|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:1052 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 02-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | C/09/695176 / KG ZA 25-11 C/09/695176 / KG ZA 25-11 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Kort geding. Zelfverklaring funderingspalen. NEN 7201 en NCS 7201. Geen onzorgvuldig handelen. Vorderingen afgewezen. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/695176 / KG ZA 25-1167
Vonnis in kort geding van 23 januari 2026
in de zaak van
[eiser] B.V. te [vestigingsplaats] ,
eiser,
advocaat mrs. L. Alberts en B.D. Hengstmengel te Hardinxveld-Giessendam,
tegen:
Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut te Delft,
gedaagde,
advocaat mrs. Chr.A. Alberdingk Thijm en L. Oostinga.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘NEN’.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 december 2025 met producties 1 tot en met 25;
- de aanvullende producties 26 tot en met 30 van [eiser] ;
- de conclusie van antwoord van NEN met producties 1 tot en met 4;
- de op 7 januari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
[eiser] is actief in de branche van funderingswerken en is werkzaam op zowel land als water. [eiser] voert technieken uit zoals heien, trillen, boren en drukken.
2.2.
NEN is een onafhankelijke stichting met als doel het bewerkstelligen van normalisatie in het belang van gezondheidzorg, veiligheid en doelmatigheid in het maatschappelijk verkeer. Dat doet NEN door het proces van normalisatie voor verschillende branches te faciliteren.
2.3.
Een NEN-norm is een vrijwillige afspraak tussen partijen over een product, dienst of proces. Die normen worden door vertegenwoordigers uit een bepaalde branche opgesteld en vastgesteld en NEN begeleidt dit proces. NEN faciliteert ook de ontwikkeling en het beheer van zogenaamde certificatieschema’s. Dit zijn regels voor uniforme toepassing van een bepaalde norm. NEN certificeert niet zelf, maar fungeert als onafhankelijk platform om certificatieschema’s op te zetten en te beheren. Een certificerende instelling toetst of een organisatie, bedrijf, product of persoon voldoet aan de eisen die in een certificatieschema staan.
2.4.
De zogenoemde zelfverklaring is een aparte categorie in de diensten die NEN begeleidt. Met een zelfverklaring verklaart een bedrijf of organisatie dat een product, dienst of werkwijze voldoet aan een bepaalde norm, zonder dat dit door een onafhankelijke certificerende instantie is gecontroleerd. Een zelfverklaring heeft daarmee niet dezelfde status als een certificaat. De regels voor zelfverklaringen zijn vastgesteld in verschillende specifieke regelingen.
2.5.
Voor paalfunderingen zijn door de branche op nationaal en Europees niveau normen vastgesteld in NEN 9997-1 (Geotechnisch ontwerp van constructies). NEN 7201 geeft specifiek voor funderingspalen nadere invulling aan de norm NEN 9997-1.
2.6.
Bij draagkrachtberekeningen voor paalfunderingen (uitgedrukt in paalklassefactoren) wordt uitgegaan van de voorschriften van NEN 9997-1. Hierin zijn veilige waarden voor paalfactoren opgenomen. Het systeem van paalklassefactoren gaat uit van algemene waarden, wat soms kan leiden tot een oneconomisch ontwerp. Daarom bestaat voor organisaties en bedrijven de mogelijkheid om proefbelastingen uit te voeren, om nauwkeurig aan te kunnen tonen dat het draagvermogen van een specifiek paalsysteem of voor een specifieke locatie afwijkt van het draagvermogen volgens NEN 9997-1.
2.7.
Om als bedrijf of organisatie aan te kunnen tonen dat de proefbelastingen op een kwalitatief goede manier zijn uitgevoerd volgens NEN 7201, heeft NEN de NEN 7201-Zelfverklaring in het leven geroepen. Leveranciers, aannemers en opdrachtgevers kunnen deze zelfverklaring gebruiken om aantoonbaar geborgde kwaliteitscondities, paalklassefactoren en andere ontwerpparameters in hun systeem vast te leggen.
2.8.
Het proces van het voorbereiden, opstellen en onderhouden van een NEN 7201-Zelfverklaring is vastgesteld in het certificatieschema NCS 7201 – Zelfverklaring ‘proefbelasting van funderingspalen’ behorend bij NEN 7201 (hierna: NCS 7201). In NCS 7201 zijn de randvoorwaarden voor het systeem van zelfverklaring bij paalbelastingsproeven bepaald.
2.9.
In NCS 7201 is de procedure opgenomen. Daaruit volgt dat de initiatiefnemer tot een proefbelasting een draaiboek maakt, zelf een onafhankelijke toezichthouder inschakelt en proeven uitvoert. Drie benoemde experts beoordelen vervolgens de proefrapportage. Als zij de rapportage als juist hebben goedgekeurd, kan de zelfverklaring worden opgesteld. Daarna neemt NEN de zelfverklaring op in het openbaar register.
2.10.
[eiser] maakt gebruik van zogenaamde Olivierpalen en heeft proefbelastingen van deze funderingspalen laten uitvoeren. In maart, september en oktober 2022 heeft [eiser] zelfverklaringen voor de Olivierpalen gepubliceerd.
2.11.
[bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 1] ) en [bedrijfsnaam 2] (hierna: [bedrijfsnaam 2] ) leveren zogenaamde DPA en DPA-PLUS funderingspalen. Zij hebben in maart en oktober 2023 voor deze funderingspalen proefbelastingen laten uitvoeren.
Op 20 maart 2025 is één zelfverklaring voor de DPA en DPA-plus funderingspalen gezamenlijk gepubliceerd door NEN.
2.12.
[eiser] heeft op 15 juli 2025 per brief bezwaar gemaakt tegen de opname van de zelfverklaring van de DPA en DPA-PLUS funderingspalen in het register. [eiser] heeft diverse (technische) bezwaarpunten aangevoerd en stelde bovendien – kortgezegd – dat de meetlat waarlangs paalsystemen worden beoordeeld voor verschillende paalsystemen verschillend zou zijn. [eiser] heeft zodoende om schorsing van de zelfverklaring verzocht. Op 21 juli 2025 heeft NEN laten de bezwaren van [eiser] serieus te nemen. In de periode daarna hebben [eiser] en NEN nog gecorrespondeerd.
2.13.
Naar aanleiding van de bezwaren van [eiser] heeft NEN de drie aangewezen experts verzocht een herbeoordeling uit te voeren. Ook zijn, in samenspraak met [eiser] , de drie experts die betrokken waren bij de zelfverklaring voor de Olivierpalen van [eiser] , verzocht om deel te nemen aan de herbeoordeling ter zake de zelfverklaring van de DPA en DPA-PLUS funderingspalen, waardoor zes experts betrokken zijn bij de herbeoordeling.
2.14.
Op 29 augustus 2025 heeft NEN [eiser] per brief laten weten dat de zes experts aanvullend onderzoek hebben gedaan naar de DPA en DPA-PLUS funderingspalen en dat zij gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat de proeven volgens de normen zijn uitgevoerd, maar dat er bij de interpretatie en rapportage onvolkomenheden en onzorgvuldigheden zijn geconstateerd. De zelfverklaring werd zodoende geschorst, totdat deze zou zijn aangepast. Bij de brief van 29 augustus 2025 was eveneens een bijlage gevoegd waarin de zes experts op alle bezwaarpunten van [eiser] hebben gereageerd.
2.15.
NEN heeft naar aanleiding van de herbeoordeling besloten de oorspronkelijke zelfverklaring voor de DPA en DPA-plus funderingspalen te splitsen in twee afzonderlijke zelfverklaringen. De twee nieuwe zelfverklaringen zijn tot op heden door NEN nog niet gepubliceerd. De herbeoordeling van de zes experts is daarmee nog niet afgerond.
2.16.
Op 4 september 2025 heeft civiel- en bouwtechnisch ingenieursbureau Bouwservice Management Nederland B.V. (hierna: BMNED) in opdracht van [eiser] gereageerd op de brief van NEN van 29 augustus 2025. BEMNED heeft in deze notitie inhoudelijk gereageerd op het commentaar van de experts op de bezwaren van [eiser] .
2.17.
Bij brief van 8 september 2025 is NEN namens [eiser] verzocht om het bezwaar opnieuw te laten beoordelen door een onafhankelijk orgaan. Ook zijn NEN, haar leidinggevenden en beslissingsbevoegde personen hoofdelijk aansprakelijk gesteld in deze brief. Op 3 oktober 2025 heeft overleg tussen partijen plaatsgevonden. In de periode daarna hebben partijen nog gecorrespondeerd waarbij [eiser] verzocht om een zuivere herbeoordeling door nieuwe experts waarbij ook BMNED betrokken wordt. NEN zag geen aanleiding om een extra onafhankelijke toets te laten uitvoeren. [eiser] is vervolgens overgegaan tot dagvaarden in kort geding.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad NEN veroordeelt om:
I. binnen vier weken na betekening van dit vonnis drie nieuwe onafhankelijke experts te benoemen, die ervaring hebben in NEN 7201 en NCS 7201 en die een herbeoordeling conform NCS 7201 en NEN 7201 uitvoeren van de zelfverklaring en achterliggende proefbelasting van 31 januari 2025 voor de paalsystemen DPA en DPA-PLUS;
II. de registratie van de paalsystemen DPA en DPA-PLUS geschorst te houden totdat de drie nieuwe experts hun herbeoordeling conform NCS 7201 en NEN 7201 hebben afgerond;
III. via haar website en een persbericht binnen een week na betekening van dit vonnis de markt uitgebreid te informeren over de inhoudelijk-technische reden van de schorsing van de zelfverklaring;
IV. tijdig en volledig uitvoering te geven aan de vorderingen onder I., II. en III. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat NEN nalaat uitvoering te geven aan één van deze vorderingen, althans een zodanige dwangsom als de rechter in redelijkheid zal vaststellen;
V. de bezwaarprocedure uit het Handboek Schemabeheer toe te passen bij bezwaren tegen een zelfverklaring op basis van NEN 7201 en NCS 7201.
3.2.
Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. Volgens [eiser] gelden voor NEN hoge eisen van maatschappelijke zorgvuldigheid. NEN heeft onrechtmatig dan wel onzorgvuldig gehandeld, omdat zij onvoldoende een inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de (totstandkoming van) de zelfverklaring ter zake de DPA en DPA-PLUS funderingspalen, aldus [eiser] . Volgens [eiser] is de procedure door de initiatiefnemers dan wel de benoemde experts niet goed gevolgd en is NEN daar verantwoordelijk voor. Concreet is sprake van onzorgvuldigheden rondom de paalproeven, in strijd met NCS 7201. Volgens [eiser] zijn er zowel een aantal technisch inhoudelijke punten die evident afwijken van NEN 7201, maar ook procedurele punten die afwijken van hetgeen NCS 7201 voorschrijft. Het niet volgen van de juiste procedure leidt tot onbetrouwbare meetresultaten, hetgeen een direct effect heeft op de bouwveiligheid. Gelet daarop is het volgens [eiser] van groot belang dat NEN ingrijpt en moet er een herbeoordeling komen waarbij consequent aan de norm wordt getoetst en moet de markt actief worden geïnformeerd over de technisch-inhoudelijke afwijkingen die ten grondslag zouden moeten liggen aan de geschorste zelfverklaring. Door het uitblijven van een persbericht blijft oneerlijke mededinging en onduidelijkheid in de markt bestaan.
3.3.
Hoewel NEN naar aanleiding van het bezwaar van [eiser] wel heeft aangestuurd op een herbeoordeling heeft zij alsnog onzorgvuldig gehandeld, omdat zij de drie eerder betrokken experts ook heeft betrokken bij de herbeoordeling. [eiser] acht het onbegrijpelijk dat de experts die een beoordeling hebben uitgevoerd en een rapportage hebben geaccordeerd waarvan later is geconstateerd dat de interpretatie en de rapportage onvolkomenheden en onvolledigheden bevat, betrokken blijven bij de herbeoordeling. NEN had moeten ingrijpen en daar een andere keuze in moeten maken, aldus [eiser] .
3.4.
NEN heeft verder een ad hoc bezwaarprocedure gevolgd die volgens [eiser] onvoldoende waarborgen bevat voor een onafhankelijke toets. Daarmee voldoet NEN niet aan de hoge eisen die gesteld mogen worden aan een instantie die volgens [eiser] publieke verantwoordelijkheid draagt voor publiekrechtelijke normen. Vanwege het ontbreken van een goede bezwaarprocedure in NCS 7201, moet de bezwaarprocedure van Handboek Schemabeer worden toegepast, aldus [eiser] .
3.5.
NEN voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4De beoordeling van het geschil
4.1.
De voorzieningenrechter kan in kort geding in spoedeisende zaken een voorlopige voorziening geven. Daarbij moet de voorzieningenrechter beoordelen of de ingestelde vorderingen in een bodemprocedure zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
4.2.
Tijdens de zitting zijn vragen gerezen over het belang van [eiser] bij deze procedure in kort geding. [eiser] heeft ter zitting toegelicht dat het er voor hem om gaat dat de juiste meetlat gebruikt wordt, en dat is in dit geval het volgen van de procedures zoals beschreven in NEN 7201 en NCS 7201. In die zin dienen de vorderingen van [eiser] in deze procedure een algemeen belang. Daarmee dienen de vorderingen ook het belang van [eiser] zelf, aldus [eiser] . Immers heeft het hanteren van een – zoals [eiser] dat noemt –soepeler meetlat bij de zelfverklaring van de DPA en DPA-PLUS funderingspalen uiteindelijk ook voor [eiser] financiële gevolgen, omdat zijn werkzaamheden daardoor in vergelijking duurder zijn. Dat brengt [eiser] in een ongunstigere marktpositie. Hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij de toelichting van [eiser] , neemt de voorzieningenrechter veronderstellenderwijs een toereikend belang zoals bedoeld in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek (BW) aan.
4.3.
[eiser] stelt – althans zo begrijpt de voorzieningenrechter – dat de procedure ter zake de zelfverklaring voor de DPA en DPA-PLUS funderingspalen niet correct is (gevolgd) en dat NEN daarvoor verantwoordelijk is en dat NEN daarom gehouden is uitvoering te geven aan de concrete door [eiser] gevorderde acties.
4.4.
De voorzieningenrechter destilleert uit het (niet steeds glasheldere) betoog van [eiser] de volgende punten die [eiser] NEN verwijt dan wel waar NEN voor verantwoordelijk zou zijn:
de proeven zijn technisch-inhoudelijk niet conform de norm gedaan;
de onafhankelijke toezichthouder was niet betrokken bij alle door NCS 7201 voorgeschreven stappen;
de rol van de voorzitter van de commissie van experts, die ook zitting heeft in het orgaan (College van Deskundigen, CvD) waar deze commissie verantwoording aan aflegt en betrokken is bij de beoordeling van de zelfverklaring, is onzuiver;
één van de drie bij de aanvankelijke beoordeling betrokken experts is werkzaam bij hetzelfde bedrijf als de door de initiatiefnemers ingeschakelde onafhankelijke toezichthouder. Dat is in strijd met NCS 7201;
NEN had de drie eerder aangewezen experts niet mogen aanwijzen om de herbeoordeling te doen. De voorzitter van de commissie van experts mag, zeker gelet op de huidige discussie, niet betrokken zijn bij de herbeoordeling. De twee overige experts die bij de aanvankelijke beoordeling betrokken waren, zijn ook niet meer onafhankelijk. De vrees is reëel dat zij er vanuit hun positie belang bij hebben dat hun eerdere onvolkomen- en onvolledigheden niet te groot worden gemaakt en alsnog geaccordeerd worden, zodat zij geen gezichtsverlies leiden;
in de door NEN gevolgde ad hoc bezwaarprocedure is een onafhankelijke toets onvoldoende gewaarborgd.
4.5.
NEN voert verweer dat kortgezegd inhoudt dat zij ter zake de zelfverklaringsprocedure slechts een secretariaatsfunctie heeft. Bij de inhoud van het traject speelt NEN naar eigen zeggen geen rol. Om de kwaliteit van de proeven en de juistheid van de zelfverklaring te waarborgen zijn drie experts en een onafhankelijk toezichthouder betrokken. De betrokken experts geven geen inhoudelijk oordeel in de zin dat een fundering wel of niet is goedgekeurd. Zij controleren of het hele traject volgens de regels van NCS 7201 en NEN 7201 verloopt en toetsen of de uitgevoerde testen de conclusie kunnen dragen. Voor NEN en de experts is sprake van een beperkte(re) rol bij zelfverklaringen. Ook zijn de regels bij zelfverklaringen minder uitgekristalliseerd. Ondanks de beperkte regels heeft NEN het bezwaar van [eiser] naar eigen zeggen zorgvuldig en voortvarend behandeld. Van onrechtmatig handelen door NEN is geen sprake en het is ook onduidelijk waar die eventuele onrechtmatigheid uit zou bestaan. Aan de overige vereisten van de onrechtmatige daad is evenmin voldaan.
4.6.
In NCS 7201 is de procedure bepaald voor het vastleggen van paalklassefactoren in een zelfverklaring door de leverancier. Daarin staat ook wat de rol en taak van betrokken partijen is. In artikel 5.1 van NCS 7201 is een overzicht van partijen opgenomen:
“
College van Deskundigen (CvD): stelt de randvoorwaarden voor het systeem voor zelfverklaring van de paalbelastingsproeven vast.
Adviescommissie van experts: is onafhankelijk en beoordeelt het draaiboek en de rapportage van de proeven en de proefresultaten.
Commissie Schemabeheer: aan deze commissie legt het CvD verantwoording af, op eenzelfde manier als een normcommissie aan een beleidscommissie.
Aanvrager van de zelfverklaring: voert de paalproeven uit, levert gegevens aan bij NEN en stelt de zelfverklaring op.
Onafhankelijke toezichthouder bij de paalproeven: is de geotechnisch adviseur die of het ingenieursbureau dat de leverancier inhuurt om de paalbelastingsproeven te begeleiden. Deze toezichthouder mag niet gelieerd zijn aan de leverancier of aan de moedermaatschappij van de leverancier.
NEN: beheert het systeem voor zelfverklaring van de paalbelastingsproeven en voert het secretariaat.”
4.7.
In artikel 6 van NCS 7201 zijn de taken van NEN opgenomen:
“NEN vervult de secretariaatsfunctie voor het CvD, de experts en de leverancier.
De taken van NEN zijn als volgt:
ontvangen van de aanmelding van de leverancier;
informeren van het CvD en de voorzitter van de adviescommissie van experts;
meedelen aan de leverancier wie de experts zijn;
ontvangen van het draaiboek, dit doorsturen naar de betrokken experts en de voorzitter van het CvD;
ontvangen van het commentaar van de experts op het draaiboek en dit sturen aan de leverancier;
ontvangen van de proefresultaten en de paalklassefactoren en deze sturen aan de experts;
regelen van overleg tussen experts en leverancier, indien nodig;
sturen van het voorlopig advies, het eindadvies en het eventueel tweede eindadvies aan de leverancier;
ontvangen van de zelfverklaring van de leverancier en deze controleren op volledigheid;
bijhouden van het register;
informeren van belanghebbende partijen in de geotechnische wereld over wijziging van het register;
verzorgen van het jaarlijkse onderhoud, administratie en facturering van het register. Elk jaar ontvangen leveranciers een factuur voor de vaste kosten en een certificaat.”
4.8.
Uit deze bepalingen en het systeem van de zelfverklaring, dat nader is omschreven onder 2.4 tot en met 2.9, volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat NEN een faciliterende rol heeft en niet zelf een inhoudelijk oordeel moet of zou moeten vormen ter zake de zelfverklaring. Bij een zelfverklaring is het immers het bedrijf zelf dat verklaart dat het product voldoet aan een bepaalde norm, zonder dat dit door een onafhankelijke certificerende instantie is gecontroleerd. Bovendien worden voor de beoordeling van het volgen van de toepasselijke procedures en de rapportage van de proeven experts ingeschakeld. Ten aanzien van (bezwaar)punten 1) en 2) van [eiser] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter dus te gelden dat het aan de benoemde experts is om dit te beoordelen, te toetsen en controleren. Het controleren of de proeven technisch inhoudelijk voldoen aan de norm(en) en of bij de proeven de in NCS 7201 beschreven procedure correct is gevolgd, is geen taak van NEN en valt in die zin niet onder haar verantwoordelijkheid. Evenmin is het aan NEN om te toetsen op welke wijze de toezichthouder betrokken is geweest bij de proeven. Ook dat is onderdeel van hetgeen de benoemde experts toetsen en controleren. Als de experts volgens [eiser] dus (technisch gezien) tot een verkeerd oordeel komen, dan zijn het de experts, niet NEN, die daarvoor de verantwoordelijkheid dragen. De voorzieningenrechter heeft overigens in deze procedure geenszins de indruk gekregen dat van tekortkomingen door de experts sprake zou zijn.
4.9.
De punten 3), 4) en 5) van [eiser] zien op de benoemde experts. Hiervoor zijn de bepalingen over het CvD en de adviescommissie van experts relevant. Ten aanzien van het CvD is in artikel 5.2 van NCS 7201 het volgende bepaald:
“Het CvD wordt benoemd door en legt verantwoording af aan de commissie Schemabeheer. Het CvD wordt daarmee een NEN-commissie.”
4.10.
Artikel 5.3 van NCS 7201 geeft een nadere beschrijving van de adviescommissie van experts, de werkwijze, en de taken van de experts:
“Er wordt een adviescommissie van experts gevormd. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Deze periode kan eenmaal met vier jaar worden verlengd. De voorzitter van de adviescommissie van experts maakt tevens deel uit van het College van Deskundigen en zal slechts in uitzonderingsgevallen optreden als expert.
Voor een beoordeling van een proefbelasting stelt de voorzitter drie experts voor, die door NEN worden benoemd.
Het overzicht van de experts wordt gebruikt voor het aanwijzen van de experts. De aanwijzing gebeurt in willekeurige volgorde, waarbij rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid en werklast per expert en met het uitgangspunt dat er geen sprake mag zijn van enige belangenverstrengeling.
Maximaal een van de drie experts mag werkzaam zijn bij een aannemersbedrijf. De experts beoordelen de gegevens van de proefbelasting aan de hand van NEN 7201. Deze gegevens bestaan uit:
1) het draaiboek van de proef (dus voordat de proef wordt uitgevoerd);
2) de resultaten van de proef;
3) de afgeleide paalklassefactoren;
4) de beschrijving van het paalsysteem.
Bij de gegevens kan een geheimhoudingsverklaring zijn opgenomen die door de experts moet worden ondertekend.
Het CvD heeft een standaardformulier voor het advies van de experts. De experts moeten hun advies motiveren. Het advies van de experts moet unaniem zijn.”
4.11.
Discussiepunt is, althans zo begrijpt de voorzieningenrechter, of de benoemde experts voor de (her)beoordeling met voldoende zorgvuldigheid zijn benoemd, althans of NEN in redelijkheid de betreffende experts heeft kunnen benoemen. In dat licht moeten bezwaarpunten 3), 4) en 5) van [eiser] beoordeeld worden.
4.12.
Ten aanzien van punt 3) leest de voorzieningenrechter in artikel 5.3 van NCS 7201 dat juist is voorgeschreven dat de voorzitter van de commissie van experts, de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) in dit geval, zitting heeft in het CvD. Die overlap van rollen is kennelijk vereist. In hetzelfde artikel is ook opgenomen dat de voorzitter van de commissie van experts in uitzonderingsgevallen kan optreden als expert voor beoordeling van een proefbelasting. Dat sprake was van een uitzonderingsituatie is door NEN – naar het oordeel van de voorzieningenrechter – genoegzaam betoogd. Immers was [naam 1] aanvankelijk níet benoemd als expert voor beoordeling van de proefbelasting, maar is pas op een later moment benoemd en uitsluitend omdat de aanvankelijk benoemde expert, de heer [naam 2] , in september 2024 wegens persoonlijke omstandigheden uitviel als expert. NEN heeft in dit kader verder onweersproken aangevoerd dat er op dat moment weinig experts beschikbaar waren en dat [naam 1] om die reden noodzaak zag om zelf plaats te nemen. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter het handelen van NEN ten aanzien van punt 3) niet onzorgvuldig.
4.13.
Ten aanzien van punt 4) heeft NEN aangevoerd dat de betreffende expert, mevrouw [naam 3] (hierna: [naam 3] ), weliswaar werkzaam is bij Deltares, net als toezichthouder [naam 4] , maar dat dit – anders dan [eiser] stelt – niet in strijd is met artikel 5.3.3. van NCS 7201 waarin onder meer staat:
“De onafhankelijkheid van de experts bij een beoordeling moet zijn gewaarborgd. Dat houdt in dat een expert:
- tot vijf jaar geleden niet in dienst is geweest bij de desbetreffende leverancier van de palen of bij de desbetreffende toezichthouder;”
Volgens NEN voldoet de benoeming van [naam 3] aan deze bepaling, omdat [naam 3] niet werkzaam is voor toezichthouder [naam 4] . NEN heeft onweersproken aangevoerd dat het feit dat beiden werkzaam zijn bij Deltares niet automatisch maakt dat zij afhankelijk zijn van elkaar. De voorzieningenrechter volgt NEN in dit betoog, mede gelet op de toelichting van NEN dat het artikel met name draait om onafhankelijkheid van de paalleverancier en dat Deltares een onafhankelijk instituut is voor toegepast onderzoek op het gebied van water en ondergrond en geen paalleverancier. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om uit te gaan van belangenverstrengeling. Van strijd met artikel 5.3.3. van NCS 7201 is geen sprake en van onzorgvuldig handelen van NEN ten aanzien van dit punt daarmee ook niet.
4.14.
Met betrekking tot punt 5) stelt [eiser] zich op het standpunt dat, hoewel er naar aanleiding van zijn bezwaar een herbeoordeling plaatsvindt en hij ook van mening is dat die herbeoordeling moet plaatsvinden, de huidige herbeoordeling bij voorbaat onzuiver is, omdat de drie bij de aanvankelijke beoordeling betrokken experts ook betrokken zijn bij de herbeoordeling. In het verlengde daarvan meent [eiser] dat NEN onzorgvuldig handelt door de drie eerdere experts te betrekken bij de herbeoordeling.
4.15.
De voorzieningenrechter volgt [eiser] niet in zijn betoog. Om te beginnen is in artikel 7.1 onder 9) van NCS 7201 opgenomen:
“De experts beoordelen de rapportage met de mogelijkheid van herbeoordeling (zie 6.3.3). Er zijn twee mogelijkheden: (…)”
Dit artikel geeft de benoemde experts dus de mogelijkheid tot herbeoordeling. Volgens [eiser] bestaat reële vrees dat de benoemde experts er belang bij hebben dat hun eerdere eventuele onzorgvuldigheden of onjuistheden in de beoordeling niet te groot worden gemaakt en de zelfverklaring alsnog geaccordeerd wordt, zodat zij geen gezichtsverlies lijden. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt niet. Immers zijn niet alleen de drie aanvankelijk benoemde experts bij de herbeoordeling betrokken, maar zijn óók – in overleg met [eiser] – drie andere experts door NEN bij de herbeoordeling betrokken. Deze drie extra experts waren ook betrokken bij de zelfverklaringen van [eiser] , waarvan [eiser] stelt dat die volledig correct en volledig conform NEN 7201 en NCS 7201 tot stand zijn gekomen. Daarmee waarborgt NEN – naar het oordeel van de voorzieningenrechter – voldoende dat er voldoende zorgvuldig naar de eerdere beoordeling wordt gekeken. Uit niets blijkt dat de bij de herbeoordeling betrokken experts op enige wijze een persoonlijk belang hebben – of onvoldoende professioneel zijn – zodat een zuivere herbeoordeling niet gewaarborgd zou zijn.
4.16.
Bovendien acht de voorzieningenrechter de door [eiser] gestelde vrees ten aanzien van de drie eerder benoemde experts onterecht. Zij hebben weliswaar zelf de bezwaren van [eiser] op hun eigen beoordeling gewogen, maar dat op zich rechtvaardigt de twijfel van [eiser] niet. Er is juist uit gebleken dat zij zorgvuldig hebben gekeken naar de bezwaren van [eiser] . Immers hebben zij concreet inhoudelijk op zijn bezwaren gereageerd en verklaard om het een en ander naar aanleiding daarvan aan te passen. Daarmee hebben de drie betreffende experts laten zien kritisch naar de eigen beoordeling te kijken. Dat getuigt er juist van dat bij deze experts ook een herbeoordeling in goede handen is.
4.17.
Voorgaande maakt dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat NEN in redelijkheid heeft kunnen besluiten de drie eerder benoemde experts te betrekken bij de herbeoordeling. Het betrekken van drie extra experts getuigt van (extra) zorgvuldigheid van NEN. Dit leidt tot de conclusie dat er geen gegronde reden is om van NEN te verlangen dat zij drie nieuwe onafhankelijke experts aanwijst voor de herbeoordeling. Zowel de vordering van [eiser] om NEN drie nieuwe experts te laten benoemen voor een (nieuwe) herbeoordeling als de vordering in het verlengde daarvan om de zelfverklaringen in de tussentijd geschorst te houden, worden dan ook afgewezen.
4.18.
Ten aanzien van de vordering voor het publiceren van een persbericht over de technisch inhoudelijke reden van schorsing van de zelfverklaring stelt [eiser] dat er door het uitblijven daarvan oneerlijke mededinging en onduidelijkheid in de markt blijft bestaan. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor toewijzing van deze vordering. [eiser] heeft niet, althans onvoldoende, toegelicht waarom NEN gehouden zou zijn een dergelijk nader persbericht te publiceren. Bovendien heeft NEN reeds een persbericht over de huidige schorsing uitgebracht en later ook een update over de laatste stand van zaken gegeven. Een verplichting van NEN tot het publiceren van (en een belang van [eiser] bij) een nader persbericht acht de voorzieningenrechter niet aanwezig. Zodoende wordt deze vordering afgewezen.
4.19.
Voor het opleggen van dwangsommen is dan ook geen grond.
4.20.
Tot slot vordert [eiser] dat NEN wordt veroordeeld om de bezwaarprocedure uit het Handboek Schemabeheer toe te passen bij bezwaren tegen een zelfverklaring op basis van NEN 7201 en NCS 7201. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het enkele feit dat er geen concrete bezwaarprocedure is opgenomen in NCS 7201 op zichzelf geen reden vormt om de bezwaarprocedure uit het Handboek Schemabeheer – dat zoals NEN terecht stelt ziet op andere situaties dan het systeem van zelfverklaringen – toe te passen. Daarbij is de voorzieningenrechter van oordeel dat NEN het bezwaar van [eiser] voldoende zorgvuldig heeft behandeld en dat van het ontbreken van voldoende waarborgen voor een onafhankelijke toets – zoals [eiser] stelt – geen sprake is. Deze vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.
4.21.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van NEN worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.999,00
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
lp | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|