|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:1209 | | | | | Datum uitspraak | : | 08-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 03-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | C/09/694256 KG ZA 25-1099 | | Rechtsgebied | : | Aanbestedingsrecht | | Indicatie | : | Aanbesteding 3D-laserscanapparatuur; vordering afgewezen; geen reden tot ingrijpen in aanbestedingsprocedure. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | Rechtbank den haag
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/694256 / KG ZA 25-1099
Vonnis in kort geding van 8 januari 2026
in de zaak van
FARO BENELUX B.V. te Eindhoven,
eiseres,
advocaten mrs. M.G.A.M. Custers, M. Jongejans en T.Z.A. Hogenboom te Amsterdam,
tegen:
DE POLITIE te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. V. Jasarevic en S. Schut te Zwolle,
waarin is tussengekomen:
LEICA GEOSYSTEMS B.V. te Wateringen,
advocaat mrs. S.H. Janssen en F.B. Toet te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Faro’, ‘de Politie’ en ‘Leica’.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 november 2025, met producties 1 tot en met 11;
- de incidentele conclusie van Leica tot tussenkomst;
- de schriftelijke reactie op de dagvaarding van de Politie, met producties a tot en met e;
- de op 11 december 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op uiterlijk 14 januari 2026.
2Het incident tot tussenkomst
2.1.
Leica heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Faro en de Politie. Ter zitting hebben Faro en de Politie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Leica is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.
De Staat heeft een aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering en het beheer van 3D laserscanapparatuur, inclusief accessoires en bijbehorend onderhoud (hierna: ‘de Opdracht’).
3.2.
Uit paragraaf 1.1 van de ten behoeve van deze aanbesteding opgestelde Inschrijvingsleidraad van 12 mei 2025 volgt dat de Politie voornemens is met de winnende inschrijver een raamovereenkomst te sluiten met een initiële looptijd van twee jaar, zulks met de mogelijkheid om deze overeenkomst vijf keer met maximaal twaalf maanden te verlengen. In paragraaf 1.1 van de Inschrijvingsleidraad valt verder te lezen dat de Politie verwacht gedurende de looptijd van de raamovereenkomst circa vijf laserscanapparaten per jaar af te nemen en voorts dat een inschrijver zich met het indienen van een inschrijving akkoord verklaart met al het gestelde in de aanbestedingsstukken.
3.3.
In paragraaf 2.3 van de Inschrijvingsleidraad valt te lezen dat de Opdracht wordt gegund op basis van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitsverhouding. Uit paragraaf 2.1 van de Inschrijvingsleidraad volgt dat in dat verband een evaluatieprijs wordt gehanteerd. Daarbij gaat het om een Total Cost of Ownership (TCO), die wordt berekend op basis van geprognosticeerde aantallen. Daarbij geldt een prijsplafond van € 3.500.000,--, exclusief BTW. Inschrijvers die een evaluatieprijs aanbieden boven dit prijsplafond worden uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Ook de maximale opdrachtwaarde in deze aanbesteding bedraagt € 3.500.000,--, exclusief BTW.
3.4.
In paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad is een aantal voorschriften opgenomen waaraan inschrijvers op straffe van uitsluiting van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure moeten voldoen. Ten aanzien van de prijsstelling gelden onder meer de volgende voorschriften:
de aangeboden prijzen moeten marktconform zijn;
de aangeboden prijzen moeten gelijk zijn aan de geldende catalogusprijs/landelijke prijslijst en dit moet bij inschrijving worden aangetoond door het uploaden van een prijslijst via het aanbestedingsplatform;
voor de onderdelen A, B en C van het prijzenblad (zie hierna onder 3.10) moeten kortingspercentages gelijk aan of hoger dan 0% worden aangeboden en deze kortingspercentages gelden voor de gehele looptijd van de raamovereenkomst;
voor onderdeel D van het prijzenblad moet een kortingspercentage van minimaal 0% en maximaal 30% worden aangeboden en dit kortingspercentages geldt eveneens voor de gehele looptijd van de raamovereenkomst;
het indienen van een manipulatieve of irreële inschrijving is niet toegestaan, waarbij een manipulatieve inschrijving is gedefinieerd als een inschrijving die de beoordelingssystematiek te eigen bate verstoort en een resultaat bewerkstelligt waarmee het doel van de beoordelingssystematiek niet wordt bereikt en een irreële inschrijving is gedefinieerd als een inschrijving die de inschrijver niet kan waarmaken.
3.5.
In paragraaf 5.3 van de Inschrijvingsleidraad is het proces van beoordeling van de inschrijvingen beschreven. Te lezen valt dat die beoordeling wordt uitgevoerd door een beoordelingscommissie bestaande uit bij of voor de Politie werkzame materie- en procesdeskundigen. Naast een toetsing van de inschrijvingen aan de uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen vindt een toetsing plaats aan alle eisen die aan de Opdracht worden gesteld. Daarbij is vermeld dat inschrijvers op wie een uitsluitingsgrond van toepassing is en/of die niet voldoen aan alle geschiktheidseisen en eisen die aan de Opdracht worden gesteld, worden uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure.
3.6.
Bij de Inschrijvingsleidraad is een aantal bijlagen gevoegd. Voor de onderhavige procedure zijn relevant het Programma van Eisen (Bijlage D1), de Producteisen – 3D laserscanapparatuur (Bijlage D2) en het Prijzenblad (Bijlage F4).
3.7.
In paragraaf 1.2 van het Programma van Eisen zijn de eisen beschreven die worden gesteld aan het product en de dienstverlening. Eis 4 luidt als volgt:
3.8.
De voor de te leveren 3D laserscanapparatuur geldende producteisen zijn beschreven in bijlage 1 van het Programma van Eisen (Bijlage D2 bij de Inschrijvingsleidraad, hierna: ‘de Producteisen’). In paragraaf 1.1 van de Producteisen valt te lezen dat de te leveren 3D laserscanapparatuur buiten in alle weersomstandigheden en binnen in alle binnenklimaten van gebouwen en objecten gebruikt moet kunnen worden bij temperaturen tussen -10 en +45. In de op 5 juni 2025 gepubliceerde nota van inlichtingen heeft de Politie in het kader van de beantwoording van vraag 18 verduidelijkt dat het hierbij gaat om graden Celsius.
3.9.
In paragraaf 1.5 van het Programma van Eisen valt te lezen dat de opdrachtnemer gehouden is zorg te dragen voor preventief- en correctief onderhoud, waaronder wordt verstaan:
3.10.
Op het Prijzenblad dienen door inschrijvers de geel gearceerde velden van onderstaande matrix te worden ingevuld:
3.11.
Faro heeft ingeschreven met twee laserscanapparaten: de Faro Focus inclusief flash en de Faro Focus zonder flash. Ook Leica heeft een inschrijving ingediend. Op 20 oktober 2025 heeft de Politie de voorlopige gunningsbeslissing gepubliceerd. Hierin valt te lezen dat de Politie voornemens is de Opdracht te gunnen aan Leica. De inschrijving van Faro met de Faro Focus zonder flash is in de rangorde op de tweede plaats geëindigd en de inschrijving van Faro met de Faro Focus inclusief flash op de derde plaats. Daarbij heeft de Politie de volgende scorematrixen verstrekt:
Faro Focus zonder flash
Faro Focus inclusief flash
3.12.
Faro heeft de Politie op 22 oktober 2025 verzocht kenbaar te maken met welk model laserscanner en met welk onderhoudscontract Leica heeft ingeschreven. De Politie heeft diezelfde dag aan Faro bericht dat Leica heeft ingeschreven met het model Leica RTC360 en met een onderhoudscontract dat voldoet aan de gestelde eisen. Op een aanvullende vraag van Faro of het daarbij gaat om het onderhoudscontract Basic, Blue, Bronze, Silver of Gold van Leica heeft de Politie geantwoord dat dit bedrijfsvertrouwelijke informatie betreft die niet zal worden gedeeld. Daarbij heeft de Politie nogmaals bevestigd dat het door Leica aangeboden onderhoudscontract voldoet aan de gestelde eisen.
3.13.
Faro heeft op 23 oktober 2025 onder meer als volgt aan de Politie bericht:
3.14.
De Politie heeft Faro op 27 oktober 2025 als volgt bericht:
3.15.
Faro heeft de Politie op 5 november 2025 onder meer als volgt bericht:
“Wij hebben geconstateerd dat de RCT60 niet voldoet aan de gestelde temperatuureisen van -10 tot +45 graden Celsius (…) Volgens de officiële technische documentatie van Leica is het werkbereik van de RCT360 beperkt tot een temperatuurbereik van -5º tot +40ºC. Voor zover bij ons bekend, biedt Leica geen accessoire aan waarmee dit bereik kan worden uitgebreid tot de vereisten van de politie. In onze offerte hebben wij daarom een thermal cover opgenomen, zodat de FARO Focus aan deze eis kan voldoen. Wij vroegen ons af of dit punt ook door de politie is opgemerkt.”
3.16.
Op 8 december 2025 heeft de Politie Faro in reactie op het bericht van 5 november 2025 onder meer als volgt bericht:
4Het geschil
4.1.
Faro vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
- de Politie op straffe van een dwangsom te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, Leica uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure en – voor zover zij nog tot gunning wenst over te gaan – de Opdracht te gunnen aan Faro;
subsidiair:
- de Politie op straffe van een dwangsom te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, de aanbesteding te staken en een nieuwe aanbesteding uit te schrijven;
meer subsidiair:
- in goede justitie een voorziening te treffen,
zowel primair, subsidiair als meer subsidiair met veroordeling van de Politie in de proceskosten.
4.2.
Daartoe voert Faro – samengevat – het volgende aan. Leica heeft volgens Faro bij inschrijving niet althans niet op de voorgeschreven wijze, dat wil zeggen aan de hand van datasheets en/of interne dan wel externe keuringsrapporten, aangetoond dat haar laserscanner voldoet aan het in de Producteisen gestelde temperatuurvereiste. Meer in het bijzonder heeft Leica volgens Faro niet aangetoond dat haar scanner ook deugdelijk functioneert bij temperaturen tussen +40 en +45 graden Celsius. De inschrijving van Leica dient vanwege het niet voldoen aan deze producteis te worden uitgesloten. Daarnaast stelt Faro dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat Leica een irreële inschrijving heeft gedaan althans heeft ingeschreven met niet-marktconforme prijs. Daarbij wijst Faro erop dat de evaluatieprijs van Leica respectievelijk 42,78% en 63,49% lager ligt dan de evaluatieprijzen van de door haar aangeboden laserscanners. De evaluatieprijs van Leica komt neer op een prijs van ongeveer € 41.515,58 per scanner. Dit is volgens Faro een abnormaal lage prijs, aangezien – rekening houdend met een inflatiecorrectie – diezelfde laserscanner een prijs moet hebben van € 63.283,99. Dit grote prijsverschil laat zich volgens Faro niet rationeel verklaren. Voor zover wordt geoordeeld dat geen sprake is van een irreële inschrijving, stelt Faro dat Leica niet met een marktconforme prijs heeft ingeschreven. Daarbij sluit Faro aan bij de volgens haar in het normale taalgebruik gangbare betekenis van het begrip marktconforme prijs, zijnde een prijs die vergelijkbaar moet zijn met de prijzen die andere aanbieders van soortgelijke producten of diensten rekenen en die vanuit kostenperspectief realistisch en verdedigbaar is. Ter zitting heeft Faro in lijn met haar bericht van 23 oktober 2025 voorts nog betoogd dat Leica een niet-bestaand onderhoudspakket heeft aangeboden, terwijl zij daartoe op grond van het bepaalde in paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad wel gehouden was, en dat de Politie dus niet de marktconformiteit van een bestaand onderhoudspakket heeft getoetst. Volgens Faro voldoet uitsluitend het onderhoudspakket ‘Gold’ van Leica aan de gestelde eisen, omdat alleen in dit pakket tijdens onderhoud vervangende apparatuur wordt aangeboden. Om die reden had de Politie de marktconformiteit van dit pakket moeten toetsen.
4.3.
De Politie handelt naar de mening van Faro in strijd met het gelijkheidsbeginsel door Leica op grond van het voorgaande niet uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding. Daarnaast schendt de Politie volgens Faro het transparantiebeginsel doordat zij ondanks de verzoeken van Faro om nadere informatie heeft geweigerd om de gunningsbeslissing voldoende inzichtelijk te maken. Faro stelt dat zij daardoor niet althans onvoldoende in staat is om te beoordelen of de inschrijving van Leica daadwerkelijk aan alle gestelde eisen voldoet en of de voorlopige gunning van de Opdracht aan Leica op redelijke gronden heeft plaatsgevonden.
4.4.
De Politie en Leica voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4.5.
Leica vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Faro af te wijzen en de Politie te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing binnen zeven dagen te bekrachtigen, zulks met veroordeling van Faro in de proceskosten.
4.6.
Verkort weergegeven stelt Leica daartoe dat zij er belang bij heeft dat de Opdracht definitief aan haar gegund wordt en dat zij daarom belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van Faro, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.
4.7.
Voor zover nodig zullen de standpunten van Faro en de Politie met betrekking tot het door Leica gevorderde hierna worden besproken.
5De beoordeling van het geschil
5.1.
Beoordeeld moet worden of de voorlopige gunningsbeslissing van 20 oktober 2025, waarbij de Opdracht voorlopig is gegund aan Leica, (ongewijzigd) in stand kan blijven.
Temperatuurvereiste
5.2.
Faro heeft in de eerste plaats betoogd dat de Politie Leica van verdere deelname aan de aanbesteding had moeten uitsluiten omdat de door haar aangeboden laserscanner niet aantoonbaar voldoet aan het in paragraaf 1.1 van de Producteisen gestelde temperatuurvereiste. De voorzieningenrechter volgt Faro in dit betoog niet. Niet ter discussie staat dat op straffe van uitsluiting aan het temperatuurvereiste moet worden voldaan. Op grond van dit vereiste dient de door inschrijvers aangeboden laserscanapparatuur zowel binnen als buiten gebruikt te kunnen worden bij temperaturen tussen -10 en +45 graden Celsius. De Politie stelt dat haar productspecialisten op basis van de bij inschrijving door Leica verstrekte informatie hebben vastgesteld dat de laserscanner van Leica aan het temperatuurvereiste voldoet. Het is in deze procedure aan Faro om aannemelijk te maken dat deze conclusie van de Politie niet deugt en dat de laserscanner waarmee Leica heeft ingeschreven (de Leica RTC360) niet aan het temperatuurvereiste voldoet. Hier is Faro naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in geslaagd. Daartoe is van belang dat Faro Eis 4 van het Programma van Eisen niet op een juiste wijze uitlegt. Volgens Faro diende een inschrijver bij inschrijving in ieder geval datasheets en/of interne keuringsrapporten en/of externe keuringsrapporten over te leggen ten bewijze van het voldoen aan het temperatuurvereiste. Die verplichting kan, zoals de Politie en Leica terecht stellen, in Eis 4 niet worden gelezen. In Eis 4 is immers voorgeschreven dat een inschrijver onder andere (onderstreping voorzieningenrechter) door het indienen van datasheets en/of interne en/of externe keuringsrapporten van de aangeboden laserscanner aantoont dat aan de Producteisen wordt voldaan. Uit het gebruik van de woorden ‘onder andere’ volgt dat het hierbij gaat om een niet-limitatieve opsomming en daarmee stond het een inschrijver dus vrij om desgewenst (mede) aan de hand van andere bescheiden aan te tonen dat aan de Producteisen wordt voldaan. Een normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver heeft Eis 4 op grond van de gehanteerde bewoordingen dan ook als zodanig kunnen en moeten begrijpen.
5.3.
Leica heeft toegelicht – en de Politie heeft dit bevestigd – dat zij bij haar inschrijving zowel een productspecificatie van de door haar aangeboden laserscanner heeft overgelegd als een door haar opgestelde verklaring/toelichting. Niet in geschil is dat uit de overgelegde productspecificatie volgt dat de laserscanner van Leica deugdelijk functioneert bij temperaturen tussen -10 en +40 graden Celsius. In de eveneens door Leica bij haar inschrijving overgelegde toelichting/verklaring valt onder meer het volgende te lezen:
Met de Politie constateert de voorzieningenrechter dat uit deze toelichting/verklaring volgt dat Leica de door haar aangeboden laserscanner meermaals in een klimaatkamer heeft getest en dat deze testen hebben uitgewezen dat deze laserscanner eveneens deugdelijk functioneert bij temperaturen tussen +40 en +45 graden Celsius. De Politie stelt terecht dat zij in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de inschrijving van Leica en dus eveneens van de juistheid van de inhoud van de toelichting/verklaring van Leica, die van die inschrijving deel uitmaakt. Uit de productiespecificatie bezien in samenhang met deze toelichting/verklaring, heeft de Politie in redelijkheid kunnen en mogen concluderen dat dat de door Leica aangeboden laserscanner aan het gestelde temperatuurvereiste voldoet. Daar komt bij dat de Politie naar aanleiding van de door Faro uitgebrachte dagvaarding (onverplicht) nog een aantal verduidelijkingsvragen aan Leica heeft gesteld. Leica heeft in het kader van de beantwoording van die verduidelijkingsvragen nogmaals bevestigd dat haar laserscanner aan het gestelde temperatuurvereiste voldoet. Een en ander betekent dat de Politie niet gehouden was om Leica vanwege het niet voldoen aan het temperatuurvereiste van verdere deelname aan deze aanbesteding uit te sluiten en evenmin om ter zake verdergaand onderzoek te verrichten.
Irreële inschrijving/niet-marktconforme prijzen
5.4.
Vervolgens komt de voorzieningenrechter toe aan het betoog van Faro dat Leica een irreële inschrijving heeft gedaan dan wel heeft ingeschreven met niet-marktconforme prijzen en dat zij om die reden van verdere deelname aan de aanbesteding moet worden uitgesloten. Aan beide stellingen legt Faro – kort gezegd – ten grondslag dat Leica met abnormaal lage prijzen heeft ingeschreven. Faro vergelijkt daarbij de evaluatieprijs van de inschrijving van Leica met de evaluatieprijzen van haar eigen inschrijvingen en verwijst naar een prijslijst van Leica uit 2023.
5.5.
De voorzieningenrechter volgt Leica in dit betoog evenmin. In paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad is bepaald dat de door een inschrijver op het prijzenblad ingevulde prijzen gelijk dienen te zijn aan de prijzen die de desbetreffende inschrijver in zijn catalogus/prijslijst hanteert. Ten bewijze hiervan dient een inschrijver bij zijn inschrijving een prijslijst te uploaden. Leica stelt dat zij op het prijzenblad prijzen heeft ingevuld die overeenstemmen met de thans door haar gehanteerde catalogusprijzen. De Politie heeft bevestigd dat zij dit aan de hand van de door Leica bij haar inschrijving verstrekte prijslijst heeft geverifieerd. Er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de Politie die verificatie niet of niet juist heeft uitgevoerd. Faro heeft daartoe volstrekt onvoldoende gesteld. Faro heeft in dat verband aangevoerd dat Leica niet met een bestaand onderhoudspakket heeft ingeschreven. Faro miskent daarmee dat de aanbestedingsstukken inschrijvers daartoe ook niet verplichten. De Politie heeft hierin immers het verlangde onderhoud functioneel uitgevraagd en daarmee stond het inschrijvers vrij om dit onderhoud naar eigen inzicht vorm te geven. Leica heeft toegelicht dat zij een onderhoudspakket ‘op maat’ heeft aangeboden, dat volledig aansluit op de functionele uitvraag. Daarbij gaat het volgens Leica om een standaard onderhoudspakket, waaraan zij verschillende losse elementen heeft toegevoegd, waaronder een vervangende laserscanner tijdens onderhoud. Elk toegevoegd element heeft volgens Leica een vooraf vastgestelde prijs, die terug te vinden is op de door haar bij inschrijving geüploade prijslijst, hetgeen de Politie heeft bevestigd. Dat – zoals Faro stelt – Leica een onderhoudsplan met een (te) beperkte dekking heeft aangeboden, is in het licht van het voorgaande door Faro ook onvoldoende aannemelijk gemaakt.
5.6.
De Politie heeft daarnaast toegelicht dat zij heeft geconstateerd dat de door Leica geoffreerde prijzen voor scanapparatuur en onderhoud vergelijkbaar zijn met de prijzen die de overige inschrijvers hiervoor in hun inschrijvingen hebben geoffreerd en dat het verschil in evaluatieprijs tussen Leica en Faro zich vooral laat verklaren door het feit dat Leica hogere kortingspercentages heeft aangeboden dan Faro. De Politie en Leica wijzen er met juistheid op dat aan de kortingspercentages bij de onderdelen A, B en C geen maximum is verbonden en dat Leica bij onderdeel D een korting binnen de gestelde bandbreedte heeft aangeboden. Leica heeft in het kader van deze kortgedingprocedure toegelicht dat haar businessmodel de ruimte laat om aanzienlijke kortingen op haar catalogusprijzen aan te bieden, zonder dat dit voor haar verliesgevend is. Daarbij heeft Leica er onder meer op gewezen dat zij haar producten (wereldwijd) zelf ontwikkelt en dat de productiekosten van haar laserscanners in vergelijking met de reeds gemaakte ontwikkelkosten relatief laag zijn, hetgeen Faro op haar beurt niet heeft weersproken.
5.7.
Faro heeft in het licht van het voorgaande dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de inschrijving van Leica voor wat betreft prijsstelling niet voldoet aan de in paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad gestelde eisen. Er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat Leica haar inschrijving niet waar zal kunnen maken (Faro heeft dit ook niet gesteld) en daarmee is, gelet op de gegeven definitie van dit begrip, van een irreële inschrijving geen sprake. Van het bestaan van een manipulatieve inschrijving is evenmin gebleken. Niet aannemelijk is immers door Faro gemaakt dat Leica de beoordelingssystematiek op enigerlei wijze (bijvoorbeeld met betrekking tot het aangeboden onderhoud in relatie tot de aangeboden kortingspercentages) te eigen bate heeft verstoord en zodoende in deze aanbestedingsprocedure een resultaat heeft bewerkstelligd waarmee het doel van die systematiek niet wordt bereikt. Ook is in het licht van het voorgaande niet aannemelijk geworden dat de door Leica aangeboden prijzen abnormaal laag en daarmee niet-marktconform zijn. De Politie heeft immers geconstateerd dat het verschil in evaluatieprijs wordt verklaard door de aangeboden kortingspercentages en Leica heeft voldoende inzichtelijk gemaakt op grond waarvan zij in staat is om haar kortingspercentages aan te bieden en dat de Opdracht met die kortingspercentages voor haar nog winstgevend is. Dit betekent dat de Politie evenmin gehouden is om Leica op een van bovengenoemde gronden van verdere deelname aan de aanbesteding uit te sluiten.
5.8.
Bij gebreke van een verplichting om tot uitsluiting van Leica over te gaan, maakt de Politie zich evenmin schuldig aan de door Faro gestelde schending van het gelijkheidsbeginsel. Van een schending van het transparantiebeginsel en/of het motiveringsbeginsel is tenslotte ook geen sprake. De Politie heeft met de door haar in de voorlopige gunningsbeslissing verstrekte scorematrixen en de in deze kortgedingprocedure gegeven toelichting op de uitgevoerde beoordeling van de inschrijvingen aan het temperatuurvereiste en de eisen op het gebied van prijsstelling voor de overige inschrijvers voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de inschrijving van Leica in deze aanbesteding de winnende inschrijving is. De Politie stelt terecht dat het verstrekken van verdergaand inzicht aan Faro in de inschrijving van Leica vanwege het bedrijfsvertrouwelijke karakter van de inhoud van die inschrijving niet van haar kan worden gevergd. Het is immers vaste rechtspraak dat het juist vanwege de bescherming van concurrentiegevoelige informatie aan de aanbestedende dienst is om de inschrijvingen te beoordelen en dat aan de afgewezen inschrijver(s) niet het recht toekomt om kennis te nemen van (delen van) de inschrijving van andere inschrijvers om de juistheid van die beoordeling van de aanbestedende dienst te controleren.
5.9.
De slotsom op grond van het voorgaande is dat er geen grond is om in te grijpen in deze aanbestedingsprocedure. Dit betekent dat de vorderingen van Faro zullen worden afgewezen. Daarbij tekent de voorzieningenrechter nog aan dat Faro haar tot heraanbesteding strekkende subsidiaire vordering in het geheel niet heeft onderbouwd, zodat die vordering ook om die reden niet toewijsbaar is.
5.10.
Nu de Politie voornemens is de opdracht definitief te gunnen aan Leica, brengt voormelde beslissing mee dat Leica geen belang (meer) heeft bij toewijzing van haar vorderingen, zodat deze worden afgewezen. Leica zal worden veroordeeld in de kosten van de Politie, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Politie als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Faro in haar verhouding tot Leica worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Leica was immers te voorkomen dat de opdracht aan Faro zou worden gegund, welk doel is bereikt. Faro zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Leica. Voorts zal Faro, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Politie.
5.11.
De proceskosten van zowel Leica als de Politie worden begroot op:
- griffierecht € 714,--
- salaris advocaat € 1.107,--
- nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.999,--
5.12.
De door Leica en de Politie gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De voorzieningenrechter:
6.1.
wijst het gevorderde af;
6.2.
veroordeelt Leica voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen jegens de Politie in de kosten van de Politie, tot dusver begroot op nihil;
6.3.
veroordeelt Faro in de overige proceskosten van zowel de Politie als Leica van ieder € 1.999,--, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Faro niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,-- extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;
6.4.
veroordeelt Faro in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.5.
verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.
mw | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|