Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:21599 
 
Datum uitspraak:15-07-2026
Datum gepubliceerd:20-08-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:SGR 24/9608
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Afwijzing aanvraag vergoeding extra uren voor een schrijf- en gebarentolk in verband met verblijf in het buitenland. Geen onbillijkheden van ovewegende aard. Compensatie handicap hoeft niet onbeperkt plaats te vinden en van ongeoorloofde discriminatie is geen sprake.
Trefwoorden:ingezetene
 
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/9608

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. B.M. de Wolff).




Inleiding

Bij besluit van 21 mei 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot vergoeding van de extra uren voor een schrijf- of gebarentolk in verband met vakantie in het buitenland afgewezen.

Bij besluit van 27 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door eiseres tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door de tolken voor doofblinden J.E. Veldwachter en E. Kars, en de gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank


1.1.
Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt. Artikel 3:41, eerste lid, van de Awb bepaalt dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.



1.2
Ingevolge artikel 6:9 van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.



1.3
Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ook ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.


1.4.
Het bestreden besluit is van 27 september 2024 en is verzonden naar het bij verweerder bekende adres van eiseres, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 8 november 2024. Eiseres heeft op 6 december 2024 beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.



1.5.
Eiseres heeft als reden voor de termijnoverschrijding aangegeven dat zij volledig doof en blind is, alleenstaand is en zelfstandig woont. Voor contact met de buitenwereld is zij afhankelijk van gebarentolken en begeleiders die vaardig zijn in de tactiele communicatie. Daar zijn er niet heel veel van en de beschikbaarheid is wisselend. Dat maakte dat het enige tijd duurde voordat zij kon reageren op het bestreden besluit.



1.6.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de beperkingen van eiseres als gevolg waarvan zij afhankelijk is van de hulp van derden, de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. Het beroep van eiseres is dus ontvankelijk.

2. Eiseres heeft op 20 mei 2024 een aanvraag gedaan voor 300 extra tolkuren omdat zij graag op vakantie wil naar het buitenland voor haar verjaardag en voor familiebezoek.

3. Verweerder heeft deze aanvraag bij het primaire besluit afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Volgens verweerder kunnen extra tolkuren alleen worden toegekend wanneer deze de maatschappelijke participatie in Nederland bevorderen. De deelname aan een buitenlandse reis valt daar niet onder.

4. Eiseres voert aan dat zij blind en doof is. Zij wil vrij zijn om te leren van andere culturen, ook in het buitenland. Zij wordt nu gedwongen beperkt in haar mogelijkheden. De afwijzing heeft negatieve gevolgen voor haar vrijheidservaring en gevoel van zelfstandige keuzes maken. Zo weigeren veel vliegtuigmaatschappijen haar als doof en blind persoon mee te nemen in het vliegtuig zonder tolk/begeleiding. De huidige wet- en regelgeving lijkt verweerder geen ruimte te geven om extra tolkuren in het buitenland toe te kennen. Dit plaatst haar, en vele anderen met een vergelijkbare beperking, in een patstelling. Er worden geen alternatieven aangeboden, aldus eiseres.

5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.



6.1.
De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder ter zake een ruime bevoegdheid heeft om beleidsregels (protocollen) vast te stellen. Het Protocol Voorzieningen UWV 2024 (het Protocol) is op de voorgeschreven wijze, zoals bedoeld in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht, op 18 april 2024 bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.



6.2.
Gelet op het bepaalde in artikel 8.3.4. van het Protocol worden geen extra tolkuren vergoed voor vakanties in het buitenland. Dat kan slechts anders zijn indien er sprake is van onbillijkheden van overwegende aard. Daar is naar het oordeel van de rechtbank in het geval van eiseres niet van gebleken. Eiseres stelt dat zij als gehandicapte door de regelgeving wordt beperkt in haar deelname aan de maatschappij en dat zij dat als discriminerend ervaart. Dit geeft de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de gevraagde extra tolkuren toch moet worden toegekend. Zoals de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van 8 september 2017 heeft geoordeeld, hoeft compensatie van een handicap niet onbeperkt plaats te vinden en is van ongeoorloofde discriminatie geen sprake.



6.3
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht de aanvraag om vergoeding van extra uren voor een schrijf- of gebarentolk in het buitenland heeft afgewezen.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van W.M. Colpa, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.











griffier


rechter






de griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.


Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht:
De bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt op de in de artikelen 5 onderscheidenlijk 6 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.

Artikel 4a 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo:
1. Een ingezetene als bedoeld in artikel 3a.1.1, eerste lid, van de wet, heeft, na aanvraag bij het UWV, recht op vergoeding van een bij ministeriële regeling vastgesteld aantal uren aan tolkdiensten over bij ministeriële regeling vast te stellen perioden.
2. In afwijking van het ten hoogste beschikbare aantal uren, bedoeld in het eerste lid, kunnen meer uren door het UWV worden toegekend voor tolkdiensten bij activiteiten die in het belang zijn voor de deelname aan het maatschappelijke verkeer, indien:
a.de ingezetene, bedoeld in het eerste lid, een onderbouwde aanvraag indient bij het UWV voor ondersteuning; en
b. naar het oordeel van het UWV het aangevraagde aantal aanvullende uren in redelijke verhouding staat tot de bijdrage aan de mogelijkheden van de ingezetene, bedoeld in het eerste lid, tot deelname aan het maatschappelijk verkeer.

Artikel 8.2.1. van het Protocol Voorzieningen UWV 2024:
UWV verstrekt aan iedere afnemer in ieder geval 30 uren aan tolkdiensten per jaar. Indien de afnemer zowel auditief als visueel beperkt is, verstrekt UWV in ieder geval 168 uur aan tolkdiensten per jaar (zie artikel 3b lid 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015). Indien een afnemer meer uren nodig heeft dan kan de afnemer een maatwerkaanvraag doen (zie hoofdstuk 8.3 van dit Protocol).

8.3.2. van het Protocol Voorzieningen UWV 2024:
Bij een onderbouwd verzoek wordt getoetst of aanvullende tolkuren in redelijke verhouding staat tot de bijdrage aan het maatschappelijk verkeer (zie Artikel 4a.1.1 lid 2 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015). UWV hanteert hierbij als uitgangspunt dat extra tolkuren de maatschappelijke participatie in Nederland bevordert en dat er op een dag maximaal 8 uur per dag aan aanvullende uren wordt toegekend. Voor bijvoorbeeld het vertalen van televisieprogramma’s zullen doorgaans geen aanvullende uren worden toegekend.

8.3.4. van het Protocol Voorzieningen UWV 2024:
Sinds 1 januari 2022 is het niet meer mogelijk om extra tolkuren aan te vragen voor vakanties in het buitenland. De standaard uren die de tolkgebruiker toegekend krijgt kunnen hier wel voor worden gebruikt.

8.3.5. van het Protocol Voorzieningen UWV 2024:
Er kunnen alleen aanvullende uren aangevraagd worden voor situaties die onder het leefdomein vallen.
Van bovenstaande uitgangspunten kan afgeweken worden indien dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard (zie Artikel 4a 1.3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).



ECLI:NL:CRVB:2017:3229
Link naar deze uitspraak