Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:29731 
 
Datum uitspraak:06-10-2026
Datum gepubliceerd:08-10-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:NL26.3234 en NL26.3235
Rechtsgebied:Vreemdelingenrecht
Indicatie:Asiel Eritrea, desertie zoon, gegrond
Trefwoorden:landbouwgrond
 
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL26.3234 (beroep)
NL26.3235 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen



[eiseres] ,
geboren op [geboortedag] 1966, van Eritrese nationaliteit, eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),

en



de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).



Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) het beroep van eiseres tegen de kennelijke ongegrondverklaring van haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en het verzoek om een voorlopige voorziening.


1.1.
Eiseres heeft op 20 november 2023 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 12 januari 2026 kennelijk ongegrond verklaard. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit uitgevaardigd met een onmiddellijke vertrektermijn.



1.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 10 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, S.B. Aniania als tolk Tirinya en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.


Asielrelaas


4. Eiseres heeft het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiseres heeft verklaard dat haar zoon [naam 1] in 2023 is gedeserteerd van het leger. Op 4 mei 2023 zijn twee soldaten bij de woning van eiseres langsgekomen en hebben haar opgepakt en meegenomen naar een militair kamp. Hierna is eiseres kort ondervraagd en een nacht vastgehouden. Vervolgens is eiseres met een garantsteller vrijgekomen en is haar verteld dat zij binnen twee weken haar zoon uit moest leveren. Eiseres is vervolgens op 13 mei 2023 vertrokken naar Ethiopië. Daar hoorde zij dat haar woning is verzegeld. Bij terugkeer vreest eiseres voor de autoriteiten.


Bestreden besluit


5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:



identiteit, nationaliteit en herkomst;


negatieve belangstelling van de autoriteiten vanwege de desertie van haar zoon.




5.1.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Dat eiseres in de negatieve belangstelling staat bij de autoriteiten vanwege de desertie van haar zoon [naam 1] acht verweerder niet geloofwaardig. De verklaringen van eiseres vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft indertijd geen problemen ondervonden toen haar andere zoon [naam 2] deserteerde. Over de desertie van haar zoon [naam 1] verklaart eiseres ongerijmd en summier. Over hoe zij is vrijgekomen verklaart zij vaag en summier. Voorts is eiseres legaal uit Eritrea gereisd middels een visum en paspoort. Daar komt bij dat eiseres zonder goede verklaring haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend.


Problemen bij terugkeer


6. Eiseres voert aan dat zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Eritrea in de negatieve aandacht van de autoriteiten zal staan door de desertie van haar zoon [naam 1] en haar asielaanvraag in Nederland. Verweerder heeft deze risicofactoren ten onrechte niet meegewogen.



6.1.
De rechtbank overweegt dat uit het meest recente Algemeen Ambtsbericht Eritrea van 2025 volgt dat het over het algemeen moeilijk is te achterhalen wat de risico’s waren voor personen die terugkeerden, omdat de geïnterviewde bronnen niet op de hoogte waren van veel gevallen van personen die waren teruggekeerd. Toch bevestigden bronnen dat Eritrea geen instituties of mechanismes kende die bescherming konden bieden aan personen die terugkeerden. Hierdoor waren terugkeerders, zelfs aanhangers van het regime, onderworpen aan willekeur en inconsistente behandelingen, net als alle andere Eritrese burgers. Uit het ambtsbericht blijkt dat gewoonlijk alle terugkerende Eritreeërs bij aankomst op de internationale luchthaven worden gecontroleerd over welke Eritrese en buitenlandse identiteitsdocumenten ze beschikten, of ze de diasporabelasting hadden betaald en – indien van toepassing – of ze het ‘regret form’ hadden ondertekend. De procedures op de luchthaven waren echter inconsistent. Als de autoriteiten iemand wantrouwden, konden ze diegene ondervragen. Redenen daarvoor konden zijn: onvolledige documenten of het niet betaald hebben van de diasporabelasting. Wie gedwongen terugkeerde naar Eritrea riskeerde mensenrechtenschendingen, zoals arbitraire detentie, mishandeling, inhumane behandeling en plaatsing in de nationale dienstplicht. Er is daarbij geen verschil in behandeling tussen terugkerende personen die legaal zijn uitgereisd en terugkerende personen die illegaal zijn uitgereisd. Ook vrijwillige terugkeer kon niet altijd als vrijwillig worden beschouwd. Als men geen diasporastatus had, werd men bij terugkeer hetzelfde behandeld als mensen die gedwongen terugkeerden en konden zij ook worden blootgesteld aan mensenrechtenschendingen. Ook blijkt uit de landeninformatie dat familieleden van deserteurs met repercussies geconfronteerd konden worden, waaronder ondervraging, dreigementen en gevangenneming, maar ook met boetes, het weigeren van overheidsdiensten en het beperken van de toegang tot landbouwgrond. Dit geldt ook voor familieleden van dienstplichtontduikers van wie duidelijk was dat zij inmiddels het land hadden verlaten. Tot slot staat in het ambtsbericht dat het doen van een asielaanvraag in het buitenland als een vorm van landverraad wordt beschouwd.


Legale uitreis


7. Eiseres is op 13 mei 2023 legaal uit Eritrea gereisd. Op het moment van vertrek uit Eritrea waren er nog geen veertien dagen verstreken sinds haar vrijlating. Vervolgens heeft zij enkele weken verbleven in Ethiopië. Daar kreeg zij een visum kort verblijf die zij al (veel) eerder had aangevraagd. Vervolgens is eiseres op 8 augustus 2023 Nederland binnengekomen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de informatie uit het ambtsbericht, verweerder niet kenbaar bij het bestreden besluit heeft betrokken dat eiseres al voor een zeer lange periode (al dan niet legaal) buiten Eritrea verblijft en wat de gevolgen daarvan zijn bij terugkeer.


Desertie [naam 1]


8. Volgens verweerder valt niet in te zien waarom eiseres bij terugkeer problemen zal krijgen met de autoriteiten vanwege de desertie van haar zoon [naam 1] , omdat eiseres geen problemen heeft gekregen met de autoriteiten naar aanleiding van de desertie van haar zoon [naam 2] in 2015. De rechtbank acht deze motivering ontoereikend, reeds gelet op het ambtsbericht. Daarin staat dat ook familieleden van deserteurs gevaar lopen bij terugkeer. Dat eiseres in het verleden geen problemen heeft ondervonden, wil niet zeggen dat dat ook nu weer het geval zal zijn. Verweerder acht aannemelijk dat eiseres is meegenomen naar een militair kamp voor een ondervraging over haar zoon [naam 1] en verweerder weerspreekt niet dat [naam 1] is gedeserteerd.



8.1.
Daar komt nog het volgende bij. Eiseres heeft gewezen op verschillen in tijd, functie, plaats en reactie van de autoriteiten. Volgens eiseres was de politieke en militaire situatie in 2015 een andere dan in 2023. Sinds eind 2020 wordt er strenger opgetreden tegen dienstweigeraars en deserteurs. Ook geeft eiseres aan dat [naam 2] zijn militaire dienst vervulde bij de lokale administratie in Asmara. [naam 2] woonde bij haar thuis; hij ging naar zijn werk en kwam naar huis. Toen hij was weggegaan heeft eiseres een brief gekregen met de vraag waar haar zoon [naam 2] was. Zij heeft toen geantwoord dat hij was uitgereisd. [naam 1] daarentegen was gelegerd in Assab en daar verbleef hij. De eenheid van [naam 1] is bij eiseres langsgekomen om te vragen waar [naam 1] was. Ze hebben haar huis doorzocht en hebben haar vervolgens meegenomen om haar te ondervragen. Verweerder heeft hier geen dan wel onvoldoende aandacht aan besteed. Ook in dit opzicht schiet de motivering tekort.


Vrijlating eiseres


9. Verweerder acht aannemelijk dat eiseres is meegenomen naar een militair kamp
voor een ondervraging over haar zoon [naam 1] . Verweerder acht echter niet geloofwaardig dat aan eiseres de voorwaarde is opgelegd dat zij haar zoon binnen twee weken moest uitleveren, omdat de garantsteller geen problemen heeft gekregen toen eiseres zich niet aan deze voorwaarde heeft gehouden. Ook snapt verweerder niet waarom iemand zich garant stelt voor een ander, als hij de ander niet kent. Eiseres heeft in de zienswijze en op de zitting nader verduidelijkt waarom dorpsgenoot [naam 3] voor haar wilde optreden als garantsteller. Eiseres, haar broer en [naam 3] zijn dorpsgenoten. Haar broer is bevriend met [naam 3] . Het is de broer van eiseres geweest die [naam 3] bereid heeft gevonden om als garantsteller op te treden. Tijdens haar verblijf in de kazerne is er contact opgenomen met haar broer. Het feit dat [naam 3] een dorpsgenoot was, is volgens eiseres belangrijk omdat dat een hechte band schept. Daarbij kwam dat [naam 3] militair was en daardoor op gelijk niveau met de militairen kon praten. Eiseres heeft inderdaad niet gehoord dat [naam 3] door haar vertrek problemen heeft gekregen, maar eiseres heeft wel problemen gekregen. Haar woning is verzegeld. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres met deze toelichting de keuze voor [naam 3] en de bereidheid van [naam 3] om zich garant te stellen voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de omstandigheid dat [naam 3] geen problemen heeft gekregen niet zonder meer kan worden afgeleid dat aan eiseres geen voorwaarden zouden zijn opgelegd. En zelfs al zou het ervoor moeten gehouden dat haar geen voorwaarden zijn opgelegd, dan nog kan daar, naar het oordeel van de rechtbank, niet uit worden opgemaakt dat eiseres bij terugkeer geen risico zal lopen.

10. De rechtbank stelt op grond van bovenstaande vast dat niet alle verschillende risicofactoren en de landeninformatie die eiseres heeft aangevoerd, kenbaar zijn betrokken bij het bestreden besluit. Evenmin volgt uit het bestreden besluit dat alle door eiseres genoemde factoren in onderlinge samenhang zijn betrokken bij de beoordeling of eiseres een reëel risico loopt bij terugkeer. Dit is een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek.


Aanvraag asiel


11. Eiseres heeft asiel aangevraagd nadat de geldigheidsduur van haar visum was verlopen. Zij geeft aan dat zij niet wist dat zij zich binnen 48 uur zou moeten melden en eiseres had bovendien haar zoon [naam 2] lang niet gezien. Verweerder acht dit geen verschoonbare redenen. Eiseres had zich moeten laten informeren. Verweerder wijst daarbij ook op het feit dat haar zoon destijds ook asiel had gevraagd. De omstandigheid dat eiseres pas na afloop van het visum asiel heeft aangevraagd draagt bij aan de ongeloofwaardigheid van haar asielmotieven. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres hierover kritisch is bevraagd bij het aanmeldgehoor of nader gehoor. Daarnaast vindt de rechtbank het niet onbegrijpelijk dat eiseres pas haar asielaanvraag heeft ingediend nadat haar visum om haar zoon te bezoeken is verlopen. Eiseres had per slot haar zoon al jaren niet gezien en het was al lang geleden dat haar zoon asiel had aangevraagd en gekregen. Wat hier ook van zij, het tijdstip van haar asielaanvraag doet geen afbreuk aan de omstandigheid dat eiseres al lang in het buitenland verblijft en zij familielid van een deserteur is. Daarom ziet de rechtbank in de omstandigheid dat eiseres pas na afloop van het visum asiel heeft aangevraagd geen aanleiding te twijfelen aan de geloofwaardigheid van haar asielmotieven.




Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak.

13. Nu op het beroep is beslist bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.

14. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank stelt de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).



Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.3234:


verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het bestreden besluit;


draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak.



De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.3235:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De rechtbank/voorzieningenrechter, in beide zaken:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr.B. Kingma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:


Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze
partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend
binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de
behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de
indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek op een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.



Pagina 51 Algemeen Ambtsbericht Eritrea 2025.


Ambtsbericht, pagina 52.


Ambtsbericht, pagina 51 en 52.


Ambtsbericht, pagina 54.


Ambtsbericht, pagina 54.


Ambtsbericht, pagina 33.


Idem.


Ambtsbericht, pagina 52.


Zie de uitspraak van 25 april 2025, NL22.15327 en de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 6 juni 2023.


Aanmeldgehoor, pagina’s 10 en 11.


Zie nader gehoor, pagina 17.


Nader gehoor, pagina 6 en 7.


Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Link naar deze uitspraak