Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:21478 
 
Datum uitspraak:28-07-2026
Datum gepubliceerd:20-08-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:C/09/698595 / HA RK 26-67
Rechtsgebied:Burgerlijk procesrecht
Indicatie:Verzoek tot bevelen voorlopig getuigenverhoor en inzage in gegevens, in verband met vermeende inbreuk op merkenrechten verzoekers.
Trefwoorden:vaststellingsovereenkomst
 
Uitspraak
RECHTBANK Den Haag

Team handel


Zaaknummer / rekestnummer: C/09/698595 / HA RK 26-67


beschikking van 28 juli 2026


in de zaak van




1.DENTSPLY SIRONA Inc. te Charlotte, Verenigde Staten,
2. MAILLEFER INSTRUMENTS HOLDING SARL te Ballaigues, Zwitserland,
3. VDW GmbH te München, Duitsland,
verzoeksters,
hierna samen te noemen Dentsply c.s. en afzonderlijk Maillefer, VDW en Dentsply,
advocaat: mr. A. Bekema,

tegen


HOFMEESTER DENTAL B.V. te Rotterdam,
verweerster,
hierna te noemen: Hofmeester,
advocaat: mr. H.A.J. Pors.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, dat bij de rechtbank ingekomen op 28 januari 2026, met producties 1 tot en met 11;
- het verweerschrift, met producties 1 tot en met 17;
- de nadere producties 18 en 19 van Hofmeester;
- de herziene versie van het verzoekschrift, met aanvullende productie 12.



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Op deze mondelinge behandeling zijn van beide zijden pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de mondelinge behandeling verder is besproken.



1.3.
Aan het begin van de mondelinge behandeling heeft de advocaat van Hofmeester bezwaar gemaakt tegen de herziene versie van het verzoekschrift, waarin – anders dan in de eerste versie van het verzoekschrift – een proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv is gevorderd, alsmede de aanvullende productie 12 (een proceskostenoverzicht). Volgens de advocaat van Hofmeester zijn deze stukken te laat ingediend. Hiertegenover heeft de advocaat van Dentsply c.s. gesteld dat Hofmeester door de late indiening niet in haar belangen is geschaad. De rechtbank heeft vervolgens meegedeeld dat over de toelaatbaarheid van de herziene versie van het verzoekschrift en het proceskostenoverzicht zo nodig bij beschikking wordt beslist.



1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Dentsply drijft een onderneming in de tandheelkundige sector, gespecialiseerd in de ontwikkeling, productie en marketing van tandheelkundige oplossingen.



2.2.
Hofmeester drijft een groothandel in medische en tandheelkundige instrumenten. Hofmeester is in ieder geval sinds 2008 een van de distribiteurs van Dentsply in de Benelux. Dentsply en Hofmeester hebben op 31 januari 2008 en overeenkomst aangeduid als ‘Special Dealer Agreement’ gesloten. In deze overeenkomst is onder meer opgenomen dat Hofmeester producten met merken van Dentsply c.s. uitsluitend mag inkopen bij Dentsply ofwel een door Dentsply geautoriseerde verkoper.



2.3.
De heer [naam 1] (hierna ook: [naam 1] ) is directeur van Hofmeester. De heer [naam 2] (hierna ook: [naam 2] ) is een inkoopmedewerker van Hofmeester.



2.4.
Maillefer is een dochteronderneming van Dentsply. Maillefer ontwikkelt en verkoopt veilen onder de merken ‘ProTaper NEXT’ en ‘WaveONE’. ProTaper NEXT is een door Maillefer gehouden Uniewoordmerk en ‘WaveONE’ is een door Maillefer gehouden woordmerk.



2.5.
VDW is eveneens een dochteronderneming van Dentsply. VDW ontwikkelt en verkoopt veilen onder het merk ‘RECIPROC’. RECIPROC is een door VDW gehouden Uniewoordmerk.



2.6.
De veilen onder de merken ProTaper NEXT, WaveONE en RECIPROC zijn bestemd voor gebruik door tandartsen bij de voorbereiding en herbehandeling van wortelkanaalbehandelingen.



2.7.
Carribbean Dental Trading N.V. (CDT) is een vennootschap te Curaçao. De heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is verbonden aan CDT. CDT is géén door Dentsply geautoriseerde verkoper.



2.8.
In 2021 zijn er e-mailberichten met daarin onder meer de volgende teksten gewisseld tussen [naam 3] namens CDT en [naam 2] namens Hofmeester:



[naam 3] aan [naam 2] op 19 mei 2021:



Het was weer goed je eergisteren even aan de telefoon te hebben mogen spreken.



Conform dat gesprek doe ik je hierbij een aanbod van een voorbeeld van enkele prijzen, van enkele endo roterende vijltjes.



Kijk er maar even naar en laat mij weten of ze aantrekkelijk zijn.




[naam 2] aan [naam 3] op 20 mei 2021:



Dit is de VDW Reciproc order die ik zou kunnen doen. Wave one stuur in aparte mail voor.


(...)


Wij accepteren alleen ordners wanneer :


(...)


verpakkingen als Europese verpakkingen


Factuur conform prijs en betaalbaar binnen Europa.


(...)




[naam 2] aan [naam 3] op 25 mei 2021:



De factuur ga ik ook ontvangen van een adres binnen Europa?




[naam 3] aan [naam 2] op 25 mei 2021:



Nu kom je met iets anders ? Met de vraag of het adres ? binnen Europa is ? Welk adres waan je hier te veronderstellen ? ? Eerst vraag je de factuur betaalbaar binnen Europa ?


Dus op een Europese bank, en nu heb je het over het adres ? Ja... het adres van de bank is dan uiteraard binnen Europa.




[naam 2] aan [naam 3] op 25 mei 2021:



Betaalbaar binnen Europa is via bedrijf binnen Europa. Belangrijkste met parallel inkopen is dat je binnen Europa blijft.


Vanwege jouw mail en adressering ga ik juist niet wanen maar stel ik een vraag ter controle.




[naam 3] aan [naam 2] op 25 mei 2021:




[naam 2] ik draag een europese bank aan waarop je kunt betalen.




[naam 2] aan [naam 3] op 25 mei 2021:



Parallel import is aan regels gebonden dus voor mij alleen via een Europees bedrijf ergo betaalbaar binnen Europa. Factuur met adres binnen Europa is wat ik wil zien.




2.9.
American Dentral Trading B.V. (ADT) drijft ook een groothandel in onder meer medische en tandheelkundige instrumenten.



2.10.
Orthosmart B.V. (Orthosmart) – een in Nederland gevestigde vennootschap – heeft veilen met tekens die identiek zijn aan de merken ProTaper NEXT, WaveONE en RECIPROC (hierna: de Tekens) ingekocht bij CDT. Orthosmart heeft deze veilen doorverkocht, deels aan Hofmeester en deels aan een Nederlandse vennootschap genaamd Arthodent B.V.



2.11.
Arthodent en Hofmeester zijn niet aan elkaar gelieerd. ADT en Hofmeester zijn sinds eind 2022 wel aan elkaar gelieerd.



2.12.
Hofmeester was ermee bekend dat de veilen onder de Tekens die zij van Orthosmart kocht, door CDT aan Orthosmart waren geleverd. Een deel van de door Hofmeester van Orthosmart gekochte veilen met daarop deze Tekens is op of omstreeks 25 juni 2021 aan Hofmeester geleverd. Nog een deel van de door Hofmeester van Orthosmart gekochte veilen met daarop deze Tekens is op of omstreeks 23 september 2021 aan Hofmeester geleverd.



2.13.
Orthosmart heeft Hofmeester voor de veilen onder de Tekens een factuur met gedateerd 25 juni 2021 gestuurd, met factuurnummer 20.21.00.02, voor een bedrag van € 32.472,50 exclusief btw, zijnde € 39.291.73 inclusief btw.



2.14.
Orthosmart heeft Hofmeester voor veilen onder de Tekens ook een factuur gedateerd 22 september 2021 gestuurd, met factuurnummer 20.21.00.05, voor een bedrag van € 56.381,50 exclusief btw, zijnde € 68.221,62 inclusief btw.



2.15.
Hofmeester heeft (een deel van) de door Orthosmart geleverde veilen doorverkocht aan afnemers. Door afnemers is geklaagd over de kwaliteit van deze veilen. Hofmeester heeft Dentsply c.s. van deze klachten op de hoogte gesteld.



2.16.
Dentsply c.s. heeft na onderzoek geconcludeerd dat de door Orthosmart geleverde veilen met Tekens vermoedelijk inbreukmakende veilen waren, in die zin dat het ging om namaak (‘counterfeit’) veilen. Dentsply c.s. heeft hierover contact opgenomen met Orthosmart en een onderzoek gestart.



2.17.
Hofmeester heeft op verzoek van Dentsply c.s. een aantal documenten en gegevens over de vermeend inbreukmakende veilen aan Dentsply c.s. verstrekt. Hofmeester heeft alle klanten die producten uit die partij veilen hadden gekregen benaderd en hen verzocht deze veilen niet meer te gebruiken. Verder heeft Hofmeester alle veilen die nog niet waren gebruikt, terug laten halen. Ook van deze recall heeft Hofmeester informatie met Dentsply c.s. gedeeld.



2.18.
Hofmeester (in de persoon van [naam 2] ) heeft op 14 maart 2022 per e-mail onder meer als volgt aan Dentsply c.s. bericht:


‘We have fully cooperated with your demands within the time frame set, we would appreciate to receive your confirmation that Hofmeester (...) has complied with your demands and that there will be no further damage claims filed by Dentsply against our company.’




2.19.
Hofmeester (in de persoon van [naam 2] ) heeft vervolgens op 18 maart 2022 per e-mail als volgt aan Dentsply c.s. bericht.


‘Further to my emails dated (...) 14 March I have not received your confirmation that Dentsply will not take any further action against Hofmeester. As it is important to us to have this confirmation, also in relation to the actions that we may take against the seller of the counterfeit products, I request you to send me your response ultimately by 20st March 2022, in the absence of which we will assume that no further actions will be taken an we can close our file related to Dentsply’.




2.20.
Op 23 maart 2022 heeft een medewerker van Dentsply het volgende bericht aan Hofmeester:


‘a requirement of our SDA, signed by Hofmeester in January 2008, is that we specify in clause 4 and 5, that dealers should only purchase our products from Dentsply (...) or an authorized dealer and to inform us about the Dentsply (...) products purchased, including the date, volume and source of each purchase.


Before we will confirm that we will not take any further action against Hofmeester, please confirm that Hofmeester (...) will comply with all listed clauses in the attached special dealer agreement 2008.’




2.21.
Hofmeester heeft niet gereageerd op het bericht van 23 maart 2022 van Dentsply.



2.22.
Omstreeks april 2022 heeft de advocaat van Orthosmart (tevens de advocaat van Arthodent) een e-mailbericht met daarin onder meer het volgende gestuurd aan de advocaat van Hofmeester:




Arthodent is akkoord. Orthosmart zal ter finale kwijting EUR 3.175 ter titel van schadevergoeding overmaken aan Arthodent. Er is geen aparte vaststellingsovereenkomst nodig.




Hofmeester is ook akkoord met betaling door Orthosmart van EUR 17.500 ter titel aan en schadevergoeding tegen finale kwijting. (...) Ook hier is geen verdere vaststellingsovereenkomst noodzakelijk. Daarbij wel de opmerking dat mijn cliënt een zeer bittere nasmaak heeft bij het optreden van Hofmeester op wiens verzoek Orthosmart nota bene als verkoper heeft gefungeerd (...). Het accepteren van het aanbod van mijn cliënt had van meer realiteitszin blijk gegeven. Maar kennelijk denkt uw cliënt dat dit in haar voordeel is.






2.23.
De advocaat van Orthosmart heeft op 31 maart 2023 als volgt aan Denstsply bericht:


‘Mijn client heeft op verzoek van [Hofmeester] bij wijze van vriendendienst als tussenpersoon opgetreden tussen het bedrijf CDT en Hofmeester en Arthodent. Mijn cliënt – die niet in de betreffende soort producten handelde en een gepensioneerd tandarts is – was voorgehouden dat het om parallelimport ging en dat de verkoper in de Europese Unie moest zitten. Kennelijk ging het om waar die door Dentsply buiten de Europese Unie in het verkeer was gebracht. Bij wijze van vriendendienst is hij toen de CDT producten (Protaper Next en Reciproc) gaan verkopen aan Hofmeester en Arthodent. Mijn cliënt hield daar wat commissie aan over. Verder niets.



Begin 2022 heeft zich vervolgens een advocaat gemeld namens Hofmeester en Arthodent die meende dat het om counterfeit Protaper Next en Reciproc producten zou gaan. Mijn cliënt heeft zich toen bij mij gemeld. Ik heb hem uitgelegd dat extra communautaire parallelimport niet is toegestaan.


(...)


De kwestie is toen naar ieders tevredenheid – tussen Orthosmart, Arthodent en Hofmeester – in de lente van 2022 geschikt.”




2.24.
Op 30 april 2026 heeft een werknemer van Dentsply het volgende aan Hofmeester geschreven:


‘Following an internal alignment today, I can confirm that the matter has been reviewed with the appropriate global Legal function, which is handling this case in accordance with Dentsply (...)’s established procedures and I’d like to give you an update on what has been shared with me.



As you know, Dentsply (...) maintains robust and standardized processes to address situations involving suspected counterfeit products. These processes are designed to ensure compliance with applicable laws and to safeguard patient safety, customer experience, and the company’s obligations. For this reason, deviations or expedited alternatives outside these processes are not available.



Accordingly, the scheduled court proceeding remains a necessary step to formally conclude this matter from Dentpsly (...)’s perspective.’






3Het verzoek en het verweer


3.1.
Dentsply c.s. noemt de veilen met daarop de Tekens die Hofmeester in 2021 bij Orthosmart heeft ingekocht, ook de ‘Vermeend Inbreukmakende Veilen’. De rechtbank gebruikt deze benaming ook bij het weergeven van het verzoek van Dentsply c.s. en wat zij aan dat verzoek ten grondslag heeft gelegd.



3.2.
Dentsply c.s. verzoekt – na wijziging van het verzoek – dat de rechtbank, bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

A. Hofmeester beveelt om binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking de volgende gegevens aan Dentsply c.s. te verstrekken:


Opgave van en alle communicatie met handelspartners Orthosmart, CDT en ADT aangaande de handel in de Vermeend Inbreukmakende Veilen, of die communicatie nu via mail, sms, Whatsapp of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;


Opgave van en alle communicatie met andere handelspartners (dan genoemd onder a.) aangaande de handel in de Vermeend Inbreukmakende Veilen, of die communicatie nu via mail, sms, Whatsapp of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;


Alle orders, overeenkomsten of afspraken met betrekking tot de inkoop of verkoop van Vermeend Inbreukmakende Veilen, alsmede alle facturen, creditnota’s en betalingsbewijzen (i.e. bankafschriften) voor Vermeend Inbreukmakende Veilen;


Volledige gespecificeerde inkoop-, verkoop- en voorraadadministratie (in Excel of ander overzichtelijk systeem) met gespecificeerd welke Vermeend Inbreukmakende Veilen er wanneer, waar en in welke aantallen en tegen welke prijs zijn ingekocht, via welke verkoopkanalen zijn verkocht en welke aantallen nog in voorraad worden gehouden;


Opgave van eventuele professionele afnemers van Vermeend Inbreukmakende Vijlen met volledige naam, contactperso(o)n(en) en adresgegevens en alle communicatie tussen Hofmeester en deze professionele afnemers, of dat nu via mail, sms, WhatsApp of enig ander kanaal heeft plaatsgevonden, waar mogelijk in de vorm van een volledig geëxporteerde chat met alle bijbehorende bestanden en media;


Elk document (waaronder, maar niet beperkt tot) e-mailcorrespondentie en de schikkingsovereenkomst) met betrekking tot de Schikking tussen Orthosmart, Arthodent en Hofmeester;


althans de door de rechtbank in goede justitie te bepalen gegevens en informatie, ter inzage te geven en waar beschikbaar digitaal af te geven dan wel daarvan duidelijk leesbare onbewerkte afschriften te verstrekken aan Dentsply, op straffe van een dwangsom;

B. Beveelt dat er een voorlopig getuigenverhoor zal worden gelast met bepaling van datum en tijdstip waarop dit getuigenverhoor zal plaatsvinden;

C. Een rechter-commissaris aanwijst te wiens overstaan dit voorlopig getuigenverhoor zal moeten worden gehouden met bepaling van de daarop verzoekers uiterlijk een afschrift van dit verzoekschrift en van de daarop gegeven beschikking aan de wederpartij moet doen toekomen;

D. Hofmeester veroordeelt in de proceskosten.



3.3.
Aan het verzoek legt Dentsply c.s. het volgende ten grondslag. In 2021 heeft Orthosmart op verzoek van Hofmeester veilen op de markt gebracht met daarop tekens gelijk aan geregistreerde merken van dochterondernemingen van Dentsply. Vastgesteld is dat het inbreukmakende veilen betrof. Dentsply heeft als gevolg hiervan schade geleden in de vorm van gederfde winst. Bovendien bleken de vermoedelijk inbreukmakende veilen van zodanig inferieure kwaliteit te zijn dat zij schade toebrachten aan de reputatie en goede naam van Dentsply. Dentsply wil door middel van het voorlopig getuigenverhoor en het inzageverzoek achterhalen:


i) welke rol Hofmeester precies heeft gespeeld bij de totstandkoming van deze merkinbreuk;


ii) wat de precieze aard en omvang van de inbreuk was;


iii) wat de identiteit is van de leveranciers en professionele afnemers van Hofmeester;


iv) of Hofmeester wetenschap had van het feit dat het om Vermeend Inbreukmakende Veilen ging.





3.4.
Voor onder meer een vordering tot winstafdracht op grond van artikel 2.21 lid 4 BVIE jo. (naar de rechtbank begrijpt) de artikelen 130 lid 2 en 129 lid 2 UMVo in een bodemprocedure is het voor Dentsply noodzakelijk hierover bepaalde gegevens te verkrijgen. De verzochte voorlopige bewijsverrichtingen zijn van belang om inzicht te krijgen in de gehele keten van leveringen, zodat de daadwerkelijke producenten en leveranciers kunnen worden achterhaald en tegen deze partijen in een bodemprocedure eveneens een vordering kunnen worden ingesteld, aldus nog steeds Dentsply c.s.



3.5.
Hofmeester verweert zich tegen het verzoek en concludeert tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Dentsply c.s. in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.



3.6.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
Dentsply c.s. verzoekt de rechtbank om twee voorlopige bewijsverrichtingen als bedoeld in artikel 196 Rv te bevelen, door Hofmeester te bevelen inzage in bepaalde documenten te geven en door een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Het verzoek van Dentsply c.s. houdt verband met eventuele betrokkenheid van Hofmeester bij inbreuk op aan Dentsply c.s. toebehorende merken. Over deze kwestie is tussen partijen (nog) géén civiele procedure aanhangig. Het verzoek van Dentsply c.s. voldoet daarmee aan het bepaalde in artikel 196 lid 1 Rv.



4.2.
Volgens Hofmeester moet het verzoek van Dentsply c.s. niettemin worden afgewezen. Hofmeester betoogt daartoe mede dat een of meer van de in artikel 196 lid 2 Rv genoemde afwijzingsgronden zich voordoen. Verder betoogt Hofmeester dat de documenten ofwel gegevens waarom Dentsply c.s. heeft verzocht en waarover Hofmeester daadwerkelijk beschikt, reeds (grotendeels) aan Dentsply c.s. zijn verstrekt. De rechtbank gaat hierna puntsgewijs op de verweren van Hofmeester in.



4.3.
Hofmeester heeft betoogd dat het verzoek van Dentsply c.s. ‘tardief’ is, omdat partijen deze kwestie na verstrekking door Hofmeester van de destijds opgevraagde gevraagde stukken in 2022 als afgedaan hebben beschouwd. Dit blijkt volgens Hofmeester uit de e-mailberichten die zij en Dentsply in maart 2022 hebben gewisseld en uit de omstandigheid dat zij en Dentsply nadien meerdere nieuwe overeenkomsten hebben gesloten. Dit verweer slaagt niet. Dat Dentsply niet heeft gereageerd op de e-mailberichten van Hofmeester van 14 en 18 maart 2022, impliceert niet dat Dentsply c.s. ermee heeft ingestemd om geen juridische stappen meer tegen Hofmeester te ondernemen in verband met de vermeende inbreuk, en heeft evenmin tot gevolg dat Dentsply c.s. het recht daartoe heeft verwerkt. Dat Hofmeester en Dentsply na 2022 nieuwe (distributie)overeenkomsten hebben gesloten, impliceert evenmin dat Dentsply c.s. dat recht heeft prijsgegeven of dat sprake is van rechtsverwerking.



4.4.
Het bericht vanuit Dentsply aan Hofmeester van 23 maart 2022 wijst eerder erop dat Dentsply haar recht juridische stappen te ondernemen nog niet prijsgaf. Daarin staat immers dat daarvoor eerst aan een voorwaarde moet zijn voldaan. De rechtbank acht daarbij mede van belang dat Hofmeester niet aan deze voorwaarde voldaan heeft. Hofmeester heeft namelijk niet, zoals verzocht door Dentsply, bevestigd dat zij zich (voortaan) volledig zou houden aan het bepaalde in de overeenkomst van 2008. Anders dan Hofmeester in deze procedure heeft betoogd, was dat kennelijk geen vanzelfsprekendheid, gelet op het gebeurde in 2021.



4.5.
Hofmeester heeft verder betoogd dat het verzoek van Dentsply c.s. misbruik van procesrecht oplevert, omdat Dentsply c.s. dit verzoek slechts zou hebben gedaan ten behoeve van het volgen van interne compliance processen en niet om bewijs te vergaren voor een eventuele bodemprocedure. Hofmeester wijst hiertoe op het e-mailbericht van Dentsply van 30 april 2026. Ook dit verweer slaagt niet. De omstandigheid dat een intern compliance proces van een bedrijf vereist dat in bepaalde situaties wordt verzocht om voorlopige bewijsverrichtingen, laat onverlet dat dit verzoek (mede) wordt gedaan om een beter of volledig zicht te krijgen op alle relevante omstandigheden, zodat op basis daarvan kan worden beslist over het al dan niet starten van een civiele procedure. Dentsply c.s. heeft ook onderbouwd gesteld dat zij het verzoek mede met het oog op een mogelijke civiele bodemprocedure gedaan heeft. Dat het verzoek van Dentsply c.s. verband houdt met een intern compliance proces, maakt daarom niet dat het verzoek moet worden afgewezen wegens misbruik van recht als bedoeld in artikel 196 lid 2 Rv.



4.6.
Hofmeester heeft ook aangevoerd dat de beoogde bodemprocedure bij oppervlakkige beoordeling kansloos is voor zover daarin winstafdracht op grond van artikel 2.21 lid 4 BVIE jo. de artikelen 130 lid 2 en 129 lid 2 UMVo wordt gevorderd. Een vordering tot winstafdracht is immers slechts toewijsbaar is als de inbreukmaker te kwader trouw heeft gehandeld, terwijl uit de feiten volgt dat Hofmeester juist steeds te goeder trouw heeft gehandeld, aldus nog steeds Hofmeester. Volgens Hofmeester brengt dat mee dat Dentsply c.s. onvoldoende belang heeft bij haar verzoek als bedoeld in artikel 196 lid 2 Rv. De rechtbank volgt Hofmeester ook hierin niet. Naar het oordeel van de rechtbank kan heden nog niet met zodanige zekerheid worden gezegd dat Hofmeester bij het in- en verkopen van de Vermeend Inbreukmakende Veilen te goeder trouw was, dat een bodemprocedure op voorhand kansloos is. Gelet op onder meer de omstandigheid dat Hofmeester ermee bekend was dat de door Orthosmart geleverde veilen afkomstig waren van buiten de Europese Unie en wat verder bekend is over het gebeurde in 2021, is dit niet boven elke twijfel verheven.



4.7.
Hofmeester heeft verder betoogd dat Dentsply c.s. in deze procedure de verplichting op grond van artikel 21 Rv heeft geschonden om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Daartoe wijst Hofmeester erop dat Dentsply c.s. een aantal feiten niet heeft genoemd in haar verzoekschrift, waaronder het feit dat Hofmeester de klachten over de veilen zelf bij Dentsply c.s. heeft gemeld, dat Hofmeester een recall heeft gedaan en dat Hofmeester reeds in 2022 door Dentsply c.s. gevraagde uitgebreide informatie heeft verstrekt. Volgens Hofmeester is het verzoek daarom in strijd met de goede procesorde, of moet de rechtbank uit de schending van artikel 21 Rv de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, steeds met als gevolg dat het verzoek moet worden afgewezen. De rechtbank is echter van oordeel dat het om een verschil van mening tussen enerzijds Dentsply en anderzijds Hofmeester over de feiten die in dit verband wel of niet relevant zijn, gecombineerd met een miscommunicatie tussen Dentsply c.s. en haar advocaten, en niet om bewust onvolledige voorlichting van de rechtbank door Dentsply c.s. Ook dit verweer wordt daarom gepasseerd.



4.8.
Hofmeester heeft geen verdere verweren gevoerd die relevant zijn voor de toewijsbaarheid van het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten. De rechtbank zal het verzochte voorlopige getuigenverhoor daarom bevelen, op de wijze zoals in de beslissing uitgewerkt. De rechtbank gaat hierna in op de verdere verweren van Hofmeester tegen het inzageverzoek van Dentsply c.s.



4.9.
De gegevens waarin Dentsply c.s. inzage verlangt, hebben steeds betrekking op vermeende inbreuk op de merken ProTaper NEXT, WaveONE en RECIPROC van Dentsply c.s. Deze gegevens betreffen daarmee een rechtsbetrekking waarbij Dentsply c.s. partij is. Voor toewijzing van het verzoek van Dentsply c.s. is vereist dat zij daarbij voldoende belang heeft en dat Hofmeester daadwerkelijk over de gegevens beschikt (artikel 194 lid 1 Rv). Voor zover Dentsply c.s. reeds over gegevens ofwel documenten beschikt, heeft zij geen belang bij verstrekking daarvan door Hofmeester. De rechtbank neemt daarom tot uitgangspunt dat Hofmeester uitsluitend gehouden is om nadere gegevens aan Dentsply c.s. te verstrekken voor zover Dentsply c.s. voldoende heeft toegelicht dat deze daadwerkelijk bestaan, deze nog niet in het bezit zijn van Dentsply c.s. én Dentsply c.s. voldoende belang heeft bij de inzage.



4.10.
Volgens Hofmeester beschikt Dentsply c.s. reeds over de opgevraagde informatie, aangezien zij in het voorjaar van 2022 reeds alle opgevraagde stukken en informatie aan Dentsply c.s. heeft verstrekt. Op de mondelinge behandeling heeft Dentsply toegegeven dat zij reeds beschikt over ‘sommige stukken’ waarin zij inzage heeft verzocht. Dentsply c.s. heeft daarbij verklaard dat niet bij haar Nederlandse advocaten bekend was dat ‘bepaalde personen binnen Dentsply c.s.’ al over bepaalde documenten beschikten. Volgens Dentsply c.s. komen de reeds door Hofmeester verstrekte stukken verder slechts ‘ten dele’ tegemoet aan haar (inzage)verzoek en is het beeld bij Dentsply c.s. ‘nog niet volledig’.



4.11.
Dentsply c.s. heeft daartoe ten eerste erop gewezen dat Hofmeester beweert dat Orthosmart haar slechts twee facturen voor de Vermeend Inbreukmakende Veilen heeft gestuurd – met factuurnummers 20.21.00.02 en 20.21.00.05 – terwijl Orthosmart Dentsply c.s. inzage in een derde aan Hofmeester gestuurde factuur aan Dentsply c.s. heeft verstrekt, namelijk een factuur gedateerd 2 augustus 2021 met factuurnummer 20.21.00.04. Dentsply c.s. heeft daarbij opgemerkt dat de factuur 20.21.00.04 een ander bedrag heeft dan de andere facturen en voor de levering van andere bestelde producten lijkt te zijn gestuurd dan de andere twee facturen. Dit alles wekt volgens Dentsply c.s. twijfel over de volledigheid van de informatieverstrekking door Hofmeester.



4.12.
Hofmeester heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat zij de zending waarvoor Orthosmart haar de factuur 20.21.00.04 heeft gestuurd, direct heeft teruggestuurd (geweigerd) en dat zij deze factuur niet heeft voldaan. Volgens Hofmeester heeft zij deze factuur daarom niet aan Dentsply c.s. overgelegd. Deze verklaring komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Hoewel het wellicht ongelukkig was dat Hofmeester deze factuur niet volledigheidshalve zelf aan Dentsply c.s. heeft verstrekt, voert het te ver daaruit af te leiden dat Hofmeester verdere namaakproducten van Orthosmart heeft afgenomen die niet nog bij Dentsply c.s. bekend zijn en daarover relevante documenten heeft achterhouden. Verder is duidelijk dat Dentsply c.s. reeds over de factuur 20.21.00.04 beschikt, deze is immers door Orthosmart aan Dentsply c.s. verstrekt.



4.13.
Dentsply c.s. heeft verder betoogd dat in de e-mail van [naam 3] (CDT) aan [naam 2] (Hofmeester) van 19 mei 2021 staat dat het ‘weer’ goed was [naam 2] aan de telefoon te hebben mogen spreken, dat dit impliceert dat er al eerder contact tussen [naam 3] en [naam 2] is geweest, en dat dit op eerdere (inbreukmakende) transacties kan wijzen. De rechtbank overweegt dat dit enkele e-mailbericht onvoldoende aanwijzing vormt dat sprake is geweest van eerdere inbreukmakende transacties tussen Hofmeester en CDT. De (in daaropvolgende e-mails ontstane) discussie tussen [naam 3] en [naam 2] over het gefactureerd moeten worden van de veiltjes door een vennootschap in de Europese Unie, lijkt eerder een aanwijzing te zijn dat Hofmeester niet eerder producten met (tekens gelijk aan) merken van Dentsply bij CDT had afgenomen. Aangezien de rechtbank het door Dentsply c.s. verzochte getuigenverhoor zal gelasten, heeft Dentsply c.s. verder de gelegenheid om [naam 2] hierover ook onder ede te kunnen bevragen. Aldus vormt de inhoud van de e-mail van [naam 3] aan [naam 2] van 19 mei 2021, geen aanleiding om Hofmeester te bevelen nadere stukken aan Dentsply c.s. te verstrekken, ofwel omdat deze niet bestaan, ofwel omdat Dentsply c.s. daarbij onvoldoende belang heeft.



4.14.
Specifiek wat betreft de stukken over de schikking tussen Orthosmart, Arthodent en Hofmeester overweegt de rechtbank als volgt. Uit de e-mail van de advocaat van Orthosmart over deze schikking is af te leiden dat deze pas tot stand is gekomen na de informatieverstrekking door Hofmeester aan Dentsply in 2022. Hofmeester heeft niet ontkend in zoverre over verdere stukken te beschikken, met dien verstande dat het volgens Hofmeester gaat om uitwisseling van (e-mail)berichten die samen hebben geleid tot het ontstaan van de vaststellingsovereenkomsten, en niet apart getekende schriftelijke vaststellingsovereenkomsten. Hofmeester heeft weliswaar betoogd dat Dentsply c.s. voor stukken met betrekking tot de schikking tussen Orthosmart en Arthodent ‘bij Arthodent’ moet zijn, maar heeft zij zich niet beroepen op een geheimhoudingsplicht of ontkend over de stukken te beschikken. Dat Dentsply c.s. eventueel recht heeft om inzage in deze stukken te verkrijgen via Arthodent, laat onverlet dat zij ook aan Hofmeester mag vragen deze inzage te verschaffen. In zoverre zal de rechtbank Hofmeester daarom wel bevelen inzage te geven, op de wijze zoals in de beslissing uitgewerkt.



4.15.
Dentsply c.s. heeft onvoldoende gesteld dat Hofmeester daadwerkelijk beschikt over verdere relevante documenten waarover Dentsply c.s. nog niet beschikt en bij de overlegging waarvan Dentsply c.s. bovendien voldoende belang heeft. De rechtbank zal het verzoek om inzage daarom voor het overige afwijzen.


proceskosten




4.16.
Aangezien de rechtbank het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen toewijst maar het inzageverzoek (groten)deels afwijst, worden partijen over en weer in het ongelijk gesteld. Daarbij past dat de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseert, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



4.17.
In verband met de uitkomst van deze procedure komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de toelaatbaarheid van de door Dentsply c.s. ingediende herziene versie van het verzoekschrift en het proceskostenoverzicht.






5De beslissing

De rechtbank:


5.1.
beveelt Hofmeester om Dentsply c.s. binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking inzage te geven in elk document (waaronder, maar niet beperkt tot, de e-mailcorrespondentie en alle verdere berichtenwisselingen) met betrekking tot de schikking tussen Orthosmart, Arthodent en Hofmeester, op straffe van een dwangsom € 500 per dag dat Hofmeester daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 25.000;



5.2.
beveelt dat met betrekking tot de handel in de Vermeend Inbreukmakende Veilen een voorlopig getuigenverhoor zal worden gelast waarbij de heer [naam 2] en de heer [naam 1] als getuigen zullen worden gehoord;



5.3.
bepaalt dat Dentsply c.s. uiterlijk twee weken na de datum van deze beschikking een afschrift van deze beschikking bij aangetekende brief of exploot moet laten toekomen aan Hofmeester;



5.4.
bepaalt dat het verhoor zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie te Den Haag aan de Prins Clauslaan 60 op een nader te bepalen datum en tijdstip ten overstaan van een nader te bepalen rechter als rechter-commissaris;



5.5.
bepaalt dat partijen binnen drie weken na heden hun verhinderdata over de komende vier maanden dienen op te geven aan de rechtbank;


5.5.
compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;



5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.

1769



Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Link naar deze uitspraak