijkheid niet van toepassing is. Op grond van artikel 6 lid 4 DSA in verbinding met artikel 9 lid 2 sub b UMVo is Neostrada daarom gehouden de merkinbreuk te beëindigen door de webpagina’s waarop de Tekens zijn weergegeven te verwijderen of te blokkeren. Om die reden zal de vordering onder I worden toegewezen.
4.12.
Nu de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat Neostrada aansprakelijk is voor merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo en de vorderingen op basis van die grondslag zullen worden toegewezen, heeft TER c.s. geen belang meer bij een beoordeling of (ook) sprake is van handelsnaaminbreuk.
Vordering NAW-gegevens
4.13.
TER c.s. heeft gesteld dat Neostrada onrechtmatig handelt in de zin van artikel 6:162 BW, omdat zij weigert de NAW-gegevens van de Websitehouder te verstrekken, ondanks dat het voldoende aannemelijk is dat de door Neostrada gepubliceerde informatie onrechtmatig zou kunnen zijn jegens TER c.s., waardoor TER c.s. schade lijdt.
4.14.
Bij de beantwoording van de vragen of Neostrada met haar weigering om aan TER c.s. de NAW-gegevens van de Websitehouder te verstrekken onrechtmatig jegens haar handelt en of zij deze gegevens alsnog aan TER c.s. dient te verstrekken, stelt de voorzieningenrechter voorop dat hij evenals TER c.s. ervan uitgaat dat de door het gerechtshof Amsterdam in de zaak Lycos / Pessers (ECLI:NL:HR:2005:AU4019) geformuleerde en nadien door de Hoge Raad bekrachtigde criteria in dit geval als maatstaf voor de beantwoording van deze vraag dienen te worden gehanteerd.
4.15.
Uit het Lycos / Pessers arrest volgt dat een hostingprovider, zoals Neostrada, onder omstandigheden onrechtmatig handelt door te weigeren de bij haar bekende NAW-gegevens van de betrokken websitehouder aan een belanghebbende derde bekend te maken. Een dergelijke weigering kan met name onrechtmatig zijn indien zich de volgende omstandigheden voordoen:
- de mogelijkheid dat de informatie, op zichzelf beschouwd, jegens de derde onrechtmatig en schadelijk is, is voldoende aannemelijk;
- de derde heeft een reëel belang bij de verkrijging van de NAW-gegevens;
- aannemelijk is dat er in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de NAW-gegevens te achterhalen;
- afweging van de betrokken belangen van de derde, de serviceprovider en de websitehouder (voor zover kenbaar) brengt mee dat het belang van de derde behoort te prevaleren.
De voorzieningenrechter zal deze criteria hierna achtereenvolgens bespreken en beoordelen of Neostrada in dit geval onrechtmatig handelt door de NAW-gegevens niet aan TER c.s. te verstrekken.
4.16.
Nu naar voorlopig oordeel sprake is van merkinbreuk, is de mogelijkheid dat de informatie onrechtmatig is jegens TER c.s. voldoende aannemelijk. Daarnaast geldt dat Neostrada een reëel belang heeft bij verkrijging van de NAW-gegevens. Dat belang is gelegen in de omstandigheid dat TER c.s. de identiteit van de Websitehouder niet heeft kunnen achterhalen, waardoor zij niet in rechte kan opkomen tegen het gebruik van de (inbreukmakende) Tekens op de Website. Daarbij heeft TER c.s. voldoende aannemelijk gemaakt dat in dit geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de NAW-gegevens van de Websitehouder te achterhalen. Ondanks meerdere pogingen van TER c.s. om de Websitehouder per e-mail, post, sociale media en telefoon te bereiken, is een reactie van de Websitehouder uitgebleven. TER c.s. had weliswaar de mogelijkheid om een UDRP-procedure tegen de ‘registrar’ van de Website in te stellen, maar hiervoor zou TER c.s. eveneens een procedure tegen een derde moeten starten. Ten slotte geldt dat een afweging van de betrokken belangen in dit geval in het voordeel van TER c.s. uitvalt. TER c.s. moet tegen de merkinbreuk kunnen optreden. Daarvoor is noodzakelijk dat zij de identiteit van de Websitehouder achterhaalt. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van Neostrada om de NAW-gegevens van de Websitehouder niet te verstrekken. Het belang van TER c.s. bij afgifte van de NAW-gegevens prevaleert eveneens boven het belang van de Websitehouder om anoniem te blijven, mede omdat de Websitehouder de merkinbreuk niet staakt ondanks dat zij daarvan reeds door Neostrada op de hoogte is gesteld.
4.17.
Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de weigering van Neostrada om de NAW-gegevens van de Websitehouder aan TER c.s. bekend te maken naar voorlopig oordeel in strijd is met de zorgvuldigheid die zij jegens TER c.s. in acht dient te nemen. Neostrada handelt aldus onrechtmatig jegens TER c.s. De vordering tot het verstrekken van de NAW gegevens zal dan ook worden toegewezen. Voor zover de vordering voorts betrekking heeft op het verstrekken van andere gegevens, zoals bankgegevens, wordt deze afgewezen, omdat TER c.s. niet voldoende heeft onderbouwd welk belang zij heeft bij het verkrijgen van die gegevens naast de NAW-gegevens.
Vorderingen
4.18.
Naast de bevelen om de inbreukmakende webpagina’s van de Website te verwijderen en de NAW-gegevens van de Websitehouder te verstrekken, zullen de onder IV gevorderde dwangsommen worden toegewezen als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing.
Proceskosten
4.19.
Neostrada zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) van TER c.s. worden veroordeeld. TER c.s. maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten zoals bedoeld in artikel 1019h Rv en heeft specificaties van haar proceskosten (exclusief BTW) van in totaal € 9.893,- overgelegd.
4.20.
Een deel van de advocaatkosten (€ 758,-) ziet op een op 15 december 2025 door TER c.s. ingediend verzoekschrift. Nu zij dat verzoekschrift op 18 december 2025 heeft ingetrokken komen die kosten niet voor vergoeding in aanmerking.
4.21.
Deze zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Die bepaling is van toepassing op de vorderingen van TER c.s. die betrekking hebben op de handhaving van IE-rechten en inbreuk op zulke rechten als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de Handhavingsrichtlijn, waaronder tevens zijn begrepen de in die richtlijn uitdrukkelijk genoemde vorderingen tot een ge- of verbod tegen een tussenpersoon, waaronder mede begrepen het verstrekken van identificerende gegevens. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Deze zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan te merken als een normaal kort geding in de zin van de Indicatietarieven, voor welke categorie een maximumtarief van € 15.000,- geldt. Het door TER c.s. gespecificeerde bedrag overstijgt dit bedrag niet en zal dan ook worden toegewezen.
4.22.
Het bedrag van € 9.135,- wordt vermeerderd met het griffierecht van € 714,-, de deurwaarderskosten van € 144,47, de kosten van de tolk van € 1.080,- en de nakosten van € 178,-, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 10.171,47 (plus de verhoging van de nakosten in geval van betekening zoals vermeld in de beslissing).
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
beveelt Neostrada binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de webpagina’s op de Website waarop de Tekens worden gebruikt te verwijderen of te blokkeren en deze verwijderd of geblokkeerd te houden;
5.2.
beveelt Neostrada binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de volledige NAW-gegevens (naam, fysiek adres, e-mailadres en, indien beschikbaar, het KvK-nummer of buitenlands equivalent registratienummer) van de Websitehouder(s) aan TER c.s. te verstrekken;
5.3.
bepaalt dat Neostrada bij overtreding van de in 5.1 en 5.2 opgenomen bevelen een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt van € 10.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij daarmee in strijd handelt, met een maximum van € 250.000,-;
5.4.
veroordeelt Neostrada in de proceskosten van € 10.171,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Neostrada niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.5.
veroordeelt Neostrada tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
Handelsnaamwet.
Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening).
Burgerlijk Wetboek.
Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy.
Een geautoriseerd bedrijf (zoals een hostingprovider) dat namens de domeinnaamhouder een unieke domeinnaam registreert bij de beheerder van de extensie (.nl, .com, etc.) en die de administratieve en technische afhandeling hiervan regelt.
Hof Leeuwarden 22 mei 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BW6296. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|